English/under construction Nederlands

 

Onderzoeken

 

Op deze pagina hebben we zoveel mogelijk onderzoeken proberen te verzamelen
die te maken hebben met het maagdarmstelsel en de urinewegen.
Mis je nog een onderzoek? Laat het ons dan weten!

 

Je vind op deze pagina de volgende onderwerpen:

* Algemeen onderzoek
* Laboratoriumonderzoek
* Röntgenonderzoek
* Endoscopisch onderzoek
* De persoonlijke ervaringen van Jaime en Frans met een scopie door de stoma *
* De persoonlijke ervaringen van Charlotte met de camerapil*
* Metingen
* Radioactief

 

Algemeen onderzoek

Vaak volgt er eerst een gesprek met de arts waarin hij probeert het klachtenpatroon zo volledig mogelijk te leren kennen, deze methode wordt de anamnese genoemd. Een van de eerste onderzoeken die je kunt krijgen is het lichamelijk onderzoek (klinisch onderzoek). Door het kijken, voelen en bekloppen van de buik en het beluisteren met de stethoscoop naar bijvoorbeeld darmgeluiden, kan de arts aanwijzingen krijgen over de aard van de ziekte.

Bron afbeelding: Academie voor Mesologie

 

Als de klachten daartoe aanleiding geven, voelt de arts ook met een of twee vingers in de anus en het laatste deel van de dikke darm. Dit heet een rectaal onderzoek of toucheren (palpatio per anum). Hierdoor komt hij meer te weten over de toestand van de sluitspier, de aard van de ontlasting en de eventuele aanwezigheid van poliepen (dit zijn goedaardige paddenstoelachtige vormsels). Ook kan hij op deze manier de prostaat bij de man onderzoeken. Dit onderzoek is natuurlijk niet zo prettig, maar het is gewoonlijk niet pijnlijk.

 

Naar boven

 

Laboratoriumonderzoek

Vaak kan er veel worden vastgesteld door onderzoek van het bloed, urine, ontlasting en andere afscheidingsproducten van het lichaam. Al deze onderzoeken die de oorzaak en omvang van een ziekte helpen vaststellen, worden laboratoriumonderzoeken genoemd. Deze laboratoriumonderzoeken kunnen worden verdeeld in drie hoofdgroepen: Klinisch chemisch onderzoek, Microbiologisch onderzoek en Pathologisch anatomisch onderzoek.

Bij klinisch chemisch onderzoek worden bloed en andere lichaamsvloeistoffen en afscheidingsproducten zoals urine, ontlasting, sputum (slijm uit de longen), wondvocht of ruggenmergvloeistof (liquor) onderzocht op de aanwezigheid van bepaalde stoffen. Er wordt onderzocht of de waarden afwijken van de normaalwaarden (dit is uitslag van het onderzoek bij een gezond persoon). Afwijkingen van de normaalwaarde (te hoog of te laag) kunnen een aanwijzing geven over welke aandoening daarvan de oorzaak is. Bijvoorbeeld bij ontstekingen in de darm is de 'bloedbezinking'(bezinkingssnelheid van de rode bloedlichaampjes, BSE) in het bloed hoger dan normaal. Onderzoek van de ontlasting kan aandoeningen als darmkanker, colitis ulcerosa, de ziekte van Crohn, poliepen en nog meer aan het licht brengen.

Microbiologie is de studie van de micro-organismen, dat zijn minuscule levende organismen die ziekte veroorzaken bij mensen. Je hebt verschillende typen micro-organismen, zoals bacteriën, virussen en schimmels. Bij microbiologische onderzoeken worden lichaamsvloeistoffen en afscheidingsproducten onderzocht op de aanwezigheid daarvan.

Bij pathalogisch anatomisch onderzoek worden cellen (cytologie) en weefsels (histologie) onderzocht op ziekteverschijnselen. Deels gebeurt dit met het blote oog (macroscopisch) maar het grootste gedeelte van dit soort onderzoek wordt met behulp van een microscoop gedaan. Door middel van speciale kleuringen en andere technieken worden de celstructuren zichtbaar gemaakt. Op deze wijze kunnen normale, gezonde cellen worden onderscheiden van afwijkende, zieke cellen. Pathologische anatomie wordt vaak gebruikt bij onderzoek en behandeling van kanker, maar er kunnen ook vele andere ziekten mee worden onderzocht. Het materiaal voor dit onderzoek wordt verkregen door een uitstrijkje, punctie (met behulp van een naald worden cellen of vloeistoffen opgezogen), biopt (hierbij wordt een stukje weefsel weggenomen) of bij een operatie.

bron afbeelding: Orbis

Bij veel ziekten bevat de urine stoffen die daar niet in thuishoren. Bij sommige ziekten, zoals chronische nierinsufficiëntie, kan er minder urine worden geproduceerd. Anderzijds kunnen mensen met diabetes grote hoeveelheden urine produceren. Zelfs de registratie van de uiterlijke kenmerken van urine kunnen helpen ziekten te diagnosticeren. Geïnfecteerde urine of urine die bloed bevat, kan bijvoorbeeld zijn normale helderheid verliezen en troebel worden. Urine kan ook worden onderzocht op urineweginfecties door onder een microscoop te zoeken naar witte bloedcellen en bacteriën en door na te gaan of er zich micro-organismen ontwikkelen wanneer het gedurende 48 tot 72 uur op kweek wordt gezet.

Ontlasting kan worden onderzocht op verscheidene ziekten en infecties. De aanwezigheid van vet in de ontlasting (steatorrhoea) duidt op een aandoening van de lever, de galblaas of de alvleesklier. De aanwezigheid van een kleine hoeveelheid bloed (occult bloed, hemocult = een test om microscopische hoeveelheid bloed in de ontlasting op te sporen) kan soms op een beginstadium van darmkanker wijzen. Wanneer onder een microscoop eitjes of cysten in de ontlasting worden gevonden, helpt dit een worminfectie vast te stellen. Met behulp van in een kweek vastgestelde aanwezigheid van bacteriële organismen kunnen dysenterie en andere bacteriële darminfecties aan de hand daarvan worden aangetoond.

bron afbeelding: Dymo

Naar boven

 

Röntgenonderzoek

Een veel voorkomend onderzoek is het röntgenonderzoek. Bij het maken van röntgenfoto's worden stralen vanuit een stralenbron door het lichaam van een patiënt heen op een fotografische plaat of televisiescherm geprojecteerd. Botten houden de stralen tegen en geven dus schaduwen. De foto's zien eruit als een fotonegatief. Om op een foto de darmen of blaas zichtbaar te krijgen, wordt vaak een contrastmiddel toegepast. Dat is een middel dat net als de botten de stralen niet of veel minder laat doordringen tot op de fotografische plaat of het televisiescherm. De contrastvloeistof verlaat het lichaam weer met de ontlasting of urine.

