|
De geschiedenis van de stoma |
De geschiedenis van de stoma
De geschiedenis van de colostoma,
ileostoma en urinestoma
De geschiedenis van de stoma in Nederland
De geschiedenis van de pouch en continent stoma
De eerste zelfhulpgroepen en patiëntenverenigingen
De geschiedenis van het stomamateriaal
De geschiedenis van
de stoma
Het pionierswerk in de stomachirurgie heeft een aanvang
genomen in Frankrijk. Langzaam drongen
de ontwikkelingen door naar landen als Duitsland en
Oostenrijk, Engeland en Nederland, waarbij vooral
Engeland een voorsprong kreeg. In de
periode tussen de twee wereldoorlogen
vonden grote ontwikkelingen plaats in de
Verenigde Staten en na de tweede wereldoorlog
namen de Amerikanen de leiding
op het gebied van stomazorg en stoma-nazorg.
De geschiedenis:
Het oudst vastgelegde geschreven
fragment waarbij er een
opening in de buikwand werd gemaakt, vinden we
terug in het oude testament van de Bijbel. Om
precies te zijn: Rechters 3:21-22.
Toen greep Ehud met zijn linkerhand (Ehud
stamt uit een linkshandige familie) het zwaard van
zijn rechterheup en stak de koning in zijn buik. Het
zwaard drong met lemmet (het handvat) en al in zijn
lichaam. Het vet sloot zich om het lemmet zodat de
koning het zwaard niet uit zijn buik kon trekken, en het
vuil kwam eruit.
Van oorsprong is de hedendaagse
darmchirurgie gebaseerd op de wijsheden opgedaan uit
het verre verleden van de vroegste chirurgie in
militaire hospitaals.
Dit is niet zo verwonderlijk als je bedenkt dat de
mensheid door de eeuwen heen veel
oorlogen en geweld heeft moeten doorstaan.
Uit literatuur blijkt dat al in het jaar
350 voor Christus Praxagoras van Kos
een soort stoma heeft aangelegd bij darmverwondingen.
In de vroege Griekse tijden wisten
sommige artsen,
zoals de beroemde Hippocrates (460-377 voor
Christus)
En later de arts Aurelis Cornelius
Celsus (53 voor Christus tot 7 na Christus)
dat verwondingen aan de dikke darm
en dunne darm vaak
dodelijk zijn; maar ze wisten niet waarom
en hadden ook niet de
mogelijkheid om de sterfgevallen te
voorkomen. Celsus gaf uitgebreide
uiteenzettingen over de handelwijze
bij darmverwondingen.
Nog een belangrijk medicus was
de Griekse Claudius Galen,
die leefde van 131 tot 201 na Christus, die de
ideeën van Hyprocrates en andere Griekse
filosofen deed herleven.
Hij was een belangrijke chirurg van
Keizer Aurelius en op een school voor Romeinse gladiatoren. Hij heeft veel ervaring
opgedaan met de verwondingen aan de
romp/buik. In zijn proefschrift
bespreekt Galen de vele mogelijke
operatietechnieken bij een geperforeerde
darm, de verschillende methoden om
darmverwondingen te hechten. Maar hij is van mening dat er nog
weinig gedaan kan worden aan verwondingen van de
dunne darm.
Keizer Marcus Aurelius
(121-180 na Christus)
In de militaire hospitaals hebben artsen door
de eeuwen heen voor vele uitdagingen
gestaan om ernstige verwondingen te behandelen.
Vanaf de 14de
eeuw kwamen daar schotwonden bij omdat ze
toen artillerie
begonnen te gebruiken(wat waarschijnlijk begon
met een soort donderbus, een zwaar geweer). Zij
die ernstige verwondingen aan de buik
overleefden, hadden dit vooral te danken aan hun
overlevingsdrang / doorzettingsvermogen,
en niet aan de vakbekwaamheid
van de arts.
Er zijn in de geschiedenis gevallen
bekend waarbij er een stuk darm werd afgekneld en
afstierf
door de stagnerende bloedtoevoer, waardoor er een
opening in de darmwand ontstond. De darm zocht
zich een uitweg naar het
huidoppervlak waardoor er een
natuurlijk gevormde stoma ontstond. Ook is er bekend
dat er door sommige verwondingen een natuurlijke
ontstane stoma werd gecreëerd.
De Zwitserse geneesheer en alchemist
Theophrastus Bombastus von Honenheim
(Paracelsus, 1493 tot 1541) was een voorstander van een
kunstmatige uitgang bij darmverwondingen doordat hij een
spontane genezing had waargenomen na
het ontstaan van een darmfistel.
Soldaat George Deppe die in 1706
op 23 mei gewond raakte aan zijn
onderrug bij de slag om Ramillies (De hertog
van Marlborough verslaat de Fransen). Door deze
wond aan zijn onderrug ontwikkelde hij iets wat
tegenwoordig bekend staat als een fistel van de
dikke darm. Hiermee heeft hij nog 14 jaar
geleefd.
