Oefenen. Bron afbeelding: Uniek van UMC Utrecht
Wat neem je mee naar het ziekenhuis?
Wat neem je nu
eigenlijk allemaal mee als je naar het
ziekenhuis
gaat? Dat verschilt natuurlijk per persoon, maar
hier zijn een aantal
voorbeelden die mensen op het
forum op deze vraag gaven:
- Je ponskaartje
- Bewijs van
je ziektekostenverzekeraar (bijv. je pasje)
-
Toiletspullen
- Medicijnen
(liefst in verpakking)
- Eventueel, als
je al een stoma hebt, eigen stomamateriaal
- Pyjama's
-
Pantoffels/slippers en ochtendjas
- Ondergoed en
sokken
- Kleding voor
als je weer naar huis mag
(na een
stoma-operatie zijn trainingsbroeken erg fijn)
- Eigen kussen
- Vrolijke
kussenslopen
- Iets
ontspannends om op je kussen te spuiten
- Een
oogmasker voor 's nachts
- Oordopjes
- Lees/puzzelboeken en tijdschriften
- Pen en papier
- Dagboek waar
het bezoek iets in kan schrijven
- Digitale camera
- MP3 speler (met koptelefoon die je ook voor de tv kunt
gebruiken)
- Mobiele telefoon/boekje met telefoonnummers
- Foto's
van mensen en dieren die dichtbij je staan
- Laptop en
eventueel dvd's
- Nintendo DS
- TV gids
- Etenswaren als
zuurtjes/pepermuntjes, kaakjes, drinken etc.

Tegenwoordig is het in steeds meer
ziekenhuizen mogelijk om te internetten,
vraag hier naar!
Naar boven
De voorbereidingen
Tegenwoordig met je meer
invloed in wanneer je onder het mes gaat en
de keuze van het ziekenhuis. Geef het in het
ziekenhuis aan als je in verband met een vakantie of
je werk
een voorkeur hebt voor een
bepaalde planning zodat ze hier
rekening mee kunnen houden.
Meestal vindt
er eerst een poliklinisch vooronderzoek plaats: een
bloedonderzoek, hartfilmpje (ECG), een algemeen lichamelijk onderzoek
en soms een longfoto. Ook is een gesprek met de anesthesioloog,
chirurg en/of stomaverpleegkundige gebruikelijk. Deze
gesprekken en het vooronderzoek
kunnen op de afdeling worden
gedaan, als je een dag voor de operatie wordt opgenomen. Als je op
een maandag wordt geopereerd, wordt je vaak al de vrijdag ervoor
opgenomen en vinden ook dan de vooronderzoeken plaats. Het ligt aan je
situatie, maar soms mag je daarna weer naar huis en hoef je zondagavond pas weer terug op de
afdeling te zijn. Tegenwoordig wordt er in steeds meer ziekenhuizen
gebruik gemaakt van een pre-operatief spreekuur.
Indien je voor een operatie gepland staat, ga je
langs bij dit spreekuur. Door middel van dit spreekuur kan de
anesthesioloog je tijdig voorlichten over de anesthesie, zal
hij je medische voorgeschiedenis,
medicijngebruik allergieën etc. met
je doornemen aan de hand van een door jou ingevulde vragenlijst
en eventueel benodigd
aanvullend onderzoek verrichten, het operatierisico inschatten en een eventuele consultatie of behandeling door een
andere specialist in gang zetten.
Om er zeker van te zijn dat je stomazakje na de operatie
prettig zit en goed op zijn plaats blijft terwijl je staat, zit of beweegt,
bekijken de chirurg en de stomaverpleegkundige samen
met jou zorgvuldig de plaats waar de stoma het meeste ideaal zou zitten. Die plaats
hangt af van de vorm en plooien van je buik. Het is namelijk belangrijk dat de stoma op
een "recht" stuk geplaatst wordt anders kun je later last krijgen van
lekkages. Ze letten op uitstekende botten
zoals het heupbeen en darmbeen en ook op de navel,
littekens en de contouren van je lichaam wordt
gelet. Vaak wordt de stoma op de top van de "vetrol"
ter hoogte van de navel geplaatst,
door de rechte buikspieren.
Het peesblad
bepaald de diameter van de stoma.
Bij mensen
in een rolstoel moet
zittend de plaatsbepaling worden gedaan. Ook houden ze rekening met de kleding
die je draagt, het gaat er dan vooral om waar de
broekband zit. En ten slotte is het natuurlijk erg
belangrijk dat je zelf de stoma kunt
zien en er goed mee kunt
bewegen en buigen. Het
blijft een indicatie want
de chirurg is natuurlijk afhankelijk van de situatie in
de buik. Bij een
spoedoperatie is de plaatsbepaling helemaal
lastig.
Verstandig is om voor de operatie als test al een poosje te hebben rondgelopen met een
stomazakje op je buik geplakt, zodat je kunt voelen of die plek goed is.
In sommige ziekenhuizen krijg je een
nepstoma te leen die je op je buik kunt
plakken. Met chirurgische inkt,
wat er niet afgaat met het douchen, wordt er op de plaats waar de stoma moet komen een
stip gezet. Een stoma kan in principe op iedere
plaats op de buik worden
aangelegd. Er zijn echter een aantal voorkeursplaatsen;
*
(dubbelloops) ileostoma ~ op de rechter onderbuik
* colostoma ~ op de linker onderbuik
*
dubbelloops colostoma ~ op de linker onderbuik of bovenbuik
* urostoma ~ op de rechter onderbuik
Bij uitzondering kan een ileo- of colostoma boven de
navel worden geplaatst. Bij een urostoma kan dit
niet in verband met de anatomische ligging van de nieren,
urineleiders en de blaas. Bijvoorbeeld bij moslims wordt een stoma onder de navel als onrein
beschouwd, dat heeft te maken met de culturele achtergrond.
Bij een gezet iemand of een rolstoelgebruiker zit een stoma wat hoger
op de buik prettiger.
Op het moment dat je onder narcose gaat, moet je 'nuchter' zijn. Dit betekent dat je
maag leeg is op het moment dat je geopereerd wordt. Het verschilt per ziekenhuis hoe lang je voor
de operatie niets meer mag eten en drinken. Soms begin je al een aantal dagen van tevoren met een dieet van
vloeibaar voedsel,
soms is het pas de avond voor de dag van de operatie dat je niet meer mag eten en drinken. Al worden
in sommige ziekenhuizen de regels al iets versoepeld. Uit wetenschappelijk onderzoek is namelijk
gebleken dat inname van heldere dranken (zoals water, thee en koffie zonder melk of suiker) tot 2
uur voor de operatie,
geen kwaad kan. Deze heldere dranken verlaten de maag binnen 2 uur.
Steeds vaker wordt nu in
ziekenhuizen deze regel aangehouden,
en mag je tot 6 uur voor de
operatie gewoon blijven eten.

Het spel "Theme hospital"
Afhankelijk van de situatie, het ziekenhuis en de voorkeur van de chirurg, moeten ook
de darmen leeg zijn. Dit kan gebeuren met laxeermiddelen of een spoeling van de darmen.
Als er een ernstige verstopping is, of er acuut geopereerd moet worden, kan het leegmaken van de darm niet
doorgaan.
Al is ook laxeren voor een operatie
niet altijd meer nodig. Die vieze liters drank, met
daarbij diarree en de
helder vloeibare
voeding, verslechterd vaak
de conditie van je lichaam.
De reden voor het laxeren was dat
ze vroeger dachten dat je daardoor minder
kans had op naadlekkage (zie
verder op deze pagina voor meer info hierover) en
dat als je dit toch kreeg, er minder
bacteriën in je buikholte terecht kwamen.
In 13 Nederlandse ziekenhuizen
deden 1400 mensen mee aan een
onderzoek waarbij er heel willekeurig werd bepaald
of ze wel of niet een laxeermiddel
kregen vlak voor de operatie. In de weken na de
operatie was het aantal naadlekkages in de 2 groepen
gelijk. Vaak wordt er de avond
en ochtend voor de operatie wel een klysma
gegeven, bij lage rectumoperaties
wordt er nog wel gelaxeerd. Maar zoals al
eerder geschreven verschillen de
procedures per ziekenhuis, dus vraag dit even na bij
je arts!
Bron afbeelding:
Colonic-association.co.uk
Indien je de dag voor de
operatie al aanwezig moet zijn, kan het fijn
zijn om voor de nacht een
slaappil te krijgen. Door de
vreemde omgeving en de
spanningen zul je misschien minder goed
kunnen slapen. Indien je
bloeddonor bent is het bij een
buikoperatie verstandig vooraf minimaal
één maand geen bloed te geven. Het is
belangrijk om voor de operatie in een
optimale conditie te zijn, wat ook
bevordelijk is voor het herstel.