Je hebt verschillende soorten röntgenonderzoeken. Allereerst de buikoverzichtsfoto. Dit is een röntgenfoto van de gehele buik, waarbij geen contrastvloeistof gebruikt wordt. Wanneer er bijvoorbeeld spraken is van ernstige verstopping, is op de foto de stapeling van grote hoeveelheden ontlasting zichtbaar.

Een onderzoek waarbij ze de buikoverzichtsfoto gebruiken is de Pellet-passagetest. Je moet dan korreltjes of ringetjes slikken, die op een röntgenfoto zichtbaar zijn, zodat het transport van voedsel door het darmkanaal kan worden gevolgd. Daarna worden er een aantal dagen achter elkaar röntgenfoto's gemaakt, zodat te zien is waar de ringetjes zich in het darmkanaal bevinden. Zijn er bijvoorbeeld na 4 dagen nog steeds ringetjes zichtbaar dan is er sprake van verstopping.

Je hebt ook röntgenonderzoeken waarbij er een specifiek onderdeel wordt gefotografeerd. Bijvoorbeeld bij een dunne-darmfoto. Hierbij moet je dunne darm leeg zijn, dit gebeurd door een te volgen dieet in combinatie met laxerende medicatie. Je krijgt contrastvloeistof toegediend door middel van een slangetje door je neus of mond via de maag waarna je in verschillende posities onder het röntgenapparaat moet gaan liggen. Ook heb je een dikke-darmfoto, waarbij je dikke darm net als bij het onderzoek hierboven leeg moet zijn. Er wordt via de anus eerst contrastvloeistof en daarna lucht ingespoten, dit laatste gebeurd zodat de darm zich ontplooid en dus beter zichtbaar is.

Enteroclysis. Dit is een speciale techniek om dunne-darmfoto’s te maken waarbij het contrastmiddel via een slangetje in de mond of neusgat wordt ingespoten in plaats van ingeslikt. De dunne darm wordt gevuld met een verdunde bariumpap langs een duodenaalsonde (soort maagsonde geplaatst tot in de dunne darm). Zonder slangetje moet de pap worden opgedronken (± 1 liter) en komt eerst in de maag. Het zal 3 tot 6 uur duren voordat het laatste gedeelte van de dunne darm wordt bereikt. Via het slangetje loopt de pap direct in de dunne darm en komt niet eerst in de maag. Via een pompje, dat aangesloten wordt op het slangetje, loopt de pap met een bepaalde snelheid in de dunne darm. Tijdens het inlopen van de pap worden er verschillende foto’s gemaakt. Om sommige gedeelten van de dunne darm beter te kunnen bekijken, worden er foto’s gemaakt, waarbij er voorzichtig op je buik wordt gedrukt.

Bron afbeelding: LUMC

 

Een röntgenonderzoek waarbij er naar de nieren (renes), urineleiders (ureters)en blaas (vesica urinaria) wordt gekeken, wordt een Intra Veneus Pyelogram (IVP) genoemd. Bij dit onderzoek moeten de darmen schoon zijn, omdat er anders een mogelijkheid bestaat dat een gedeelte van de nieren en/of urineleiders niet goed te zien zijn op de foto. Door middel van een injectie via een bloedvat in de arm, wordt een jodium houdende contrastmiddel toegediend waarna er foto's worden gemaakt.

Een onderzoek die je 'gratis' bij de IVP krijgt, is de cystogram (cyst=blaas, grafie=afbeelding). Hierbij wordt via een katheter (een slangetje dat via de plasbuis in de blaas wordt gelegd) de blaas met een vloeistof gevuld die op een Röntgenfoto zichtbaar is. Hiermee kunnen grotere tumoren zichtbaar worden. Na het legen van de blaas kan tevens beoordeeld worden in hoeverre de blaas leeg komt.

 

Naast de röntgentechniek is er nog een andere beeldvormende techniek:de CT-scan (Computertomografie) en de MRI (Magnetic Resonance Imaging). Op een CT-scan blijven botstructuren als op gewone Röntgenfoto's heel goed te zien, maar daarnaast zijn de omgevende weke delen ook enigszins zichtbaar. Een röntgenfoto is een soort portret waarop men verschijnt in dezelfde houding als waarin men is gefotografeerd, terwijl een CT-scan eigenlijk een doorsnede is door het lichaam die door de computer is getekend. Dat heeft te maken met de manier waarop een CT-scan wordt gemaakt. Je moet daarvoor onbewegelijk op een soort matras liggen, terwijl het lichaamsdeel waar het omgaat in de opening ligt van de scanner. De CT-scanner is een soort ring waar het te scannen lichaamsdeel "plakje voor plakje" doorgeschoven wordt, waardoor je een dwarsdoorsnede van het lichaam krijgt.

Een nieuwe ontwikkeling is de Spiraal-CT-scan. Deze nieuwe techniek is sneller en op de foto's is meer te zien dan bij een gewone CT-scan. Bij de spiraal-CT-scan wordt niet plakje voor plakje gescand maar wordt een zogenaamde volumescan gemaakt in één doorlopende spiraalvormige beweging van de Röntgenbron. Er kunnen in zeer korte tijd heel dunne dwarsdoorsneden worden gemaakt, waarmee driedimensionale afbeeldingen kunnen worden gereconstrueerd.

bron afbeelding: Kennislink

 

Bij de MRI-scan (Magnetic Resonance Imaging), ook wel magneetscan genoemd, worden eveneens doorsneden gemaakt door het lichaam heen, in drie dimensies. Je komt in een lange tunnel te liggen die een sterke magneet bevat, waarbij het water in de weefsels gemagnetiseerd wordt. Hierdoor gaan in het weefsel de wateratomen zich als miniatuurmagneetjes gedragen. Ook worden vanuit de scannertunnel radiogolven uitgezonden van een golflengte die de watermagneetjes als het ware doen meetrillen (resoneren) waarbij ze energie uit de radiogolven in zich opnemen. Als de radiogolf wordt gestopt wordt de eerder opgenomen energie uitgezonden als een signaal. Uit deze signalen kan de computer van het apparaat de samenstelling van de verschillende weefsels berekenen en ze uittekenen in de vorm van een doorsnede (de MRI-scan). Gebieden waar geen water is, zoals lucht of bot, geven geen signaal en zijn zwart op de scan. Een MRI-onderzoek duurt 20 minuten tot ongeveer een uur. Vaak kun je er naar muziek luisteren en je eigen CD meenemen. Mensen met een pacemaker kunnen dit onderzoek niet ondergaan, omdat de pacemaker dan ontregeld raakt door het magneetveld. Om bloedvaten of tumoren nog beter te kunnen zien, wordt ook wel gebruik gemaakt van Magnetic Resonance Angiography (MRA). Deze techniek werkt hetzelfde als bij MRI, alleen wordt er vooraf contrastvloeistof (gadolinium) ingespoten.