Problemen met de darmen kwamen echter
niet alleen voor op het slagveld, ook in
Koninklijke kringen kreeg men ermee te maken.
Zo is koning Stephen van Engeland in 1154
overleden aan, wat ook wel wordt genoemd:
“iliac passion”. Dit is een Saksische term
beschreven in 923 na Christus als een ziekte met
kenmerken als: buikkrampen, een opgezette buik, braken
en niet naar het toilet kunnen. Tegenwoordig zouden we
dit een ileus (een
acute verstopping van de darm omdat door wat voor
reden dan ook de doorgang belemmerd wordt).
De eerste beschreven “Koninklijke
stoma” is die van koningin Caroline of Ansbach,
de vrouw van George ll. Ze overleed in 1737 aan de
complicaties van een breuk veroorzaakt door een
verdraaide darm. De darm scheurde na 7 zware
dagen open en ledigde zich. Helaas mocht dit
niet baten want ze overleed 3 dagen later, op
20 november.
De Britse chirurg William Cheselden
(1688-1752),
is één van de meest prestigieuze chirurgen
van de vroege 18de eeuw.
Hij had in 1750 een 73 jaar oude patiënt, “Margareth
White”.
De indicatie voor de operatie was een
ingeklemde navelbreuk waardoor 55
centimeter van haar darm afgestorven
was. Haar darmwand was
gescheurd en ze gaf veel over. Cheselden
verwijderde het darmdeel dat was afgestorven en
liet een klein stukje darm uit de buikwand
hangen. Of het nu een colostoma of een ileostoma was
kunnen we helaas niet meer achterhalen. Ondanks de
slechte hygiëne in het ziekenhuis heeft zij de
operatie
overleefd en er vele jaren mee rondgelopen.
Helaas bestond er toen geen nazorg
en is er daardoor niet bekent hoe zij met haar
stoma omging en wat voor stomahulpmiddelen zij
gebruikte. Waarschijnlijk moest zij zichzelf behelpen
met lappen en doeken.
Chirurgen uit die tijd aarzelden
om operaties aan de
darmen uit te voeren uit angst voor
buikvliesontsteking met vaak de dood als gevolg. Jean Amussat
(1796-1856), een Franse chirurg, geloofde dat deze
aarzeling van zijn collega’s te maken had met de
angst
in opspraak te komen, wat slecht voor hun
reputatie zou zijn. Amussat bracht een
verslag uit over al de gepubliceerde
stoma-operaties uit het verleden. Hij kwam erachter
dat tussen 1716 en 1839 er 27 operaties waren
uitgevoerd waarvan maar 6 mensen het hadden
overleefd.
Het aanleggen van een stoma was niet favoriet, tot
ongeveer het einde van de eerste wereldoorlog. Deze
aarzeling was niet alleen schadelijk voor
de reputatie van de chirurg, maar ook een
stimulans voor wat wij nu bestempelen als:
bizarre experimenten. De behandelingen die werden
gedaan waren onder andere: overdreven zuiveren met
laxeermiddelen en klysma’s, manueel verwijderen van
ontlasting via de anus (met de hand), aderlating
en het toedienen van grote hoeveelheden kwik
(vaak rond een kilo) in de hoop dat het zware gewicht
van de substantie de ontlasting naar beneden zou
duwen. Deze behandelingen hadden vaak de dood
tot gevolg, niet in de laatste plaats door
kwikvergiftiging.
(kwik in een vloeibare vorm)
Thomas Sydenham, is een
bekende Londense arts die leefde rond 1850. Hij adviseerde om te gaan
paardrijden om de passage van de stoelgang te
bevorderen bij een
verstopte darm. En bij een luie darm
adviseerde hij om een kitten
op de opgezette buik te zetten, waarschijnlijk
voor de
warmte en de massage van het beestje. Deze
behandelingen behaalden helaas niet het beoogde
resultaat.
naar boven
De geschiedenis van de colostoma
De eerste verslagen van bewuste
chirurgische vorming van een
colostoma dateren uit 1710, toen doctor in
de medicijnen en anatomicus Mr. A. de Littré
een colostoma als behandeling noemde bij
anustresie (een aangeboren afwijking waarbij de
anus onvoldoende is ontwikkeld). Volgens zijn methode
werd de kunstmatige uitgang in de linkerzijde van de
buik aangelegd, in de liesstreek (de flexura sigmoidea).
Als je kijkt naar de
historische verslagen staan er maar een paar
chirurgen
geregistreerd die moedig genoeg waren om een poging te
wagen en een kunstmatige anus te creëren als
andere behandelingen faalden. Eén van die chirurgen was
de Fransman M. Pillore, die in 1776 het
eerste succesvolle
colostoma aanlegde bij een zekere mevrouw M. Morel,
die een kwaadaardig gezwel had in de endeldarm en als
gevolg daarvan een totale darmafsluiting.