Naar boven
De dag van de operatie
Tijdens de operatie ziet de
anesthesioloog onder andere aan de
kleur van je huid hoe het met je is. Zorg er
daarom voor dat je al je make-up
en nagellak hebt verwijdert.
Ook moeten contactlenzen
worden verwijdert omdat deze schade
aan de ogen kunnen veroorzaken tijdens de algehele
narcose. Verwijder vanwege hygiënische
redenen ook je sieraden, horloge en piercings.
Net voor de operatie; al in
het operatiejasje wordt nog even
Eliene's neusknopje afgeplakt
(rechts)
Je krijgt een polsbandje met daarop je naam en eventuele allergieën (als dit nog niet
eerder is gebeurd).
Soms krijg je ook iets van een spuitje in je bil of een pilletje, om je wat te
kalmeren en je voor te bereiden op de narcose.
Ook krijg je een
paracetamol. Hierdoor wordt er alvast een
spiegel opgebouwd in je
bloed waardoor je na de operatie al een
soort buffer hebt. Als het zover is wordt je met bed en al
door de verpleegkundigen naar het operatiecentrum gebracht. Daar wacht je, vaak met andere patiënten,
in een zaal tot de operatiekamer gereed is.
In de operatiekamer wordt je van je eigen bed over
getild naar de operatietafel. Daarna wordt je aangesloten op de bewakingsapparatuur. Tijdens een
narcose controleert de anesthesioloog voortdurend de belangrijkste lichaamsfuncties,
zoals ademhaling, bloeddruk en de hartslag.
Daarom worden er stickers op je borst geplakt die tijdens en na de operatie je
hartritme bewaken.
Ook krijg je een klemmetje op je vinger om het zuurstofgehalte in je bloed te controleren en krijg je een
bloeddrukmeter om je arm.
Bron afbeelding:
EJK.de
In de rug van je hand wordt een infuus ingebracht. Dit is een
dun slangetje dat in een bloedvat wordt geschoven en waarmee onder andere
medicijnen en vocht kunnen worden toegediend voor, tijdens en na de operatie. Soms
wordt het infuus ook op aan andere plek aangebracht, bijvoorbeeld in de zijkant van je pols,
als daar je aderen beter zichtbaar (en dus prikbaar) zijn.
Bron afbeelding:
EJK.de
Bij een operatie aan het maag-darmkanaal wordt ook vaak gebruik gemaakt van een
ruggenprik om de pijn tijdens en na de operatie te reguleren. Je hoort van tevoren of dit bij jou het geval zal
zijn. Bij een ruggenprik (Thoracale Epidurale-Anesthesie, TEA), wordt een heel klein dun kathetertje
(slangetje) net buiten
het harde ruggenmerg ingebracht,
tussen 2 wervels
door. Epiduraal wil zeggen
‘de ruimte net buiten het harde ruggenmergvlies’. De prik gaat dus niet in het
ruggenmerg. De medicatie komt direct op de goede plek waardoor er minder
pijnstillende medicatie nodig is.
Door middel van een
pompje wordt er voortdurend pijnstilling
via het slangetje toegediend.
Een epiduraal katheter heeft ook een gunstig effect op de
zuurstofbehoefte van het hart en de kransslagaders die de bloedvoorziening naar het hart regelen. Als je
wakker bent adem je beter waardoor je herstel sneller gaat. Voor het inbrengen moet je op de rand van de
operatietafel gaan zitten in een houding zie ze ook wel 'kattenhouding'
noemen; kin op de borst, neus naar de knieën schouders laten zakken/ontspannen en de voeten komen
op een bankje voor de steun.
Indien nodig, wordt de plaats van
de ruggenprik eerst met een klein prikje
voorverdoofd. Het geven van de ruggenprik duurt ongeveer 30 seconden. Een ruggenprik kan een lage bloeddruk
veroorzaken. Bij de ruggenprik kunnen je
benen anders aanvoelen; warm, tintelend en
zwaar. Soms kun je ze ook niet meer bewegen.

Bron afbeelding:
AMC
Een operatie aan het maag-darmkanaal wordt over het algemeen onder
algehele narcose uitgevoerd.
Dit wordt ook wel
algehele anesthesie genoemd. Anesthesie
betekent letterlijk gevoelloosheid.
Het doel van een narcose is om je te
beschermen tijdens de operatie. Dankzij de
narcose blijft je lichaam in een zo goed
mogelijke conditie, ook tijdens een zware
operatie. Tijdens een narcose is je hele lichaam
verdoofd en ben je buiten bewustzijn. Soms krijg je voordat je in slaap gebracht
wordt een masker met 100% zuurstof op je mond en neus. Hiermee worden
je bloedcellen en daarmee je lichaam voorzien van een extra ‘stoot’
zuivere zuurstof. Dit komt je herstel ten goede. Hierna
spuit de anesthesioloog via het infuus de narcosemiddelen in. Je valt
binnen een halve minuut in een diepe slaap. Dit kan voelen als een soort
warme gloed die over je heen komt. Het gaat zo snel dat je het
amper in de gaten hebt. Vaak spreken de chirurgen je nog wat bemoedigende woorden toe.
We hebben ons laten vertellen dat als je op dat moment aan iets leuks denkt, je ook met een
fijn gevoel weer wakker wordt.
Soms krijgen mensen bij een laparoscopische
aanleg van bijvoorbeeld en tijdelijk stoma, alleen
een ruggenprik waardoor ze de
operatie mee kunnen kijken op een tv-scherm.

Naar boven
Tijdens de operatie
Voordat de operatie zelf begint, brengt de anesthesioloog een
plastic buisje (de endo tracheaal tube) in je keel, wat tijdens de
operatie zorgt voor een goede vrije ademweg. Je merkt daar
niets van, want je bent dan al onder narcose. Wel
kun je als je wakker wordt wat last hebben van keelpijn.
Je krijgt steeds
slaapmiddel toegediend, via het infuus of
de beademingsmachine. De darmwerking wordt
tijdens de operatie spontaan onderbroken, maar de productie van maagvocht
gaat gewoon verder. Om te voorkomen dat het maagvocht zich opstapelt in de maag het en
misselijkheid veroorzaakt, wordt er tijdens de operatie een maagsonde via de neus tot in de
maag gebracht. Deze sonde wordt verwijderd als de darmwerking weer spontaan
hersteld is. Dit kan al gebeuren net na de operatie, zodat je wakker wordt
zonder maagsonde. Maar het kan ook zijn dat de maagsonde wat langer
moet blijven zitten. Het is erg belangrijk dat alles steriel is om ontstekingen te voorkomen,
daarom wordt alles goed gedesinfecteerd en wordt het hele operatiegebied afgedekt met
steriele lakens.
Tijdens de operatie worden al je lichamelijke
functies goed in de gaten gehouden en zonodig
kan er worden bijgestuurd en
bijvoorbeeld extra vocht of bloed
worden toegediend.
Bron afbeelding:
MSTwente
Hoe lang de operatie duurt is sterk afhankelijk van
welk soort stoma er wordt aangelegd, de situatie in de buik, de oorzaak van de operatie etc. Tijdens de
aanleg van de stoma wordt het darmdeel dat de stoma moet gaan vormen door een
opening in de buikwand ter grootte van een euro naar buiten gebracht. De darm wordt
omgestulpt en vastgehecht aan de huid. Wat je van de stoma ziet is dus eigenlijk de
binnenzijde (het darmslijmvlies) van de darm.
Bron afbeelding:
Atlas of pelvic surgery
Bij de aanleg van een (vaak
tijdelijk) dubbelloops stoma wordt er
soms gebruik gemaakt van een kunststof
bruggetje. De darm wordt uit de buik gehaald en
tussen de darm en de huid wordt een zogenaamde brug gelegd. Hierdoor kan de darm niet
terugzakken in de huid (retractie). Wanneer de stoma voldoende aan de huid is
gehecht en niet meer terug kan, kan de brug worden
verwijderd. Er zijn inmiddels
onderzoeken geweest waaruit blijkt
dat bij dubbelloops stoma's waarbij geen brug wordt
aangelegd, een retractie niet vaker voorkomt
dan waar het wel wordt gebruikt.
Bron rechter afbeelding:
Atlas of pelvic surgery
Naar boven
Het wakker worden
Na de operatie wordt je
naar de uitslaapkamer of verkoeverkamer (recovery) gebracht. Dit is een aparte ruimte
vlakbij de operatiekamer. Hier wordt goed gekeken naar de pijnbestrijding en
worden je bloeddruk, ademhaling en allerlei andere functies, goed in de gaten gehouden. Als de
verpleging van jouw afdeling hoort dat je op de uitslaapkamer bent aangekomen, zoeken ze
contact met een persoon die dicht bij je staat, zodat die weet dat de operatie achter de rug is
en eventueel op de kamer op je kan wachten. Afhankelijk van hoe snel je bijkomt en
wanneer je toestand zich stabiliseert, wordt je teruggebracht naar de
afdeling. De meeste mensen kunnen binnen 2 uur de uitslaapkamer weer verlaten. In sommige gevallen
ga je eerst naar de intensive care of medium care. Vaak wordt dit voor de operatie al besproken,
uitzonderingen natuurlijk daargelaten.