Bron afbeelding: Bupa hospitals UK

 

Dan is er nog een röntgenonderzoek: defaecografie, dit is een röntgenonderzoek van de defaecatie (het ontlasten). Bij dit onderzoek wordt via een slangetje in de anus de endeldarm gevuld met dikke bariumpap (bariumsulfaat suspensie). De bariumpap lijkt wat volume betreft op echte ontlasting. Vervolgens moet je proberen de bariumpap net als gewone ontlasting uit te drukken op een zogenaamde defecografiestoel. Deze stoel is vergelijkbaar met de normale toiletpot en staat op een röntgentafel. Van het hele proces worden röntgenfoto's gemaakt. De bewegingen van de bekkenbodem, de endeldarm en de anus kunnen zo bij rust, bij knijpen en bij persen worden onderzocht. Afwijkingen in de bewegingen van de bekkenbodem en de anus, uitzakken van de endeldarm of uitpuilen van de endeldarm in de vagina kunnen op deze manier worden aangetoond.

Naar boven

 

Endoscopisch onderzoek

Endoscopie: 'endo' betekent 'van binnen' en 'scoop' betekent 'kijker'. Het is het bekijken van inwendige organen met behulp van een endoscoop die via natuurlijke lichaamsopeningen ingebracht wordt. Een endoscoop is een flexibele(=buigzame) buis en heeft aan de punt een klein cameraatje en een lampje, waardoor het onderzoek op een televisiescherm te volgen is. Door de flexibele buis kan de arts instrumenten schuiven, waarmee bijvoorbeeld een klein 'hapje' (biopt) uit het slijmvlies kan worden weggenomen. Het biopt kan vervolgens verder worden onderzocht op afwijkingen. Zo'n biopsie doet geen pijn, omdat de meeste inwendige organen geen pijnvezels hebben. Al naar gelang het orgaan dat van binnen wordt bekeken, wordt een andere naam gebruikt. We bespreken hier alleen de onderzoeken die betrekking hebben op het maagdarmstelsel en de urinewegen.

Bron afbeelding: Ultrason medical

 

De colo(no)scopie hierbij wordt in de dikke darm of "colon" gekeken en eventueel in het laatste deel van de dunne darm of "ileum". Om het onderzoek goed te kunnen uitvoeren, moet je dikke darm helemaal leeg zijn. Hiervoor zijn verschillende methoden, die per ziekenhuis variëren. In veel gevallen moet je het laxeermiddel klean-prep of Colofort drinken met daarbij een dieet. De 2 laxeermiddelen zijn PEG-oplossingen (percutane endoscopische gastronomie). Ze bevatten de laxerende stof macrogol, welke niet door de darmwand wordt opgenomen maar wel vocht vasthoudt. Hierdoor ontstaat de diarree en wordt de dikke darm 'schoongespoeld'. Omdat je daarbij snel zouten en mineralen kwijtraakt, zijn deze aan het middel toegevoegd (elektrolyten). Een alternatief voor de vele liters Klean-prep is het middel Phosporal (behoort niet tot de PEG maar de fosfaationen), waarvan je minder hoeft te drinken (2 doseringen van 45 ml) en ook minder vies is (smaak gember-citroen). Of het middel MoviPrep, waarvan je "maar" 2 liter in plaats van 4 hoeft te drinken. De laatste is ook een PEG, alleen zijn hier 2 stoffen aan toegevoegd (ascorbinezuur en natriumascorbaat) die de laxerende werking versterken waardoor je er minder van nodig hebt. Vraag dus altijd naar de mogelijkheden van laxeren!

 Indien je dat wilt, kun je een verdoving (slaapmiddel/ pijnstiller) via een infuus in je hand/arm toegediend krijgen (sedatie, ook wel 'roesje' genoemd). Sommige mensen vallen hiervan in slaap, anderen blijven wakker, maar zijn wat meer ontspannen door het roesje. Heel soms krijgen mensen een narcose. Via de anus wordt de colonoscoop van ongeveer 1 cm doorsnee voorzichtig in de endeldarm gebracht. Daarna wordt deze langzaam en geleidelijk steeds verder in de dikke darm geschoven. Er wordt ook wat lucht langs de endoscoop in de darm geblazen, zodat de darmwanden wat van elkaar af gaan staan. Tijdens het onderzoek kunnen sommige aandoeningen meteen al worden behandeld, bijvoorbeeld het openmaken van vernauwingen en het wegnemen van poliepen. Het is een niet zo prettig onderzoek en dat heeft voornamelijk te maken met de lucht die wordt ingeblazen, wat krampen kan veroorzaken. De ene persoon is hier gevoeliger voor dan de ander. Medicijnen mag je voorafgaand aan het onderzoek blijven gebruiken, behalve ijzertabletten, omdat deze de darmwand zwart kleuren. Soms moet er ook tijdelijk met bloedverdunners worden gestopt. 

Je hebt ook een sigmoïdoscopie, hierbij wordt alleen het laatste deel van de dikke darm (ongeveer 50 cm) bekeken. En een rectoscopie/proctoscopie, waarbij alleen de binnenkant van de endeldarm en anus wordt bekeken. Doordat bij deze 2 laatste onderzoeken een stuk minder lucht wordt ingeblazen heb je veel minder last van krampen.

