English/under construction Nederlands

 

Operatie & herstel

 

 

Het hoofdstuk operatie en herstel. Iedereen beleeft de operatie en het herstel weer anders, lastig dus om te omschrijven. Daarom eerst wat feiten. Houd er wel rekening mee dat het er in elk ziekenhuis weer anders aan toe gaat. Vraag daarom aan jouw arts wat de procedures zijn in het ziekenhuis waar je geopereerd gaat worden. Naast de feiten zullen we proberen zoveel mogelijk persoonlijke verhalen van mensen te verzamelen zodat je een indruk krijgt hoe anderen het beleven.

Als eerste de patiëntenveiligheidskaart. Deze kaart geeft je tips die je kunt gebruiken in de communicatie met je zorgverlener. Je kunt hem hier downloaden.

 

Aanleg van een stoma
- Wat neem je mee naar het ziekenhuis?
- De voorbereidingen
- De dag van de operatie
- Tijdens de operatie
- Het wakker worden
- Het herstellen
- Weer thuis

De persoonlijke verhalen over de operatie van:
* Kim *
* Ed *
* Frans *

Technieken
- Laparoscopie
- Verwijdering darm/colectomie
- Endeldarmverwijdering/rectumamputatie

De persoonlijke verhalen over endeldarmverwijdering van:
* Frans *


- Operatie breuk/parastomale hernia
- Stoma revisie
- Stoma opheffen

De persoonlijke verhalen over opheffen van:
* Flippertje *
* Kreeftje *
* Margriet *
* Franca *


- Fast track/ERAS
- Complicaties

 

 

 

Aanleg van een stoma

Als je te horen krijgt dat er een stoma bij je zal worden aangelegd, zal dat even schrikken zijn. Er zijn ook mensen die met spoed worden geopereerd en onvoorbereid met een stoma wakker worden uit de narcose. In dat opzicht mag je dus nog van "geluk" spreken als je je op een stoma kunt voorbereiden. Per jaar ondergaan er duizenden andere mensen een operatie om een stoma te creëren en vaak betekend dit voor deze mensen een nieuw begin. Je kunt je overdondert en machteloos voelen, maar door de regie in eigen hand te nemen, je voor te bereiden en er open voor staan om nieuwe dingen te leren, zul je je een stuk beter voelen.

 

Oefenen. Bron afbeelding: Uniek van UMC Utrecht

 

Wat neem je mee naar het ziekenhuis?

Wat neem je nu eigenlijk allemaal mee als je naar het ziekenhuis gaat? Dat verschilt natuurlijk per persoon, maar hier zijn een aantal voorbeelden die mensen op het forum op deze vraag gaven:

  • Je ponskaartje
  • Bewijs van je ziektekostenverzekeraar (bijv. je pasje)
  • Toiletspullen
  • Medicijnen (liefst in verpakking)
  • Eventueel, als je al een stoma hebt, eigen stomamateriaal
  • Pyjama's
  • Pantoffels/slippers en ochtendjas
  • Ondergoed en sokken
  • Kleding voor als je weer naar huis mag
    (na een stoma-operatie zijn trainingsbroeken erg fijn)
  • Eigen kussen
  • Vrolijke kussenslopen
  • Iets ontspannends om op je kussen te spuiten
  • Een oogmasker voor 's nachts
  • Oordopjes
  • Lees/puzzelboeken en tijdschriften
  • Pen en papier
  • Dagboek waar het bezoek iets in kan schrijven
  • Digitale camera
  • MP3 speler (met koptelefoon die je ook voor de tv kunt gebruiken)
  • Mobiele telefoon/boekje met telefoonnummers
  • Foto's van mensen en dieren die dichtbij je staan
  • Laptop en eventueel dvd's
  • Nintendo DS
  • TV gids
  • Etenswaren als zuurtjes/pepermuntjes, kaakjes, drinken etc.

Tegenwoordig is het in steeds meer ziekenhuizen mogelijk om te internetten, vraag hier naar!

   

Naar boven

 

De voorbereidingen

Tegenwoordig met je meer invloed in wanneer je onder het mes gaat en de keuze van het ziekenhuis. Geef het in het ziekenhuis aan als je in verband met een vakantie of je werk een voorkeur hebt voor een bepaalde planning zodat ze hier rekening mee kunnen houden.

 

Meestal vindt er eerst een poliklinisch vooronderzoek plaats: een bloedonderzoek, hartfilmpje (ECG), een algemeen lichamelijk onderzoek en soms een longfoto. Ook is een gesprek met de anesthesioloog, chirurg en/of stomaverpleegkundige gebruikelijk. Deze gesprekken en het vooronderzoek kunnen op de afdeling worden gedaan, als je een dag voor de operatie wordt opgenomen. Als je op een maandag wordt geopereerd, wordt je vaak al de vrijdag ervoor opgenomen en vinden ook dan de vooronderzoeken plaats. Het ligt aan je situatie, maar soms mag je daarna weer naar huis en hoef je zondagavond pas weer terug op de afdeling te zijn. Tegenwoordig wordt er in steeds meer ziekenhuizen gebruik gemaakt van een pre-operatief spreekuur. Indien je voor een operatie gepland staat, ga je langs bij dit spreekuur. Door middel van dit spreekuur kan de anesthesioloog je tijdig voorlichten over de anesthesie, zal hij je medische voorgeschiedenis, medicijngebruik allergieën etc. met je doornemen aan de hand van een door jou ingevulde vragenlijst en eventueel benodigd aanvullend onderzoek verrichten, het operatierisico inschatten en een eventuele consultatie of behandeling door een andere specialist in gang zetten.

 

Om er zeker van te zijn dat je stomazakje na de operatie prettig zit en goed op zijn plaats blijft terwijl je staat, zit of beweegt, bekijken de chirurg en de stomaverpleegkundige samen met jou zorgvuldig de plaats waar de stoma het meeste ideaal zou zitten. Die plaats hangt af van de vorm en plooien van je buik. Het is namelijk belangrijk dat de stoma op een "recht" stuk geplaatst wordt anders kun je later last krijgen van lekkages. Ze letten op uitstekende botten zoals het heupbeen en darmbeen en ook op de navel, littekens en de contouren van je lichaam wordt gelet. Vaak wordt de stoma op de top van de "vetrol" ter hoogte van de navel geplaatst, door de rechte buikspierenHet peesblad bepaald de diameter van de stoma. Bij mensen in een rolstoel moet zittend de plaatsbepaling worden gedaan. Ook houden ze rekening met de kleding die je draagt, het gaat er dan vooral om waar de broekband zit. En ten slotte is het natuurlijk erg belangrijk dat je zelf de stoma kunt zien en er goed mee kunt bewegen en buigen. Het blijft een indicatie want de chirurg is natuurlijk afhankelijk van de situatie in de buik. Bij een spoedoperatie is de plaatsbepaling helemaal lastig.

 

Verstandig is om voor de operatie als test al een poosje te hebben rondgelopen met een stomazakje op je buik geplakt, zodat je kunt voelen of die plek goed is. In sommige ziekenhuizen krijg je een nepstoma te leen die je op je buik kunt plakken. Met chirurgische inkt, wat er niet afgaat met het douchen, wordt er op de plaats waar de stoma moet komen een stip gezet. Een stoma kan in principe op iedere
plaats
op de buik worden aangelegd. Er zijn echter een aantal voorkeursplaatsen;

* (dubbelloops) ileostoma ~ op de rechter onderbuik

* colostoma ~ op de linker onderbuik

* dubbelloops colostoma ~ op de linker onderbuik of bovenbuik

* urostoma ~ op de rechter onderbuik

Bij uitzondering kan een ileo- of colostoma boven de navel worden geplaatst. Bij een urostoma kan dit niet in verband met de anatomische ligging van de nieren, urineleiders en de blaas. Bijvoorbeeld bij moslims wordt een stoma onder de navel als onrein beschouwd, dat heeft te maken met de culturele achtergrond. Bij een gezet iemand of een rolstoelgebruiker zit een stoma wat hoger op de buik prettiger.

 

 

Op het moment dat je onder narcose gaat, moet je 'nuchter' zijn. Dit betekent dat je maag leeg is op het moment dat je geopereerd wordt. Het verschilt per ziekenhuis hoe lang je voor de operatie niets meer mag eten en drinken. Soms begin je al een aantal dagen van tevoren met een dieet van vloeibaar voedsel,
soms is het pas de avond voor de dag van de operatie dat je niet meer mag eten en drinken. Al worden in sommige ziekenhuizen de regels al iets versoepeld. Uit wetenschappelijk onderzoek is namelijk gebleken dat inname van heldere dranken (zoals water, thee en koffie zonder melk of suiker) tot 2 uur voor de operatie,
geen kwaad kan. Deze heldere dranken verlaten de maag binnen 2 uur.
Steeds vaker wordt nu in ziekenhuizen deze regel aangehouden, en mag je tot 6 uur voor de operatie gewoon blijven eten.