Bron afbeelding:
Antonius Nieuwegein
Door de nawerking van de narcose kun je je nog een tijd slaperig voelen,
waardoor het mogelijk is dat veel van de periode in de uitslaapkamer aan je voorbij gaat.
Wat kun je verwachten tijdens het wakker worden? Ten eerst heb je meteen al
een stomazakje op je buik, alhoewel, zeg maar eerder "zak". Vaak is het een
hele grote doorzichtige
PostOp zak
(post-operatief), zodat de artsen en (stoma) verpleegkundigen je stoma en de
output (de hoeveelheid ontlasting of urine wat uit je stoma komt) goed in de
gaten kunnen houden.
Schrik niet van de grootte van de stoma, hij zal in het begin nog wat gezwollen zijn
(oedemateus). In de weken na de operatie neemt de zwelling geleidelijk af. Vaak heeft een stoma
na 6-8 weken, in principe, zijn definitieve vorm en grootte. Uiteraard kan dit per persoon verschillen.
Links een (dubbelloops) stoma net na de operatie
en rechts hetzelfde stoma zo'n 3 maanden later
Het infuus in je hand of arm is erg belangrijk. Ten eerst krijg je door dat
infuus de dagen na de operatie een vocht/zoutoplossing (fysiologisch zout, 0,9%). Het zoutgehalte in deze
oplossing is gelijk aan deze in onze lichaamscellen, waardoor snel de watervoorraad
in het lichaam aangevuld kan worden. Soms geven ze je in plaats van een water/zout infuus een
suiker/water infuus. Ook als je last hebt van misselijkheid, kunnen ze hiertegen medicatie
in je infuus geven. Een
tip wat bij misselijkheid nog wel
eens wil helpen, is een speciaal polsbandje
met aan de binnenkant een plastic knoopje.
Zeg maar op de plaats van de sluiting
van een horlogebandje. Dit knoopje drukt op een acupressuur punt
(p6 of Neiguan) en geeft ontspanning
en kan misselijkheid wegnemen is
uit vele studies gebleken. Voor zo'n 70%
van de mensen werkt het. Bij
mannen bij voorkeur het bandje dragen aan de
linkerpols, vrouwen de rechter. Te koop bij
reiswinkels en de drogist. Je kunt deze plek ook
zelf masseren. Gember
is ook een goede remedie bij misselijkheid.
Tegen de pijn kan er pijnstillende medicatie in je infuus worden
gespoten (indien je geen
ruggenprik hebt). Het kan ook zijn dat je een pijnpomp hebt gekregen die je zelf
kunt bedienen. Dit is
pijnmedicatie via een PCA pomp
(Patient-Controlled-Analgesia).
In het laatste geval moet je, als je pijn hebt, op de knop van de pijnpomp drukken,
waarbij er een kleine dosis morfine
in je bloed terecht komt. Het pompje is dusdanig
veilig dat je jezelf nooit teveel
kunt toedienen. Houd er alleen rekening mee dat
morfine zorgt voor
verminderde werking van de darmen.
Pijn wordt veroorzaakt
doordat cellen in het beschadigde
weefsel hormoonachtige
stoffen aanmaken die de
zenuwuiteinden (pijnreceptoren/nociceptoren) prikkelen.
Door deze prikkels ontstaat een elektrisch signaal
dat via de zenuwen en het ruggenmerg naar onze
hersenen wordt gestuurd en wordt
vertaald naar pijn. De verpleegkundige komt regelmatig langs om te vragen
hoe hoog de pijn is (pijnmeting), dit kun je dan aangeven op een schaal van
0
(laag) tot 10
(hoog).
Dit is de VAS score, wat Visueel
Analoge Schaal betekend.
Wees eerlijk, want de pijn kan op verschillende manieren worden bestreden.
Vaak met een combinatie aan middelen.
Bron afbeelding: GHZ wijzer 2009
Bij erge pijn
kan er ook een injectie worden
gegeven intramusculair (in de spier).
Dit is even onprettig, maar helpt al snel tegen de
pijn.
In het verleden was het de gewoonte
om alleen de pijn te stillen als
het ondraaglijk werd. Inmiddels
heeft onderzoek uitgewezen dat je
bij langdurige pijn beter een tijdje continu
pijnstillers kunt gebruiken om te voorkomen
dat het erger wordt. Een goede
pijnbestrijding leidt tot een sneller
herstel. Meestal is de pijn
direct na de operatie het hevigst en neemt
geleidelijk af. Het streven van de
artsen en verpleegkundige is dat je 72 uur
na de operatie een pijncijfer hebt van
minder dan 4. Nu is het lastige
natuurlijk van pijn wel, dat het een
subjectief begrip is, pijn is een
persoonlijke ervaring. De hoogte van de
pijndrempel is voor iedereen verschillend
en ieder mens ervaart pijn dan ook
op een andere manier.
Naast je infuus of de pijnpomp kan er als je wakker wordt een slangetje in je neus zitten voor de
zuurstof. Zoals al eerder besproken kun je ook wakker worden met een
slangetje dat via de neus en de slokdarm naar de maag gaat
(maagsonde). De maagsonde zorgt ervoor dat de maagsappen via het slangetje naar een
opvangzak kunnen lopen. Vooral in het begin kan dit prettig zijn
omdat de darmen dan nog stil liggen en je anders kans hebt om over te
moeten geven. Het is even wennen zo'n slangetje van neus naar maag, en soms ook onprettig,
maar gelukkig mag de maagsonde doorgaans snel weer worden verwijdert. Soms is hij er al uit
als je weer wakker wordt uit de narcose, en anders meten ze 3 keer per dag de
maagretentie.
Als dat niet meer is dan 50 ml per keer, dan zijn de darmen genoeg op gang gekomen en mag de sonde eruit.
Als er een darmstoma
bij je is aangelegd kun je wakker worden met een blaaskatheter (verblijfskatheter). Dit is een
soepel buisje dat langs de natuurlijke urineweg tot in de blaas
wordt geschoven. De urine kan zo vanzelf weglopen en wordt opgevangen in een zak
dat aan je bed hangt. Als gevolg van de narcose kan het namelijk nogal eens zijn dat je een korte
tijd niet uit jezelf kunt plassen. Ook kunnen ze zo je vochthuishouding na de
operatie in de gaten houden en je hoeft niet meteen op die koude po
te gaan zitten. Je voelt zo'n katheter trouwens niet zitten.
Zoals we al eerder schreven ligt het helemaal aan het soort
operatie, het ziekenhuis, je conditie etc. met welke toeters en bellen
je wakker wordt. Je kunt bijvoorbeeld een slang (drain) in de
buikwand hebben die zorgt voor het aflopen van wondvocht en bloed. Ook kunnen sommige
mensen voor of na de operatie sondevoeding nodig hebben.
Bespreek dit dus met je arts, op deze website staan slechts voorbeelden!
Net terug van de operatie
Op de operatiedag worden
regelmatig al je lichamelijke
functies gecontroleerd, de "controles"
door de verpleging. Je temperatuur, hartslag,
bloeddruk en zuurstof in het bloed. Zodra het beter
met je gaat, wordt dit langzaam minder.
Naar boven
Het herstellen
De eerste dagen na de operatie ben je niet veel waard. Je kunt last hebben
van misselijkheid of zelfs moeten overgeven, je voelt je slap en kunt, zeker de
eerste dag, nog niet uit bed komen. De eerste tijd ben je echt afhankelijk
van de verpleegsters. Ze helpen je met wassen, omkleden, de po etc. Als er iets is kun je op een
belletje drukken zodat er een verpleegster komt. Je zult veel slapen en rusten.
Elke dag zal het stapje voor stapje beter gaan en kun je weer ietsje meer. Hoe
snel dit gaat is afhankelijk van allerlei factoren. Zodra je eraan toe bent helpen ze je even uit bed zodat
je op een stoel kunt gaan zitten. Dit voelt de eerste keer echt als een hele
wereldreis. Je moet niet vergeten dat een operatie een klap voor je lichaam
is, het heeft tijd nodig om weer te herstellen.
Even "bengelen"
Langzaam mag je weer wat drinken en eten. De
eerste dagen nog vloeibaar (soep, pap etc.), daarna licht voedsel
(aardappelpuree, crackers, fruit etc.), opbouwend totdat je weer normale kost kunt eten. Je
zou last kunnen krijgen van darmkrampen doordat je darmen weer langzaam
op gang komen. Als je dat fijn zou vinden kun je aan de verpleegkundigen
vragen of ze een handdoek voor je op willen warmen, dit kan
verlichtend werken bij eventuele krampen. Ook kan een handdoek helpen bij veel
hoesten, zodat je daarmee tegendruk kunt geven op
je buik. Vaak komt er nadat er een stoma bij je is aangelegd, een diëtiste
langs. Zij bespreekt met jou de gevolgen voor je voeding door de net
aangelegde stoma. Ook komt je chirurg even langs om te vertellen hoe de
operatie is verlopen en om te kijken hoe het nu met je gaat.