Bron afbeelding: Sweetlove

 

Als je een stoma hebt, kan er ook een scopie worden gedaan via je stoma in plaats van via de anus. Vaak is het onderzoek zelf maar zeker de voorbereiding een stuk minder belastend dan door de anus. En een voordeel bij een ileostoma is dat de weg naar de dunne darm veel korter is dan via de anus, de bochten van de dikke darm kunnen erg vervelend zijn. De voorbereiding hangt af van het type stoma dat je hebt. Bij een ileostoma is het vaak voldoende als je op de dag van het onderzoek geen vast voedsel meer eet. Vaak hoeft er niet gelaxeerd te worden. Mensen met een colostoma mogen ook de dag ervoor niet eten en moeten wel laxeren. Door de vastere ontlasting bij een colostoma is de dikke darm moeilijker schoon te krijgen. Bij een ileostoma is dit makkelijker, en kan er bovendien tijdens het onderzoek gemakkelijk dunne ontlasting worden weggezogen. Voor mensen met een colostoma die hun darmen regelmatig spoelen, kan soms wel een uitzondering qua voorbereiding worden gemaakt. Overleg dit met je arts en stomaverpleegkundige! Vaak komt bij mensen met een stoma de ingeblazen lucht er wat sneller uit. Ook duurt het onderzoek vaak een stuk korter.

De persoonlijke ervaringen van Jaime:

"Ik ben Jaime, 31 jaar en heb een ileostoma, door de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa, niet 100% zeker. Ik kreeg een scopie door mijn stoma om te kijken of er geen ontstekingen zaten. Bij een scopie door de stoma gaat de voorbereiding anders dan door de anus. Ik heb 2 verschillende voorbereidingen gehad. Voor alleen het eerste stuk bij de stoma te bekijken, hoefde ik geen Klean-Prep te gebruiken!! De ene keer kreeg ik 2 klysma’s in de stoma met een lang slangetje eraan, dat werd een smeerboel, na het inspuiten spoot het er zo weer uit, maar ik was wel schoon! En de andere keer een voorbereiding met een irrigatieset. Dat is een set met een conus (zo’n tuutje die op de stoma gezet word) met een waterzak, dat ging heel gemakkelijk. Die waterzak bleef ook tijdens de scopie zitten omdat je aan de bovenkant een opening hebt waar ze zo bij kunnen. Bij mij werd er een kinderscopie gebruikt, omdat mijn ingang nauw is/was. De scoop gaat in de stoma en als je geen roesje hebt, kun je meekijken op het scherm. Ik heb wel voor een roesje gekozen. Als ik een sigmoïdoscopie krijg (onderzoek van de endeldarm), kijk ik wel mee en ik vind het interessant om te zien en de pijn valt reuze mee. Ik ervaarde de scopie erg goed. Vooral de mensen van de scopie afdeling kunnen je goed geruststellen en zijn heel aardig. De uitslag was goed en er waren geen ontstekingen zichtbaar."

en Frans:

"Ik ben Frans, 60 jaar en heb eind 2005 endeldarmkanker gekregen waardoor de anus werd verwijderd er een blijvend colostoma is aangelegd. Na anderhalf jaar kreeg ik een scopie onderzoek van mijn darmen door mijn stoma. De dag ervoor moest ik nuchter blijven en verdeeld over die dag 4 liter Cleanprep drinken, dat is geen pretje om dat naar binnen te krijgen maar het lukte aardig. Ik heb toen een open ileostoma zakje aangedaan dat ik die dag verschillende keren heb moeten leeg maken, want het werkt wel die Cleanprep om de darmen leeg te krijgen, het komt er met golven uit.

De volgende morgen naar het ziekenhuis en kreeg daar een nog grote beker om leeg te drinken. Voor het onderzoek nog even een gesprek met de arts hoe het ging. Ik vroeg toen om geen roesje te krijgen omdat ik mee wilde kijken hoe zo’n onderzoek gaat. Hij stemde hier mee in, maar er werd wel een infuus aangelegd. Want als ze merkten dat ik het niet kon verdragen konden ze meteen een roesje inspuiten. Ik moest op mijn rug gaan liggen, de verpleegkundige was nog met mij aan het praten toen de arts de scopie al een stukje erin had zitten zonder dat ik dit voelde. Ze gingen verder en bij een bocht merkte ik goed dat het net was of je van binnenuit je buik aan het oplichten waren, een raar gevoel was dit. Op de monitor zie je dan je eigen darmen hoe die er van binnen uitzien. Ze gaan eerst tot het einde van de dikke darm en vertellen dan ook wat ze tegen komen. Ze hadden twee poliepen gezien en zouden deze op de terugweg eruit halen. Dit is bijzonder mooi om te zien hoe ze dit doen. Met een dun draadje door de scopie slang die je voor de camera eruit ziet komen. Als een lasso doen ze die om de poliep, trekken de draad strak en dan met een elektrische stroompje dat op de metaaldraad wordt gezet, snijden ze de poliep af en zuigen deze dan meteen weg. Dit gebeurde ook bij de tweede poliep, hier merk en voel je zeer weinig van.

Het is me heel erg meegevallen en ook nog interessant om te zien hoe ze dit doen. Je gaat daarna ook niet naar de afdeling kort verblijf om het roesje te laten uitwerken en kunt meteen weer een lekker bakje koffie gaan drinken. Na een week kreeg ik de uitslag van het onderzoek, de poliepen waren goedaardig. Dit onderzoek wordt bij mij om de paar jaar herhaald. Mijn stoma is daarna nog wel een paar dagen van slag geweest (vooral veel winden laten) voordat deze weer normaal aan het werken ging. Ik heb voor ik geopereerd werd ook een scopie door de anus gehad, met roesje, hier weet ik niet veel meer van maar dit was toen wel veel pijnlijker en had daarna ook veel last van bloedverlies. Indien je zo’n onderzoek krijgt en je kunt er tegen om mee te kijken zou ik iedereen aanraden om dit te doen, het is toch iets apart om je eigen darmen van binnen eens te zien. Het is me zeer veel mee gevallen wat pijn betreft, het is alleen een beetje raar gevoel als ze door een bocht moesten."

 

Een redelijk nieuwe variant is de dubbel ballon-endoscopie of 'push and pull endoscopy', wat een grote doorbraak is voor aandoeningen aan de dunne darm. Bij de dubbel ballon-endoscoop wordt gewerkt met een twee meter lange, zeer flexibele endoscoop. Deze is, in tegenstelling tot andere scopen, wél in staat de vele bochten van de dunne darm te passeren. Aan het puntje van de scoop zitten twee balonnetjes. Ieder balonnetje is van buitenaf te bedienen. Eerst wordt de scoop via de mond ingebracht, waarna hij zijn weg vervolgt via de slokdarm en maag naar de dunne darm. De balonnetjes klemmen zich vast en laten weer los doordat ze om en om met een beetje lucht worden gevuld of worden laten leeggelopen. Door het gebruik van deze ballonnen kan de dunne darm voor het eerst volledig met een scoop worden bekeken. Een arts kan zo de hele darm in 10 tot 15 stappen bereiken. Deze vorm van endoscopie biedt behandelingmogelijkheden als: poliepsnaring, injectietherapie en dichtbranden (coagulatiebehandeling). Ook is deze techniek veel minder belastend en pijnlijk voor de patiënt doordat de scoop zich met een trekkende beweging zich in het maagdarmstelsel voortbeweegt in plaats van een duwende beweging, zoals bij andere scopen het geval is. Het onderzoek is wel duurder dan de traditionele endoscopie. Dit komt doordat het medische materiaal slechts 1 keer gebruikt kan worden en door de hogere aanschafprijs van de nieuwe scoop.

