English/under construction Nederlands

 

School, Werk & inkomen



 

 

Op deze pagina lees je alles rondom school, werk en inkomen. Wat als het niet lukt om net zoals iedereen naar school te gaan door ziekte? Hoe ga je daar met je stoma om? Kun je je werk weer hervatten nu je een stoma hebt? Of is er een omscholing nodig? En wat betreft aanpassingen op het werk? En hoe zit het met uitkeringen?

School en studie

Iedereen kan weleens tijdelijk niet naar school door bijvoorbeeld een griepje of de tandarts. Maar wat als je chronisch ziek bent en daardoor langere tijd moet missen of het aantal uren per dag niet volhoud? Of dat je het tempo van je opleiding niet meer kunt bijhouden, terwijl je er wel slim genoeg voor bent?

 

Het basisonderwijs. Volgens de Wet Ondersteuning Onderwijs aan Zieke leerlingen (WOOZ, is bedoeld om te voorkomen dat zieke kinderen leerachterstand oplopen) heeft een kind dat ziek is recht op onderwijs. De school is in eerste instantie verantwoordelijk voor het continueren van het onderwijs als hun leerling ziek thuis is of in een ziekenhuis verblijft. Het is dus heel belangrijk met de school te overleggen over de verschillende mogelijkheden. Vaak vinden kinderen die iets mankeren het fijn om zo veel mogelijk met school bezig te blijven zodat ze aan hun toekomst werken en niet te anders zijn dan hun klasgenootjes. Er zijn verschillende mogelijkheden. Zo kun je als ouders samen met de school een consulent Onderwijsondersteuning Zieke Leerlingen (cozl) van een Educatieve Voorziening of Onderwijsbegeleidingsdienst inschakelen. Deze consulent kan helpen met het opstellen en uitvoeren van een handelingsplan, hierin staat welke zorg de school van plan is te geven en op welke wijze. De cozl kan contact leggen tussen ouders en leerling, school en ziekenhuis. Leerkrachten adviseren over onderwijs aan zieke leerlingen en informeren over het omgaan met de zieke leerling, de ouders en de groep. Het onderwijs en de begeleiding organiseren van de zieke leerling thuis, in het ziekenhuis en op school. Onderwijs geven als de leerkrachten het onderwijs niet kunnen verzorgen, bijvoorbeeld als de school te ver weg is van het ziekenhuis of de leerkrachten geen tijd hebben. Informatie geven over ziektebeelden en de mogelijke gevolgen van ziekten en behandelmethoden (bijvoorbeeld medicijnen) en schoolprestaties en communicatiemiddelen inzetten, zoals een computer. Ook voor leerlingen op het voortgezet onderwijs kun je een beroep doen op de cozl.

 

 Daarnaast is er ook "de rugzak". Dit is een leerling-gebonden budget die je als het ware meeneemt in een rugzakje. Hiermee kan de school speciale voorzieningen regelen die nodig zijn voor ondersteuning en begeleiding van een ziek kind in regulier onderwijs. In de rugzak zit extra begeleiding, maar ook een budget waaruit extra leermiddelen, en aanpassingen binnen de klas of school uit betaald kunnen worden. Je krijgt een rugzak alleen door middel van een indicatie door de Commissie voor Indicatiestelling. Ook de rugzak is beschikbaar voor het voortgezet onderwijs. Kijk hier voor meer informatie over deze rugzak. Dit is ook een interessante website over school en ziekte.