Een paar dagen na de operatie
kan Eliene weer wat licht
verteerbare voeding eten
Een colostoma komt na een aantal dagen na de operatie op gang, dit komt omdat je je eten
langzaam weer opbouwt. Een ileostoma moet meteen vanaf de
operatie ontlasting produceren, al zal dat in het begin nog
waterig en groenig zijn. Ook een urostoma produceert meteen na
de operatie al urine.
De buik van Eliene net na de operatie
De buik van Jaime een week na de (laparoscopische) operatie
In de eerste dagen van de operatie begint ook het leren
verzorgen van je stoma. Een
afdelingsverpleegkundige moet de
basis-stomazorg vaardig zijn, de
stomaverpleegkundige gaat dieper op
de materie in. In de meeste ziekenhuizen gebeurt
het grootste gedeelte van het
leren verzorgen samen met een
stomaverpleegkundige. In het begin kijk je alleen mee en legt de stomaverpleegkundige je
van alles uit. Dit noemt men ook
wel bed-site teaching. Er komt dan veel op je af en je kunt het gevoel
hebben dat je dat nooit allemaal gaat onthouden, maar geloof,
het lukt!
Als je eraan toe bent mag je meehelpen je stoma te verzorgen,
en voordat je naar huis gaat moet je ook een keer
hebben laten zien dat je het zelf
kunt. Ook is
het belangrijk dat er een keer iemand die dichtbij je staat meekijkt,
zodat ook diegene weet hoe een stoma verzorgt dient te worden.
De stomaverpleegkundige begint in het ziekenhuis met
1 merk, thuis kun je andere
merken stomamateriaal uitproberen
om te kijken wat jij het prettigst vind.
Elke dag verdwijnt er wel weer een slangetje of infuus.
Het infuus wordt vaak eerst
afgedopt, en als het allemaal goed
is en je voldoende drinkt en eet,
mag het infuus er helemaal af.
Hoe
fitter je een operatie ingaat, hoe sneller je hersteld. Het is dus niet van tevoren precies te
zeggen na hoeveel dagen je weer normaal kunt eten, je weer naar
huis mag enzovoort. Dit
ligt natuurlijk aan het soort ingreep, de conditie
van je lichaam, hoe snel je van alle slangetjes
verlost bent enzovoorts. In principe kun je na het aanleggen van een stoma na 10 tot 14
dagen na de operatie het ziekenhuis weer verlaten.
Met een laparoscopische
operatie kan dit zelfs al met een dag of 6
zijn. Natuurlijk kan het zijn dat je minder snel
hersteld, bijvoorbeeld door eventuele
complicaties, waardoor het een stuk
langer kan duren voordat je naar huis mag
en kan.
De eerste stapjes samen met de infuuspaal
De dag
dat je naar huis gaat krijg je nog een hele uitleg mee van de (stoma)verpleegkundige
met instructies van wat je wel en niet mag doen (en
indien je dit niet krijgt, vragen!). Ook krijg je
voor de eerste dagen wat stomamateriaal mee. De stomaverpleegkundige zal voor een
machtiging zorgen en die naar een leverancier van stomamateriaal
sturen, zodat alles is geregeld voor als je weer thuis bent. Ook kun je, samen met de
maatschappelijk werkster
of de transferverpleegkundige
van het ziekenhuis,
hulp regelen voor thuis.
Dit kan huishoudelijke hulp (WMO) zijn, verpleegkundige
en persoonlijke
zorg (AWBZ) of bijvoorbeeld hulpmiddelen
zoals een tijdelijke rolstoel, ziekenhuisbed of
verhoogd toilet maar ook tafeltje dekje (WMO). Indien je
denkt hulp nodig te hebben straks thuis, geef dit
dan aan zodat de verpleegkundigen contact
kunnen zoeken met de transferverpleegkundige! Deze
kan een indicatie aanvragen bij het
Centrum Indicatiestelling Zorg
(CIZ) of bij de gemeente. Dit kan
voor 3 à 6 maanden worden toegezegd.
Indien je de hulp nog langer nodig hebt zul je een
verlenging aan moeten vragen, dit
kan in Zorg in natura (ZIN) maar
ook in een persoonsgebonden budget
(PGB), waarbij je zelf je hulp kunt
regelen. Dit moet 6 weken voor de
datum van verstrijken worden aangevraagd.
Bron afbeelding: Tijdschrift Gezond.nu
Naar boven
Lees hier de persoonlijke
operatie
verhalen van:
*
Kim
*
*
Ed
*
*
Frans
*
Weer thuis
In het ziekenhuis kun je te maken krijgen met 2 tegenstrijdige gedachten:
aan de ene kant wil je dolgraag naar huis en slapen in je eigen vertrouwde bed. Maar aan de andere
kant kun je je ook erg veilig voelen in de handen van al die professionals. Als je eenmaal weer
thuis bent kan het een grotere stap zijn dan je dacht. Dan moet je het toch ineens allemaal
zelf doen én langzaam de draad van je leven weer oppakken. Ook ben je thuis
actiever en dus merk je sneller hoeveel je waard bent, en dat kan nog wel eens flink tegenvallen... Geef jezelf zeker
de eerste 2 weken de tijd om aan alles te wennen en geef er ook aan
toe. Het kan best dat je in die periode pas beseft wat er allemaal gebeurd is de
afgelopen tijd. Duw dat niet weg, want het is niet niks wat je hebt meegemaakt.
Praat er met anderen over, dat kan enorm opluchten en de boel wat minder zwaar maken.
Sommigen aanvaarden de nieuwe situatie al snel,
terwijl anderen vastlopen. Dit ligt aan allerlei
interne en externe factoren, zoals
of de operatie plotseling was of al
voorbereid. Geef jezelf de tijd.
Het is volkomen normaal om verdriet
te hebben over de veranderingen van je lichaam, zie
het als een rouwproces.

Op één van de eerste dagen dat je weer thuis bent, krijg je een
welkomstpakket van je leverancier die in de toekomst voor je stomamateriaal gaat zorgen, soms
zelfs persoonlijk bezorgd. Hierin zit alles wat je nodig hebt om je stoma te
verzorgen: van een schaartje tot een mal. Vaak doen ze er ook nog wat
leuks bij, zoals een boek, toilettasje etc. Als het pakket
persoonlijk bij je wordt bezorgd, krijg je er ook nog een
uitgebreide uitleg bij. Zo'n leverancier kun je eigenlijk het beste vergelijken met de
Wehkamp, maar dan waar je stomamateriaal besteld. Vaak kan dat zelfs al via
internet.
De eerste tijd staat ook in het teken van "het perfecte materiaal"
vinden. De één heeft dit zo gevonden, terwijl het voor de ander nog een hele zoektocht is
met soms de nodige problemen als lekkage en
huidirritatie. Doe dit
niet alleen, maar samen met je stomaverpleegkundige.
Zij kan je helpen, want alleen zie je op een gegeven moment door de bomen het bos niet meer, er zijn
zoveel verschillende merken en soorten. Een stomazakje uitproberen is ook niet zoiets als een nieuwe
spijkerbroek. Bij een spijkerbroek weet je meteen of hij wel of niet zit; een
stomazakje moet je soms wel een aantal dagen uitproberen voordat je dat weet. Maar wees gerust:
er zijn tegenwoordig zoveel verschillende variaties op stomagebied, dat er voor iedereen een stomazakje
en plak te vinden is waarmee je uiteindelijk tevreden bent. Weet ook
dat je altijd bij je stomaverpleegkundige terecht kunt met vragen. Zeker in het begin kun je
dat nog wel eens nodig hebben, maar ook als je bijvoorbeeld van gewicht verandert, kan
het zijn dat je haar hulp nodig hebt om een ander stomazakje te vinden wat beter geschikt is.
Houd er ook rekening mee dat de eerste weken na de
operatie je buik en vorm van het stoma
kunnen veranderen waardoor het materiaal
soms moet worden aangepast. Vaak
heeft een stoma na een maand of 3
pas zijn definitieve vorm gekregen
doordat je stoma de eerste tijd krimpt
door het overtollige vocht dat
wegtrekt. Ook wordt je thuis mobieler
waardoor er ander materiaal nodig kan zijn wat
prettiger zit. Daarnaast moet je huid
wennen aan het feit dat er constant
een pleister op de huid geplakt
zit. In het begin kan het dus een zoektocht
zijn, maar als je eenmaal prettig materiaal hebt
gevonden ben je vaak voor jaren klaar, naast wat
kleine aanpassingen!