Chirurgie werd gezien als een laatste redmiddel
wanneer andere agressieve niet-chirurgische
behandelingen hadden gefaald. De opening van de stoma
werd toen nog gemaakt in de blindedarm. Een
spons, die met een elastische band
op zijn plaats werd gehouden, ving de ontlasting op dat
tussen de regelmatige klysma’s uit de colostoma
kwam. Alles ging goed met deze vrouw, tot ze na
18 dagen plotseling
overleed door buikvliesontsteking. Uit de autopsie bleek dat de
doodsoorzaak niet het gevolg was van de operatie, maar
door een versmalling in de darm waar ze ook de
1 kilo kwik terugvonden die ze voor de operatie
tegen de verstopping hadden toegediend.

De methode van Littré
werd door Dubois in 1783
toegepast bij een pasgeboren baby. Helaas overleed deze
een week na de operatie. De Franse chirurg Duret
had in 1793 met dezelfde operatie bij een paar
dagen oude baby
geboren zonder anus een beter resultaat.
Hij legde de stoma alleen aan in de rechter liesstreek. Hoewel de baby er voor de
operatie erg slecht aan toe was, is hij goed
hersteld en heeft nog 43 jaar met de stoma
geleefd.
Een Andere Europese chirurg die zijn naam
op de lijst van pioniers zette was: Professor
Fine uit Geneva, die in 1797
de eerste dubbelloops colostoma aanlegde bij
een 63 jarige vrouw,
al was het door een
fout. Fine had geprobeerd een ileostoma
aan te leggen bij een patiënte met een kwaadaardig
gezwel in haar endeldarm. Na 5 maanden overleed ze
en pas bij de autopsie leerde hij van zijn fout.
De eerste poging tot het aanleggen van een
ileostoma was echter gedaan.
De Deense chirurg, Hendrik Callisen
(1740-1824)
Hij beschreef in 1798 in zijn chirurgische
handboek
een bepaalde chirurgische aanpak voor de aanleg
van een colostoma. Volgens hem was het
mogelijk een colostoma in de lendestreek aan te
leggen zonder dat het buikvlies geopend werd. Hij claimde dat deze
aanpak het risico van schade aan het buikvlies
verminderde, en dus ook de kans op
buikvliesontsteking.
De Fransman Amussat (1796-1855) legde, voortgaande
op de studies van Callisen, in 1839 het eerste
colostoma aan links in de lendestreek. Lange tijd
voerde men de methode van Amussat uit, ondanks de
nadelen dat de operatie erg lastig was, en de stoma
door de persoon zelf moeilijk te verzorgen was door de
hoge plaatsing. Naast deze methode werd die van
Littré ook nog steeds gebruikt. In
1856 in de
zitting van de Académie de médicine in Parijs, werd
besloten dat de methode volgens Littré de voorkeur
verdiende.
Een stoma aangelegd in de lendestreek volgens de
methode Amussat. Bron: het
boek Een kwart eeuw stomazorg in Nederland
De eerste Britse chirurg die
een stoma aanlegde was George Freer
die in 1815 een pasgeboren baby
met een onvolmaakte anus opereerde. En in
1817 een 47 jarige boer met een
rectale obstructie. Beide patiënten leefden maar een
paar weken. De boer is overleden
doordat ze na de operatie te ijverig waren met
laxeermiddelen en klysma’s door de stoma, wat
uiteindelijk resulteerde in een kapotte
blindedarm.
De tweede Britse chirurg die
een colostoma aanlegde was Daniël Pring, die
in 1820 een zekere Mrs. White opereerde.
Hij beschreef in detail de aanleg van de
stoma en Mrs. White’s gecompliceerde herstel. Het is
misschien wel het eerste verslag van
postoperatieve stoma complicaties zoals
huidzweren, een prolaps en besprekingen van
stomahulpmiddelen. Het blijkt dat Mrs. White vond
dat wat schijnt te zijn geweest een soort van
gordel met daaraan een bakje, niet zo
efficiënt vond als een
kussentje met een soort riem voor de opvang
van haar ontlasting dat 2 keer per dag kwam. De
opmerkingen van Pring benadrukken de
noodzaak dat al in 1820 het verstrekken van
gespecialiseerde stomazorg en het kiezen van
het fijnste stomamateriaal erg belangrijk was.
Pring
vond dat de colostoma bij Mrs. White een groot
voordeel
was. Hij geloofde dat de colostoma:
“haar een moraal verleende, net als een lichamelijk
voordeel omdat de stoma het darmprobleem heeft
opgelost. En dat de stoma haar tegelijkertijd een
nieuwe levensinvulling gaf”.
Pillore en Fine hadden in de
negentiende eeuw de methode bedacht
om te spoelen bij een colostoma.
Deze methode raakte in de vergetelheid en werd
opnieuw ontdekt in 1917 door
Lockhart Mummery (Engeland), die in
datzelfde jaar de ervaringen publiceerde van mensen
met een colostoma die spoelden. De spoelmethode was
vooral in trek in de Verenigde Staten,
en kwam later naar Nederland.
naar
boven
De
geschiedenis van de ileostoma
De ileostoma is een veel recentere
techniek, die vooral voortkwam uit de realisatie
dat chirurgie een effectieve behandeling bij
heftige Colitis Ulcerosa en de ziekte van Crohn kon
zijn. Deze ingreep vereist een verwijdering
van een deel, of de gehele
dikke darm, wat een colectomie wordt
genoemd. Nog in
1940 waren chirurgen onzeker over de
haalbaarheid van een colectomie wegens
technische moeilijkheden van de ingreep en de
problemen van de postoperatieve zorg. Rond
1950 echter, was de anesthesie
(verdoving) en postoperatieve zorg
verbetert, en werd colectomie in combinatie
met een ileostoma vanzelfsprekender.