Het spel "Theme hospital"

Afhankelijk van de situatie, het ziekenhuis en de voorkeur van de chirurg, moeten ook de darmen leeg zijn. Dit kan gebeuren met laxeermiddelen of een spoeling van de darmen. Als er een ernstige verstopping is, of er acuut geopereerd moet worden, kan het leegmaken van de darm niet doorgaan. Al is ook laxeren voor een operatie niet altijd meer nodig. Die vieze liters drank, met daarbij diarree en de helder vloeibare voeding, verslechterd vaak de conditie van je lichaam. De reden voor het laxeren was dat ze vroeger dachten dat je daardoor minder kans had op naadlekkage (zie verder op deze pagina voor meer info hierover) en dat als je dit toch kreeg, er minder bacteriën in je buikholte terecht kwamen. In 13 Nederlandse ziekenhuizen deden 1400 mensen mee aan een onderzoek waarbij er heel willekeurig werd bepaald of ze wel of niet een laxeermiddel kregen vlak voor de operatie. In de weken na de operatie was het aantal naadlekkages in de 2 groepen gelijk. Vaak wordt er de avond en ochtend voor de operatie wel een klysma gegeven, bij lage rectumoperaties wordt er nog wel gelaxeerd. Maar zoals al eerder geschreven verschillen de procedures per ziekenhuis, dus vraag dit even na bij je arts!

 

Bron afbeelding: Colonic-association.co.uk

 

Indien je de dag voor de operatie al aanwezig moet zijn, kan het fijn zijn om voor de nacht een slaappil te krijgen. Door de vreemde omgeving en de spanningen zul je misschien minder goed kunnen slapen. Indien je bloeddonor bent is het bij een buikoperatie verstandig vooraf minimaal één maand geen bloed te geven. Het is belangrijk om voor de operatie in een optimale conditie te zijn, wat ook bevordelijk is voor het herstel.    

Naar boven

 

De dag van de operatie

Tijdens de operatie ziet de anesthesioloog onder andere aan de kleur van je huid hoe het met je is. Zorg er daarom voor dat je al je make-up en nagellak hebt verwijdert. Ook moeten contactlenzen worden verwijdert omdat deze schade aan de ogen kunnen veroorzaken tijdens de algehele narcose. Verwijder vanwege hygiënische redenen ook je sieraden, horloge en piercings.
   

Net voor de operatie; al in het operatiejasje wordt nog even Eliene's neusknopje afgeplakt (rechts)

 

Je krijgt een polsbandje met daarop je naam en eventuele allergieën (als dit nog niet eerder is gebeurd).

 

Soms krijg je ook iets van een spuitje in je bil of een pilletje, om je wat te kalmeren en je voor te bereiden op de narcose. Ook krijg je een paracetamol. Hierdoor wordt er alvast een spiegel opgebouwd in je bloed waardoor je na de operatie al een soort buffer hebt. Als het zover is wordt je met bed en al door de verpleegkundigen naar het operatiecentrum gebracht. Daar wacht je, vaak met andere patiënten, in een zaal tot de operatiekamer gereed is.

 

In de operatiekamer wordt je van je eigen bed over getild naar de operatietafel. Daarna wordt je aangesloten op de bewakingsapparatuur. Tijdens een narcose controleert de anesthesioloog voortdurend de belangrijkste lichaamsfuncties, zoals ademhaling, bloeddruk en de hartslag. Daarom worden er stickers op je borst geplakt die tijdens en na de operatie je hartritme bewaken.

 

Ook krijg je een klemmetje op je vinger om het zuurstofgehalte in je bloed te controleren en krijg je een bloeddrukmeter om je arm.

 

Bron afbeelding: EJK.de

 

In de rug van je hand wordt een infuus ingebracht. Dit is een dun slangetje dat in een bloedvat wordt geschoven en waarmee onder andere medicijnen en vocht kunnen worden toegediend voor, tijdens en na de operatie. Soms wordt het infuus ook op aan andere plek aangebracht, bijvoorbeeld in de zijkant van je pols, als daar je aderen beter zichtbaar (en dus prikbaar) zijn.

 

Bron afbeelding: EJK.de

 

Bij een operatie aan het maag-darmkanaal wordt ook vaak gebruik gemaakt van een ruggenprik om de pijn tijdens en na de operatie te reguleren. Je hoort van tevoren of dit bij jou het geval zal zijn. Bij een ruggenprik (Thoracale Epidurale-Anesthesie, TEA), wordt een heel klein dun kathetertje (slangetje) net buiten
het harde ruggenmerg ingebracht
, tussen 2 wervels door. Epiduraal wil zeggen ‘de ruimte net buiten het harde ruggenmergvlies’. De prik gaat dus niet in het ruggenmerg. De medicatie komt direct op de goede plek waardoor er minder pijnstillende medicatie nodig is. Door middel van een pompje wordt er voortdurend pijnstilling via het slangetje toegediend. Een epiduraal katheter heeft ook een gunstig effect op de zuurstofbehoefte van het hart en de kransslagaders die de bloedvoorziening naar het hart regelen. Als je wakker bent adem je beter waardoor je herstel sneller gaat. Voor het inbrengen moet je op de rand van de operatietafel gaan zitten in een houding zie ze ook wel 'kattenhouding' noemen; kin op de borst, neus naar de knieën schouders laten zakken/ontspannen en de voeten komen op een bankje voor de steun. Indien nodig, wordt de plaats van de ruggenprik eerst met een klein prikje voorverdoofd. Het geven van de ruggenprik duurt ongeveer 30 seconden. Een ruggenprik kan een lage bloeddruk veroorzaken. Bij de ruggenprik kunnen je benen anders aanvoelen; warm, tintelend en zwaar. Soms kun je ze ook niet meer bewegen.

Bron afbeelding: AMC

 

Een operatie aan het maag-darmkanaal wordt over het algemeen onder algehele narcose uitgevoerd. Dit wordt ook wel algehele anesthesie genoemd. Anesthesie betekent letterlijk gevoelloosheid. Het doel van een narcose is om je te beschermen tijdens de operatie. Dankzij de narcose blijft je lichaam in een zo goed mogelijke conditie, ook tijdens een zware operatie. Tijdens een narcose is je hele lichaam verdoofd en ben je buiten bewustzijn. Soms krijg je voordat je in slaap gebracht wordt een masker met 100% zuurstof op je mond en neus. Hiermee worden je bloedcellen en daarmee je lichaam voorzien van een extra ‘stoot’ zuivere zuurstof. Dit komt je herstel ten goede. Hierna spuit de anesthesioloog via het infuus de narcosemiddelen in. Je valt binnen een halve minuut in een diepe slaap. Dit kan voelen als een soort warme gloed die over je heen komt. Het gaat zo snel dat je het amper in de gaten hebt. Vaak spreken de chirurgen je nog wat bemoedigende woorden toe. We hebben ons laten vertellen dat als je op dat moment aan iets leuks denkt, je ook met een fijn gevoel weer wakker wordt. Soms krijgen mensen bij een laparoscopische aanleg van bijvoorbeeld en tijdelijk stoma, alleen een ruggenprik waardoor ze de operatie mee kunnen kijken op een tv-scherm.

Naar boven

 

Tijdens de operatie

Voordat de operatie zelf begint, brengt de anesthesioloog een plastic buisje (de endo tracheaal tube) in je keel, wat tijdens de operatie zorgt voor een goede vrije ademweg. Je merkt daar niets van, want je bent dan al onder narcose. Wel kun je als je wakker wordt wat last hebben van keelpijn. Je krijgt steeds slaapmiddel toegediend, via het infuus of de beademingsmachine. De darmwerking wordt tijdens de operatie spontaan onderbroken, maar de productie van maagvocht gaat gewoon verder. Om te voorkomen dat het maagvocht zich opstapelt in de maag het en misselijkheid veroorzaakt, wordt er tijdens de operatie een maagsonde via de neus tot in de maag gebracht. Deze sonde wordt verwijderd als de darmwerking weer spontaan hersteld is. Dit kan al gebeuren net na de operatie, zodat je wakker wordt zonder maagsonde. Maar het kan ook zijn dat de maagsonde wat langer moet blijven zitten. Het is erg belangrijk dat alles steriel is om ontstekingen te voorkomen, daarom wordt alles goed gedesinfecteerd en wordt het hele operatiegebied afgedekt met steriele lakens. Tijdens de operatie worden al je lichamelijke functies goed in de gaten gehouden en zonodig kan er worden bijgestuurd en bijvoorbeeld extra vocht of bloed worden toegediend.

 

Bron afbeelding: MSTwente

 

Hoe lang de operatie duurt is sterk afhankelijk van welk soort stoma er wordt aangelegd, de situatie in de buik, de oorzaak van de operatie etc. Tijdens de aanleg van de stoma wordt het darmdeel dat de stoma moet gaan vormen door een opening in de buikwand ter grootte van een euro naar buiten gebracht. De darm wordt omgestulpt en vastgehecht aan de huid. Wat je van de stoma ziet is dus eigenlijk de binnenzijde (het darmslijmvlies) van de darm.