De
verzorging zal in het begin even wennen
zijn. Waar ga je het stoma verzorgen? Kan ik het
allemaal alleen? Ik heb een ongelukje, hoe komt dat
en hoe los ik dat op? Het verzorgen zal ook nog veel
langer duren dan dit in de toekomst
zal worden. Het is nieuw, vreemd en wennen. Er komt
ineens een nieuw element in je
dagelijkse lichaamsverzorging. Je
zult merken dat de dagelijkse verzorging van je
stoma steeds iets makkelijker en sneller gaat. Ook
zijn er dingen verandert waar je
aan zult moeten wennen. Letten op je voeding
en bij een ileostoma genoeg vocht en zouten,
regelmatig verwisselen of legen van
je stomazakje. Ook zul je merken dat de geur
van je ontlasting bij een colo en vooral ileostoma,
verandert is. Dit komt door het
inkorten of verwijderen van de dikke darm
waardoor de substantie van de
ontlasting anders is. Vaak gaat het herstel met
ups en downs; 1 stap vooruit en 2
achteruit. In het begin heb je misschien het idee
dat je stoma jouw leven beheerst,
maar er komt een tijd dat de rollen
omgedraaid zijn.
Denk eraan dat er in je buik gesneden is en er nu een opening
zit, een zwakke plek. Zeker de eerste 6 weken na de operatie is het beter om niets te
tillen om een breuk te voorkomen. Je buikspieren zijn na
een maand of 2 weer aan elkaar gegroeid, als je wat ouder bent, moet je
op 5 tot 6 maanden rekenen. Geef je stoma en je littekens de
kans om te herstellen en probeer niets te forceren. Als je eenmaal
een breuk hebt
ben je veel verder van huis. Dingen als stofzuigen, ramen zemen,
iets zwaars optillen, een boodschappenwagen duwen,
dit wordt allemaal ontraden in de
eerste weken na de operatie. In het begin is je
stoma en je buik
ook nog erg gevoelig. Houd er
rekening mee dat het de eerste weken na de operatie
een stuk fijner is om losse kleding
te dragen, zoals trainingsbroeken met elastiek. Naar
mate je hersteld, kun je weer
dingen als een spijkerbroek uitproberen.
Dit gaat zeker een stuk makkelijker zodra de
hechtingen rondom je stoma door de
stomaverpleegkundige zijn verwijderd. Dit
kan namelijk een trekkerig gevoel
geven of zelfs een beetje gaan ontsteken.
Indien ze te lang blijven zitten,
kan er littekenvorming ontstaan,
ook wel strictuur of granulaatweefsel genoemd. Het
is daarom belangrijk dat de hechtingen er op
tijd uit worden gehaald. Denk eraan dat je
naar een controle van de
stomaverpleegkundige zelf een setje van je
eigen stomamateriaal meeneemt. Als de situatie het toelaat hoef je
thuis voor de
controle je stoma niet te verzorgen. Dit doordat de
stomaverpleegkundige door het controleren van de oude
huidplaat veel kan aflezen.
Aan een operatie houdt je altijd littekens over, maar per persoon en soort operatie verschilt het
herstel ervan.
Wat kun je er zelf aan doen? Ga ten eerste het
eerste half jaar niet met je littekens de
zon in.
Het litteken kan snel verbranden. Pas als de
hechtingen uit de wond zijn gehaald, mag
je er iets van een crème opsmeren. Er is
wetenschappelijk aangetoond dat een
crème die vitamine E bevat, de
genezing bevordert.
Indien de wond (en) nog lang rood blijven en na
4
weken nog duidelijk zichtbaar zijn, is een
siliconengel een optie. Je hebt ook
speciale
littekencrèmes zoals PCLE-Crème van Biodermal.
Hiervan is geen wetenschappelijk onderzoek bekend
maar de ervaringen zijn overwegend positief. Nog een
optie is Calendula crème, wat verzachtend en wondgenezend werkt. Er bestaat ook een
zelfklevende siliconen gelsheet (niet
te gebruiken op open of geïnfecteerde wonden). Bijvoorbeeld Cica-Care,
waarvan is bewezen tot 90% effectief te zijn bij de verbetering van rode, donkere en dikke littekens. Je knipt er een
reep vanaf, die je op het litteken plakt.
Deze reep kunt je vele keren (2 à 3 weken) dagelijks opnieuw gebruiken. Je
wast hem met water en zeep en droogt
hem af. Deze krijg je vergoedt
indien je het op voorschrift van je
arts verkrijgt.
De buik van Jaime 4 maanden na de (laparoscopische) operatie
Dit kan het resultaat zijn van een niet laparoscopische operatie (War)
Het kan zijn dat
je eetlust na de operatie verandert
is; meer of minder, of andere voorkeuren. Je lichaam
kan bijvoorbeeld vragen om bepaalde
specifieke voedingsstoffen als zouten,
vezels of eiwitten. Luister
goed naar je lichaam, want eiwitten (vlees, vis en
zuivelprodukten) zijn bijvoorbeeld goed voor het
herstel van je lichaam. Kijk en
probeer rustig welke voeding je
goed kunt verdragen, en welke niet. Voor een handige
voedingslijst met producten die een verstopping,
lucht etc kunnen veroorzaken, kijk op de pagina
voeding op deze website. Wat je wel
en niet kunt eten verschilt per
persoon en ligt ook aan de opening
van je stoma. Hoe nauwer, hoe
lastiger producten zijn die niet goed worden
verteerd. Probeer alles rustig uit, niet
tegelijk, en indien het nu niet goed valt
later nog eens.
Wat veel mensen best moeilijk
vinden zijn
de drempels die je steeds weer over moet met
iets wat je voor het eerst doet met je stoma. Neem nu de eerste keer weer
naar de bioscoop, een verjaardag of een ander uitje. Het zwembad, op vakantie en sporten. En ook bij
op het eerste oog zo simpel lijkende dingen als bad of douche, naar een
kledingwinkel om een broek te passen of je stoma ergens anders verzorgen. Bij alles wat je doet moet
je weer een drempel over. En die is voor de één hoger dan voor de ander. Maar als je
eenmaal de stap hebt gewaagd zal dat voelen als een enorme overwinning. En kom je erachter dat
het absoluut geen probleem is: leven met een stoma.
Indien je na de stoma-aanleg ooit
wordt opgenomen in het
ziekenhuis, houd er dan rekening mee dat als je
je eigen vertrouwde stomazakjes
wilt blijven gebruiken,
je deze dan zelf meeneemt.
Het kan zijn dat ze in het ziekenhuis weer met
een ander merk werken. Wel kun
je in het ziekenhuis gebruik maken
van de gaasjes, wegwerpzakjes etc. Vaak maakt de
stomaverpleegkundige een box
voor je waar alles in wordt verzameld. Houd er
wel rekening mee dat je na een operatie
tijdelijk ander opvangmateriaal gebruikt, wat er
in de operatiekamer op wordt geplakt en
doorzichtig is (PostOp zak).
Naar boven
Laparoscopie
Een techniek die steeds vaker gebruikt wordt bij de aanleg van een stoma, is
laparoscopie. Dit is een kijkoperatie (ook wel sleutelgatchirurgie,
minimaal invasieve operatie
of incisionless surgeon)
waarbij er slechts enkele kleine sneetjes (incisies) in de huid worden gemaakt, in plaats van één grote.
Het woord "kijkoperatie" is
eigenlijk misleidend, want er wordt
niet alleen gekeken maar ook daadwerkelijk
geopereerd. Laparoscopie is veel minder belastend doordat je minder littekens hebt, daardoor minder
pijn en je dus ook sneller herstelt.
Ook hoeft de buik niet
helemaal open, waardoor de darmen lekker warm kunnen
blijven liggen, zodat je op de langere termijn minder kans hebt op verklevingen van de darm.
Je hebt minder
bloedverlies en de kans op latere complicaties is kleiner.
Wel kost een laparoscopische
operatie 2 keer zoveel tijd dan een
traditionele operatie. Ondanks dat
er tijdens een laparoscopische operatie slechts kleine sneetjes worden gemaakt, blijft het toch een
grote operatie. Vergeet niet: ook al wordt er gestart met een laparoscopische operatie, je arts
kan besluiten verder te opereren via een grotere snede door wat hij van binnen aantreft. Ook komt
niet iedereen voor laparoscopie in aanmerking; als je al vaker geopereerd bent in de buik (gevolg:
verklevingen) kiezen ze toch liever voor de "klassieke manier".