 Maar wat nou als je in het middelbaar beroepsonderwijs zit en je studie volgen niet meer lukt door ziekte? Allereerst is het dan belangrijk om een WAJONG aan te vragen, dit is een uitkering voor mensen die op jonge leeftijd al ziek of gehandicapt zijn. Lees over dit onderwerp meer bij "inkomen" op deze pagina. Als je graag door wilt leren, maar je kunt het tempo van een reguliere opleiding niet volhouden, zijn er alternatieven. Bijvoorbeeld opleidingen als het REA College. Een praktijkgerichte opleiding met veel begeleiding en aandacht voor je persoonlijke ontwikkeling. Bij deze opleiding is het uiteindelijk doel een baan, tijdens je opleiding loop je stage om werkervaring op te doen. Als je je diploma hebt gehaald helpt een arbeidsbemiddelaar van het REA college samen met jou met het vinden van een passende baan. En voor als zelfs dat niet lukt een opleiding op afstand via internet: Eminus. Je wordt opgeleid voor werk dat je vanuit huis kunt doen. Ook kun je via de Open Universiteit door middel van zelfstudie diploma's halen. Je hoeft geen bepaalde vooropleiding te hebben en ze houden rekening met chronisch ziek of andere beperkingen. Je kunt zo bij 7 faculteiten een bachelor- of masteropleiding doen, maar ook losse modules voor specifiek werk. Natuurlijk zijn thuisstudies van de LOI, NHA etc. ook een optie. Zo kun je in je eigen ritme diploma's halen.

 
 

Hoe vertel je nou op school dat je een stoma hebt? Bij kinderen is de ervaring dat ze vanaf een jaar of drie erg gemakkelijk met hun stoma omgaan als hij al op jonge leeftijd is aangelegd. Ze nemen de stoma voor lief, ze weten immers niet beter en het is een onderdeel van hun lichaam geworden. Vaak vinden ze het zelfs apart dat juist hun vriendjes en klasgenoten geen stoma hebben, die zijn in hun ogen anders. Het is in deze fase heel belangrijk hoe de omgeving op het stoma reageert en er normaal met het kind wordt omgegaan. Met het opgroeien worden ze zich steeds bewuster dat ze "anders" zijn. Met de omgang met vriendjes, de gym en hun eerste verliefdheid. Het verschilt per persoon hoe hij of zij hiermee omgaat. Dit ligt ook heel erg aan de reacties van de omgeving. Het kan goed zijn om op school een spreekbeurt te houden, ook omdat je klasgenoten hier vragen aan je kunnen stellen. Op zo'n manier wordt alles bespreekbaar gemaakt. Maar er zijn ook kinderen en jongeren die er juist niet over willen praten, dan kan het goed zijn om er met een leerkracht of vertrouwenspersoon op school over te praten. Als je erover praat, blijkt er vaak meer mogelijk te zijn dan gedacht. Soms is er de mogelijkheid om gebruik te kunnen maken van een apart toilet om het stoma te verzorgen, of een speciale plek of kamer waar je je stomamateriaal neer kunt leggen. Het kan vaak opluchten om het aan directe mensen in je omgeving te vertellen, vaak reageren ze veel positiever dan je van tevoren dacht. Eerlijk en open zijn over je stoma neemt fantasieën van anderen weg, en roddels worden zo tot een minimum beperkt.

 

"Op de kleuterschool gaat het goed. Iedereen in zijn klas weet dat Joey een stoma heeft, dit hebben wij bewust samen met Joey aan de kinderen verteld. hij heeft zelfs heel trots een rondje gelopen om zijn stoma te laten zien en de kinderen mochten ook vragen stellen. Het is belangrijk om dit op school te vertellen dat de kinderen het weten want kinderen zijn erg hard onder elkaar. Het kan gebeuren dat de stoma op school lekt en ruikt en dan is het toch vervelend als de kinderen het niet weten en jouw kind uitschelden of negeren. Gelukkig is dat bij Joey nog nooit voorgekomen. We hebben met de juf een afspraak gemaakt dat zij het stomazakje leegt en vervangt als het nodig mocht zijn. Joey heeft geen beperkingen. Hij slaapt zelfs altijd op zijn buik. Hij doet gewoon wat andere kinderen ook doen. Sinds kort zit hij op zwemles, wat hij erg leuk vind om te doen. Joey heeft zijn stoma meteen vanaf het begin geaccepteerd. Ik heb gemerkt dat ouders er meer problemen mee hebben dan het kind zelf."