 

Bron afbeelding: Atlas of pelvic surgery


 

 

Bij de aanleg van een (vaak tijdelijk) dubbelloops stoma wordt er soms gebruik gemaakt van een kunststof bruggetje. De darm wordt uit de buik gehaald en tussen de darm en de huid wordt een zogenaamde brug gelegd. Hierdoor kan de darm niet terugzakken in de huid (retractie). Wanneer de stoma voldoende aan de huid is gehecht en niet meer terug kan, kan de brug worden verwijderd. Er zijn inmiddels onderzoeken geweest waaruit blijkt dat bij dubbelloops stoma's waarbij geen brug wordt aangelegd, een retractie niet vaker voorkomt dan waar het wel wordt gebruikt.

   

Bron rechter afbeelding: Atlas of pelvic surgery

 

Naar boven

 

Het wakker worden

Na de operatie wordt je naar de uitslaapkamer of verkoeverkamer (recovery) gebracht. Dit is een aparte ruimte vlakbij de operatiekamer. Hier wordt goed gekeken naar de pijnbestrijding en worden je bloeddruk, ademhaling en allerlei andere functies, goed in de gaten gehouden. Als de verpleging van jouw afdeling hoort dat je op de uitslaapkamer bent aangekomen, zoeken ze contact met een persoon die dicht bij je staat, zodat die weet dat de operatie achter de rug is en eventueel op de kamer op je kan wachten. Afhankelijk van hoe snel je bijkomt en wanneer je toestand zich stabiliseert, wordt je teruggebracht naar de afdeling. De meeste mensen kunnen binnen 2 uur de uitslaapkamer weer verlaten. In sommige gevallen ga je eerst naar de intensive care of medium care. Vaak wordt dit voor de operatie al besproken, uitzonderingen natuurlijk daargelaten.

Bron afbeelding: Antonius Nieuwegein

 

Door de nawerking van de narcose kun je je nog een tijd slaperig voelen, waardoor het mogelijk is dat veel van de periode in de uitslaapkamer aan je voorbij gaat. Wat kun je verwachten tijdens het wakker worden? Ten eerst heb je meteen al een stomazakje op je buik, alhoewel, zeg maar eerder "zak". Vaak is het een hele grote doorzichtige PostOp zak (post-operatief), zodat de artsen en (stoma) verpleegkundigen je stoma en de output (de hoeveelheid ontlasting of urine wat uit je stoma komt) goed in de gaten kunnen houden.

 

Schrik niet van de grootte van de stoma, hij zal in het begin nog wat gezwollen zijn (oedemateus). In de weken na de operatie neemt de zwelling geleidelijk af. Vaak heeft een stoma na 6-8 weken, in principe, zijn definitieve vorm en grootte. Uiteraard kan dit per persoon verschillen.

 

Links een (dubbelloops) stoma net na de operatie
en rechts hetzelfde stoma zo'n 3 maanden later

 

Het infuus in je hand of arm is erg belangrijk. Ten eerst krijg je door dat infuus de dagen na de operatie een vocht/zoutoplossing (fysiologisch zout, 0,9%). Het zoutgehalte in deze oplossing is gelijk aan deze in onze lichaamscellen, waardoor snel de watervoorraad in het lichaam aangevuld kan worden. Soms geven ze je in plaats van een water/zout infuus een suiker/water infuus. Ook als je last hebt van misselijkheid, kunnen ze hiertegen medicatie in je infuus geven. Een tip wat bij misselijkheid nog wel eens wil helpen, is een speciaal polsbandje met aan de binnenkant een plastic knoopje. Zeg maar op de plaats van de sluiting van een horlogebandje. Dit knoopje drukt op een acupressuur punt (p6 of Neiguan) en geeft ontspanning en kan misselijkheid wegnemen is uit vele studies gebleken. Voor zo'n 70% van de mensen werkt het. Bij mannen bij voorkeur het bandje dragen aan de linkerpols, vrouwen de rechter. Te koop bij reiswinkels en de drogist. Je kunt deze plek ook zelf masseren. Gember is ook een goede remedie bij misselijkheid.

Tegen de pijn kan er pijnstillende medicatie in je infuus worden gespoten (indien je geen ruggenprik hebt). Het kan ook zijn dat je een pijnpomp hebt gekregen die je zelf kunt bedienen. Dit is pijnmedicatie via een PCA pomp (Patient-Controlled-Analgesia). In het laatste geval moet je, als je pijn hebt, op de knop van de pijnpomp drukken, waarbij er een kleine dosis morfine in je bloed terecht komt. Het pompje is dusdanig veilig dat je jezelf nooit teveel kunt toedienen. Houd er alleen rekening mee dat morfine zorgt voor verminderde werking van de darmen.

   

  Pijn wordt veroorzaakt doordat cellen in het beschadigde weefsel hormoonachtige stoffen aanmaken die de zenuwuiteinden (pijnreceptoren/nociceptoren) prikkelen. Door deze prikkels ontstaat een elektrisch signaal dat via de zenuwen en het ruggenmerg naar onze hersenen wordt gestuurd en wordt vertaald naar pijn. De verpleegkundige komt regelmatig langs om te vragen hoe hoog de pijn is (pijnmeting), dit kun je dan aangeven op een schaal van 0 (laag) tot 10 (hoog). Dit is de VAS score, wat Visueel Analoge Schaal betekend. Wees eerlijk, want de pijn kan op verschillende manieren worden bestreden. Vaak met een combinatie aan middelen.

 

Bron afbeelding: GHZ wijzer 2009

 

Bij erge pijn kan er ook een injectie worden gegeven intramusculair (in de spier). Dit is even onprettig, maar helpt al snel tegen de pijn. In het verleden was het de gewoonte om alleen de pijn te stillen als het ondraaglijk werd. Inmiddels heeft onderzoek uitgewezen dat je bij langdurige pijn beter een tijdje continu pijnstillers kunt gebruiken om te voorkomen dat het erger wordt. Een goede pijnbestrijding leidt tot een sneller herstel.  Meestal is de pijn direct na de operatie het hevigst en neemt geleidelijk af. Het streven van de artsen en verpleegkundige is dat je 72 uur na de operatie een pijncijfer hebt van minder dan 4. Nu is het lastige natuurlijk van pijn wel, dat het een subjectief begrip is, pijn is een persoonlijke ervaring. De hoogte van de pijndrempel is voor iedereen verschillend en ieder mens ervaart pijn dan ook op een andere manier.
 
 

Naast je infuus of de pijnpomp kan er als je wakker wordt een slangetje in je neus zitten voor de zuurstof. Zoals al eerder besproken kun je ook wakker worden met een slangetje dat via de neus en de slokdarm naar de maag gaat (maagsonde). De maagsonde zorgt ervoor dat de maagsappen via het slangetje naar een opvangzak kunnen lopen. Vooral in het begin kan dit prettig zijn omdat de darmen dan nog stil liggen en je anders kans hebt om over te moeten geven. Het is even wennen zo'n slangetje van neus naar maag, en soms ook onprettig, maar gelukkig mag de maagsonde doorgaans snel weer worden verwijdert. Soms is hij er al uit als je weer wakker wordt uit de narcose, en anders meten ze 3 keer per dag de maagretentie. Als dat niet meer is dan 50 ml per keer, dan zijn de darmen genoeg op gang gekomen en mag de sonde eruit.

 

Als er een darmstoma bij je is aangelegd kun je wakker worden met een blaaskatheter (verblijfskatheter). Dit is een soepel buisje dat langs de natuurlijke urineweg tot in de blaas wordt geschoven. De urine kan zo vanzelf weglopen en wordt opgevangen in een zak dat aan je bed hangt. Als gevolg van de narcose kan het namelijk nogal eens zijn dat je een korte tijd niet uit jezelf kunt plassen. Ook kunnen ze zo je vochthuishouding na de operatie in de gaten houden en je hoeft niet meteen op die koude po te gaan zitten. Je voelt zo'n katheter trouwens niet zitten.


 

Zoals we al eerder schreven ligt het helemaal aan het soort operatie, het ziekenhuis, je conditie etc. met welke toeters en bellen je wakker wordt. Je kunt bijvoorbeeld een slang (drain) in de buikwand hebben die zorgt voor het aflopen van wondvocht en bloed. Ook kunnen sommige mensen voor of na de operatie sondevoeding nodig hebben. Bespreek dit dus met je arts, op deze website staan slechts voorbeelden!

 

Net terug van de operatie

 

Op de operatiedag worden regelmatig al je lichamelijke functies gecontroleerd, de "controles" door de verpleging. Je temperatuur, hartslag, bloeddruk en zuurstof in het bloed. Zodra het beter met je gaat, wordt dit langzaam minder.