Als eerste wordt er een sneetje gemaakt in of vlakbij de navel, waardoorheen het
eerste buisje (canule) wordt ingebracht. Hier wordt lucht (CO2-gas, kooldioxide) doorgeblazen (geïnsuffleerd)
om binnen in de buik wat 'werkruimte' te creëren
(pneumoperitoneum). Door deze lucht kun je na de operatie wat last van
kramp in de buik hebben, maar ook bijvoorbeeld spierpijn in de rug. Daarna worden er nog een
aantal sneetjes (ongeveer 5 bij 12 mm), meestal 2 of 3, gemaakt, waardoor de
precisie-instrumenten naar binnen
gebracht kunnen worden. Er zijn minimaal twee openingen nodig: één voor de
camera zodat de chirurg alles kan volgen op een monitor en
één voor een werkinstrument waarmee de operatie kan worden uitgevoerd. Tijdens de laparoscopische
operatie bedient de chirurg de chirurgische instrumenten via de monitor. Door de uitstekende
kwaliteit van de camera's en de vergrotende werking tot wel 20 keer, kan de chirurg de anatomie tot in
de kleinste details goed zien. Eventueel wordt een grotere snede gemaakt (vaak bij de bikinilijn) om
een gedeelte van de dikke darm te kunnen verwijderen.

Naar boven
Verwijdering darm/colectomie
Als er een stoma wordt aangelegd, is het
meestal ook nodig om (een deel van) de dikke darm te
verwijderen (resectie van het colon). Indien deze in
zijn geheel wordt
verwijderd spreek je van een totale colectomie,
hierbij blijft de endeldarm over
als stomp. Indien ook de
endeldarm en anus worden verwijderd spreek je van
een proctocolectomie. Bij een
subtotale colectomie wordt er een
groot
deel van de dikke darm verwijderd.
Bij een partiële colectomie wordt er een
stukje dikke darm verwijderd. En
ten slotte spreek je bij het verwijderen van de
halve dikke darm van een hemicolectomie
(en deze kan dus links of rechts zijn). Dit zijn de
geneeskundige namen van deze
technieken. Het verwijderen van de dikke darm kan gebeuren op de
klassieke wijze waarbij de buik open wordt gemaakt,
of via laparoscopie. Op welke wijze dit bij jou
gebeurd ligt geheel aan de situatie in je buik, of
je bijvoorbeeld al eerder bent geopereerd, de
hoeveelheid verklevingen, de oorzaak van de operatie
etc.
Bron afbeelding:
Convatec
Het kan ook zijn dat er een stuk dunne darm verwijderd moet worden (partiële ileum resectie). Ook
hiervan kun je een groot deel missen. Het lichaam blijkt zich
aan te passen aan de nieuwe situatie, waardoor de
rest van de darmen de werking van het ontbrekende deel
overneemt en de spijsvertering door kan gaan. Als je
minder dan 1/3 van de normale lengte van de dunne darm
over hebt (de dunne darm is gemiddeld 6 meter), lukt dit
het lichaam niet meer en kan het zijn dat de dunne darm
niet meer in staat is om de voedingsstoffen op te nemen
(short bowel syndrome).
Je kunt dus een groot deel missen, alleen bij voorkeur
niet het laatste stukje van de dunne
darm. Als je de
laatste 20 centimeter van de dunne darm verwijderd, kun
je een tekort krijgen aan vitamine B12. In dit stukje
wordt deze specifieke vitamine namelijk opgenomen.
Indien dit stuk dunne darm bij jou verwijderd dient te
worden, is het verstandig om na de operatie je
bloedwaarden te controleren en eventueel regelmatig
vitamine B12 te (laten) injecteren zodat je hier geen
tekort van krijgt.
Naar boven
Endeldarmverwijdering/rectumamputatie
Soms is het niet genoeg om alleen (een deel van) de dikke darm te verwijderen, maar moet ook de
endeldarm worden geamputeerd. Dit kan bijvoorbeeld bij
kanker in het rectum of indien
de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa op die plek erg heftig aanwezig is.
Soms wordt een endeldarm ook ter preventie van een
dergelijke ziekte verwijderd. Indien iemand een
ileostoma heeft waarbij de endeldarm nog aanwezig
is, kan dit jarenlang goed gaan, maar na tientallen jaren neemt
de kans op kanker in de endeldarm toe. Ten slotte
kan ook alleen de endeldarm aangetast zijn waardoor
deze moet worden verwijderd. Soms is het dan
mogelijk de uiteinden van de darm weer met
elkaar te verbinden (anastomose) zodat er geen
stoma hoeft worden aangelegd, of alleen tijdelijk. Indien ook de
anus/ kringspier wordt weggenomen spreekt men van een
abdomino-perineale
rectum-extirpatie. Vaak is er
bij dit laatste geen anastomose mogelijk.

Bron afbeelding:
Medline plus
Bij de verwijdering van de endeldarm kan er gebruik worden gemaakt van
open chirurgie
via de buik, een laparoscopische rectumamputatie of
een operatie via de endeldarm, van onderaf
(transanale pull through). Doordat er
bij een open operatie in het kleine bekken wordt geopereerd, waar zich veel
zenuwen bevinden
van geslachtsorganen en blaas, kunnen er
complicaties ontstaan.
Daarom heeft een laparoscopische operatie of een
operatie via de anus, (een intersfincterische
rectumamputatie) voordelen. Bij de laatste wordt er
geopereerd tussen de 2 sluitspieren. De kans op
zenuwbeschadiging in het kleine bekken is een stuk
kleiner doordat de chirurg dicht op de wand van de
endeldarm blijft, en de bekkenbodem en uitwendige
kringspier blijft intact. Dit heeft weer voordelen
voor de wondgenezing en vermindert de kans op
zitpijn na de operatie. Helaas is het niet
verstandig om deze techniek te gebruiken bij mensen
met kanker, omdat er dan ruimer in de endeldarm
geopereerd moet worden. Hierbij moet er via de buik
worden ingegrepen.
Bron afbeelding:
BBraun
Je endeldarm en anus ondersteunen
je organen in de bekkenbodem. Je kunt je dus
voorstellen dat indien deze worden verwijderd, er
verzakkingen kunnen ontstaan. De chirurg kan dit gat
wat is ontstaan op verschillende manieren dichten.
Dit kan bijvoorbeeld door het vetschort dat aan de
dikke darm hangt als een soort sjaal naar beneden in
het kleine bekken te hangen. Doordat de dunne darm
er bovenop valt kan deze niet wegzakken. Ook kan er
gebruik worden gemaakt van de techniek rectus-abdominus-plastiek,
waarbij de rechte buikspieren
worden gebruikt voor het opvullen
van de holte.
Bron afbeelding: uit het boek "Atlas van
de anatomie".
Indien je van onder wordt "dichtgenaaid", de anus
wordt gesloten, houdt je een
anale wond over. Een
anale wond heeft tijd nodig om te genezen. Dit kan
variëren van enkele weken tot soms wel een jaar. In
het begin kun je last hebben van zitpijn. Het kan
dan fijn zijn om een speciaal kussen aan te schaffen
of te lenen bij bijvoorbeeld de thuiszorg. Ook kan
een gelzadel fijn zijn als het fietsen niet goed
gaat. Kijk hier voor het onderwerp zadelpijn.
Mensen die een amputatie moeten ondergaan, zijn er vaak niet op voorbereid dat
zij, na de operatie, het geamputeerde lichaamsdeel voelen alsof het er nog zit. Dit is een normaal
verschijnsel wat bij meer dan de helft van de
mensen voorkomt. Dit heet fantoomgevoel/pijn.
Je kunt bij een amputatie in het betreffende
lichaamsdeel dat niet meer bestaat nog
steeds gevoel ervaren. Dit komt
omdat de delen van de hersenen die
verantwoordelijk zijn voor het 'voelen' nog steeds
aanwezig zijn. Als je een gevoel van aandrang
krijgt, kan het helpen om gewoon op het
toilet te gaan zitten.

Merk:
links
Tempur en rechts:
Roho
Lees hier het persoonlijke verhaal over endeldarmverwijdering van:
*
Frans
*
Naar boven
Operatie breuk/parastomale hernia
Een breuk kan zich voordoen
bij een operatielitteken
(wondbreuk) of bij de stoma (ook wel parastomale hernia genoemd).
Dit komt doordat het een zwakke plek is rondom de stoma in de buikwand
of bij een litteken. De
buikwand is omgeven door een sterke spierlaag en bekleed met buikvlies dat alles goed op zijn plaats houdt. Door de
aanleg van een stoma ontstaat er een zwakke plek in de buikwand, er is dan sprake van een te grote opening
in de spierlagen van de buik. Door deze te grote opening kan er buikinhoud naast de stoma uitpuilen, een
deel van de darmen komt dan voor in plaats van achter de buikspieren. Het gevolg is een grotere of
kleinere zwelling of welving van de buikwand.
Bijna
een derde van alle stomadragers ontwikkelt een breuk
(bij het overgrote deel gebeurt dit binnen het
eerste jaar na de aanleg). Naarmate je ouder
bent, neemt de kans op een breuk toe. Ook mensen met
een BMI (body mass index)
hoger dan 30 hebben 2,5 keer zoveel
kans op een breuk dan iemand met een BMI
lager dan 25. Soms zie je de breuk alleen bij
inspanning, anderen lopen voortdurend met een enorme bult op de buik
(soms wel formaat cup D!). Zo'n breuk ontstaat meestal na een
te grote druk op de buikwand, zoals bij zwaar tillen of veel hoesten.