Raymondo, Miranda & Joey Jacobs te Waalwijk 

 Naar boven

 

Werk

Jaarlijks zijn er in Nederland ruim 300.000 werknemers langdurig (langer dan 13 weken) ziek. Zoals hierboven te lezen krijgt een deel van de mensen hun stoma tijdens hun schooltijd. Er is ook een groot deel dat een stoma krijgt tijdens hun werkende leven. Of je (weer) kunt werken nadat je een stoma hebt gekregen, ligt helemaal aan de onderliggende oorzaak waarvoor hij is aangelegd. Er zijn mensen die gewoon weer verder kunnen met het werk dat ze ervoor deden, anderen moeten toch voor een ander beroep kiezen. Weer anderen blijven klachten houden door de achterliggende oorzaak van hun stoma, en gaan parttime aan het werk. En er is ook een deel wat nooit meer aan het werk kan, of wil. Na de aanleg van een stoma hervat meer dan de helft van de mensen het werk volledig, ongeveer 25% gaat parttime werken en de laatste 25% keert niet terug in het arbeidsproces (bron: het boekje "Een stoma en dan..." van Braun). Na de operatie is het eerst zaak voldoende te herstellen. Neem hier de tijd voor, want het is niet alleen lichamelijk, maar ook emotioneel een behoorlijke stap, een stoma. Vaak hebben mensen er toch wel 3 maanden tot een jaar voor nodig om voldoende te herstellen en te wennen aan de nieuwe dingen in hun leven. En iedereen is hierin weer anders; sommigen zullen sneller de draad van hun leven weer oppakken, terwijl anderen een stuk langer bezig zijn om weer lekker in hun vel te zitten. Sommige bedrijfsartsen hebben nog de ouderwetse gedachte dat mensen met een stoma nooit meer kunnen werken. In het Handboek Arbeid en belastbaarheid (karsdorp, 1999) staat geschreven dat stomadragers, eventueel met aanpassingen, na de aanleg van een stoma weer aan het werk kunnen. Natuurlijk moet de gehele situatie worden meegenomen en het per persoon worden bekeken.

 

Als eerste de mensen die weer terugkeren naar hun oude vertrouwde werkplek. Samen met je werkgever ga je bekijken of het werk wat je eerst deed, nu nog geschikt voor je is. Vooral zwaar lichamelijk werk is af te raden met een stoma. Bouwvakker, werken op een crèche, verpleegster, het kunnen beroepen zijn die met een stoma niet verstandig meer zijn doordat er zwaar getild moet worden. Met de nadruk op "kunnen", want voor veel dingen zijn oplossingen te vinden en iedere situatie is weer anders. Dit hele proces noem je re-integratie. Bij de re-integratie staat centraal wat jij -de werknemer- gegeven je medische beperkingen, nog wel kunt in plaats van wat je niet kunt. Dat betekent dat je bijvoorbeeld in het bedrijf waar je werkt eventueel ander passend werk moet accepteren en dat de werkgever dat zo nodig ook moet aanbieden. Om je zo snel mogelijk weer aan het werk te krijgen, bestaan er normen voor wat werkgever, Arbodienst/ bedrijfsarts en werknemer minimaal moeten doen aan re-integratie. Dit wordt de Wet verbetering poortwachter genoemd. Samen met je werkgever doorloop je een aantal stappen totdat je uiteindelijk weer aan het werk kunt, dat is het uiteindelijke doel.



