|
1.4 Hulpmiddelenzorg, artikel
2.15
Hulpmiddelen als bedoeld in artikel
2.6, eerste lid, onderdeel h, omvatten:
a. urine-opvangzakken met de
noodzakelijke hulpstukken ter bevestiging aan
het been of bed;
b. voorzieningen voor
stomapatiënten, te weten:
1º. systemen ter bevestiging
op een stoma voor de opvang van faeces of urine,
bestaande uit opvangzakjes en kleefplaten, daarbij
benodigde hulp- en verbindingsstukken,
opvulmaterialen, reinigingsgaasjes, wegwerpzakjes,
spoelapparatuur met toebehoren, stomapluggen,
stomapleisters en indikmiddelen;
2º. noodzakelijke
huidbeschermende middelen, voor zover daarop niet
reeds aanspraak bestaat op grond van artikel 2.8 van
het Besluit zorgverzekering;
3º.
afdekpleisters en katheters bestemd voor een
continentstoma;
Toelichting artikel 2.15
Eerste lid, algemeen
De voorzieningen voor stomapatiënten en incontinentie-/absorptiemateriaal zijn in deze
bepaling uitgewerkt. Bij deze middelen gaat het om uiteenlopende voorzieningen die in het
algemeen per stuk weinig kostbaar zijn, maar door de betrokkenen bij herhaling en langdurig
moeten worden gebruikt.
Eerste lid, onderdeel a
Met ‘noodzakelijke hulpstukken ter bevestiging’ worden hulpstukken ter bevestiging van een
urinezak aan het been en rekjes voor bevestiging van de urinezak aan het bed bedoeld.
Eerste lid, onderdeel b
De voor rekening van de zorgverzekering komende voorzieningen voor stomapatiënten zijn
limitatief omschreven. In de praktijk is gebleken dat voor de gazen en wegwerpzakjes geen
goed alternatief kan worden geboden en dat de kosten voor deze producten voor de verzekerde
bovendien substantieel zijn. Met de reinigingsgaasjes worden niet-steriele non-woven gazen
bedoeld, die gebruikt worden voor het reinigen van de stoma. Het is niet noodzakelijk steriele
gazen en als medisch aangeprezen schoonmaakmiddelen te gebruiken. De beschikbare
stomareinigingsdoekjes zijn vergelijkbaar met niet-steriele non-woven gazen. De patiënt dient
zelf te voorzien in de middelen voor het schoonmaken van de huid rond de stoma.
Er is een ruim assortiment antiallergische en al dan niet desinfecterende schoonmaakmiddelen
bij drogist of supermarkt verkrijgbaar. Deze middelen zijn niet kostbaar en kunnen gerekend
worden tot het gebied van de persoonlijke hygiëne.
Indikmiddelen worden toegepast bij zeer dunne ontlasting, hetgeen voorkomt bij een kleine
groep ileostomapatiënten. Door het gebruik van deze indikmiddelen hebben deze mensen een
betere kwaliteit van leven.
Subonderdeel 1
T
ot de benodigde hulp- en verbindingsstukken behoren ook de gordels ter bevestiging van
stomazakjes op het lichaam.
Subonderdeel 2
Onder huidbeschermende middelen valt een uitgebreid scala van huidbeschermende zalven en
crèmes met een zeer grote prijsdifferentiatie. Daaronder vallen ook sprays of tissues met een
huidbeschermende werking. Deze middelen zijn bijvoorbeeld geïndiceerd bij mensen met een
gevoelige huid of een hoge stoma, waarbij de huid als gevolg van dunne, agressieve
uitscheiding een grotere kans heeft op ontsteking. De toepassing van huidbeschermende
middelen in de vorm van een spray of tissue kan beter worden gedoseerd dan een crème of
zalf, waardoor problemen als bijvoorbeeld lekkage kunnen worden voorkomen.
De reeks beschikbare producten varieert van goedkope smeersels tot dure spécialités,
aangeboden in het assortiment van de fabrikanten van stomamateriaal. Het is nooit aangetoond
dat genoemde spécialités effectiever zijn dan de goedkope smeersels. De zorgverzekeraar kan
de aanvraag voor een onnodig kostbaar middel afwijzen, met het argument dat het geen
doelmatige zorgverlening betreft.
5.3 Bepalingen omtrent de prestaties
§ 1.4 Hulpmiddelenzorg, artikel 2.6, eerste lid, algemeen
In het eerste lid van deze bepaling zijn, op grond van artikel 2.9 van het Besluit
zorgverzekering, de soorten hulpmiddelen aangewezen die onder de te verzekeren Zvwprestaties
vallen. Omdat bij de Zorgverzekeringswet uitgangspunt is dat de doelmatigheid een
aangelegenheid van de zorgverzekeraar is, wordt bij de hulpmiddelenzorg aan de
zorgverzekeraars ruimte geboden om decentraal in een klantgerichte benadering te komen tot
een transparante en controleerbare invulling van adequate zorg. Om te komen tot een
transparante invulling is het aan de zorgverzekeraars om de uiteindelijk te verstrekken
hulpmiddelenzorg het eindresultaat te laten zijn van een geprotocolleerde vertaling van een
diagnose en indicatie in concrete voorzieningen. Inadequate uitkomsten van een dergelijke
vertaling kunnen worden aangepakt door kritische beschouwing en verbetering van de
doelmatigheid van het verstrekkingenproces.
Het uitgangspunt bij de verstrekking van hulpmiddelen is dat zorgverzekeraars een hulpmiddel
gebruiksklaar afleveren. Immers, artikel 2.9 van het Besluit zorgverzekering bepaalt dat het gaat
om functionerende hulpmiddelen. Een hulpmiddel is gebruiksklaar als het werkt en de
verzekerde weet hoe hij met het hulpmiddel moet omgaan. Dit betekent dat de
gebruikersinstructie onderdeel is van het hulpmiddel.
Artikel 2, eerste lid, aanhef, van de Regeling hulpmiddelen 1996 regelde nog expliciet dat ‘te
allen tijde aanspraak moet bestaan op een adequaat hulpmiddel’. Dat het recht op een
hulpmiddel een goed functionerend en bij de beperking van de verzekerde passend (dus
adequaat) hulpmiddel moet betreffen, spreekt echter voor zich. Dit houdt ook in dat, net als bij
de Regeling hulpmiddelen 1996, een hulpmiddel vervangen of gewijzigd kan worden. Mocht
een hulpmiddel niet meer goed of onvoldoende functioneren, dan is er immers geen sprake
meer van een adequaat functionerend hulpmiddel en dient dit hulpmiddel in voorkomende
gevallen hersteld of vervangen te worden.
|