De eerste geregistreerde aanleg
van een ileostoma was in 1879 door Baum,
een Duitse chirurg uit Danzig. Een tijdelijk
ileostoma werd aangelegd bij een patiënt met een
kwaadaardige tumor. De patiënt overleed
9 weken later aan buikvliesontsteking
door een lekkende darmnaad. Een succesvol herstel
na de aanleg van een ileostoma werd gemeld door
Maydi uit Wenen in 1883.
Lauenstein (1894)
legde de eerste uit-stekende
ileostoma aan, dat afklembaar was. Dit idee kwam
oorspronkelijk van Partsch (1883).
In deze tijd zijn ileostoma’s
minimaal 15 centimeter lang zodat de ontlasting
in het opvangmateriaal(een soort bakje) kan lopen
zonder dat de huid helemaal kapot gaat.
Carl Maydl ontwikelde in
1883
een methode waarbij een darmlis naar buiten werd
gehaald en tijdelijk werd vastgezet met een
staafje
dat onder de darm werd gebracht. Bij een tweede
operatie werd de darmlis doorgesneden, waardoor er
2
openingen ontstonden, en het staafje weer verwijderd.
Hierdoor ontstond er een dubbelloops stoma, wat
vooral bij tijdelijke stoma's werd gebruikt.

Een ileostoma moest regelmatig worden
opgerekt om te
voorkomen dat de opening te nauw werd en
dichtgroeide.
Sommige artsen probeerden deze problemen te
overwinnen door
huidtransplantaties op de stoma toe te
passen, maar dit had slechts beperkt succes. In
1952 toonde
Bryan Brooke aan dat huidtransplantaties niet
echt nuttig zijn, maar dat als je het einde van de
dunne darm
binnenstebuiten keerde en aan de huid
vasthechtte,
dit het dichtgroeien voorkwam. Het lijkt nu zo’n
simpele en logische oplossing, maar het was toen een
briljant idee.
Deze techniek gebruiken we
vandaag de dag
nog steeds.
“Most lay persons, as well as all too
many physicians and surgeons, have a horror
image of the constantly discharging intestinal stoma
and
frequently think, out of ignorance, that death
is preferable to ileostomy”
(DR.
Albery Lyons,
1952).
Dit was de gedachte van veel medici
en patiënten met een stoma tot de
jaren ’50.
Tot die tijd droeg deze ingreep ook een
onacceptabel hoog
aantal ziekte en sterfte gevallen met zich
mee, wat vooral het gevolg was van de
kritieke toestand
van de patiënt door acute of langdurige perioden van
Colitis Ulcerosa of de ziekte van Crohn. Deze
gedachte zou vandaag de dag nog steeds rondgaan als
de mensen niet de
voordelen van een stoma hadden ingezien.
Gelukkig is de veiligheid van chirurgie en onze
capaciteit om te zorgen voor de mensen die net zijn
geopereerd de laatste 50 jaar
sterk verbetert.
Terwijl de aanleg van een stoma nu gezien wordt als
routine en een relatief
laagrisico
procedure, is het voor veel mensen toch nog een
moeilijke keus. De aanleg van een stoma kan een
grote
verandering
in je dagelijkse leven zijn en psychisch hebben
sommigen het er ook moeilijk mee. Maar laten we maar
blij zijn dat we in
deze tijd
leven, want vroeger hadden mensen met darmziekten
niet veel overlevingskans.
naar boven
De geschiedenis van de urinestoma
Het eerste verslag van het
omleiden van de urine waarbij gebruik wordt
gemaakt van de
darmen is uit
1851, door
Simon bij een kind met een aangeboren afwijking.
Helaas
overleed het kind later.
Eind 19de
eeuw en begin 20ste eeuw waren
operaties met het gebruik van darmen door het gebrek
aan antibiotica zeer
riskant in verband met buikvliesontsteking.
Verhoogen en de Grauwe ontwierpen in 1909
een
vervangende blaas
van de
blindedarm en
creëerden zo een
appendicostoma wat te vergelijken was met de
urinestoma uit de jaren ’80.
In 1911 bedacht de
Amerikaan Robert Coffey
(1869-1933)
een techniek waarbij de
urineleiders in de endeldarm werden
gebracht. Hierdoor werden de urine en ontlasting
samen afgevoerd. Een nadeel hiervan was dat
je constant aan de
diarree was.
Toch was dit een vaak gebruikte techniek in die
tijd. In Nederland paste professor
dr. J.A. Korteweg deze techniek in een wat
gewijzigde vorm voor het eerst toe. Het
verschil was dat hij de urethers in het
sigmoïd net boven het rectum plaatste, in
plaats van in het rectum zelf zoals Coffey
deed.