Als je 6 weken ziek bent wordt er een probleemanalyse gemaakt door de Arbo- bedrijfsarts. De arts zet op een rijtje wat de aard van je ziekte is en wat je wel en niet kunt. Na 8 weken wordt er een plan van aanpak geschreven samen met je werkgever, waarbij er rekening wordt gehouden met de probleemanalyse. Hierin kunnen dingen staan als: aanpassingen op het werk. Of, wanneer en onder welke voorwaarden je weer kunt beginnen met werken. En activiteiten die begeleiden naar ander werk. Zo kun je bijvoorbeeld beginnen op therapeutische basis, waarbij je gezondheid centraal staat en niet je werkprestatie en je daardoor rustig kunt wennen aan het werkritme. Of met halve dagen en dan langzaam iets meer opbouwen. Regelmatig heb je contact met de arbodienst/bedrijfsarts en werkgever om te evalueren of het doel in de plan van aanpak nog haalbaar is, en zo niet, dan kan het worden aangepast. Na ongeveer een jaar moeten jij en je werkgever de stand van zaken doornemen, wat een "eerstejaarsevaluatie" wordt genoemd. Lukt het niet om na bijna twee jaar weer aan het werk te zijn? Dan stelt je werkgever samen met jou en de arbodienst/bedrijfsarts een
re-integratieverslag
op. Dit verslag is een bundeling van documenten, zoals het plan van aanpak en de probleemanalyse. Hieruit blijkt wat jij en je werkgever hebben gedaan om weer aan het werk te gaan. Dit verslag heb je nodig voor de volgende stap: een WIA-uitkering aanvragen (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen). Dit is de opvolger van de WAO. Als er al eerder duidelijk is dat je door je ziekte niet meer kunt werken, kun je een WIA-uitkering met verkorte wachttijd aanvragen. Je werkgever betaald maximaal 2 jaar je loon door (minstens 70%). Als je contract afloopt in de ziekteperiode kun je een ziektewet-uitkering aanvragen.

Kijk hier voor meer informatie over dit onderwerp.



En wat als je in een uitkering zit en (weer) aan het werk wilt? Of tijdens je schoolperiode een stoma hebt gekregen en voor het eerst een baan zoekt? Indien je in een uitkering zit, is het UWV verantwoordelijk voor de re-integratie. Je kunt hierbij bijvoorbeeld hulp krijgen van een arbeidsdeskundige of een werkcoach. Ook kun je via het UWV ondersteuning krijgen van een re-integratiebedrijf. Hiervoor kun je, als je een WW- of arbeidsongeschiktheidsuitkering hebt, een IRO aanvragen (Individuele Re-integratieovereenkomst, je kiest dan zelf een re-integratiebedrijf en stelt samen met dat bedrijf een plan op om weer aan het werk te gaan en UWV betaalt de kosten). Of, als je het werk niet meer kunt doen vanwege een ziekte of handicap, een PRB (Persoonsgebonden Re-integratiebudget om zelf je re-integratietraject te regelen). Een eigen bedrijf starten kan een interessante mogelijkheid zijn om (weer) aan het werk te gaan. Neem ook hiervoor contact op met het UWV



Solliciteren... Wat vertel je wel en wat niet? En hoe leg je het zwarte gat in je CV uit? Als je een tijdje uit de roulatie bent geweest, of er zelfs nog niet in hebt gezeten door ziekte, kan dit je onzeker maken. Het kan zijn dat je een tijd bezig was met "patiënt" zijn, en daar moet nu een ommekeer in komen. Zelfvertrouwen, geloof in je eigen kunnen en een goed verhaal, 3 onmisbare ingrediënten bij het solliciteren. Een werkgever wil horen wat iemand meebrengt aan kennis en ervaring voor de functie. Het gaat om je kwaliteiten. Wat kun jij zijn bedrijf bieden? Het is belangrijk bij het solliciteren vanuit het werkgeversoogpunt te kijken, denk positief
en oplossingsgericht. Een werkgever kijkt vooral naar waar je nu staat, en niet naar je verleden. Met je sollicitatie zeg je dan ook: ik ben er klaar voor! Recente werkervaring is niet het enige wat telt, het gaat werkgevers om de kwaliteiten die je inbrengt. Sommige dingen in je CV die jij niet van belang acht, kunnen juist voor een werkgever heel belangrijk zijn. Misschien heb je in vrijwilligerswerk bewezen dat je stressbestendig bent, of een goede organisator, of heb je een hobby wat erg veel over bepaalde eigenschappen van jou zegt. Of heb je ondanks het ziek zijn thuis opleidingen gedaan, waardoor je een doorzetter kunt zijn, en leergierig. Vermeld dit soort dingen dus ook allemaal in je CV. Werkgevers willen weten wat jij te bieden hebt, zelfkennis is dus erg belangrijk. Bereid je ook voor op vragen over dat beroemde gat in je CV, dan wordt je er niet door overvallen. Wees open en sterk in het gesprek. Je hoeft je zwakke punten niet uitgebreid toe te lichten, maar geef wel eerlijk antwoord als ernaar wordt gevraagd. Maar houd het positief, aan elke vervelende ervaring kun je een positieve draai geven. Het gaat om vertrouwen, beide partijen willen niet voor verrassingen komen te staan. Je CV is overigens je visitekaartje. Laat je daarin van je beste kant zien, dat maakt een eventueel "gat" vanzelf al wat kleiner.



