English/under construction Nederlands

 

Oorzaken van een stoma

Er zijn veel verschillende oorzaken waarom er bij iemand een stoma moet worden aangelegd. Op deze pagina zetten we de meest voorkomende oorzaken voor je op een rijtje. Ongeveer 80% van alle stoma's wordt aangelegd bij mensen met een kwaadaardige aandoening.

Anusatresie
Diverticulitis * De persoonlijke ervaringen van Geertje *
Dikke darmpoliepen
Kanker * De persoonlijke ervaringen van Hye Sun *
Fistel
Endeldarmverzakking
Ontstekingsziekten * De persoonlijke ervaringen van Koosje met CU *
*
De persoonlijke ervaringen van Véronique met Crohn *
Spina Bifida
De ziekte van Hirschsprung * De persoonlijke ervaringen van Wouter Ivo *
Slow Transit Constipatie/Obstipatie
C.I.I.P.
Een ongeval, misbruik of medische fout * De persoonlijke ervaringen van Roxanne *
Endometriose
Blaasproblemen
Maagproblemen * De persoonlijke ervaringen van P-tje *
Cystic Fibrosis
Multiple sclerose (MS)
Dwarslaesie

 

 

Bron afbeelding uit het boek: Anatomy & Pathologie, 4th Edition
Vertaling Copyright © Stichting Stomaatje

 

 

Anusatresie

Het betekent: een anus die ontbreekt. Anus is Latijns voor "poepgaatje" en atresie komt uit het Grieks en betekent "het niet aangelegd of later weer dichtgegroeid zijn van natuurlijke openingen of kanalen". Jaarlijks worden er ongeveer 40 baby's met deze afwijking geboren, de oorzaak is niet bekend. Bij sommige kinderen is er wel iets van een uitgang te zien, maar op een afwijkende plaats, en zeer nauw. De anus kan in elk geval niet normaal functioneren en hierdoor kan het kind zijn of haar ontlasting niet kwijt. Vaak heeft een kind geboren met anusatresie meer afwijkingen, zoals aan de urinewegen of nieren, de slokdarm, het skelet of de geslachtsorganen.

 

Voor meer informatie: Vereniging van anusatresie

Naar boven

 

Diverticulitis

Divertikels zijn kleine uitstulpingen van de slijmvlieslaag door de spierlaag van de darm. Je kunt ze vergelijken met de binnenband van een fiets die op een zwakke plek door de buitenband naar buiten drukt. Dan krijg je ook een uitstulping. Divertikels kunnen zich op iedere plek in het maag-darmkanaal voordoen, maar ontstaan meestal in de dikke darm (het colon) en vooral in het laatste deel ervan (het colon sigmoïdeum).

Diverticulosis (het voorkomen van divertikels in de dikke darm) wordt beschouwd als de meest voorkomende afwijking van de dikke darm in de westerse wereld. De kans dat iemand ooit in zijn leven divertikels krijgt wordt op ongeveer 40 tot 50% geschat. Je kunt divertikels hebben zonder dat je dit weet, slechts in zo'n 5 tot 20% van de gevallen geven divertikels aanleiding tot klachten. De klachten ontstaan meestal pas als voedselresten in de divertikels achterblijven, waardoor bacteriën zich gaan vermenigvuldigen. Een divertikel kan dan gaan ontsteken: dit noem je diverticulitis. Een enkele keer is de ontsteking zo ernstig dat de divertikel knapt en de darminhoud de buikholte instroomt (perforatie). Dit veroorzaakt buikvliesontsteking. Dit is een levensbedreigende situatie die vrijwel altijd leidt tot een operatie.

Bron afbeelding: Mayo clinic

 

Divertikels moeten niet verward worden met darmpoliepen. Poliepen groeien op het slijmvlies van de darm naar binnen en kunnen darmkanker veroorzaken, terwijl divertikels door de darmwand heen de buikholte in groeien en nooit kwaadaardig worden.

Lees hier het persoonlijke verhaal van Geertje

Naar boven

 

Dikke darmpoliepen

Een dikke darmpoliep is een woekering van het slijmvlies van de dikke darm en groeit vanaf de buitenkant van de darm naar binnen. Een poliep kan verschillende vormen hebben. Hij kan eruit zien als een bolletje, een paddenstoel of zo plat als een knoop. Dikke darmpoliepen kunnen heel klein zijn (zo klein als een speldenknop)
maar ook kunnen ze tot wel enkele centimeters in doorsnede voorkomen. Sommige mensen hebben slechts één poliepje in hun dikke darm, maar meestal zijn het er meer en een enkele maal is het slijmvlies van de dikke darm bezaaid met poliepen.

Voorbeeld van een platte en een steel-poliep. Bron afbeelding: Delft integraal

 

Veel mensen worden ongerust als zij te horen krijgen dat ze dikke darmpoliepen hebben. Gelukkig zijn de meeste dikke darmpoliepen goedaardige gezwellen (niet-neoplastische poliepen). Slechts in een klein percentage poliepen kunnen ‘onrustige cellen’ voorkomen (adenomen genoemd). Deze adenomen kunnen na
verloop van tijd veranderen in kwaadaardige gezwellen (neoplastische poliepen) en zo dikke darmkanker veroorzaken. Aan de ‘buitenkant’ is niet te zien of een poliep goed- of kwaadaardig is. Dit blijkt pas na onderzoek. Daarom moet elke poliep verwijderd en onderzocht worden. Ook is het zo dat 1 op de 20 goedaardige dikke darmpoliepen later toch kwaadaardig worden, waardoor het verstandig is alle poliepen te verwijderen. Zo wordt ook voorkomen dat een poliep groter groeit en ze de doorgang van de darm belemmert.