Bron afbeelding: Onis

 

Ook nieuw is de endomicroscoop, die in Frankrijk de prestigieuze onderscheiding voor 'Beste medische toepassing technologie in 2007' heeft gewonnen. Door een endoscoop en een microscoop met elkaar te combineren kan het beeld van de darmwand 1000 keer worden vergroot, hoeven in de toekomst minder weefselbiopten genomen te worden en kan de arts samen met de patholoog ter plekke een diagnose stellen. Endomicroscopie is een samentrekking van twee woorden: endoscopie (inwendig kijken met behulp van een glasvezelkabel) en microscopie (weefsel in de diepte op celstructuren en details onderzoeken). De gouden standaard op dit moment is dat uit elk verdacht plekje in de darm een biopt wordt genomen en dat de patholoog dit onderzoekt. Met de komst van de nieuwe endomicroscoop gaat dit veranderen. Hiermee kunnen de artsen tijdens het onderzoek, met behulp van een contrastvloeistof en tot een diepte van 0,25 tot 0,50 mm, zien of cellen goedaardig of kwaadaardig zijn. Onderzoek met de endomicroscoop is met name van belang voor het vroegtijdig opsporen van kleine afwijkingen (poliepen) en voor patiënten met een chronische darmontsteking. Dat is de grote winst van het apparaat: ter plekke kan al een diagnose worden gesteld. Het heeft dus niet alleen tot gevolg dat men minder biopten neemt, maar ook gerichter -tot op de cel- biopten kan kiezen en voorleggen aan de patholoog. De Endomicroscoop zal worden ingezet bij patiëntengroepen met een hoog risico op het ontwikkelen van darmkanker, zoals mensen met veel poliepen en patiënten met erfelijke darmtumoren. De ziekte van Crohn en Colitis Ulcerosa komen voor bij ongeveer 1 procent van de bevolking en zorgen voor een ernstige beperking in het dagelijks functioneren.

Bron afbeelding: Perso

 

De gastroscopie; hierbij bekijkt de arts de binnenkant van je maag, de slokdarm en het eerste deel van de twaalfvingerige darm (duodenum). Je maag moet bij dit onderzoek leeg zijn. Eerst krijg je een drankje dat schuimvorming in de maag tegengaat. Schuimvorming is een normale reactie van de maag op een vreemd voorwerp. Bij dit onderzoek kun je door middel van een spray met een bittere smaak (xylocaine)een verdoving in de keel krijgen om de neiging van kokhalzen tegen te gaan, of eventueel een roesje. Er wordt een ring tussen je kaken geplaatst ter bescherming van je gebit en de gastroscoop en daarna wordt de 1 cm dikke gastroscoop door de slokdarm naar de maag geschoven. Ook bij dit onderzoek wordt er wat lucht ingeblazen om de maagwand beter te kunnen bekijken. Je kunt tijdens het onderzoek net zo makkelijk ademen als anders. Tijdens het onderzoek kunnen door de endoscoop heen instrumenten ingebracht worden om kleine stukjes weefsel weg te nemen voor verder onderzoek (biopt), om bloedingen te stelpen, om poliepen te verwijderen of om vernauwingen te verbreden.

Je hebt ook nog een oesofagescopie, dit is het bekijken van de binnenkant van de slokdarm en een duodenoscopie, dit het bekijken van de binnenzijde van de twaalfvingerige darm.

Bron afbeelding: Sweetlove

 

Met endo-echografie is het mogelijk de slokdarm, de maag, de alvleesklier, de twaalfvingerige darm en de endeldarm gedetailleerd in kaart te brengen. Bij endo-echografie zijn de beelden veel scherper dan bijvoorbeeld die van een CT-scan. Bij dit onderzoek wordt een endoscoop met daaraan een echografie-apparaatje in de endeldarm gebracht. Dit onderzoek wordt gebruikt voor het opsporen van beschadigingen van de kringspier, het lokaliseren van fistels rond de anus en bij endeldarmkanker. Er wordt gebruik gemaakt van geluidsgolven, die door verschillende weefsels in en rond de buik op een andere manier worden weerkaatst. Van deze teruggekaatste golven kan op een monitor een beeld gevormd worden.

Bron afbeelding: Deventer ziekenhuis

 

Een nieuwe onderzoeksmethode is de virtuele coloscopie. Hierbij kan het weefsel van de dikke darm 3-dimensionaal worden onderzocht, op een computerscherm. Virtuele coloscopie gebeurd op 2 manieren; via MRI en CT-coloscopie (oftewel colografie). MRI wordt (nog) weinig toegepast. Bij colografie wordt gebruik gemaakt van de CT-scanner en een computer die is uitgerust met speciale virtuele reality software. Hoewel de CT-scan horizontale doorsnede-beelden maakt van het menselijk lichaam, kan de software die beelden elektronisch herberekenen, zodat er beelden ontstaan die de indruk geven dat ze de binnenkant van de dikke darm weergeven. Dankzij deze projectie kijk je niet door een koker maar kun je ook achterom of opzij kijken in de dikke darm, waardoor je ook tussen de plooien van de darm kan zoeken naar bijvoorbeeld poliepen of zweren. Met een gewone endoscoop kun je niet tussen de darmplooien komen. De virtuele coloscopie heeft alleen geen mogelijkheden voor verder onderzoek (zoals afnemen van weefselstalen) of voor behandeling (wegnemen van poliepen, stelpen van bloedingen, openmaken van vernauwingen), wat de gewone coloscopie wel kan. Voordeel van virtuele coloscopie is dat er geen endoscoop hoeft worden ingebracht in de darmen, maar dat een gang door de CT-scanner volstaat.