Bij 20 to 50%
van de breuken ontstaat de deze doordat het
gat in de spieren wat gemaakt is om de darm
doorheen te halen, te groot is
geworden. In sommige gevallen besluit de
arts de breuk operatief te verhelpen,
bijvoorbeeld bij veel klachten als
lekkages, of als de darm bekneld raakt. Omdat er
complicaties kunnen ontstaat na de operatie wordt deze operatie alleen
gedaan indien je veel klachten hebt. Het blijkt dat
1 op de 3 mensen na 3 jaar
de breuk weer terug krijgen.
Vaak
zal bij een dergelijke breuk de stoma worden
verplaatst naar de andere zijde
van de buik. De oude stomaplaats wordt
dichtgehecht en er wordt een nieuwe
plek gekozen voor de stoma. Het verplaatsen van
een stoma is technisch niet altijd
mogelijk. Ook blijkt uit onderzoek dat het bij
25 tot 30% van de gevallen waarbij een stoma
wordt verplaatst bij het litteken leidt
tot een breuk. Een andere goede mogelijkheid is de buikwand te verstevigen met
een kunststof matje
rondom de stoma, welke wordt gehecht aan de
binnenkant van de buik.
Dit kan ook laparoscopisch waardoor
je minder littekens hebt.
Bron afbeelding: De Vooruitgang van De Nederlandse Stomavereniging
Naar boven
Stoma revisie
Om een aantal redenen (klachten) kan het
zijn dat een stoma moet worden gecorrigeerd
(revisie), bijvoorbeeld door een vernauwing
van de stoma, een retractie of een
prolaps. De stoma blijft dan op
dezelfde plaats, maar wordt
hersteld. Vaak kan dit laparoscopisch;
ze maken 1 of meerdere incisies
rondom de stoma, halen de stoma los
van het omliggende weefsel, lossen het probleem op
en hechten hem (soms na
verwijdering van een klein stukje darm) weer
opnieuw aan de huid.
Naar boven
Stoma opheffen
Naast dat een stoma kan worden
aangelegd, kan hij natuurlijk ook weer worden
opgeheven.
Of er een hersteloperatie plaats
kan vinden hangt af van
een aantal factoren. Zo moeten bijvoorbeeld de
endeldarm en kringspier er goed aan toe zijn, is het
belangrijk dat je een goede conditie hebt en kan een
stoma soms niet worden teruggelegd door de situatie
in je buik, zoals bijvoorbeeld verklevingen. Je
stoma, het stukje darm, wordt teruggelegd via de
stoma-opening. De wond waar je stoma heeft gezeten
groeit vanzelf dicht. Het ligt aan de situatie of
dit laparoscopisch kan gebeuren of dat je buik
open moet. Vaak gebeurt de operatie onder
algehele
narcose, soms door middel van een ruggenprik. Hoewel
het opheffen van een stoma in de regel een kleinere
operatie is dan het plaatsen ervan, zijn er toch
complicaties mogelijk. De belangrijkste is het
lekken van de naad waar de 2 stukken darm aan elkaar
zijn gehecht (naadlekkage), later meer hierover. Een
andere complicatie is dat de darmen na de operatie
erg moeten wennen en het kan zijn dat je in het
begin vaker naar het
toilet moet en het ook nog dun is. Dit heeft tijd nodig, de 1 blijft er erg
last van hebben terwijl het bij de ander weer als
vanouds hersteld.
Het opheffen van een dubbelloops colostoma. Bron afbeelding:
Atlas of pelvic surgery
Lees hier de persoonlijke
verhalen over het opheffen
van een stoma van:
*
Flippertje
*
*
Kreeftje
*
*
Margriet
*
*
Franca
*
Naar boven
Fast track/ERAS
Het ERAS-protocol
(Enhanced Recovery After Surgery) of Fast Track-programma
(letterlijk snelle route) worden steeds vaker gebruikt.
Dit zijn programma's voor een versneld herstel na
een operatie, vaak gebruikt bij een laparoscopische
operatie. Een programma waarin alle factoren die een positieve invloed hebben op herstel zijn
samengebracht. Kort gezegd
houdt het in: snel voeding en snel mobiliseren. Het
is de bedoeling dat je in plaats van de gemiddelde 8 tot 14 dagen opname bij een darmoperatie,
na een dag of 5 soms al naar huis kunt. Gemiddeld is
de opnameduur een dag of 2, 3 korter. Het programma
bestaat uit een aantal elementen.
Zo hoef je vaak niet meer nuchter te zijn voor de
operatie. Je krijgt ervoor een drinkvoeding (PreOp)
en na de operatie pakjes energierijke bijvoeding.
Ook zijn er andere regels omtrent laxeren. De darmen
worden niet in het geheel gereinigd, alleen het
laatste stuk door middel van een klysma. Doordat de darmen niet
helemaal worden stilgelegd, mag je zo snel mogelijk
na de operatie weer eten. Het inbrengen van een
neus-
en maagsonde is dan ook overbodig. Inmiddels is
gebleken dat als je de darm voedsel aanbiedt, hij
vanzelf weer aan het werk gaat. Vaak wordt je
's morgens geopereerd zodat je
's avonds al iets kunt
eten. Je krijgt op die manier ook alle bouwstoffen
binnen om te herstellen. Ook is het de bedoeling dat
je vaak al de dag erna, even op een stoel naast het
bed gaat zitten. Bewegen is goed en
stimuleert
de darmwerking maar ook de doorbloeding en
longfunctie. En dit helpt allemaal weer voor het
herstel van je gehele lichaam maar
specifiek bijvoorbeeld je wond. Ook goede
medicatie tegen misselijkheid en pijn
is erg
belangrijk. Want hoe beter dit onder
controle is, hoe sneller je weer gaat eten
en bewegen.
Bron afbeelding: Uniek van UMC Utrecht
Indien er geen complicaties zijn, is het vaak goed
als mensen eerder naar huis kunnen, want thuis
herstel je nu eenmaal het best. Ook voorkom je
complicaties zoals bijvoorbeeld trombose,
vermindering van spierkracht of een
ziekenhuisbacterie. Wel is het belangrijk dat je
daarna hulp kunt ontvangen van je omgeving of de
thuiszorg. Na een aantal dagen thuis neemt het
ziekenhuis meestal contact met je op om te
informeren hoe het met je gaat, ook kun je er
terecht als er complicaties optreden. Omdat je
korter in het ziekenhuis doorbrengt wordt het
voortraject (zoals de stomaverpleegkundige) nog
belangrijker. Want het is natuurlijk wel de
bedoeling dat je je stoma zelf kunt verzorgen als je
weer naar huis gaat. Het is dus ook belangrijk dat
je zelf hieraan meewerkt, je hebt een
actieve
rol in het hele proces. Indien je aan dit programma
meedoet wordt dit van tevoren met je besproken.
Complicaties
Niet het leukste onderwerp, maar toch wel een belangrijke.
Bij elke operatie kunnen er complicaties ontstaan,
hoe klein deze operatie
ook is.
Een complicatie is niet per definitie een fout van
de arts, maar is een 'ongewenste, onverwachte
uitkomst van zorg die leidt tot aanpassing van het
medisch handelen'. De complicaties ontstaan vaak
ondanks juiste behandeling, en het
is 1 van de doelen van de arts om deze te
voorkomen of te verminderen.
Als eerste een hele algemene:
de ziekenhuisbacterie. Dit is een verzamelnaam voor bacteriën die
resistent (ongevoelig, immuun) zijn voor de meeste, gangbare antibiotica,
waardoor ze moeilijk te bestrijden zijn. Gezonde
mensen dragen sommige bacteriën zelfs
bij zich en worden er niet ziek van, maar in een
ziekenhuisomgeving gedijen ze goed door de het
gebruik van vele soorten antibiotica en mensen met
een ernstig verminderde weerstand. Elk jaar raakt
7% van de Nederlande patiënten
ermee besmet. De bekendste is
waarschijnlijk wel de MRSA bacterie, wat staat voor
meticilline-resistente Staphylococcus aureus. De
Staphylococcus aureus
wordt door ongeveer 1 op de 3 (gezonde) mensen bij
zich gedragen. MRSA is een bijzondere variant op de
gewone Staphylococcus aureus, omdat
deze ongevoelig is voor veel antibiotica.
Minder dan
1% van de mensen in ons land draagt MRSA bij zich,
en meestal raak je deze vanzelf weer kwijt. Pas voor
mensen die erg ziek of pas geopereerd
zijn vormen ze een bedreiging.