 

Naar boven

 

Het herstellen

De eerste dagen na de operatie ben je niet veel waard. Je kunt last hebben van misselijkheid of zelfs moeten overgeven, je voelt je slap en kunt, zeker de eerste dag, nog niet uit bed komen. De eerste tijd ben je echt afhankelijk van de verpleegsters. Ze helpen je met wassen, omkleden, de po etc. Als er iets is kun je op een belletje drukken zodat er een verpleegster komt. Je zult veel slapen en rusten.

 

Elke dag zal het stapje voor stapje beter gaan en kun je weer ietsje meer. Hoe snel dit gaat is afhankelijk van allerlei factoren. Zodra je eraan toe bent helpen ze je even uit bed zodat je op een stoel kunt gaan zitten. Dit voelt de eerste keer echt als een hele wereldreis. Je moet niet vergeten dat een operatie een klap voor je lichaam is, het heeft tijd nodig om weer te herstellen.

 

Even "bengelen"

 

Langzaam mag je weer wat drinken en eten. De eerste dagen nog vloeibaar (soep, pap etc.), daarna licht voedsel (aardappelpuree, crackers, fruit etc.), opbouwend totdat je weer normale kost kunt eten. Je zou last kunnen krijgen van darmkrampen doordat je darmen weer langzaam op gang komen. Als je dat fijn zou vinden kun je aan de verpleegkundigen vragen of ze een handdoek voor je op willen warmen, dit kan verlichtend werken bij eventuele krampen. Ook kan een handdoek helpen bij veel hoesten, zodat je daarmee tegendruk kunt geven op je buik. Vaak komt er nadat er een stoma bij je is aangelegd, een diëtiste langs. Zij bespreekt met jou de gevolgen voor je voeding door de net aangelegde stoma. Ook komt je chirurg even langs om te vertellen hoe de operatie is verlopen en om te kijken hoe het nu met je gaat.

 

 

Een paar dagen na de operatie kan Eliene weer wat licht verteerbare voeding eten

 

Een colostoma komt na een aantal dagen na de operatie op gang, dit komt omdat je je eten langzaam weer opbouwt. Een ileostoma moet meteen vanaf de operatie ontlasting produceren, al zal dat in het begin nog waterig en groenig zijn. Ook een urostoma produceert meteen na de operatie al urine.

 

De buik van Eliene net na de operatie

 

De buik van Jaime een week na de (laparoscopische) operatie

 

In de eerste dagen van de operatie begint ook het leren verzorgen van je stoma. Een afdelingsverpleegkundige moet de basis-stomazorg vaardig zijn, de stomaverpleegkundige gaat dieper op de materie in. In de meeste ziekenhuizen gebeurt het grootste gedeelte van het leren verzorgen samen met een stomaverpleegkundige. In het begin kijk je alleen mee en legt de stomaverpleegkundige je van alles uit. Dit noemt men ook wel bed-site teaching. Er komt dan veel op je af en je kunt het gevoel hebben dat je dat nooit allemaal gaat onthouden, maar geloof, het lukt! Als je eraan toe bent mag je meehelpen je stoma te verzorgen, en voordat je naar huis gaat moet je ook een keer hebben laten zien dat je het zelf kunt. Ook is het belangrijk dat er een keer iemand die dichtbij je staat meekijkt, zodat ook diegene weet hoe een stoma verzorgt dient te worden. De stomaverpleegkundige begint in het ziekenhuis met 1 merk, thuis kun je andere merken stomamateriaal uitproberen om te kijken wat jij het prettigst vind.   

 

 

Elke dag verdwijnt er wel weer een slangetje of infuus. Het infuus wordt vaak eerst afgedopt, en als het allemaal goed is en je voldoende drinkt en eet, mag het infuus er helemaal af.

 

Hoe fitter je een operatie ingaat, hoe sneller je hersteld. Het is dus niet van tevoren precies te zeggen na hoeveel dagen je weer normaal kunt eten, je weer naar huis mag enzovoort. Dit ligt natuurlijk aan het soort ingreep, de conditie van je lichaam, hoe snel je van alle slangetjes verlost bent enzovoorts. In principe kun je na het aanleggen van een stoma na 10 tot 14 dagen na de operatie het ziekenhuis weer verlaten. Met een laparoscopische operatie kan dit zelfs al met een dag of 6 zijn. Natuurlijk kan het zijn dat je minder snel hersteld, bijvoorbeeld door eventuele complicaties, waardoor het een stuk langer kan duren voordat je naar huis mag en kan.

 

De eerste stapjes samen met de infuuspaal

 

De dag dat je naar huis gaat krijg je nog een hele uitleg mee van de (stoma)verpleegkundige met instructies van wat je wel en niet mag doen (en indien je dit niet krijgt, vragen!). Ook krijg je voor de eerste dagen wat stomamateriaal mee. De stomaverpleegkundige zal voor een machtiging zorgen en die naar een leverancier van stomamateriaal sturen, zodat alles is geregeld voor als je weer thuis bent. Ook kun je, samen met de maatschappelijk werkster of de transferverpleegkundige van het ziekenhuis, hulp regelen voor thuis. Dit kan huishoudelijke hulp (WMO) zijn, verpleegkundige en persoonlijke zorg (AWBZ) of bijvoorbeeld hulpmiddelen zoals een tijdelijke rolstoel, ziekenhuisbed of verhoogd toilet maar ook tafeltje dekje (WMO). Indien je denkt hulp nodig te hebben straks thuis, geef dit dan aan zodat de verpleegkundigen contact kunnen zoeken met de transferverpleegkundige! Deze kan een indicatie aanvragen bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) of bij de gemeente. Dit kan voor 3 à 6 maanden worden toegezegd. Indien je de hulp nog langer nodig hebt zul je een verlenging aan moeten vragen, dit kan in Zorg in natura (ZIN) maar ook in een persoonsgebonden budget (PGB), waarbij je zelf je hulp kunt regelen. Dit moet 6 weken voor de datum van verstrijken worden aangevraagd.   

 

Bron afbeelding: Tijdschrift Gezond.nu

Naar boven

 

Lees hier de persoonlijke operatie verhalen van:


* Kim *
* Ed *
* Frans *

 

Weer thuis

In het ziekenhuis kun je te maken krijgen met 2 tegenstrijdige gedachten: aan de ene kant wil je dolgraag naar huis en slapen in je eigen vertrouwde bed. Maar aan de andere kant kun je je ook erg veilig voelen in de handen van al die professionals. Als je eenmaal weer thuis bent kan het een grotere stap zijn dan je dacht. Dan moet je het toch ineens allemaal zelf doen én langzaam de draad van je leven weer oppakken. Ook ben je thuis actiever en dus merk je sneller hoeveel je waard bent, en dat kan nog wel eens flink tegenvallen... Geef jezelf zeker de eerste 2 weken de tijd om aan alles te wennen en geef er ook aan toe. Het kan best dat je in die periode pas beseft wat er allemaal gebeurd is de afgelopen tijd. Duw dat niet weg, want het is niet niks wat je hebt meegemaakt. Praat er met anderen over, dat kan enorm opluchten en de boel wat minder zwaar maken. Sommigen aanvaarden de nieuwe situatie al snel, terwijl anderen vastlopen. Dit ligt aan allerlei interne en externe factoren, zoals of de operatie plotseling was of al voorbereid. Geef jezelf de tijd. Het is volkomen normaal om verdriet te hebben over de veranderingen van je lichaam, zie het als een rouwproces.  

Op één van de eerste dagen dat je weer thuis bent, krijg je een welkomstpakket van je leverancier die in de toekomst voor je stomamateriaal gaat zorgen, soms zelfs persoonlijk bezorgd. Hierin zit alles wat je nodig hebt om je stoma te verzorgen: van een schaartje tot een mal. Vaak doen ze er ook nog wat leuks bij, zoals een boek, toilettasje etc. Als het pakket persoonlijk bij je wordt bezorgd, krijg je er ook nog een uitgebreide uitleg bij. Zo'n leverancier kun je eigenlijk het beste vergelijken met de Wehkamp, maar dan waar je stomamateriaal besteld. Vaak kan dat zelfs al via internet.