 

Bron afbeelding: Health.yahoo.com

 

Voor het ontstaan van poliepen en darmkanker speelt in sommige gevallen erfelijkheid een rol. Bijvoorbeeld
bij het ‘Heriditair Non-Polyposis Colorectaal Carcinoom’, kortweg HNPCC, ‘familiaire (erfelijke) dikke darmkanker’ of ‘Lynch syndroom’ genoemd. Er zijn niet extreem veel poliepen, maar de eenmaal ontstane poliepen kunnen zich bij deze mensen sneller ontwikkelen tot kanker. Ongeveer 1-5% van alle mensen met dikke darmkanker heeft de ziekte gekregen door erfelijke aanleg voor HNPCC. Ook bestaat er de ziekte ‘familiaire adenomateuze polyposis’, kortweg FAP genoemd. FAP is een erfelijke aandoening waarbij talrijke goedaardige gezwellen (poliepen) in de darmen ontstaan. Dat begint meestal vanaf een leeftijd van 10-30 jaar. Als niets tegen die poliepen wordt gedaan, ontstaat op den duur dikke darmkanker. Vanwege het zeer grote risico op kwaadaardig worden van één of meer poliepen wordt vaak bij personen met FAP uit voorzorg de gehele dikke darm chirurgisch weggenomen. Mensen met FAP bij wie niets wordt gedaan, hebben rond hun 45e jaar vrijwel 100% kans op dikke darmkanker. Ongeveer 1% van alle mensen met dikke darmkanker heeft de ziekte gekregen vanwege FAP. Daarnaast bestaat er ook MUTYH associated polyposis (MAP), dit zit op een ander gen dan FAP en lijkt langzamer te groeien en is minder erfelijk.

Naar boven

 

Kanker

Je kunt door verschillende vormen van kanker een stoma krijgen. Te denken valt hierbij aan kanker in de darm, blaas, slokdarm of maag. Maar ook door kanker aan de eierstokken of baarmoeder (hals) kan het nodig zijn dat er een stoma moet worden aangelegd (gynaecologische kanker). Een gemeenschappelijk kenmerk van alle vormen van kanker is een ongeremde celdeling. Miljarden cellen vormen de bouwstenen van ons lichaam. Veel cellen hebben het vermogen tot celdeling: uit 1 cel ontstaan 2 nieuwe cellen, die zich op hun beurt ook weer delen, enzovoort. Celdeling is noodzakelijk om te groeien en om beschadigde en oude cellen te vervangen.

Bron afbeelding: ThinkQuest

 

Lichaamscellen kunnen door allerlei invloeden beschadigd raken. Vaak kan de schade weer worden hersteld, maar een cel kan ook onherstelbaar beschadigd raken. De beschadiging kan leiden tot een aantal veranderingen in de genen. Hierdoor raken de groei, de deling en de ontwikkeling van de cel ontregelt. Er ontstaat een ongeremde celdeling die leidt tot een gezwel of tumor. Er zijn goedaardige en kwaadaardige tumoren en alleen bij kwaadaardige tumoren is er sprake van kanker.

Darmkanker is de tweede meest voorkomende vorm van kanker. Maar als het in een vroeg stadium wordt opgespoord, is het heel goed te behandelen. Het komt vooral voor bij mensen die ouder zijn dan 60 jaar, maar kan ook voorkomen op jongere leeftijd. Meer dan de helft van de tumoren ontstaat in de dikke darm of endeldarm, vandaar dat met darmkanker meestal "dikkedarmkanker" (colorectale kanker) wordt bedoeld. Alle darmkanker begint met poliepvorming.

Lees hier het persoonlijke verhaal van Hye Sun

Voor meer informatie: KWF Kankerbestrijding

Naar boven

 

Fistel

Een fistel is een niet natuurlijke buisvormige verbinding ("gangetje") tussen een lichaamsholte of een klier en de huid. Een fistel ontstaat meestal na een ontsteking. Als de ontsteking zich heeft uitgebreid tot de huid kan deze spontaan openbreken, of na insnijding worden doorgebroken. Als de ontsteking zelf is genezen, kan er toch een fistel overblijven, waar af en toe wat vuil of vocht uit naar buiten kan komen (of zelfs stoelgang als het een verbinding met de darm betreft, of urine bij een opening met de blaas). Meestal groeit de fistel vanzelf weer dicht als de ontsteking is genezen, soms moet dit operatief worden verholpen. Maar soms is er geen aanwijsbare reden voor het ontstaan van een fistel. Bij mensen met de ziekte van Crohn, diverticulitis en kanker komen fistels vaker voor. Bij de ziekte van Crohn is het zelfs zo dat je na 10 jaar 33% kans hebt dat je een fistel hebt of hebt gehad. Na 20 jaar is dat zelfs gestegen naar 50%.
 

Bron afbeelding: Atrium MC

 

Je hebt verschillende soorten fistels. Een peri-anale fistel (fistula ani, ook wel pijpzweer genoemd) is een verbinding vanaf de endeldarm die via de sluitspier naar het huidgebied rond de anus leidt. De fistelgang kan een rechtstreeks verloop hebben naar de endeldarm, maar kan ook heel gecompliceerd verlopen (bijvoorbeeld kronkelig en eventueel met vertakkingen, of hogerop door de sluitspier heen). Het kan dus zijn, dat bijvoorbeeld een fistelopening bij de rechter bil een inwendige verbinding heeft met de linkerkant van de endeldarm. Met de plaats van de uitwendige opening is dus niet altijd de plaats van de inwendige opening direct te vinden. Een peri-anale fistel kan operatief worden opengelegd en geneest dan vaak met de tijd. Er kan ook een fistel ontstaan tussen tussen baarmoederhals en blaas (cervicovesicale fistel), tussen baarmoeder en vagina (ureterovaginale fistel), tussen urineleider en huid, vagina of darm (ureterfistel), tussen baarmoeder en blaas (ureterovesicale fistel), tussen vagina en dunne of dikke darm, tussen rectum en vagina (rectovaginale fistel, tussen baarmoeder en dunne darm, tussen darm (rectum) en blaas (entero(recto)-vesicale fistel), tussen darm en huid (enterocutane fistel) en een fistel tussen vagina en perineum.