Er mag tijdens een sollicitatiegesprek niet gevraagd worden naar je gezondheid of ziekteverleden. Dit is vastgelegd in de Wet Medische Keuringen. De werkgever mag geen vragen stellen die niet van belang zijn voor de uitoefening van de functie. Maar de andere kant van de medaille is dat je als sollicitant verplicht bent om de werkgever alle informatie te geven die wél van belang is. Zo kom je soms voor het dilemma te staan: vertellen of verzwijgen? Je stoma of onderliggende ziekte kunnen wel aan bod komen, maar alleen in hoeverre het je functioneren belemmerd. Je mag het bijvoorbeeld niet verzwijgen als je binnen een half jaar nog een operatie voor de boeg hebt, of sommige taken niet kunt uitvoeren of minder productief bent. Stel dat je in een dierenwinkel wilt gaan werken, en je kunt de zware zakken kattengrit niet tillen, dan moet je dit bij je sollicitatie eerlijk aangeven. Als sollicitant ben je niet verplicht je hele medische dossier ter inzage te geven. Maar je mag kwalen die je ongeschikt maken voor de functie waarnaar je solliciteert, niet verzwijgen. Dit heeft het Gerechtshof in Arnhem bepaald in de zaak van een verkoper in een bloemenzaak. Deze had bij zijn sollicitatie verzwegen dat hij rugklachten had. Toen hij later met rugklachten in de ziektewet belandde, weigerde zijn werkgever het loon door te betalen. Dat was terecht, oordeelde het Hof (9 november 2004, JAR 2005/81). Bron: Nieuwsbrief KvK Amsterdam, augustus 2005. Een medische keuring is volgens de Wet Medische Keuringen ook niet toegestaan, tenzij de functie bijzondere lichamelijke eisen aan jou stelt als werknemer. Indien je stoma of onderliggende ziekte op geen enkele manier een belemmering is voor je toekomstige baan, ligt het helemaal aan jezelf of je verteld dat je een stoma hebt of niet. Iedereen is weer anders. De een zal het liever verzwijgen uit schaamte of omdat dit gewoon prettiger voelt, terwijl de ander het fijn vind om het aan de werkgever en/of de collega's te vertellen. Maar als je ermee zit dat je iets achterhoud, vertel het dan, anders gaat het je in de weg zitten. Openheid is toch vaak het beste. Vertel het eerlijk, maar onderbouw goed waarvoor jij zo geschikt bent voor deze functie. Als je tijdens de sollicitatie niets over je stoma wilt vertellen, is het wel goed om van tevoren na te denken over onverwachte vragen, zodat je niet voor verrassingen komt te staan.