In de tijd erna beschreven Zaayer
en Schoemaker voor het eerst een techniek waarbij er een
reservoir
werd gemaakt van de
dunne darm en zo een
urinestoma creëerde. De operatietechniek die
deze chirurgen toepasten, zou pas populair
worden in 1950, nadat Bricker
dezelfde methode in de Verenigde Staten toepaste. In
1909 legde Schoemaker voor
het eerst in de geschiedenis een
urinestoma aan bij een 18jarige vrouw met
een schrompelblaas wegens tubercolose. Professor
Zaayer maakte in 1910 medling van 2
door hem uitgevoerde operaties, waarbij hij een
urinestoma had aangelegd.
Bron:
het boek Een kwart eeuw stomazorg in Nederland
Daarna rond dezelfde tijd
ontdekten Ferris en Oedel dat bij
80% van de patiënten
met een Coffey stoma
dat er een
zuurvergiftiging optrad doordat de urine weer in
het lichaam werd opgenomen. Hierdoor verkozen ze
toen de urinestoma boven de Coffey stoma.
In
1950
ontwikkelde een Amerikaanse uroloog, Eugene
Bricker, de urinestoma die we nu kennen onder de
naam
“Bricker procedure”.
Van een klein stukje (10 tot 15 cm) van de dunne darm
wordt een
reservoir gemaakt om de urine vanuit de
urineleiders in op te vangen. Van dat stukje darm
wordt ook de daadwerkelijke stoma uitgang
gemaakt door het door de
buikwand
iets naar buiten te brengen. Sinds de jaren ’50 is
de Bricker procedure de
meest gebruikte
techniek voor een urinestoma.
De eerste pogingen om een
continent urinestoma
te creëren werden gedaan door
Tizzoni en Foggi
in 1888. In
1895 gebruikte
Mauclaire het
rectum als een reservoir voor urine.
Deze 2 vindingen waren essentieel voor de
ontwikkeling van de moderne continent stoma: Kock
stelde het principe vast van het gebruik van een
stuk darm om zo een
lage-druk reservoir te creëren, en Lapides
maakte het
katheteriseren populair. Door gebruik te
maken van deze 2 technieken, werd een
verscheidenheid aan
continent urinestoma’s geïntroduceerd. Een
betrekkelijk nieuwe
variant op de continent urinestoma is de
Indiana pouch. Deze operatietechniek is
ontwikkeld door de heer
Rowland en werd voor het eerst toegepast in
1987 in de
Amerikaanse staat Indiana. Voor het inwendige
reservoir wordt gebruik gemaakt van het
laatste stukje van de
dunne, en het
eerste stukje van de dikke darm. Op de
overgang tussen
deze 2 bevind zich een
natuurlijke klep die
lekkage
vanuit het reservoir
voorkomt.
naar boven
De geschiedenis
van de stoma in Nederland In zijn boek "Hondert Seltsame Aanmerkingen,
zo in de Genees- als Heel- en Snij-konst",
dat in 1682 te Amsterdam verscheen,
verteld de Nederlandse doctor Cornelis
Stalpart van der Wiel op welke wijze hij
een kunstmatige uitgang maakte door
bij een zware darmverwonding een buis in de darm te
brengen.
Om te voorkomen dat de darm zou
terugglijden in de buik, hechtte de
Zuidnederlander Johannes Palfijn de
darm aan de buikwand vast. In zijn
werk "nauwkeurige Verhandelingen van de
voornaemste Handwerken der Heelkonst"
(1710) raadt hij aan om grote darmverwondingen niet
te sluiten, omdat de wondranden
zich niet aan elkaar hechten maar zich ergens in de
buik zouden vasthechten. Het naaien
van grote wonden zou veel gevaar
kunnen opleveren volgens hem. Het was volgens hem
zeker mogelijk dat wonden konden genezen.
In 1698 observeerde hij in Parijs
een soldaat met een darmverwonding.
De gewonde dikke darm scheidde spontaan
ontlasting door de buikwand uit, waardoor de soldaat
genoodzaakt was zijn verdere leven een
instrument van blik te dragen.

Bron:
het boek Een kwart eeuw stomazorg in Nederland
Melding
van het aanleggen van een stoma
maakte Polano in het
Nederlandse tijdschrift voor geneeskunde in
1858, zij het met enige
terughoudendheid. Wat
niet vreemd was, aangezien de eerste gelukte
darmresectie (het verwijderen van een stuk darm) bij
de behandeling van een kwaadaardig gezwel pas in
1878 werd uitgevoerd door
Gussenbuaer en Martini in Hamburg. In het
begin van de twintigste eeuw werd er door
professor Rotgans ook melding gemaakt van een stoma,
in zijn boek Chirurgie der buikorganen (1904). Ook
Oidtmann sprak er tijdens vergaderingen
van de Nederlandse Vereeniging voor Heelkunde over,
waarvan de verslagen werden opgenomen in het
Nederlandse Tijdschrift voor Geneeskunde
(1908 en 1909). Hij riep de mensen op een
poging te wagen om de techniek van deze
operatie te verbeteren. Er bestond verschil
van mening over de methode
die moest worden gebruikt bij het aanleggen
van een stoma. Welcker maakte
tijdens een vergadering van de Nederlandse
Vereeniging voor Heelkunde in 1933
melding van de aanleg van een 'goede
continente anus preater naturalis definitivus'.