Naar boven

 

Endeldarmverzakking

Een oorzaak van een stoma kan een endeldarmverzakking zijn. De oorzaak is vaak zwakte van de bekkenbodemspieren. Dit komt in 90% bij vrouwen voor, de belangrijkste oorzaken zijn zwangerschap en bevalling. Vaak verzakken tegelijk ook de plasbuis en baarmoeder, die lopen ook door de bekkenbodem heen. Als de verzakking doorzet, kan de endeldarm zelfs naar buiten komen (rectumprolaps). Het gevolg van een darmverzakking is verstopping (obstipatie).

Bron afbeelding: ICG

Naar boven

 

Ontstekingsziekten

Chronische darmontstekingen, ook wel Inflammatoire (=ontstekingsachtige) darmziekten genoemd, worden gekenmerkt door een ontsteking van het darmslijmvlies (mucosa). Waarvoor overigens tot nu toe geen duidelijke oorzaak is gevonden. In het Engels wordt de term IBD, Inflammatory Bowel Disease, gebruikt. Je kunt hierin de volgende 2 ziekten onderscheiden: De ziekte van Crohn (enteritis regionalis, granulomateuse enteritis), en colitis ulcerosa (idiopathische proctocolitis). Daarnaast bestaan er nog vormen van idiopatische proctitis en collageen colitis, die echter zeldzaam voorkomen. 1 op de 300 Nederlanders heeft last van chronische ontstekingen. Naar schatting hebben in Nederland ongeveer 20.000 mensen de ziekte van Crohn en komen er daar jaarlijks ongeveer 1000 mensen bij. Tussen de 17.000 en 35.000 mensen hebben colitis ulcerosa, waarvan er jaarlijks ongeveer 1500 mensen bijkomen. Ongeveer 20% van mensen die lijden aan 1 van deze 2 deze ziekten heeft een familielid dat ook lijdt aan inflammatoire darmziekten. De ziekte van Crohn komt vaker voor bij vrouwen en colitis ulcerosa bij mannen. Het verloop bij beide ziekten is heel onvoorspelbaar: sommige mensen hebben dagelijks klachten, terwijl anderen jaren klachtenvrij blijven.  

Bron afbeelding: LeadDiscovery

 

Hoewel de ziekten onder 1 verzamelnaam worden genoemd, is er toch een duidelijk verschil tussen beiden. Colitis ulcerosa (CU) is een ontstekingsziekte (-itis) van de dikke darm die met zweervorming (ulcerosa) gepaard gaat. Colitis ulcerosa tast alleen de dikke darm en/of de endeldarm aan en de acute ontsteking is beperkt tot de mucosa (het darmslijmvlies). Colitis ulcerosa begint altijd in de endeldarm en kan zich langzaam over de hele dikke darm uitbreiden. Als alleen de endeldarm is aangedaan spreekt men van proctitis, als ook het sigmoïd (het darmgedeelte voor de endeldarm) is aangedaan van procto-sigmoïditis. Bij 75% van de mensen beperkt de ontsteking zich tot het linkerdeel van de dikke darm (het dalende deel). Van pancolitis is sprake als de hele dikke darm ontstoken is.

Bron afbeelding: Medicineworld

 

De ziekte van Crohn, genoemd naar de Amerikaanse arts Burrill Crohn (1884 - 1983) die de ziekte voor het eerst in 1932 beschreef is veel uitgebreider en kan zich manifesteren van mond tot anus. Het is een auto-immuunziekte: het afweersysteem valt eigen lichaamscellen aan, in dit geval de darmen. Bij de meeste mensen steekt de ziekte van Crohn tussen het 15de en 30ste jaar voor het eerst de kop op (bij colitis ulcerosa is dit tussen het  15de en 40ste jaar). Meestal komt de ontsteking voor in het onderste gedeelte van de dunne darm (terminaal ileum), de dikke darm (vaak vooral het rechter colon), of een combinatie van beide. In de helft van de gevallen is de endeldarm aangetast. De ontsteking gaat dieper in de wand, dus voorbij de mucosa, waardoor bij deze ziekte ook fistels en abcessen kunnen voorkomen. Ook kunnen de ontstekingen littekenweefsel veroorzaken waardoor de darm nauwer wordt. De ontsteking van de darm bij de ziekte van Crohn heeft een uiterst grillig verloop. Het kan variëren van een snelle uitbreiding naar andere darmgedeeltes (acute fase, opvlamming) tot een relatief rustig beeld dat door de jaren heen weinig klachten geeft en nauwelijks behandeling nodig heeft (chronische fase). Naast darmklachten kunnen bij de ziekte van Crohn evenals colitis ulcerosa ook andere klachten voorkomen zoals oog- en huidaandoeningen, galstenen en gewrichtsaandoeningen.