Belangrijk is ook om de werkgever op de voordelen te wijzen als je een uitkering hebt. Open kaart spelen kan hierdoor voordelen hebben. Zo kan de werkgever in het geval van het in dienst nemen/houden van een "arbeidsgehandicapte" in aanmerking komen voor premiekorting. Ook hoeft de werkgever, wanneer je ziek uitvalt, niet het (volledige) loon door te betalen maar heb je recht op een Ziektewetuitkering op grond van de zogeheten no-risk-polis. Deze polis is in het leven geroepen om de angst bij werkgevers weg te nemen dat iemand met een arbeidshandicap vaker en sneller ziek zal zijn dan andere werknemers (uit onderzoek blijkt overigens dat dit niet zo is). Indien je in de WAJONG zit en niet in staat bent hetzelfde te presteren dan je collega's zonder beperking, kan je werkgever loondispensatie krijgen. Loondispensatie ontheft de werkgever van de verplichting om tenminste het wettelijke minimumloon te betalen. Het UWV vult het loon van de Wajonger aan als het onder het minimumloon komt. Ook is bij Wajongers een proefplaatsing mogelijk voor maximaal 3 maanden, waarbij je de uitkering behoud en je werkgever (nog) geen loon hoeft te betalen. Je kunt dan je werkgever laten zien wat jouw capaciteiten zijn en hem ervan overtuigen dat je een goede werknemer bent! Voor werkgevers is het ook belangrijk te onthouden dat veel mensen die iets mankeren enorme doorzetters zijn, juist omdat ze niet als patiënt gezien willen worden. Iemand die nu gezond is, kan ooit ziek worden. Mensen die hun grens al een keer hebben overschreden, letten daar veel beter op.



Je hebt recht op eventuele aanpassingen op je werkplek. De werkgever is verplicht om te zorgen voor een toegankelijke werkplek, en onder bepaalde voorwaarden worden de aanpassingen ook vergoedt door het UWV. De ene stomadrager heeft hier geen behoefte aan, terwijl de andere graag aanpassingen ziet om zich bijvoorbeeld veiliger te voelen op de werkplek en meer op zijn of haar gemak. Aanpassingen kunnen zijn: een ergonomische stoel of een speciaal kussen na een endeldarmverwijdering/ anusamputatie, een afvalbak (met deksel) op het toilet (vaak is deze bij de vrouwen al aanwezig, maar bij de mannen niet), bij het toilet een wasbakje met fonteintje, een spiegel op het toilet om je stoma goed te kunnen verzorgen, iets wat lucht afzuigt, goed licht en een plek om je stomaspullen en eventuele schone kleding neer te kunnen leggen. Een verhoogd toilet is soms ook gewild, bijvoorbeeld bij een erg slechte buik. Het kan ook zijn dat er tijdelijk iets geregeld moet worden, zoals een plek om even te rusten

Kun je de druk of verantwoordelijkheid van een betaalde baan (nog) niet aan omdat je bijvoorbeeld nog teveel klachten hebt, dan kan het fijn zijn om mee te kunnen blijven doen in de maatschappij. Een optie is dan bijvoorbeeld vrijwilligerswerk. Als vrijwilliger sta je minder onder druk. Je kunt afbellen als je je niet goed voelt en je hebt minder verantwoordelijkheden. Vrijwilligerswerk kan ook weer een opstap zijn naar een baan in het arbeidscircuit, je doet zo werkervaring op. Werkgevers kijken namelijk vaak naar wat iemand naast werk nog meer heeft gedaan. Wat heb je bijgedragen aan de samenleving?