Bij deze methode werd een tunnel
gevormd onder het uiteinde van het s-vormige
gedeelte van de darm dat gelegen is tussen de dikke
darm en endeldarm (sigmoïd). Daaroverheen werd de
huid gesloten en in de ontstane huidtunnel werd een
rubberen buis achtergelaten. Een
soort klem, speciaal hiervoor
ontwikkeld, werd door de buis geleid. De druk werd
door de persoon zelf geregeld door een op maat
geknipt kussentje van celstof
tussen huid en klem te leggen.
Huidtunnel zoals aangelegd
door Welcker Bron:
het boek Een kwart eeuw stomazorg in Nederland
Professor dr. I. Boerema was een
voorstander van het
weghalen van een deel van de darm of het
rectum, zodat er geen stoma hoefte
te worden aangelegd. Er waren artsen die de
resectie krachtig verdedigden, zelfs al was
het sterftecijfer hoger in
vergelijking tot het aanleggen van een stoma. Nu
moet je natuurlijk wel bedenken dat de
opvangapparatuur in die tijd te wensen
overliet. De ontwikkeling van de techniek
die nu wordt gebruikt, was een lange weg. Pas in de
jaren '70 worden de moderne
chirurgische stomatechnieken in ons land
toegepast.
naar boven
De geschiedenis
van de pouch en continent stoma
In een poging om het dragen van
stomahulpmiddelen
overbodig te maken, ontwikkelde de Zweedse
chirurg Nils Cock uit Göteborg na jaren lang
dier-experimenteel onderzoek in de
jaren ’70 een
continent stoma.
Een
inwendig reservoir werd in de
buikholte
gemaakt van aan elkaar gehechte stroken
dunne darm. De
patiënt moest het reservoir legen met een
katheter
door een
opening in de
buikwand. Lekkage
bleef een probleem maar in
1972 loste hij
dat probleem op door een soort
klepje bij de
stoma-uitgang te ontwerpen, wat een
lekkage-proof
mechanisme
bleek.
In 1976 kwam professor Kock naar
Nederland om
tijdens het tienjarig jubileum van de 'Harry
Bacon Club' zijn techniek en ervaringen met
de operatie uiten te zetten.
De
Kock’s pouch zorgde ervoor dat sommige mensen
een andere keus hadden, maar het was nog steeds een
groot verschil met het normaal naar het toilet gaan.
De Berlijner
Rudolph Nissen had in 1933 een patiënt
waar bij hij de dikke
darm moest verwijderen. Hij hechte daarna de
dunne darm op
de
anus waardoor de patiënt geen stoma nodig
had. Helaas zorgde diarree ervoor dat veel mensen
niet tevreden waren met deze techniek. In een poging
de diarree te verminderen creëerde Peck in
1971 een reservoir (pouch) van het
laatste stukje van de dunne darm. Hiermee werd de
opslagfunctie
van de endeldarm nagebootst waardoor het
probleem met de diarree werd opgelost. In
Nederland leerde Dr. Lens in de jaren
1979 en 1981 de techniek van
professor Kock. Medio 1991 heeft hij inmiddels 100
continent ileostoma's en 25 continent urinestoma's
aangelegd. In 10% van de gevallen
traden complicaties op.
In
1978 beschreven Parks en Nicholls
uit Engeland
de aanleg van een pouch, als de
eerste keus bij colitis ulcerosa,
waardoor een ileostoma overbodig
werd. De pouch die Parks beschreef heeft inmiddels
plaatsgemaakt voor de J-pouch en de
W-pouch. Deze zijn makkelijker aan
te leggen en ze hebben een grotere
opslagcapaciteit. Vele chirurgen
ontwikkelden een
eigen techniek
welke bekend staan onder het
“pouch alfabet”
zoals de J, S, W en H. Inmiddels zijn er nog veel meer
technieken
ontwikkeld om de mensen met darmziekten zo goed
mogelijk te kunnen helpen; zoals de
INRA, een soort
darmslijmvlies transplantatie van de
endeldarm. En de
dynamische gracilis
plastiek, waarbij er een
nieuwe kringspier
wordt gemaakt van een spier uit het dijbeen. Wie
weet wat de artsen in de toekomst verder nog
allemaal zullen
uitvinden!
Bron:
het boek Een kwart eeuw stomazorg in Nederland
De eerste zelfhulpgroepen en patiëntenverenigingen
De eerste zelfhulpgroepen voor stomapatiënten
ontstonden in 1949. In het Valley
Forge General Hospital in Phoenixville,
Pennsylvania vergaderden 5 mensen
met een stoma. De pionier
in het oprichten van verenigingen van stomapatiënten
was Archie Vinitsky. In
1954 werd de eerste groep van stomadragers
opgezet in de Verenigde Staten, St. Paul
(Massachusetts). Uit deze en andere initiatieven in
de VS groeide een nationale beweging.