Je merkt dat er veel ontwikkeling is op dit gebied. Zo zijn onderzoekers aan de TU Delft bezig met een robotslak, wat zelfstandig door het darmkanaal glijdt. Iets wat al in gebruik is, is de camerapil. De Israëlische geheime dienst ontwikkelde hem voor spionagedoeleinden, maar nu wordt de pil vooral in ziekenhuizen gebruikt. Deze pil is net iets groter dan een antibioticapil (weegt 4 gram en is 11 bij 26 millimeter) en in de pil zit een piepklein cameraatje dat 360 graden in beeld kan brengen (in de nieuwste zitten er zelfs 2). Ook bevat het een lichtbron, 2 batterijtjes en een zendertje. Hieronder zie je hoe de camerapil eruit ziet; de gele wordt gebruikt voor dunnedarmonderzoek en de witte is specifiek ontworpen om de binnenvoering van de slokdarm te bekijken. De camerapil is een uitkomst bij dunnedarmonderzoek want om de hele dunne darm te bekijken, was voorheen een kijkoperatie nodig waarbij je helemaal onder narcose ging. Wel kan met endoscopisch onderzoek het onderste stuk (door de anus) of bovenste stuk (door de mond) van de dunne darm worden bekeken.

Bron afbeelding: Given Imaging (producent van de camerapil)

 

Je krijgt 3 sensoren (plakkertjes) op je borst geplakt die weer zijn verbonden met een datarecorder die aan een riem wordt gedragen, deze datarecorder registreert de hele reis. Als de pil doorgeslikt is beweegt hij dankzij de natuurlijke samentrekkingen (peristaltiek) van de darmen vooruit. De pil maakt 2 foto's per seconde, uiteindelijk 60.000 opnamen (8 uur, zo lang werken de batterijtjes ongeveer). Je voelt niks van het voortbewegen van de camera en hij verlaat het lichaam via de ontlasting. De camerapil moet je (nog) wel zien als een aanvullend onderzoek. Bij dit onderzoek kunnen bijvoorbeeld geen hapjes worden genomen van het darmweefsel, de beeldkwaliteit van de camerapil is minder dan die van een gastroscoop, de camerapil is erg duur (circa 550 euro per stuk) en voor onderzoek van de maag is de belichting van de pil onvoldoende. De dikke darm kan niet worden onderzocht, omdat de batterijtjes zijn uitgewerkt als de pil daar aankomt. Uit een studie blijkt dat 40 tot 50% van de afwijkingen die deze camerapil "ziet", niet zouden zijn gevonden via de oudere methoden als een coloscopie. Het onderzoek wordt steeds regelmatiger in verschillende ziekenhuizen uitgevoerd.

 

De persoonlijke ervaringen van Charlotte:

"Sinds 1990 leef ik, Charlotte 47 jaar, met de diagnose “naar alle waarschijnlijkheid de ziekte van Crohn”.
Mijn klachten waren voornamelijk vermoeidheid en bloed en slijm bij de ontlasting. In juni 2006 is tijdens een coloscopie slechts lichte ontstekingsactiviteit geconstateerd in het sigmoïd. Ik gebruikte Salofalk en moest hier mee doorgaan. Echter, in september 2006 ben ik met heftige buikkrampen per ambulance naar het ziekenhuis vervoerd, waar na 1 ½ dag onderzoeken geconcludeerd werd dat ik een darmperforatie had. Ik moest direct geopereerd worden en rekening houden met een stoma. Tijdens de operatie is zo’n 30 cm dikke darm verwijderd. Om de darmen tot rust te laten komen hebben ze een (tijdelijk) colostoma aangelegd. De perforatie zou zijn veroorzaakt door Diverticulitis (ontstekingen van uitstulpingen in de darmwand) en had n
iets met Crohn te maken.

Vanwege de voor mij onduidelijke diagnose en de plotselinge perforatie heb ik een second opinion aangevraagd. In eerste instantie is wederom een coloscopie uitgevoerd. Er zijn zweertjes in de rectumstomp en ook bij de stoma aangetroffen (afteuze colitis). Om ook de dunne darm in beeld te krijgen is de Video Capsule Endoscopie
met de M2A-pil (=mouth to anus) gedaan. Dergelijk onderzoek wordt o.a. gedaan als de diagnose niet goed te stellen is. Als in de dunne darm dezelfde zweertjes zitten als in de dikke darm, is de diagnose zeker ziekte van Crohn.

Ik zag er vreselijk tegenop om de capsule door te slikken. Ik had de capsule + het formaat op deze site gezien en kon me niet voorstellen dat me dat zou lukken. Ik moest me ‘s morgens om 08.00 uur melden op de afd. endoscopie. Allereerst kreeg ik een aantal censoren op mijn buik en in mijn liezen geplakt en vervolgens een riem met een computertje erin over mijn kleding. Vervolgens werd de capsule uit de verpakking gehaald en een oranje pil met aan één kant flikkerende lichtjes “keek” me aan. Er werd nog even gecontroleerd of de computer die ik omhad reageerde op de capsule. Het is zo onnatuurlijk om zoiets in je mond te stoppen en dan ook nog
met de intentie om het door te slikken….. Mij werd geadviseerd om te blijven drinken (dus niet 1 slok te nemen) en zo glibberde de capsule eigenlijk ongemerkt naar binnen. Het viel me uiteindelijk dus heel erg mee.

Daarna moest ik het controlelichtje op de computer in de gaten houden en eventuele vreemde sensaties (pijn, misselijkheid e.d.) noteren. Van de capsule (in mijn keel, slokdarm, maag, dunne darm etc.) voelde ik helemaal niets. De batterij van de capsule werkt 8 uur. Ik mocht naar de afd. kortverblijf, alwaar ik een kamer en een bed kreeg toegewezen. Om 16.00 uur moest ik me weer melden op de afd. endoscopie en werd ik weer losgekoppeld. In die tijd zijn er ongeveer 50.000 opnames gemaakt van de dunne darm.

De volgende middag na 3 heftige krampen merkte ik dat de capsule met wat ontlasting in het stomazakje terecht was gekomen. De flikkerende lichtjes deden het niet meer. Ik bewaar hem, want ik vind het een waanzinnig idee dat ik die capsule heb doorgeslikt en dat-ie door mijn hele spijsverteringskanaal heeft gereisd en er weer ongeschonden uit is gekomen.