 

De eerste tijd staat ook in het teken van "het perfecte materiaal" vinden. De één heeft dit zo gevonden, terwijl het voor de ander nog een hele zoektocht is met soms de nodige problemen als lekkage en huidirritatie. Doe dit niet alleen, maar samen met je stomaverpleegkundige. Zij kan je helpen, want alleen zie je op een gegeven moment door de bomen het bos niet meer, er zijn zoveel verschillende merken en soorten. Een stomazakje uitproberen is ook niet zoiets als een nieuwe spijkerbroek. Bij een spijkerbroek weet je meteen of hij wel of niet zit; een stomazakje moet je soms wel een aantal dagen uitproberen voordat je dat weet. Maar wees gerust: er zijn tegenwoordig zoveel verschillende variaties op stomagebied, dat er voor iedereen een stomazakje en plak te vinden is waarmee je uiteindelijk tevreden bent. Weet ook dat je altijd bij je stomaverpleegkundige terecht kunt met vragen. Zeker in het begin kun je dat nog wel eens nodig hebben, maar ook als je bijvoorbeeld van gewicht verandert, kan het zijn dat je haar hulp nodig hebt om een ander stomazakje te vinden wat beter geschikt is. Houd er ook rekening mee dat de eerste weken na de operatie je buik en vorm van het stoma kunnen veranderen waardoor het materiaal soms moet worden aangepast. Vaak heeft een stoma na een maand of 3 pas zijn definitieve vorm gekregen doordat je stoma de eerste tijd krimpt door het overtollige vocht dat wegtrekt. Ook wordt je thuis mobieler waardoor er ander materiaal nodig kan zijn wat prettiger zit. Daarnaast moet je huid wennen aan het feit dat er constant een pleister op de huid geplakt zit. In het begin kan het dus een zoektocht zijn, maar als je eenmaal prettig materiaal hebt gevonden ben je vaak voor jaren klaar, naast wat kleine aanpassingen!

 

De verzorging zal in het begin even wennen zijn. Waar ga je het stoma verzorgen? Kan ik het allemaal alleen? Ik heb een ongelukje, hoe komt dat en hoe los ik dat op? Het verzorgen zal ook nog veel langer duren dan dit in de toekomst zal worden. Het is nieuw, vreemd en wennen. Er komt ineens een nieuw element in je dagelijkse lichaamsverzorging. Je zult merken dat de dagelijkse verzorging van je stoma steeds iets makkelijker en sneller gaat. Ook zijn er dingen verandert waar je aan zult moeten wennen. Letten op je voeding en bij een ileostoma genoeg vocht en zouten, regelmatig verwisselen of legen van je stomazakje. Ook zul je merken dat de geur van je ontlasting bij een colo en vooral ileostoma, verandert is. Dit komt door het inkorten of verwijderen van de dikke darm waardoor de substantie van de ontlasting anders is. Vaak gaat het herstel met ups en downs; 1 stap vooruit en 2 achteruit. In het begin heb je misschien het idee dat je stoma jouw leven beheerst, maar er komt een tijd dat de rollen omgedraaid zijn.  

 

Denk eraan dat er in je buik gesneden is en er nu een opening zit, een zwakke plek. Zeker de eerste 6 weken na de operatie is het beter om niets te tillen om een breuk te voorkomen. Je buikspieren zijn na een maand of 2 weer aan elkaar gegroeid, als je wat ouder bent, moet je op 5 tot 6 maanden rekenen. Geef je stoma en je littekens de kans om te herstellen en probeer niets te forceren. Als je eenmaal een breuk hebt ben je veel verder van huis. Dingen als stofzuigen, ramen zemen, iets zwaars optillen, een boodschappenwagen duwen, dit wordt allemaal ontraden in de eerste weken na de operatie. In het begin is je stoma en je buik ook nog erg gevoelig. Houd er rekening mee dat het de eerste weken na de operatie een stuk fijner is om losse kleding te dragen, zoals trainingsbroeken met elastiek. Naar mate je hersteld, kun je weer dingen als een spijkerbroek uitproberen. Dit gaat zeker een stuk makkelijker zodra de hechtingen rondom je stoma door de stomaverpleegkundige zijn verwijderd. Dit kan namelijk een trekkerig gevoel geven of zelfs een beetje gaan ontsteken. Indien ze te lang blijven zitten, kan er littekenvorming ontstaan, ook wel strictuur of granulaatweefsel genoemd. Het is daarom belangrijk dat de hechtingen er op tijd uit worden gehaald. Denk eraan dat je naar een controle van de stomaverpleegkundige zelf een setje van je eigen stomamateriaal meeneemt. Als de situatie het toelaat hoef je thuis voor de controle je stoma niet te verzorgen. Dit doordat de stomaverpleegkundige door het controleren van de oude huidplaat veel kan aflezen. 

 

Aan een operatie houdt je altijd littekens over, maar per persoon en soort operatie verschilt het herstel ervan. Wat kun je er zelf aan doen? Ga ten eerste het eerste half jaar niet met je littekens de zon in. Het litteken kan snel verbranden. Pas als de hechtingen uit de wond zijn gehaald, mag je er iets van een crème opsmeren. Er is wetenschappelijk aangetoond dat een crème die vitamine E bevat, de genezing bevordert. Indien de wond (en) nog lang rood blijven en na 4 weken nog duidelijk zichtbaar zijn, is een siliconengel een optie. Je hebt ook speciale littekencrèmes zoals PCLE-Crème van Biodermal. Hiervan is geen wetenschappelijk onderzoek bekend maar de ervaringen zijn overwegend positief. Nog een optie is Calendula crème, wat verzachtend en wondgenezend werkt. Er bestaat ook een zelfklevende siliconen gelsheet (niet te gebruiken op open of geïnfecteerde wonden). Bijvoorbeeld Cica-Care, waarvan is bewezen tot 90% effectief te zijn bij de verbetering van rode, donkere en dikke littekens. Je knipt er een reep vanaf, die je op het litteken plakt. Deze reep kunt je vele keren (2 à 3 weken) dagelijks opnieuw gebruiken. Je wast hem met water en zeep en droogt hem af. Deze krijg je vergoedt indien je het op voorschrift van je arts verkrijgt.

 

De buik van Jaime 4 maanden na de (laparoscopische) operatie

 

Dit kan het resultaat zijn van een niet laparoscopische operatie (War)

 

Het kan zijn dat je eetlust na de operatie verandert is; meer of minder, of andere voorkeuren. Je lichaam kan bijvoorbeeld vragen om bepaalde specifieke voedingsstoffen als zouten, vezels of eiwitten. Luister goed naar je lichaam, want eiwitten (vlees, vis en zuivelprodukten) zijn bijvoorbeeld goed voor het herstel van je lichaam. Kijk en probeer rustig welke voeding je goed kunt verdragen, en welke niet. Voor een handige voedingslijst met producten die een verstopping, lucht etc kunnen veroorzaken, kijk op de pagina voeding op deze website. Wat je wel en niet kunt eten verschilt per persoon en ligt ook aan de opening van je stoma. Hoe nauwer, hoe lastiger producten zijn die niet goed worden verteerd. Probeer alles rustig uit, niet tegelijk, en indien het nu niet goed valt later nog eens.

Wat veel mensen best moeilijk vinden zijn de drempels die je steeds weer over moet met iets wat je voor het eerst doet met je stoma. Neem nu de eerste keer weer naar de bioscoop, een verjaardag of een ander uitje. Het zwembad, op vakantie en sporten. En ook bij op het eerste oog zo simpel lijkende dingen als bad of douche, naar een kledingwinkel om een broek te passen of je stoma ergens anders verzorgen. Bij alles wat je doet moet je weer een drempel over. En die is voor de één hoger dan voor de ander. Maar als je eenmaal de stap hebt gewaagd zal dat voelen als een enorme overwinning. En kom je erachter dat het absoluut geen probleem is: leven met een stoma.

Indien je na de stoma-aanleg ooit wordt opgenomen in het ziekenhuis, houd er dan rekening mee dat als je je eigen vertrouwde stomazakjes wilt blijven gebruiken, je deze dan zelf meeneemt. Het kan zijn dat ze in het ziekenhuis weer met een ander merk werken. Wel kun je in het ziekenhuis gebruik maken van de gaasjes, wegwerpzakjes etc. Vaak maakt de stomaverpleegkundige een box voor je waar alles in wordt verzameld. Houd er wel rekening mee dat je na een operatie tijdelijk ander opvangmateriaal gebruikt, wat er in de operatiekamer op wordt geplakt en doorzichtig is (PostOp zak).

 

Naar boven

 

 

Laparoscopie

Een techniek die steeds vaker gebruikt wordt bij de aanleg van een stoma, is laparoscopie. Dit is een kijkoperatie (ook wel sleutelgatchirurgie, minimaal invasieve operatie of incisionless surgeon) waarbij er slechts enkele kleine sneetjes (incisies) in de huid worden gemaakt, in plaats van één grote. Het woord "kijkoperatie" is eigenlijk misleidend, want er wordt niet alleen gekeken maar ook daadwerkelijk geopereerd. Laparoscopie is veel minder belastend doordat je minder littekens hebt, daardoor minder pijn en je dus ook sneller herstelt.