Uiteindelijk werd in 1962 de
Amerikaanse Vereniging van Stomapatiënten opgericht:
de United Ostomy Association. Al in
1951 was in Denemarken
een patiëntenvereniging opgericht: Copa Danish
Ostomy Association. In 1956 volgde
de oprichting van de National Ilostomy Association
in Engeland. In nederland
kwamen op 16 april 1966 vijf
stomadragers, een chirurg, een uroloog en een
districtsverpleegkundige bijeen die besloten een
vereniging voor stomapatiënten op te richten: de
Harry Bacon Club, tegenwoordig de
Nederlandse Stomavereniging genoemd.
naar boven
Bij het
onderwerp "De geschiedenis van de stoma" mede
gebruik gemaakt van de bron:
Ostomy Association
en het boek "Een kwart eeuw stomazorg in Nederland".
De geschiedenis van het
stomamateriaal
Bron
afbeelding: het boek
Baas op eigen buik.
In het verleden werd veel aan de inventiteit
van de stomadrager overgelaten, vaak werden ze na
een operatie zonder enige vorm van opvangapparatuur
naar huis gestuurd.
Bron
afbeeldingen:
het boek Een kwart eeuw stomazorg in Nederland
De geschiedenis van stomamateriaal is nog
niet zo heel oud. In de jaren '70 kwamen
pas de
moderne opvangmaterialen. Voor die tijd liet
de kwaliteit van het opvangmateriaal soms te
wensen over. Naast opvangmateriaal van
rubber, dat al in 1935 in Duitsland
werd geïntroduceerd, moesten de mensen het toen doen
met
metalen-, glazen of porseleinen bakjes.
Hieronder zie je voorbeelden van dit soort
opvangmateriaal. Hoewel opvangbakjes van
glas wel goed schoon te maken waren, moet je
er niet aan
denken wat de gevolgen zijn als het glas brak.
De opvangbakjes werden soms met een
opblaasbare rubberen rand passend op de buik
gemaakt.
De rubberen opvangzakjes
werden met hun elastische kraag om een ring
op de buik bevestigd of met huidcement
hermetisch op de buik
gekleefd.
Bron
afbeelding: het boek
Baas op eigen buik.
Bron
afbeelding:
Combicare nieuws
Dit opvangmateriaal werd erg vuil,
stonk en was erg
goed zichtbaar onder de kleding. Ze
sloten niet goed af, waardoor de mensen in die tijd
veel last hadden van lekkages. Ook
veroorzaakten de materialen allergieën en
huidirritaties. Toen net voor de tweede wereld
oorlog de eerste kunststoffen werden ontdekt,
werd het gemakkelijker om
lichtere materialen te gebruiken, die na
eenmalig gebruik
konden worden weggegooid in plaats van elke keer te
worden schoongewassen.
Overzicht van gummi-opvangmateriaal
Bron
afbeeldingen:
het boek Een kwart eeuw stomazorg in Nederland
In de jaren '60 waren er maar een paar
fabrikanten die opvangzakjes maakten. Dit waren
vaak zelf stomadragers. Omdat zij wisten waar
zich de problemen bevonden, besloten ze zelf
stomamateriaal te gaan ontwikkelen. Zo ontstonden de
eerste stomamerken, zoals Nu-Hope en Marlen.
Hoewel de
kwaliteit nog te wensen overliet (het waren
doorgestikte
plastic boterhamzakjes van de Hema en Vroom
en Dreesman die tussen een plastic bol of ring aan een riem werden
bevestigd, zoals je hieronder kunt zien), was het
toch al een enorme verbetering
ten opzichte van het opvangmateriaal van daarvoor.
Bron
afbeelding: het boek
Baas op eigen buik.
Bron
afbeeldingen:
Ostomates.org
Bron
afbeelding:
het boek Een kwart eeuw stomazorg in Nederland
Het was de producent Coloplast uit Denemarken die de
eerste plastic wegwerpzakjes ontwikkelde, dit
was al in
1954. Door een stoma-aanleg bij haar zuster
zocht de Deense verpleegkundige Elise
Sørensen naar beter opvangmateriaal.
In 1954 kwam zij op het idee om een eendelig
stoma wegwerpzakje te gebruiken. Met behulp
van ingenieur Aage Louis Hansen van
Coloplast is dit idee uitgewerkt. Elise stond met
hem in contact doordat zijn vrouw een
collega-verpleegkundige van haar was. Het waren hele simpele zakjes met
een zinkoxide kleeflaag, eigenlijk dezelfde
witte kleeflaag die vroeger onder elke gewone
pleister zat. Hoewel veel mensen er niet tegen
konden (de huid ging verhoornen), was het toch een
hele vooruitgang. Het was
niet meer zichtbaar onder de kleding, en
luchtdicht. Wel was het
zakje doorzichtig, had geen
filter en ritselde
erg.