 

De verschillen tussen de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa: (bron: Leerwiki)

* Bij colitis ulcerosa blijft de ontsteking beperkt tot de dikke darm en de endeldarm, bij Crohn kan de ziekte aanwezig zijn over het gehele lijf, van mond tot anus.
* Bij Crohn is in de helft van de gevallen de endeldarm aangetast, terwijl dit bij colitis ulcerosa
altijd het geval is.
* Vernauwingen komen alleen voor bij Crohn. Bij Crohn heb je veel last van littekenweefsel in de darm
en dat littekenweefsel maakt dat de darm zich vernauwt.
* Fistels komt alleen voor bij Crohn. Een fistel is een verbinding tussen het stuk darm dat aangetast is en
een ander orgaan. Deze fistels ontstaan doordat de ontsteking steeds dieper in de darmwand dringt.
* Granulomen komen alleen voor bij Crohn. In de darm zitten cellen en die gaan samensmelten tot grotere cellen. Andere cellen gaan daar weer in een kring omheen zitten en die kring wordt dan een granuloom genoemd. * Bij colitis ulcerosa is de ontsteking altijd in een aaneengesloten stuk darm, terwijl dit bij Crohn
niet het geval is.
* Bij colitis ulcerosa zijn de zweren oppervlakkig en beperken zich dan ook tot het slijmvlies. Bij Crohn is
het aangetaste stuk veel dieper en hierbij raakt zelfs de buitenkant van de darm ontstoken. Ook zitten er bij Colitis geen gezonde plekken tussen de ontstekingen, bij Crohn is dit wel het geval en zijn het kleine op zichzelf staande ontstoken plekjes in de darmwand. 
* Bij colitis ulcerosa is de kans op operatief ingrijpen veel kleiner dan bij de ziekte van Crohn.  

 

Lees hier het persoonlijke verhaal van Koosje met Colitis Ulcerosa
Lees hier het persoonlijke verhaal van Véronique met de ziekte van Crohn

Voor meer informatie: Crohn en Colitis Ulcerosa Vereniging Nederland

Naar boven

 

Spina Bifida

Spina Bifida betekent letterlijk: gespleten wervelkolom. Het wordt in de volksmond ook wel "open ruggetje" genoemd. Het is een aanlegstoornis van de onderdelen van de rug die in een normale situatie samengroeien. Het gaat hier om het ruggenmerg, de vliezen rond het ruggenmerg, de wervels en de huid. Het is een aangeboren afwijking (neuraalbuisdefect) en ontstaat in de eerste 4 weken van de zwangerschap. Bij
Spina Bifida sluiten de ruggenwervels en -spieren niet goed rondom het ruggenmerg. Er zijn 2 vormen te onderscheiden: Spina Bifida Occulta (verborgen open rug) en Spina Bifida Aperta (open rug). Hoewel het gaat om dezelfde afwijking, zien beide vormen er aan de buitenkant verschillend uit. We spreken van Spina Bifida occulta, wanneer het neuraalbuisdefect nog met huid bedekt is. Spina Bifida aperta is meteen na de geboorte zichtbaar: de rug is daadwerkelijk open en er zit een soort wond.

Bron afbeelding: SBAC

 

Er is niet veel bekend over de oorzaak van Spina Bifida. Wel is bekend dat zowel erfelijkheids-, voedings- als omgevingsfactoren een rol kunnen spelen. Spina Bifida komt in Nederland bij ongeveer 4,5 op de 10.000 pasgeborenen voor. Bij het voorkomen van spina bifida in de familie, is de kans op het krijgen van een kind met deze aandoening ongeveer 10 keer groter. Er zijn verschillende lichamelijk gevolgen van Spina Bifida, in min of meer ernstige mate, afhankelijk van de plaats, grootte en ernst van de Spina Bifida. Het ruggenmerg is als het ware een telefoonkabel die boodschappen doorgeeft tussen de hersenen en de verschillende lichaamsdelen. Wanneer deze beschadigd is, kunnen er problemen ontstaan doordat boodschappen niet of onvolledig worden doorgegeven, Zoals: verlammingen aan voet-, been- en heupspieren. De sluitspieren die de uitgang van de blaas en de endeldarm beheersen, kunnen geheel of gedeeltelijk verlamd zijn. Er zijn vaak afwijkingen aan de blaas waardoor beschadiging aan de nieren kan ontstaan. De afvoer van het vocht dat om de hersenen en het ruggenmerg heen stroomt, kan verstoord zijn. Er ontstaat dan een waterhoofd (hydrocephalus).

 

Voor meer informatie: Bosk

Naar boven

 

De ziekte van Hirschsprung

De ziekte van Hirschsprung is een aangeboren chronische darmafwijking en ontstaat in de vierde of vijfde week, wanneer het zenuwstelsel wordt aangelegd. Kenmerkend voor de ziekte van Hirschsprung is dat, in een korter of langer gedeelte van de wand van de darm en in de inwendige kringspier van de anus, noodzakelijke zenuwcellen (parasympatische ganglioncellen) ontbreken. Vaak betreft het alleen de endeldarm, soms ook het laatste stukje dikke darm. In sommige gevallen de gehele dikke darm (3%) en in zeldzame gevallen ook de dunne darm (bij de aanleg van de zenuwen 'reist' dit proces vanaf de dunne darm richting de anus, hoe eerder dit proces stopt, hoe ernstiger de aandoening). De darm kan de beweging (peristaltiek) niet maken om de ontlasting richting endeldarm en anus te stuwen. De ontlasting hoopt zich op (obstipatie), de darm gaat uitzetten (megacolon congenitum) en het slijmvlies van de darmwand kan ontstoken raken.