 

Ook hoeft de buik niet helemaal open, waardoor de darmen lekker warm kunnen blijven liggen, zodat je op de langere termijn minder kans hebt op verklevingen van de darm. Je hebt minder bloedverlies en de kans op latere complicaties is kleiner. Wel kost een laparoscopische operatie 2 keer zoveel tijd dan een traditionele operatie. Ondanks dat er tijdens een laparoscopische operatie slechts kleine sneetjes worden gemaakt, blijft het toch een grote operatie. Vergeet niet: ook al wordt er gestart met een laparoscopische operatie, je arts kan besluiten verder te opereren via een grotere snede door wat hij van binnen aantreft. Ook komt niet iedereen voor laparoscopie in aanmerking; als je al vaker geopereerd bent in de buik (gevolg: verklevingen) kiezen ze toch liever voor de "klassieke manier".

Als eerste wordt er een sneetje gemaakt in of vlakbij de navel, waardoorheen het eerste buisje (canule) wordt ingebracht. Hier wordt lucht (CO2-gas, kooldioxide) doorgeblazen (geïnsuffleerd) om binnen in de buik wat 'werkruimte' te creëren (pneumoperitoneum). Door deze lucht kun je na de operatie wat last van kramp in de buik hebben, maar ook bijvoorbeeld spierpijn in de rug. Daarna worden er nog een aantal sneetjes (ongeveer 5 bij 12 mm), meestal 2 of 3, gemaakt, waardoor de precisie-instrumenten naar binnen gebracht kunnen worden. Er zijn minimaal twee openingen nodig: één voor de camera zodat de chirurg alles kan volgen op een monitor en één voor een werkinstrument waarmee de operatie kan worden uitgevoerd. Tijdens de laparoscopische operatie bedient de chirurg de chirurgische instrumenten via de monitor. Door de uitstekende kwaliteit van de camera's en de vergrotende werking tot wel 20 keer, kan de chirurg de anatomie tot in de kleinste details goed zien. Eventueel wordt een grotere snede gemaakt (vaak bij de bikinilijn) om een gedeelte van de dikke darm te kunnen verwijderen.

Naar boven

 

 

Verwijdering darm/colectomie

Als er een stoma wordt aangelegd, is het meestal ook nodig om (een deel van) de dikke darm te verwijderen (resectie van het colon). Indien deze in zijn geheel wordt verwijderd spreek je van een totale colectomie, hierbij blijft de endeldarm over als stomp.  Indien ook de endeldarm en anus worden verwijderd spreek je van een proctocolectomie. Bij een subtotale colectomie wordt er een groot deel van de dikke darm verwijderd. Bij een partiële colectomie wordt er een stukje dikke darm verwijderd. En ten slotte spreek je bij het verwijderen van de halve dikke darm van een hemicolectomie (en deze kan dus links of rechts zijn). Dit zijn de geneeskundige namen van deze technieken. Het verwijderen van de dikke darm kan gebeuren op de klassieke wijze waarbij de buik open wordt gemaakt, of via laparoscopie. Op welke wijze dit bij jou gebeurd ligt geheel aan de situatie in je buik, of je bijvoorbeeld al eerder bent geopereerd, de hoeveelheid verklevingen, de oorzaak van de operatie etc.

 

Bron afbeelding: Convatec

 

Het kan ook zijn dat er een stuk dunne darm verwijderd moet worden (partiële ileum resectie). Ook hiervan kun je een groot deel missen.  Het lichaam blijkt zich aan te passen aan de nieuwe situatie, waardoor de rest van de darmen de werking van het ontbrekende deel overneemt en de spijsvertering door kan gaan. Als je minder dan 1/3 van de normale lengte van de dunne darm over hebt (de dunne darm is gemiddeld 6 meter), lukt dit het lichaam niet meer en kan het zijn dat de dunne darm niet meer in staat is om de voedingsstoffen op te nemen (short bowel syndrome). Je kunt dus een groot deel missen, alleen bij voorkeur niet het laatste stukje van de dunne darm. Als je de laatste 20 centimeter van de dunne darm verwijderd, kun je een tekort krijgen aan vitamine B12. In dit stukje wordt deze specifieke vitamine namelijk opgenomen. Indien dit stuk dunne darm bij jou verwijderd dient te worden, is het verstandig om na de operatie je bloedwaarden te controleren en eventueel regelmatig vitamine B12 te (laten) injecteren zodat je hier geen tekort van krijgt.

 Naar boven

 

 

Endeldarmverwijdering/rectumamputatie

Soms is het niet genoeg om alleen (een deel van) de dikke darm te verwijderen, maar moet ook de endeldarm worden geamputeerd. Dit kan bijvoorbeeld bij kanker in het rectum of indien de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa op die plek erg heftig aanwezig is. Soms wordt een endeldarm ook ter preventie van een dergelijke ziekte verwijderd. Indien iemand een ileostoma heeft waarbij de endeldarm nog aanwezig is, kan dit jarenlang goed gaan, maar na tientallen jaren neemt de kans op kanker in de endeldarm toe. Ten slotte kan ook alleen de endeldarm aangetast zijn waardoor deze moet worden verwijderd. Soms is het dan mogelijk de uiteinden van de darm weer met elkaar te verbinden (anastomose) zodat er geen stoma hoeft worden aangelegd, of alleen tijdelijk. Indien ook de anus/ kringspier wordt weggenomen spreekt men van een abdomino-perineale rectum-extirpatie. Vaak is er bij dit laatste geen anastomose mogelijk.

Bron afbeelding: Medline plus

 

Bij de verwijdering van de endeldarm kan er gebruik worden gemaakt van open chirurgie via de buik, een laparoscopische rectumamputatie of een operatie via de endeldarm, van onderaf (transanale pull through). Doordat er bij een open operatie in het kleine bekken wordt geopereerd, waar zich veel zenuwen bevinden van geslachtsorganen en blaas, kunnen er complicaties ontstaan. Daarom heeft een laparoscopische operatie of een operatie via de anus, (een intersfincterische rectumamputatie) voordelen. Bij de laatste wordt er geopereerd tussen de 2 sluitspieren. De kans op zenuwbeschadiging in het kleine bekken is een stuk kleiner doordat de chirurg dicht op de wand van de endeldarm blijft, en de bekkenbodem en uitwendige kringspier blijft intact. Dit heeft weer voordelen voor de wondgenezing en vermindert de kans op zitpijn na de operatie. Helaas is het niet verstandig om deze techniek te gebruiken bij mensen met kanker, omdat er dan ruimer in de endeldarm geopereerd moet worden. Hierbij moet er via de buik worden ingegrepen.

 

Bron afbeelding: BBraun

 

Je endeldarm en anus ondersteunen je organen in de bekkenbodem. Je kunt je dus voorstellen dat indien deze worden verwijderd, er verzakkingen kunnen ontstaan. De chirurg kan dit gat wat is ontstaan op verschillende manieren dichten. Dit kan bijvoorbeeld door het vetschort dat aan de dikke darm hangt als een soort sjaal naar beneden in het kleine bekken te hangen. Doordat de dunne darm er bovenop valt kan deze niet wegzakken. Ook kan er gebruik worden gemaakt van de techniek rectus-abdominus-plastiek, waarbij de rechte buikspieren worden gebruikt voor het opvullen van de holte.

 

Bron afbeelding: uit het boek "Atlas van de anatomie".

 

Indien je van onder wordt "dichtgenaaid", de anus wordt gesloten, houdt je een anale wond over. Een anale wond heeft tijd nodig om te genezen. Dit kan variëren van enkele weken tot soms wel een jaar. In het begin kun je last hebben van zitpijn. Het kan dan fijn zijn om een speciaal kussen aan te schaffen of te lenen bij bijvoorbeeld de thuiszorg. Ook kan een gelzadel fijn zijn als het fietsen niet goed gaat. Kijk hier voor het onderwerp zadelpijn. Mensen die een amputatie moeten ondergaan, zijn er vaak niet op voorbereid dat zij, na de operatie, het geamputeerde lichaamsdeel voelen alsof het er nog zit. Dit is een normaal verschijnsel wat bij meer dan de helft van de mensen voorkomt. Dit heet fantoomgevoel/pijn. Je kunt bij een amputatie in het betreffende lichaamsdeel dat niet meer bestaat nog steeds gevoel ervaren. Dit komt omdat de delen van de hersenen die verantwoordelijk zijn voor het 'voelen' nog steeds aanwezig zijn. Als je een gevoel van aandrang krijgt, kan het helpen om gewoon op het toilet te gaan zitten.