Indien je in het ziekenhuis besmet wordt met
dit virus, wordt je geïsoleerd behandeld om te
voorkomen dat je andere mensen besmet. Dit kan
onprettig zijn omdat iedereen die bij je in de kamer
komt, beschermd moet zijn met een mondkapje,
handschoenen etc. en zich daarna moet ontsmetten. Dankzij
een streng beleid raakt in Nederland ‘slechts’
0,5% - 1% van de ziekenhuispatiënten met deze bacterie besmet. In het buitenland,
waar een minder streng antibioticabeleid wordt gevoerd, loopt
20 tot 50% van de ziekenhuispatiënten een MRSA-besmetting op.
Mensen met een stoma behoren tot de
groep met een verhoogd risico op het krijgen van MRSA (MRSA-dragerschap).

Bron afbeelding:
MRSA-net
Een gevolg van bacteriën kan een
ziekenhuisinfectie zijn (nosocomiale infectie).
Deze infectie kan zich openbaren aan operatiewonden
(postoperatieve wondinfectie), lucht- en urinewegen of in de
bloedbaan (sepsis) en komt
voor bij 1 op de 15
ziekenhuispatiënten.
Dit is een gemiddelde; een
wondinfectie komt bijvoorbeeld bij bepaalde
operaties heel weinig voor (neem een
kijkoperatie voor de knie), terwijl bij de
verwijdering van (een deel van) de dikke
darm de kans een stuk groter is omdat de
darmen vol zitten met micro-organismen.
Het gevolg van een infectie is dat je vaak wat
langer in het ziekenhuis dient te
blijven en medicijnen krijgt
toegediend, maar soms ook een heroperatie
en ernstige complicaties. Dit ligt geheel aan het
soort infectie, zo is een
urineweginfectie (bijvoorbeeld door de
katheter) snel voorbij.
Bron afbeelding:
Gezondheidsnet
Een
complicatie van
een gestoorde wondgenezing is
wonddehiscentie.
Door spanning op de operatiewond, bijvoorbeeld door
een infectie, veel hoesten of een andere oorzaak, kunnen de wondranden gaan
wijken. 1 of meerdere lagen
van de operatiewond scheurt open.
Wanneer alle lagen van de wond
wijken spreek je van wonddisruptie of
evisceratie, ook wel "Platzbauch"
of "Burst abdomen" genoemd. In dit
geval kan er buikinhoud naar buiten
komen.
De darmwerking wordt
tijdens de operatie spontaan onderbroken,
en soms kan het (zeker bij een
buikoperatie) weleens gebeuren dat de maag en darmen
moeite hebben weer op gang te komen.
Het ritme van de darmen is na een
operatie tijdelijk verstoord. De
darmen komen na een operatie weer in delen op gang; de maag
heeft het meeste last van een operatie en komt pas
tussen de 1 en 5 dagen weer op
gang, de dunne darm al 4 tot 8 uur
na de operatie en de dikke darm ook na 1 tot
5 dagen. Indien men, zoals het gaat bij de
vernieuwde regels, weer snel wat gaat eten,
komt de dikke darm sneller op gang.
Het stilvallen van de darmen na een
operatie wordt ook wel een postoperatieve
ileus genoemd. Het kan zowel bij een
laparoscopische als een
conventionele operatie voorkomen, al is bij
een laparoscopische operatie de kans minder groot. Uit
onderzoek blijkt dat het een combinatie is van
zenuwen en het
immuunsysteem. Tijdens een buikoperatie
worden de darmen aangeraakt (chirurgisch
gemanipuleerd) waardoor er weefseltrauma
ontstaat. De geprikkelde zenuwen in
de darmwand maken eiwitten aan die bepaalde witte bloedcellen activeren, namelijk
meststoffen. Deze meststoffen
veroorzaken een
ontstekingsreactie in de darmwand; er ontstaan microscopisch kleine ontstekingen in de
spierlaag van het gemanipuleerde stuk darm. Ook een oorzaak van het stilliggen van
de darmen kunnen zijn medicijnen als morfine,
die de bewegingen van de darm doen
afnemen. Gevolgen van een
postoperatieve ileus zijn buikpijn,
misselijkheid, kans op braken, niet op gang komen
van het stoma (ontlasting) en een vergroot risico op
complicaties. Men is bezig met onderzoek
naar medicatie die een
postoperatieve ileus kan verminderen of zelfs
voorkomen. Daarnaast is snel beginnen met (aangepaste)
voeding belangrijk, de vorm
van pijnmedicatie en de snelheid van het
mobiliseren wat ook een goede darmwerking
bevorderd.

Indien je wat langer
(en dan
bedoelen we echt een langere tijd)
op bed ligt kunnen er ook bepaalde
klachten ontstaan.
Je kunt last krijgen van
spitsvoeten (pes equinus).
De stand van je voet ligt dan in
het verlengde van je onderbeen en
maakt lopen pijnlijk. Dit is te
voorkomen door een kussen
of opgerolde handdoek achter je voeten te leggen
zodat je tenen bij het liggen
omhoog wijzen. En ook is
het goed om zelf of met hulp voetoefeningen te doen.
Ook kun je last krijgen van doorliggen (decubitus). Dit
zijn beschadigingen van de
huid, drukplekken als
gevolg van permanente druk en daardoor een
verminderde bloedtoevoer. Het is dus heel
belangrijk om voldoende te bewegen en indien je niet
uit bed kunt, af en toe om te draaien.
Voorkom dat je te lang in dezelfde houding
blijft liggen. Het eerste stadium
is te herkennen aan een rode vlek
op de huid. Bekende plekken zijn de stuit
en de hielen. Indien hier niets aan
gedaan wordt en het te lang aanhoudt, kan het
weefsel afsterven (necrose). Lukt
het niet om te draaien, dan kan een bed met
anti-decubitus matras uitkomst bieden. Dit
is een matras met daarin lucht dat
door middel van een machine van plek verandert, en
zo de drukpunten wisselt. Indien je
door ziekte langere tijd bedlegerig
bent kun je de verpleging hierom vragen. Let hierbij
ook op plooien in de kleding of het
bed, welke ook mee kunnen werken aan decubitus.
Tenslotte een ernstige complicatie maar helaas wel
reëel bij een darmoperatie
indien er gewerkt wordt met een hechting van 2 darmgedeeltes:
naadlekkage.
De wetenschappelijke literatuur meldt dat bij gemiddeld
5% van de geopereerde patiënten naadlekkage ontstaat,
uit een ander onderzoek blijkt dit 10% te zijn.
Naadlekkage kan ontstaan indien de darmuiteinden
weer aan
elkaar worden genaaid of geniet.
Een darmnaad heeft gemiddeld 3 dagen
nodig om te herstellen. Deze naad kan gaan
lekken, waardoor er darmbacteriën
en prikkelende sappen vrij in de
buikholte
terechtkomen. Meestal moet er meteen een heroperatie plaatsvinden.
Indien men
snel genoeg ingrijpt, kan buikvliesontsteking (peritonitis) worden voorkomen
of de schade worden beperkt.
Bron
afbeelding:
Atlas of pelvic surgery
Buikvliesontsteking is een ernstige bacteriële ontsteking van het buikvlies
(peritoneum); een dun, transparant vlies van ongeveer 2 vierkante meter (bij
een
volwassene) dat de binnenkant van de buikholte en de buitenkant van de daarin gelegen
organen bekleedt. Het belangrijkste verschijnsel is hierbij hevige
buikpijn en opzwellen van de buik. Misselijkheid, braken en koorts horen
ook in het rijtje klachten thuis. Bewegingen van de darmen worden door een buikvliesontsteking meestal helemaal
verstoord en maagdarmsappen- en gassen hopen
zich op,
waardoor een maagsonde wordt
ingebracht. Er wordt antibiotica
toegediend (vaak een bepaalde cocktail
gebaseerd op de aard van de bacteriën/ontsteking die
in je bloed wordt bepaald) om de ontsteking
te lijf te gaan.
Vaak moet de buikholte door middel van een operatie
worden gespoeld, naast dat de
oorzaak van de lekkage wordt opgelost. Indien men
snel genoeg ingrijpt, is goed
herstel zonder complicaties mogelijk. Doet men dit
niet en krijgen de bacteriën de kans om zich verder
te verspreiden, wordt de situatie
levensbedreigend en kunnen er
meerdere operaties nodig zijn waarbij je
vaak op de intensive care terecht
komt. Hierbij kan het soms nodig zijn de buik
open te laten waarbij ze een
oplosbaar matje inbrengen zodat
alles op zijn plek blijft liggen. Dit doen ze
doordat je buik te opgezet is om
weer dicht te maken, maar ook kunnen zo de
bacteriën (bijvoorbeeld met een
vacuumpomp) hun weg naar buiten vinden.
Maar dit kan dus allemaal voorkomen
worden als de artsen snel genoeg ingrijpen en
adequaat reageren!
Bekijk
hier
hoe een open buikwond zou kunnen herstellen,
dit is de buik van Franka.
Pas op!
Indien je deze foto's van een buik die open staat
niet wilt zien, de link niet aanklikken.