Bron afbeelding: Healthofchildren

 

De aandoening is genoemd naar de Deense kinderarts Harald Hirschsprung (1830 - 1916), die de ziekte in 1886 voor het eerst beschrijft op een congres. Vaak wordt deze aandoening in de eerste levensweek ontdekt. Bij pasgeborenen kan het lozen van de eerste ontlasting vertraagd zijn; de buik gaat hierdoor opzetten en de baby kan gaan braken. Het verstoorde ontlastingspatroon kan ook pas na enkele weken of na jaren zo ernstig worden dat aan de ziekte van Hirschsprung wordt gedacht. Bij de ziekte van Hirschsprung is een operatie noodzakelijk. In Nederland komt de ziekte van Hirschsprung voor bij 1 op de 5000 pasgeborenen. Jaarlijks worden ongeveer 40 kinderen geboren met deze aandoening. Bij het blanke ras komt de aandoening vaker voor dan bij het zwarte ras. Er is sinds 1996 in ieder geval van 5 genen aangetoond dat het betrokken is bij de ziekte van Hirschsprung. Het is echter nog niet bekend waardoor de afwijking ontstaat. In 4-8% van de gevallen komt het familiair voor. In 10% van de gevallen maakt deze aandoening onderdeel uit van het Down Syndroom.

Lees hier het persoonlijke verhaal van Wouter

 

Voor meer informatie: Vereniging ziekte van Hirschsprung

Naar boven

 

Slow Transit Constipatie/Obstipatie

5-15% van de bevolking heeft last van obstipatie (ook wel constipatie of verstopping genoemd). Dit kan uiteenlopende oorzaken hebben, zoals MS, een spierziekte, dwarsleasie, bindweefselziekte, of een onbekende oorzaak. Zo'n 20% van de mensen met chronische obstipatie heeft Slow Transit Constipatie/Obstipatie (STC/STO). Mensen met deze aandoening lijden aan ernstige verstopping en hebben een trage colonpassage, soms wel 3 keer zo langzaam als normaal. De ontlasting blijft te lang in de dikke darm zitten en hoopt zich op. Het kan gaan verstenen doordat de dikke darm vocht onttrekt. Ook kun je last hebben van overloopdiarree; dunne ontlasting lekt dan langs de harde ontlasting (ook wel 'paradoxale diarree' genoemd. Vaak werken laxeermiddelen niet of onvoldoende. Ook zijn deze mensen vaak gevoeliger voor prikkels in het maag-darmkanaal. Meestal beperkt deze aandoening zich alleen tot de dikke darm, maar vaak werkt de rest van het maag-darmkanaal ook traag. Of de klachten in de rest van het maag-darmkanaal een gevolg is van de verstopping in de dikke darm (filevorming) is (nog) niet duidelijk. Ze zijn in Nederland en het buitenland bezig met onderzoek, maar er wordt vermoedt dat stoornissen in de zenuwbanen een rol spelen. Al wordt er helaas ook nog door veel artsen gezegd dat de oorzaak psychisch zou zijn, waardoor het soms een hele strijd is om serieus te worden genomen..

Naar boven


 

C.I.I.P

C.I.I.P. betekent voluit: Chronische Idiopathische Intestinale Pseudo-obstructie. Het is een bewegingsstoornis van het maag-darmkanaal door een onbekende oorzaak (idiopathisch betekend onbekend). Indien de oorzaak van deze klachten wel bekend is spreekt met van C.I.P. Je zou C.I.I.P. de ernstige vorm van STC kunnen noemen. Het kan in het hele spijsverteringskanaal voorkomen, vanaf de slokdarm tot en met de endeldarm (van mond tot kont). Bij C.I.I.P. vallen langzaam het spierweefsel of de zenuwcellen van het maag-darmkanaal uit. Door deze beschadigingen maakt de darm steeds minder peristaltisch bewegingen en hoopt de ontlasting zich op. Hetzelfde probleem geldt voor de maag, slokdarm etc. Het is een redelijke onbekende en niet veel voorkomende aandoening en kan op elke leeftijd voorkomen. Het komt in bepaalde families iets vaker voor dan normaal, waardoor het vermoeden bestaat dat erfelijkheid hierin een rol speelt. In 1995 kwam deze aandoening ongeveer 12 keer in Nederland voor, en zo'n duizend keer in de gehele wereld.

Bron afbeelding: Erfelijkheid.nl

 

Omdat deze ziekte tegenwoordig steeds vaker wordt herkend, zal dit cijfer in de toekomst waarschijnlijk stijgen. Doordat de verschijnselen die je in het begin hebt erg lijken op andere darmziekten, wordt er vaak de diagnose prikkelbare darm opgeplakt. Deze ziekte begint vaak met klachten als erge buikpijn, misselijk en overgeven. Helaas worden de klachten uiteindelijk erger dan bij het prikkelbare darmsyndroom. C.I.I.P. is een ziekte die niet te genezen valt. Er bestaan medicijnen (pro-kinetica), die de voortgang van deze ziekte vertraagt. Soms kan er parenterale voeding nodig zijn. In uiterste gevallen wordt er wel eens een dunne darmtransplantatie gedaan, maar dat is een zeer zware en niet altijd succesvolle operatie. Op dit moment behartigt het UMC Utrecht de belangen van de meeste mensen met C.I.I.P.

Voor meer informatie: C.I.I.P.

Naar boven

 

Een ongeval, misbruik of medische fout

Ook door een ongeval, door misbruik of een medische fout kan een stoma moeten worden aangelegd. De darm of blaas kan zodanig zijn beschadigd dat de urine of ontlasting het lichaam niet meer via de natuurlijke weg kan verlaten. Soms is dit tijdelijk, maar ook kan dit, als de beschadiging dermate ernstig is, definitief zijn.