  

Merk: links Tempur en rechts: Roho

 

Lees hier het persoonlijke verhaal over endeldarmverwijdering van:
* Frans *

Naar boven

 

 

Operatie breuk/parastomale hernia

Een breuk kan zich voordoen bij een operatielitteken (wondbreuk) of bij de stoma (ook wel parastomale hernia genoemd). Dit komt doordat het een zwakke plek is rondom de stoma in de buikwand of bij een litteken. De buikwand is omgeven door een sterke spierlaag en bekleed met buikvlies dat alles goed op zijn plaats houdt. Door de aanleg van een stoma ontstaat er een zwakke plek in de buikwand, er is dan sprake van een te grote opening in de spierlagen van de buik. Door deze te grote opening kan er buikinhoud naast de stoma uitpuilen, een deel van de darmen komt dan voor in plaats van achter de buikspieren. Het gevolg is een grotere of kleinere zwelling of welving van de buikwand. Bijna een derde van alle stomadragers ontwikkelt een breuk (bij het overgrote deel gebeurt dit binnen het eerste jaar na de aanleg). Naarmate je ouder bent, neemt de kans op een breuk toe. Ook mensen met een BMI (body mass index) hoger dan 30 hebben 2,5 keer zoveel kans op een breuk dan iemand met een BMI lager dan 25. Soms zie je de breuk alleen bij inspanning, anderen lopen voortdurend met een enorme bult op de buik (soms wel formaat cup D!). Zo'n breuk ontstaat meestal na een te grote druk op de buikwand, zoals bij zwaar tillen of veel hoesten. Bij 20 to 50% van de breuken ontstaat de deze doordat het gat in de spieren wat gemaakt is om de darm doorheen te halen, te groot is geworden. In sommige gevallen besluit de arts de breuk operatief te verhelpen, bijvoorbeeld bij veel klachten als lekkages, of als de darm bekneld raakt. Omdat er complicaties kunnen ontstaat na de operatie wordt deze operatie alleen gedaan indien je veel klachten hebt. Het blijkt dat 1 op de 3 mensen na 3 jaar de breuk weer terug krijgen.

   

Vaak zal bij een dergelijke breuk de stoma worden verplaatst naar de andere zijde van de buik. De oude stomaplaats wordt dichtgehecht en er wordt een nieuwe plek gekozen voor de stoma. Het verplaatsen van een stoma is technisch niet altijd mogelijk. Ook blijkt uit onderzoek dat het bij 25 tot 30% van de gevallen waarbij een stoma wordt verplaatst bij het litteken leidt tot een breuk.  Een andere goede mogelijkheid is de buikwand te verstevigen met een kunststof matje rondom de stoma, welke wordt gehecht aan de binnenkant van de buik. Dit kan ook laparoscopisch waardoor je minder littekens hebt.

 

Bron afbeelding: De Vooruitgang van De Nederlandse Stomavereniging  

Naar boven

 

 

Stoma revisie

Om een aantal redenen (klachten) kan het zijn dat een stoma moet worden gecorrigeerd (revisie), bijvoorbeeld door een vernauwing van de stoma, een retractie of een prolaps. De stoma blijft dan op dezelfde plaats, maar wordt hersteld. Vaak kan dit laparoscopisch; ze maken 1 of meerdere incisies rondom de stoma, halen de stoma los van het omliggende weefsel, lossen het probleem op en hechten hem (soms na verwijdering van een klein stukje darm) weer opnieuw aan de huid. 

 

Naar boven

 

 

Stoma opheffen

Naast dat een stoma kan worden aangelegd, kan hij natuurlijk ook weer worden opgeheven. Of er een hersteloperatie plaats kan vinden hangt af van een aantal factoren. Zo moeten bijvoorbeeld de endeldarm en kringspier er goed aan toe zijn, is het belangrijk dat je een goede conditie hebt en kan een stoma soms niet worden teruggelegd door de situatie in je buik, zoals bijvoorbeeld verklevingen. Je stoma, het stukje darm, wordt teruggelegd via de stoma-opening. De wond waar je stoma heeft gezeten groeit vanzelf dicht. Het ligt aan de situatie of dit laparoscopisch kan gebeuren of dat je buik open moet. Vaak gebeurt de operatie onder algehele narcose, soms door middel van een ruggenprik. Hoewel het opheffen van een stoma in de regel een kleinere operatie is dan het plaatsen ervan, zijn er toch complicaties mogelijk. De belangrijkste is het lekken van de naad waar de 2 stukken darm aan elkaar zijn gehecht (naadlekkage), later meer hierover. Een andere complicatie is dat de darmen na de operatie erg moeten wennen en het kan zijn dat je in het begin vaker naar het toilet moet en het ook nog dun is. Dit heeft tijd nodig, de 1 blijft er erg last van hebben terwijl het bij de ander weer als vanouds hersteld.     

 

Het opheffen van een dubbelloops colostoma. Bron afbeelding: Atlas of pelvic surgery

 

Lees hier de persoonlijke verhalen over het opheffen van een stoma van:


* Flippertje *
* Kreeftje *
* Margriet *
* Franca *

Naar boven

 

 

Fast track/ERAS

Het ERAS-protocol (Enhanced Recovery After Surgery) of Fast Track-programma (letterlijk snelle route) worden steeds vaker gebruikt. Dit zijn programma's voor een versneld herstel na een operatie, vaak gebruikt bij een laparoscopische operatie. Een programma waarin alle factoren die een positieve invloed hebben op herstel zijn samengebracht. Kort gezegd houdt het in: snel voeding en snel mobiliseren. Het is de bedoeling dat je in plaats van de gemiddelde 8 tot 14 dagen  opname bij een darmoperatie, na een dag of 5 soms al naar huis kunt. Gemiddeld is de opnameduur een dag of 2, 3 korter. Het programma bestaat uit een aantal elementen.

Zo hoef je vaak niet meer nuchter te zijn voor de operatie. Je krijgt ervoor een drinkvoeding (PreOp) en na de operatie pakjes energierijke bijvoeding. Ook zijn er andere regels omtrent laxeren. De darmen worden niet in het geheel gereinigd, alleen het laatste stuk door middel van een klysma. Doordat de darmen niet helemaal worden stilgelegd, mag je zo snel mogelijk na de operatie weer eten. Het inbrengen van een neus- en maagsonde is dan ook overbodig. Inmiddels is gebleken dat als je de darm voedsel aanbiedt, hij vanzelf weer aan het werk gaat. Vaak wordt je 's morgens geopereerd zodat je 's avonds al iets kunt eten. Je krijgt op die manier ook alle bouwstoffen binnen om te herstellen. Ook is het de bedoeling dat je vaak al de dag erna, even op een stoel naast het bed gaat zitten. Bewegen is goed en stimuleert de darmwerking maar ook de doorbloeding en longfunctie. En dit helpt allemaal weer voor het herstel van je gehele lichaam maar specifiek bijvoorbeeld je wond. Ook goede medicatie tegen misselijkheid en pijn is erg belangrijk. Want hoe beter dit onder controle is, hoe sneller je weer gaat eten en bewegen.

 

Bron afbeelding: Uniek van UMC Utrecht

 

Indien er geen complicaties zijn, is het vaak goed als mensen eerder naar huis kunnen, want thuis herstel je nu eenmaal het best. Ook voorkom je complicaties zoals bijvoorbeeld trombose, vermindering van spierkracht of een ziekenhuisbacterie. Wel is het belangrijk dat je daarna hulp kunt ontvangen van je omgeving of de thuiszorg. Na een aantal dagen thuis neemt het ziekenhuis meestal contact met je op om te informeren hoe het met je gaat, ook kun je er terecht als er complicaties optreden. Omdat je korter in het ziekenhuis doorbrengt wordt het voortraject (zoals de stomaverpleegkundige) nog belangrijker. Want het is natuurlijk wel de bedoeling dat je je stoma zelf kunt verzorgen als je weer naar huis gaat. Het is dus ook belangrijk dat je zelf hieraan meewerkt, je hebt een actieve rol in het hele proces. Indien je aan dit programma meedoet wordt dit van tevoren met je besproken.

 

 

Complicaties

Niet het leukste onderwerp, maar toch wel een belangrijke. Bij elke operatie kunnen er complicaties ontstaan, hoe klein deze operatie ook is. Een complicatie is niet per definitie een fout van de arts, maar is een 'ongewenste, onverwachte uitkomst van zorg die leidt tot aanpassing van het medisch handelen'. De complicaties ontstaan vaak ondanks juiste behandeling, en het is 1 van de doelen van de arts om deze te voorkomen of te verminderen.

 

Als eerste een hele algemene: de ziekenhuisbacterie. Dit is een verzamelnaam voor bacteriën die resistent (ongevoelig, immuun) zijn voor de meeste, gangbare antibiotica, waardoor ze moeilijk te bestrijden zijn. Gezonde mensen dragen sommige bacteriën zelfs bij zich en worden er niet ziek van, maar in een ziekenhuisomgeving gedijen ze goed door de het gebruik van vele soorten antibiotica en mensen met een ernstig verminderde weerstand. Elk jaar raakt 7% van de Nederlande patiënten ermee besmet. De bekendste is waarschijnlijk wel de MRSA bacterie, wat staat voor meticilline-resistente Staphylococcus aureus. De Staphylococcus aureus wordt door ongeveer 1 op de 3 (gezonde) mensen bij zich gedragen. MRSA is een bijzondere variant op de gewone Staphylococcus aureus, omdat deze ongevoelig is voor veel antibiotica. Minder dan 1% van de mensen in ons land draagt MRSA bij zich, en meestal raak je deze vanzelf weer kwijt. Pas voor mensen die erg ziek of pas geopereerd zijn vormen ze een bedreiging. Indien je in het ziekenhuis besmet wordt met dit virus, wordt je geïsoleerd behandeld om te voorkomen dat je andere mensen besmet. Dit kan onprettig zijn omdat iedereen die bij je in de kamer komt, beschermd moet zijn met een mondkapje, handschoenen etc. en zich daarna moet ontsmetten. Dankzij een streng beleid raakt in Nederland ‘slechts’ 0,5% - 1% van de ziekenhuispatiënten met deze bacterie besmet. In het buitenland, waar een minder streng antibioticabeleid wordt gevoerd, loopt 20 tot 50% van de ziekenhuispatiënten een MRSA-besmetting op. Mensen met een stoma behoren tot de groep met een verhoogd risico op het krijgen van MRSA (MRSA-dragerschap).