Ik ben blij dat deze geavanceerde methode van onderzoek bestaat. Uiteindelijk is het veel minder belastend voor de patiënt dan welke vorm van endoscopie dan ook. Wel ben ik van tevoren bang geweest dat de capsule er niet uit zou komen. In de patiënteninformatiefolder las ik dat dit in zeldzame gevallen kan voorkomen. De opluchting was dan ook net zo groot toen hij er uit kwam, als toen ik hem doorgeslikt had.

Wat ik wel moeilijk vond, is dat je de dag voor het onderzoek alleen maar vloeibaar mag hebben en vanaf 22.00 uur zelfs niets meer mag drinken. Bovendien moet je ook nog laxeren met KleanPrep, waardoor je je behoorlijk gammel voelt. Ik was blij dat ik 2 uur na de capsule te hebben doorgeslikt weer wat mocht drinken en om
12.30 uur weer wat mocht eten.

Inmiddels heb ik de uitslag van het onderzoek. In de dunne darm zijn (gelukkig) geen bijzonderheden aangetroffen. Toch gaat men er vanuit dat ik de ziekte van Crohn heb. Dat ik Diverticulitis heb gekregen is een kwestie van pure pech! De ontsteking is zo gering dat men het veilig acht tot een continuïteitshersteloperatie (opheffing stoma) over te gaan. Volgende week ga ik naar het ziekenhuis om hier en over onderhoudsmedicatie (waarschijnlijk Imuran) afspraken te maken."

 
 
Bron afbeelding: GPD

Cystoscopie: dit is een inwendig onderzoek van de plasbuis en blaas (cyst=blaas). Met behulp van een cystoscoop (smalle buis voorzien van een sterke lichtbron) kan de uroloog de blaas en plasbuis (en eventueel de prostaat bij de man) van binnen bekijken. Ook kunnen met dit instrument kleine steentjes of poliepen uit de blaas worden verwijderd. De uroloog brengt de scoop via de plasbuis in de blaas. In de plasbuis wordt wat gelei gespoten. Dit dient als glijmiddel en als verdovingsmiddel van het slijmvlies. Via een slangetje aan de scoop wordt vervolgens een steriele zoutoplossing in de blaas gebracht. Hierdoor ontplooit de blaas zich, waardoor je aandrang tot plassen kunt krijgen. Na het onderzoek kun je zelf de zoutoplossing weer uitplassen.

Bron afbeelding: Andros mannenkliniek

Naar boven

 

Metingen

24 uurs ambulante drukmeting. Dit is een drukmeting van je maag en het eerste deel van je dunne darm (ambulante antroduodenale manometrie). Hierbij wordt er een dun slangetje (katheter) via de neus tot in de maag gebracht. Als het puntje van de katheter zich in de maag bevindt word met behulp van röntgenstralen de katheter tot in de dunne darm gebracht. Hierna wordt de katheter gekoppeld aan een draagbaar registratiekastje die je om je hals krijgt. Zoals de naam al zegt blijft de katheter 24 uur zitten en je hoeft niet in het ziekenhuis te verblijven. Je mag eten en drinken tijdens de meting en moet een soort dagboek bijhouden.

 

Anale manometrie. Dit is een methode om de werking van de kringspieren en de endeldarm te onderzoeken. Bijvoorbeeld om de ziekte van hirschsprung aan te tonen of uit te sluiten. Dit onderzoek bestaat uit twee delen. Allereerst het onderzoek van de kringspieren. Hierbij wordt een dun meetslangetje met daaraan een ballonnetje ongeveer 10 centimeter in de anus gebracht. Vervolgens wordt u gevraagd de kringspier aan te spannen (knijpen). De kracht van de kringspier wordt door het meetslangetje geregistreerd. Tenslotte wordt de reactie van de kringspier gemeten door het ballonnetje op te blazen met water of lucht.

Dan het tweede gedeelte: het onderzoek van de endeldarm. Dit onderzoek is gericht op de gevoeligheid van de endeldarm en op de spanning van de wand van de endeldarm (is de wand heel slap of juist heel stug?). Ook hierbij wordt via de anus een slangetje met een meetballonnetje naar binnen geschoven. Het slangetje
wordt verbonden met een computer. Deze computer is in staat allerlei aspecten van de wand van de endeldarm te meten door lucht in het ballonnetje te blazen en er weer uit te zuigen.

Anale manometrie wordt vaak gedaan in combinatie met elektromyografie (EMG, meten van spieractiviteit). Dat is een meting om de gevoeligheid van de anus en het laatste stukje van de dikke darm te onderzoeken. Weer wordt een dun slangetje via de anus ingebracht. Met behulp van heel kleine beetjes stroom wordt de activiteit gemeten van de sluitspieren van de anus bij persen en ontspannen. Je moet aangeven wanneer je iets voelt, vaak wordt dat ervaren als kleine "prikjes".

Bron afbeelding: MSTwente

 

Een onderzoek om de activiteit van de bekkenbodemspieren te meten is myofeedback. Hierbij wordt er een probe (zie afbeelding hieronder) in de anus (of vagina) gebracht. Je zult oefeningen moeten doen om de bekkenbodemspieren aan te spannen. Op een computerscherm worden de metingen aangegeven.

Bron afbeelding: MSTwente

 

Je hebt ook een manometrie van de slokdarm (slokdarmdrukmeting). Het doel van dit onderzoek is om een indruk te krijgen van de spierbewegingen in de slokdarm en de werking van de kringspier op de overgang van slokdarm naar maag. Er wordt via de neus een dun slangetje (= sonde) tot in de maag gebracht. Eventueel kan de neus worden verdoofd met een spray. Als het slangetje in de maag ligt, wordt het centimeter voor centimeter teruggetrokken. Tijdens het gehele onderzoek wordt de spierdruk gemeten. Het onderzoek duurt 30 à 40 minuten.

Bron afbeelding: Medeco Ebase

 

In combinatie met een slokdarmdrukmeting wordt vaak een zuurgraadmeting (24 uurs PH-meting) van de maag gedaan. Er wordt een dun slangetje via de neus tot in de slokdarm gebracht. Het slangetje komt vijf centimeter boven de maagingang te liggen. Nadat het slangetje is ingebracht, wordt het gekoppeld aan een draagbaar registratiekastje. Je draagt dit kastje in een tasje om uw hals of schouder. je kunt hier gewoon mee naar huis en kunt normaal eten en drinken.