Lees hier het persoonlijke verhaal van Roxanne

Naar boven

 

Endometriose

Endometriose is een goedaardige chronische ziekte die alleen bij vrouwen in de vruchtbare levensfase voorkomt. Het weefsel dat normaal de binnenkant van de baarmoeder (uterus) bekleedt (=endometrium), groeit bij endometriose ook op plaatsen buiten de baarmoeder. Het kan zich hechten aan andere organen in de buikholte, zoals de buitenkant van de baarmoeder, de eileiders, maar ook de blaas en de darmen. Ook kan de afwijking een enkele keer ontstaan in een litteken na een buikoperatie. En in zeer zeldzame gevallen buiten de buikholte, zoals in de navel, neus, oog of in de longen.

Bron afbeelding: Gezondheid.be

 

Elke maand weer bouwen hormonen het baarmoederslijmvlies op ter voorbereiding op een eventuele zwangerschap. Wordt er binnen ongeveer 28 dagen niets bevrucht, dan krijgt de baarmoeder het seintje om de bovenste laag van het baarmoederslijmvlies af te stoten. Dit is de menstruatie. Het baarmoederslijmvlies dat zich buiten de baarmoeder bevindt - de endometriose - is identiek aan wat in de baarmoeder zit: het gaat dus meedoen met de maandelijkse cyclus. Zo ontstaan kleine bloedingen in de buikholte. Dit bloed kan niet, zoals het menstruatiebloed, via de normale weg (vagina) naar buiten, en komt terecht op het oppervlak van de omliggende organen en weefsels. Dit veroorzaakt irritatie, wat kan leiden tot ontstekingen, littekenvorming en soms tot ontwikkeling van verklevingen (adhesies) tussen organen. Endometriose kan ook in de eierstokken voorkomen. Het bloed dat tijdens de menstruatie uit het verdwaalde baarmoederslijmvlies vrijkomt, hoopt zich dan in de eierstokken op. Zo ontstaan holten (cysten) die steeds groter kunnen groeien en zijn gevuld met bloed. Omdat oud bloed op chocolade lijkt, spreekt men in de volksmond ook wel van 'chocolade-cysten'. De medische term hiervoor is endometriomen.

Hoewel men inmiddels weet wat endometriose is, weet men nog steeds niet hoe het wordt veroorzaakt. Ook is niet duidelijk waarom de endometriose bij de ene vrouw nauwelijks of geen klachten geeft, en het bij de ander tot ernstige proporties uitgroeit. Wel speelt erfelijkheid een rol. Endometriose is de tweede meest voorkomende gynaecologische ziekte (verband houdend met het vrouwelijke voortplantingssysteem) en men denkt dat het ongeveer 7 tot 10% van de vrouwen betreft tijdens de jaren waarin zij menstrueren. Wereldwijd hebben er zo'n 80 miljoen vrouwen last van. Ook is het één van de meest voorkomende oorzaken van onvruchtbaarheid bij vrouwen boven de 25 jaar en aangetoond is dat 35 tot 40% van de vrouwen die geen kinderen kunnen krijgen een bepaald stadium van endometriose heeft.

 

Voor meer informatie: Endometriose Stichting

Naar boven

 

 

Blaasproblemen

Door verschillende problemen met de blaas kan het nodig zijn dat er een urostoma/urinestoma moet worden aangelegd. Die problemen kunnen bijvoorbeeld zijn: het afsluiten van de ureters (urineleiders) door bijvoorbeeld een gezwel of een vernauwing (stenose). Ook het slecht functioneren van de blaas kan een stoma tot gevolg hebben, bijvoorbeeld bij een verstoorde bezenuwing door multiple sclerose of een andere oorzaak waardoor men incontinent is geworden. Ook wanneer de blaas zich niet meer kan vullen tot haar normale capaciteit ten gevolge van bestralingen kan een stoma nodig zijn. Het blaaspijnsyndroom (Interstitiële Cystitis) kan een oorzaak zijn, zeker als er in een later stadium een fibrotische schrompelblaas (littekenblaas) ontstaat. Het kan ook gebeuren dat de blaasspier zelf niet meer samentrekt waardoor spontaan urineren onmogelijk wordt, bijvoorbeeld ten gevolge van een prostaatvergroting of bezenuwingsproblemen. Een aangeboren afwijking als een open blaas kan een reden tot een stoma zijn. Ten slotte kan er ook een stoma moeten worden aangelegd als de nieren niet goed werken.

Bron afbeelding: Kanker wie helpt

Naar boven

 

 

Maagproblemen

Door allerlei oorzaken kan het gebeuren dat de maag zijn werkt niet meer (goed) doet. Bijvoorbeeld door het dumpingsyndroom, waardoor je een te snelle maaglediging hebt en de bolus (voedselmassa) onvoldoende bewerkt in de dunne darm terecht komt ("dumpen"). Er zijn twee soorten dumpingklachten:

Vroege dumpingklachten, deze klachten ontwikkelen zich in het eerste uur na voedsel- en vochtinname. Ze ontstaan doordat voedsel in te grote brokken in de dunne darm terechtkomt, doordat de maag het voedsel niet goed fijnmaalt. Ook een slecht werkende sluitspier van de maag (sfincter/portier) kan de oorzaak zijn van deze klachten. Het probleem bij vroege dumping is dat het voedsel in de dunne darm enorm veel vocht onttrekt (osmotische reactie). Hierdoor kan er onder andere diarree, een vol gevoel, misselijkheid en buikpijn ontstaan. Ook daalt de bloeddruk, doordat er zoveel vocht wordt onttrokken aan de bloedvaten. Dit veroorzaakt hartkloppingen, duizelingen en een suf gevoel.