Bron afbeelding: MRSA-net

 

Een gevolg van bacteriën kan een ziekenhuisinfectie zijn (nosocomiale infectie). Deze infectie kan zich openbaren aan operatiewonden (postoperatieve wondinfectie), lucht- en urinewegen of in de bloedbaan (sepsis) en komt voor bij 1 op de 15 ziekenhuispatiënten. Dit is een gemiddelde; een wondinfectie komt bijvoorbeeld bij bepaalde operaties heel weinig voor (neem een kijkoperatie voor de knie), terwijl bij de verwijdering van (een deel van) de dikke darm de kans een stuk groter is omdat de darmen vol zitten met micro-organismen. Het gevolg van een infectie is dat je vaak wat langer in het ziekenhuis dient te blijven en medicijnen krijgt toegediend, maar soms ook een heroperatie en ernstige complicaties. Dit ligt geheel aan het soort infectie, zo is een urineweginfectie (bijvoorbeeld door de katheter) snel voorbij.

    

Bron afbeelding: Gezondheidsnet

 

Een complicatie van een gestoorde wondgenezing is wonddehiscentie. Door spanning op de operatiewond, bijvoorbeeld door een infectie, veel hoesten of een andere oorzaak, kunnen de wondranden gaan wijken. 1 of meerdere lagen van de operatiewond scheurt open. Wanneer alle lagen van de wond wijken spreek je van wonddisruptie of evisceratie, ook wel "Platzbauch" of "Burst abdomen" genoemd. In dit geval kan er buikinhoud naar buiten komen.     

De darmwerking wordt tijdens de operatie spontaan onderbroken, en soms kan het (zeker bij een buikoperatie) weleens gebeuren dat de maag en darmen moeite hebben weer op gang te komen. Het ritme van de darmen is na een operatie tijdelijk verstoord. De darmen komen na een operatie weer in delen op gang; de maag heeft het meeste last van een operatie en komt pas tussen de 1 en 5 dagen weer op gang, de dunne darm al 4 tot 8 uur na de operatie en de dikke darm ook na 1 tot 5 dagen. Indien men, zoals het gaat bij de vernieuwde regels, weer snel wat gaat eten, komt de dikke darm sneller op gang. Het stilvallen van de darmen na een operatie wordt ook wel een postoperatieve ileus genoemd. Het kan zowel bij een laparoscopische als een conventionele operatie voorkomen, al is bij een laparoscopische operatie de kans minder groot. Uit onderzoek blijkt dat het een combinatie is van zenuwen en het immuunsysteem. Tijdens een buikoperatie worden de darmen aangeraakt (chirurgisch gemanipuleerd) waardoor er weefseltrauma ontstaat. De geprikkelde zenuwen in de darmwand maken eiwitten aan die bepaalde witte bloedcellen activeren, namelijk meststoffen. Deze meststoffen veroorzaken een ontstekingsreactie in de darmwand; er ontstaan microscopisch kleine ontstekingen in de spierlaag van het gemanipuleerde stuk darm. Ook een oorzaak van het stilliggen van de darmen kunnen zijn medicijnen als morfine, die de bewegingen van de darm doen afnemen. Gevolgen van een postoperatieve ileus zijn buikpijn,  misselijkheid, kans op braken, niet op gang komen van het stoma (ontlasting) en een vergroot risico op complicaties. Men is bezig met onderzoek naar medicatie die een postoperatieve ileus kan verminderen of zelfs voorkomen. Daarnaast is snel beginnen met (aangepaste) voeding belangrijk, de vorm van pijnmedicatie en de snelheid van het mobiliseren wat ook een goede darmwerking bevorderd. 

Indien je wat langer (en dan bedoelen we echt een langere tijd) op bed ligt kunnen er ook bepaalde klachten ontstaan. Je kunt last krijgen van spitsvoeten (pes equinus). De stand van je voet ligt dan in het verlengde van je onderbeen en maakt lopen pijnlijk. Dit is te voorkomen door een kussen of opgerolde handdoek achter je voeten te leggen zodat je tenen bij het liggen omhoog wijzen. En ook is het goed om zelf of met hulp voetoefeningen te doen. Ook kun je last krijgen van doorliggen (decubitus). Dit zijn beschadigingen van de huid, drukplekken als gevolg van permanente druk en daardoor een verminderde bloedtoevoer. Het is dus heel belangrijk om voldoende te bewegen en indien je niet uit bed kunt, af en toe om te draaien. Voorkom dat je te lang in dezelfde houding blijft liggen. Het eerste stadium is te herkennen aan een rode vlek op de huid. Bekende plekken zijn de stuit en de hielen. Indien hier niets aan gedaan wordt en het te lang aanhoudt, kan het weefsel afsterven (necrose). Lukt het niet om te draaien, dan kan een bed met anti-decubitus matras uitkomst bieden. Dit is een matras met daarin lucht dat door middel van een machine van plek verandert, en zo de drukpunten wisselt. Indien je door ziekte langere tijd bedlegerig bent kun je de verpleging hierom vragen. Let hierbij ook op plooien in de kleding of het bed, welke ook mee kunnen werken aan decubitus. 

 

Tenslotte een ernstige complicatie maar helaas wel reëel bij een darmoperatie indien er gewerkt wordt met een hechting van 2 darmgedeeltes: naadlekkage. De wetenschappelijke literatuur meldt dat bij gemiddeld 5% van de geopereerde patiënten naadlekkage ontstaat, uit een ander onderzoek blijkt dit 10% te zijn. Naadlekkage kan ontstaan indien de darmuiteinden weer aan elkaar worden genaaid of geniet. Een darmnaad heeft gemiddeld 3 dagen nodig om te herstellen. Deze naad kan gaan lekken, waardoor er darmbacteriën en prikkelende sappen vrij in de buikholte terechtkomen. Meestal moet er meteen een heroperatie plaatsvinden. Indien men snel genoeg ingrijpt, kan buikvliesontsteking (peritonitis) worden voorkomen of de schade worden beperkt.

 

 Bron afbeelding: Atlas of pelvic surgery

 

Buikvliesontsteking is een ernstige bacteriële ontsteking van het buikvlies (peritoneum); een dun, transparant vlies van ongeveer 2 vierkante meter (bij een volwassene) dat de binnenkant van de buikholte en de buitenkant van de daarin gelegen organen bekleedt. Het belangrijkste verschijnsel is hierbij hevige buikpijn en opzwellen van de buik. Misselijkheid, braken en koorts horen ook in het rijtje klachten thuis. Bewegingen van de darmen worden door een buikvliesontsteking meestal helemaal verstoord en maagdarmsappen- en gassen hopen zich op, waardoor een maagsonde wordt ingebracht. Er wordt antibiotica toegediend (vaak een bepaalde cocktail gebaseerd op de aard van de bacteriën/ontsteking die in je bloed wordt bepaald) om de ontsteking te lijf te gaan.

 

Vaak moet de buikholte door middel van een operatie worden gespoeld, naast dat de oorzaak van de lekkage wordt opgelost. Indien men snel genoeg ingrijpt, is goed herstel zonder complicaties mogelijk. Doet men dit niet en krijgen de bacteriën de kans om zich verder te verspreiden, wordt de situatie levensbedreigend en kunnen er meerdere operaties nodig zijn waarbij je vaak op de intensive care terecht komt. Hierbij kan het soms nodig zijn de buik open te laten waarbij ze een oplosbaar matje inbrengen zodat alles op zijn plek blijft liggen. Dit doen ze doordat je buik te opgezet is om weer dicht te maken, maar ook kunnen zo de bacteriën (bijvoorbeeld met een vacuumpomp) hun weg naar buiten vinden. Maar dit kan dus allemaal voorkomen worden als de artsen snel genoeg ingrijpen en adequaat reageren!    

 

Bekijk hier hoe een open buikwond zou kunnen herstellen, dit is de buik van Franka.

Pas op! Indien je deze foto's van een buik die open staat niet wilt zien, de link niet aanklikken.

 

 

 

Disclaimer                                     - Gemaakt door Suusdesign.nl