Hollister ( Verenigde
Staten) kwam in
1960 met opvangzakjes met
Karaya-gom. Dit is een natuurlijk
product dat wordt gewonnen uit de bast van
een boomsoort en heeft sterk klevende en
huidbeschermende eigenschappen. Aanvankelijk
smolt het snel onder invloed van vocht en
warmte, maar dat probleem is later opgelost. Dit
product is ongekend populair
geweest, en wordt nog steeds gebruikt in de
stomazorg.
Merk:
Hollister
Pas in de
jaren '70 werden zakjes en huidplaten
uitgevonden die een duidelijke verbetering
betekenden voor de stomadrager. Al zou het nog wel
tot het eind van de 70-er jaren duren voordat er een
goed 2-delig systeem beschikbaar kwam. De
samenstelling van de zakjes werd verbeterd,
waardoor er geen
ongewenste geurtjes meer
doorheen kwamen.
Bron
afbeeldingen: links
het boek
Baas op eigen buik, rechts
Ostomates.org
Per toeval
kwam er in 1970 een
keerpunt in stomazorg. De firma
Squibb in Australië introduceerde in dat jaar de
hydrocolloïdplak,
(ook wel kaasplak) waardoor de stomadrager geen last meer had van
allergische reacties van de huid.
Hydrocolloïd
kwam oorspronkelijk op de markt als kleine
pleister bedoeld voor tandartsen en kaakchirurgen om
toe te passen als klevend verband op
tandvlees. Pas later ontdekte men per toeval dat dit materiaal
ook goed dienst kon doen op de huid rondom een
stoma. Dr. E.S.R. Hughes, een
Australische chirurg, had dit klevende verband bij
zijn tandarts gezien en kwam op het lumineuze idee
om de huid rond de stoma daarmee te
beleggen, en met succes.
Deze ontdekking betekende een ommekeer in
stomazorg, maar ook voor de firma Squibb.
Het product voor tandartsen en kaakchirurgen was
namelijk al bijna in andere handen
overgegaan, alleen het contract
moest nog worden getekend. Tot Dr. Hughes hen belde...
De plakken werden 'Stomahesive'
genoemd en in de handel gebracht met het formaat van
10 bij 10 centimeter (toen nog zonder flens).
In die tijd kostte een plak
10 gulden per stuk, en daar moest
het stomazakje dan nog bij worden opgeteld. Uit de
firma Squibb werd een aparte organisatie
opgezet die zich ging bezighouden met de
ontwikkeling van producten waaraan in de
stomazorg behoefte was: ConvaTec.
Merk:
ConvaTec
In
1977 kwam ConvaTec
met System II, in 1978 omgedoopt tot Combihesive
systeem. De Stomahesive plak werd uitgerust met een
soort tupperware ring, waarop een
stomazakje kon worden bevestigd.
Dit systeem is een groot succes geworden.
Bron
afbeelding: het boek
Baas op eigen buik.
Er werd steeds meer aandacht besteed aan het
perfectioneren van het product: de soepelheid,
de kleefkracht en het vochtopnemende vermogen van de
huidplaat. Ook de
opvangzakjes werden verbeterd: geen gekraak
meer, betere filters voor ontluchting en voor
de ileostoma een opening onderaan.
Eind jaren '60 komen ook de
stomahulpmiddelen in het ziekenfondspakket
terecht. Dansac, een fabrikant die
ontstond door onvrede over het niet
willen inspelen op de behoefte van de gebruikers
waardoor er een medewerker van één van de grootste
leveranciers van stomamateriaal ter wereld in
1971 voor zichzelf begon, bracht als eerste
de huidkleurige folie en de
non-woven
achterzijde (eind jaren '70) op de markt.
Bron
afbeeldingen:
Ostomates.org
Natuurlijk stoppen de
ontwikkelingen niet. Zo is er inmiddels ook een
convex huidplak voor de dieper
liggende stoma (waarvan Marlen de
eerste fabrikant was), toilet doorspoelbare
stomazakjes, tweedelige systemen met
plaksysteem in plaats van kliksysteem,
systemen voor mensen met een moeilijke
handfunctie of gezichtsstoorsnissen, zakjes met dubbel filter, een
non-woven laagje om het stomazakje,
allerlei verschillende vormen
klittenbandsluitingen van een ileo opening
in plaats van een clip en een kneedbare
huidplak. Ook intruceerde Coloplast de
Conseal plug, dat bij mensen met een
colostoma kan worden toegepast. Benieuwd wat er binnenkort op
de markt komt...
Bronnen
gebruikt voor het onderwerp stomamateriaal:
Combicare nieuws
en het boek
Baas op eigen buik.
Wij hebben
ons best gedaan om zo correct mogelijk alles
te verwoorden, maar het kan natuurlijk dat bepaalde
gegevens niet helemaal juist zijn. Als je een
aanvulling hebt voor deze pagina zouden we het zeer
op prijs stellen als je het ons laat weten.
|