Late dumpingklachten ontwikkelen zich zo’n anderhalf tot twee uur na voedsel- en vochtinname. Ze ontstaan doordat de dunne darm nog niet klaar is voor de voedselbrij die vanuit de maag komt. De voedselbrokken zijn te groot en komen niet goed voorbereid in de darm dan normaal. De benodigde spijsverteringssappen zijn dan nog niet voldoende in de dunne darm aangekomen. De suikers in de voeding worden te snel opgenomen en stimuleren de productie van insuline. Deze situatie lijkt op een suikertekort bij mensen met diabetes (reactieve hypoglycemie). Je kunt hierbij onder andere last krijgen van zweten, trillen, duizelig, hartkloppingen, gapen en soms flauwvallen.

Sommige mensen hebben last van beide klachtenpatronen, maar ze kunnen ook los van elkaar voorkomen. Vroege dumping of een combinatie van vroege en late dumping komt het meest voor. Late dumping alleen komt niet vaak voor. De klachten ontstaan in een aanval na de maaltijd van vaak een half uur tot een uur. Het dumpingsyndroom kan het gevolg zijn van een operatie waarbij de maag geheel of gedeeltelijk is verwijderd (maagresectie). Soms ontstaan de klachten als gevolg van een beschadiging van een zenuw die de maag aanstuurt (nervus vagus). Ongeveer 1% van de mensen met het dumpingsyndroom heeft geen maagoperatie ondergaan. Dumpingklachten zijn bij deze groep mensen dus heel erg zeldzaam en de oorzaak van de klachten is bij hen vaak onduidelijk.

Lees hier het persoonlijke verhaal van P-tje over het dumpingsyndroom.

 

Een ander probleem van de maag is een maagverlamming (gastroparese/maagatonie). Dit is een ernstig vertraagde maaglediging waarbij de maag vast voedsel niet of vertraagd doorgeeft aan de dunne darm, zonder dat er sprake is van mechanische obstructie. Deze aandoening treedt op als de kringspier van de maag is beschadigd of de spieren van de maag en darmen niet goed werken. Het eten beweegt zich niet of heel langzaam door het spijsverteringskanaal. Klachten hierbij kunnen zijn: een vol gevoel, maagzuur, overgeven (zelfs nog uren na de maaltijd) en snel vol zitten. De meest voorkomende oorzaak van deze aandoening is diabetes. Ook kan een operatie aan de maag, een virusinfectie en ziekten aan het zenuwstelsel een oorzaak zijn. Veel mensen hebben "ideopatische gastroparese", wat betekend dat de oorzaak na onderzoek niet kan worden gevonden.

In deze gevallen kan het uiteindelijk gebeuren dat er een stoma moet worden aangelegd: een zogenaamde voedingsstoma. Hierdoor komt er vloeibare voeding (sondevoeding) direct in de maag of dunne darm terecht. Ook kan er soms TPV voeding nodig zijn. Kijk hiervoor op deze pagina.

Bron afbeelding: Nutricia

Naar boven

 

 

Cystic Fibrosis

Cystic Fibrosis (CF, taaislijmziekte, mucoviscidose) is een ernstige erfelijke aangeboren aandoening die (vooralsnog) niet te genezen is. CF is blijvend, waarbij tijdens het verloop van de ziekte de klachten over het algemeen steeds ernstiger worden. Wat helaas meestal tot een beperkte levensverwachting leidt (de gemiddelde levensverwachting is momenteel ongeveer 35 tot 40 jaar). Naar schatting lijden er in Nederland 1300 mensen aan deze ziekte, waarvan 600 volwassenen. Eén op de 3600 zwangerschappen in Nederland leidt tot een kind met Cystic Fibrosis. Wereldwijd zijn er meer dan 50.000 mensen met CF. Dit lijkt allemaal weinig, maar het is daarmee één van de meest voorkomende erfelijke aandoeningen onder het blanke ras. Vooral de longen zorgen bij de meeste patiënten voor ernstige problemen.

Bron afbeelding: Health.Yahoo

 

Bij Cystic Fibrosis is er iets mis bij de aanmaak van slijm. Bij CF wordt er in verschillende delen van het lichaam slijm afgescheiden dat dik en taai is, in plaats van waterig en dun. CF wordt daarom ook wel 'taaislijmziekte' genoemd. Dit slijm hoopt zich op en geeft met name in de luchtwegen en in de spijsverteringsorganen (alvleesklier, darm en lever) problemen. In de luchtwegen kan het taaie slijm (sputum)niet goed worden afgevoerd en veroorzaakt het verstoppingen, wat gevolgd kan worden door luchtweginfecties. In een latere fase wordt het longweefsel aangetast en vermindert de werking van de longen. Van de spijsverteringsorganen raken vooral de afvoerkanaaltjes van de alvleesklier door het slijm verstopt. Ook het slijm in de darmen is taai, waardoor er daar verstoppingen en andere klachten kunnen ontstaan.

 

Voor meer informatie: Nederlandse Cystic Fibrosis Stichting

Naar boven

 

 

Multiple sclerose (MS)

Multiple sclerose is een chronische ziekte met een grillig, onvoorspelbaar verloop. In Nederland zijn er ongeveer 16.000 mensen met MS en ieder jaar komen daar rond de 350 nieuwe mensen bij. Het is de meest voorkomende neurologische aandoening onder jongvolwassenen. De eerste ziekteverschijnselen treden meestal op tussen de 20 en 40 jaar. Mensen jonger dan 12 en ouder dan 55 jaar horen zelden de diagnose MS. Bij vrouwen ontstaat MS op jongere leeftijd dan bij mannen en bovendien komt MS bij vrouwen twee- tot driemaal vaker voor dan bij mannen. Er is nog geen verklaring voor deze verschillen. Net als de oorzaak niet bekend is, de wetenschap gaat er van uit dat MS ontstaat door een combinatie van factoren.