Een onderzoek naar de beweging van de maag is de maagbarostat. De maagwand zet uit na de inname van voedsel. Normaal past de maag zich aan na een maaltijd door te ontspannen. Hierdoor komt er meer ruimte in de maag voor voedsel zonder dat er klachten optreden. Met een maagbarostat wordt onderzocht of de maagwand wel voldoende kan uitzetten zonder overgevoeligheid en of de maag zich wel voldoende ontspant bij de inname van voedsel. Hierbij wordt een dun slangetje met daaraan een lege ballon via de mond in de maag gebracht. Je keel wordt verdoofd met een spray om het kokhalzen tegen te gaan. Eerst wordt de ballon stapsgewijs opgeblazen. Tijdens het opblazen moet je aangeven wat je voelt aan de hand van een scorelijst. Daarna krijg je een vloeibare maaltijd waarna gedurende 1 uur gemeten wordt in welke mate de maag zich ontspant als reactie op deze maaltijd.

Dan heb je ook nog een zuurgraadmeting van de maag. Het onderzoek wordt uitgevoerd om te bepalen of maagzuur van de maag naar de slokdarm terugstroomt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een capsule zo groot als de dop van een pen, die de zuurgraad kan meten en registreren in een apparaat. Die capsule wordt met behulp van een catheter in de maag gebracht. Nadat je keel verdoofd is, moet je het slangetje met daaraan de capsule doorslikken. De capsule wordt in de slokdarm aan de wand vastgemaakt, dit doet geen pijn. Je krijgt een klein kastje dat de informatie van de capsule opslaat, het kastje is zo groot als een walkman en draag je tijdens de gehele meting bij je (48 uur). Enkele dagen na het inbrengen van de capsule raakt hij vanzelf los van de slokdarmwand. Via het darmstelsel en de ontlasting verlaat de capsule je lichaam.

Bron afbeelding: AMC

 

De ademtest, daarvan bestaan er verschillende soorten. Het principe is dat er een bepaalde stof wordt ingenomen en naar gelang een goede of foute werking van het maagdarmstelsel wordt de stof ofwel opgenomen in het lichaam, ofwel via de longen weer uitgeademd. Door het meten van de stof in de uitgeademde lucht kan duidelijk worden of er bijvoorbeeld sprake is van een versnelde darmpassage, bacteriële overgroei in de dunne darm of lactose-intolerantie. Voordat je de stof inneemt moet je blazen in een buisje. Na het eerste ademmonster krijg je de stof te drinken/eten. Vervolgens wordt er maximaal 4 uur met regelmaat een ademmonster genomen.

Bron afbeelding: PT Medical

 

Een onderzoek van de blaas is een blaasdrukmeting of urodynamisch onderzoek (UDO). Hierbij wordt de druk gemeten in de blaas, de plasbuis en de buik, vaak bij ongewenst urineverlies. Bij dit onderzoek wordt een dun slangetje (katheter) door de urinebuis in de blaas gebracht. Aan het einde van de katheter zit een kleine drukmeter. Deze meet de druk in de blaas en de urinebuis. In veel ziekenhuizen brengt de arts ook een katheter met een drukmeter in het einde van de dikke darm (rectum) in. Op de huid in de buurt van de anus worden elektroden geplakt. Deze meten hoe sterk de bekkenbodemspieren zijn. Alle gegevens worden in een computer vastgelegd en berekend. Zo krijgt de arts informatie over de blaasinhoud, de blaasdruk, de afsluitdruk van de urinebuis, de stroomsnelheid door de urinebuis en de kracht van de bekkenbodemspieren. Ook wordt zichtbaar of je urine verliest en wat de oorzaak ervan is. Het onderzoek duurt een half uur tot een uur.

urodynamisch onderzoek (vrouw)

Bron afbeelding en tekst UDO: MS Twente incontinentiecentrum

 

Dan als laatste meting de uroflowmetrie, die vaak in combinatie met het onderzoek hierboven wordt gedaan. Dit is het meten van de urinestroom. De urinestroom wordt gemeten door te plassen in een speciaal toilet (uroflow) dat voorzien is van meetapparatuur. Deze apparatuur meet de kracht van de urinestraal en de hoeveelheid geplaste urine. Het is een eenvoudig en pijnloos onderzoek en je merkt niets van de meting, dit gebeurd automatisch als je in de uroflow plast. Het is belangrijk dat je met een volle blaas naar het ziekenhuis komt en de uren voor het onderzoek niet geplast hebt. Bij dit onderzoek wordt er gekeken of je blaas goed werkt, of je een vernauwing in je plasbuis hebt en het kan ook meer duidelijkheid geven bij klachten aan de prostaat. Aansluitend wordt met een echo-apparaat gekeken of de blaas leeg is.

Naar boven

 

Radioactief

Isotopen onderzoek. Isotopen zijn stoffen die gedurende een beperkte tijd radioactieve stralen uitzenden. Deze stralen kunnen ze met een camera opvangen en in het lichaam lokaliseren. Bij chronische darmziekten gebruiken ze vooral de witte bloedcellen scan als isotopenonderzoek. Er wordt eerst een kleine hoeveelheid bloed afgenomen. Daarna wordt er buiten het lichaam aan de witte bloedcellen een licht radioactieve stof (isotoop) vastgehecht. Daarna wordt het afgenomen bloed via een infuus weer terug in het lichaam gebracht. De witte bloedcellen die met een isotoop zijn gemarkeerd gaan bij voorkeur naar plaatsen in het lichaam waar zich ontstekingen bevinden. Dit wordt door middel van een camera geregistreerd zodat ze bijvoorbeeld bij colitis ulcerosa kunnen zien hoeveel dikke darm er ontstoken is en hoe ernstig de ontsteking is. Het onderzoek duurt ruim een halve dag en is niet pijnlijk.

Maagledigings-onderzoek (Scintigrafie). Bij dit onderzoek wordt de snelheid gemeten waarmee voedsel in de maag wordt verwerkt en daarna uitgescheiden naar de darmen. Je krijgt een proefmaaltijd te eten (bijvoorbeeld gebakken ei of pannenkoek) en die maaltijd bevat een kleine hoeveelheid radioactieve deeltjes. Daarna wordt de maaltijd door een gammacamera, die tegen de buik wordt gehouden, op een beeldscherm gevolgd en worden er continu foto’s gemaakt. Dit gebeurd in een half liggende houding waarbij het erg belangrijk is dat je zo stil mogelijk ligt. Dit onderzoek duurt ongeveer 2 uur.

 

 

 

Voor bepaalde onderwerpen op deze pagina hebben we mede
gebruik gemaakt van de websites medicinfo en de Nederlandse vereniging van neurochirurgen.

 

 

Disclaimer                                    - Gemaakt door Suusdesign.nl