Bron afbeelding: ms-centrum.be

 

Het is een aandoening van het centrale zenuwstelsel, de hersenen en het ruggenmerg. Multiple betekent: veelvuldig. Sclerosis betekent: littekens/verharding. Bij MS ontstaan ontstekingen en beschadigingen in hersenen en ruggenmerg waardoor het centrale zenuwstelsel bepaalde signalen niet goed meer kan verwerken, doordat de isolatielaag (de myeline) rondom de zenuwbanen is aangetast. Een aantal lichaamsfuncties kan hierdoor niet meer of niet meer optimaal werken. Oorzaak is een fout in het immuunsysteem (afweersysteem). Het is geen spierziekte maar een neurologische aandoening. De klachten zijn afhankelijk van de plaats in het zenuwstelsel waar de ontsteking toeslaat, en daardoor heel verschillend per persoon. Bij mensen met MS hebben de blaas en darmen ook last van de verminderde doorgifte van zenuwimpulsen. Hierdoor kan het zijn dat de sluitspieren van de blaas en endeldarm wel of niet strakker gaan staan als vulling van urine of ontlasting plaatsvindt. Ook kan het zijn dat de blaas en darmen niet of slecht reageren op het signaal dat er ontlast moet worden, er kan dan urine achterblijven in de blaas of verstopping ontstaan in de darmen. Deze klachten kunnen zo belemmerend worden, dat in sommige gevallen een stoma wordt overwogen.

 

Mede gebruik gemaakt van het Coloplast Care Nieuws

Voor meer informatie: Multiple sclerose vereniging Nederland

Naar boven

 

Dwarslaesie

Een dwarslaesie, in het dagelijks taalgebruik ook wel 'gebroken nek' of 'gebroken rug' genoemd, betekent letterlijk ‘dwars-letsel'. Bij een dwarslaesie is het ruggenmerg beschadigd geraakt. Laesie betekent ‘beschadiging’. Een wervel kan gebroken zijn of verschoven waardoor de zenuwbaan onderbroken wordt. De zenuwen kunnen dan hun prikkels niet verder naar beneden door de wervelkolom doorgeven. Een dwarslaesie hoeft niet te betekenen dat het ruggenmerg geheel is doorgesneden. Ook kleinere beschadigingen van het ruggenmerg kunnen er voor zorgen dat boodschappen niet meer goed kunnen worden doorgegeven. Hierdoor kunnen de hersenen niet meer optimaal met de rest van het lichaam communiceren, waardoor er stoornissen ontstaan in motoriek (beweging) of gevoel. Door deze beschadiging raak je vanaf de plaats van de beschadiging naar beneden toe geheel of gedeeltelijk verlamd. Bij een hoge dwarslaesie zit de beschadiging bijvoorbeeld in de nek, bij een lage dwarslaesie onder in de rug. Je verliest de controle over een deel van het lichaam. In dat deel van het lichaam verdwijnt ook geheel of gedeeltelijk het gevoel. Vaak gaat de beheersing van de blaas- en darmspieren verloren, waardoor je incontinent wordt. Veel mensen krijgen last van urineweginfecties (27%). Ook pijnklachten (61%), spasmen (69%) en decubitus (doorliggen) (14%) zijn vaak voorkomende problemen. Bij een 'hoge' dwarslaesie waarbij zowel armen als benen verlamd zijn, spreekt men van een tetraplegie (van het Griekse tetra wat vier betekend, vier ledematen). Bij een laesie eronder, waarbij alleen de benen verlamd zijn, van een paraplegie. Hoe hoger de dwarslaesie, hoe groter de beperkingen. Een dwarslaesie kan compleet of incompleet zijn. Bij een incomplete dwarslaesie is gevoel onder de laesie op sommige plaatsen in het lichaam aanwezig, terwijl bij een complete dwarslaesie het gevoel geheel verdwenen is. De precieze locatie wordt aangegeven met een letter/cijfercombinatie die staat voor de wervel waar de onderbreking zit. De eerste tijd na het ontstaan van de dwarslaesie is er sprake van een ‘spinale shockfase’, als reactie van het lichaam op de ingrijpende gebeurtenissen. Er kunnen dan tijdelijk functies uitvallen, die later weer terugkeren. Soms herstellen functies zich dus voor een deel, maar het overblijvende functieverlies is definitief.

 

Bron afbeelding: Stichting Stap vooruit

 

In Nederland hebben ongeveer 5000 mensen een dwarslaesie en komen er per jaar ongeveer 400 tot 500 dwarslaesies bij, waarvan ongeveer 60% een hoge dwarslaesie heeft. Er zijn twee keer zoveel mannen als vrouwen met een dwarslaesie, en de leeftijd is gemiddeld 39 jaar. Vaak ontstaat een dwarslaesie plotseling, je wordt er niet mee geboren. Het gebeurd bijvoorbeeld door een verkeersongeluk (35%), of tijdens het sporten (15%, vooral voetbal of duiken in ondiep water), val van grote hoogte (9%) of een bedrijfsongeval (13%). De wervelkolom kan dan breken of verbrijzelen, waarbij delen van de wervelkolom in of tegen het ruggenmerg terechtkomen. Ruggenmergletsel als gevolg van een ongeluk wordt doorgaans “trauma” of “traumatisch” genoemd, het letsel is een “traumatische laesie” van de wervelkolom. Een laesie kan verder ontstaan door schot- of steekwonden of door een beschadiging bij een operatie. Schade aan het ruggenmerg kan echter ook geleidelijk ontstaan - door een ziekte van de wervelkolom en/of het ruggenmerg (18%), bijvoorbeeld multiple sclerose, een virusinfectie, bloeding, ontsteking, een hernia of een tumor.

 

Voor meer informatie: Dwarslaesie Organisatie Nederland

 

 

 

 

 

Disclaimer                                    - Gemaakt door Suusdesign.nl