Bij het onderwerp mede gebruik gemaakt van de bronnen:
Crohniek van de
Crohn en Colitus Ulcerosa vereniging Nederland, Arbo.nl, Leren.nl, UWV perspectief en UWV.nl

 Naar boven

 

 

Inkomen

Naast inkomen uit een betaalde baan, kun je bij ziekte ook inkomen krijgen door een uitkering. Hierboven werd er al over een aantal gesproken. Als eerste de WAJONG. Dit is een afkorting van de Wet Arbeidsongeschiktheidsvoorziening Jonggehandicapten. Op 1 januari 1998 is de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) in werking getreden. De wet biedt jonggehandicapten en studenten die arbeidsongeschikt zijn een uitkering op minimumniveau. Het betreft de groep arbeidsongeschikten die zich niet kunnen beroepen op de WAO/WIA omdat ze geen arbeidsverleden hebben. Je hebt recht op de Wajong als je in je jeugd geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt raakt. Arbeidsongeschikt ben je als je door ziekte of handicap minder kan verdienen dan iemand met dezelfde leeftijd en opleiding. Je hebt er recht op als: je arbeidsongeschikt bent voor je 17e verjaardag. Je een student bent, jonger dan 30 jaar en tijdens je studie arbeidsongeschikt wordt waarvoor (volledig) werken na je studie onmogelijk is. Je moet ook aan een aantal voorwaarden voldoen: voor minstens 25% arbeidsongeschikt, langer dan 52 weken aaneengesloten ziek, niet jonger dan 18 jaar en niet ouder dan 65 jaar. Zoals alle uitkeringen vraag je de Wajong aan bij het UWV, waarna de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige bepalen of en voor hoeveel procent je arbeidsongeschikt bent. Vraag je uitkering aan binnen 9 maanden na je 17e verjaardag, of, als je arbeidsongeschikt bent geworden tijdens of kort na je studie, binnen 9 maanden nadat je ziek bent geworden. Je hebt recht op een Wajong-uitkering wanneer je 52 weken onafgebroken voor minstens 25 procent arbeidsongeschikt bent geweest. Er geldt dus een wachttijd van een jaar.    

Bij dit onderwerp gebruik gemaakt van de bron: Wajongmagazine

De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) werd op 29 december 2005 vervangen door de WIA; de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. De WAO blijft bestaan voor mensen die in de WAO zitten. Wel kun je worden herkeurd volgens nieuwe strengere criteria, al dan niet met gevolgen voor de uitkering. Als je na twee jaar ziekte voor een deel of helemaal niet meer kunt werken, kun je in aanmerking komen voor een uitkering volgens de WIA. In deze uitkering staat werk voorop. Het accent in de wet ligt op wat mensen nog wel kunnen. Door middel van financiële prikkels worden werkgevers en werknemers gestimuleerd er alles aan te doen om gedeeltelijk arbeidsgeschikten aan het werk te helpen of te houden. Tegelijkertijd is er inkomensbescherming voor mensen die echt niet meer aan de slag kunnen komen. De WIA bestaat uit twee delen: de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en de Regeling inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten (IVA). Als je volledig arbeidsongeschikt bent en de kans dat je weer herstelt erg klein is, dan krijg je een IVA-uitkering. Iedereen die gedeeltelijk arbeidsgeschikt is, kan in aanmerking komen voor een uitkering op grond van de WGA. Door de invoering van de WIA is de Wet re-integratie arbeidsgehandicapten (Wet REA) vervallen. De Wet REA is deels opgenomen in de WIA en deels in de Wajong. 

Als je ziek wordt en geen werkgever (meer) hebt, kun je ‘ziekengeld’ ontvangen. De Ziektewet voorziet hierin. Een ziektewetuitkering vraag je ook aan bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). Het UWV is ook verantwoordelijk voor de verzuimbegeleiding en re-integratie. Je kunt bijvoorbeeld voor de ziektewet in aanmerking komen als: je tijdelijke arbeidscontract afloopt tijdens je ziekte, je een Werkloosheidswetuitkering (WW) ontvangt en ziek wordt, je ziek wordt als gevolg van zwangerschap en bevalling. Wanneer je in loondienst werkt, heb je tijdens je zwangerschapsverlof recht op een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg. Maar als je door je zwangerschap vóór of na de bevalling ziek wordt, ontvang je een Ziektewetuitkering of je bent gedeeltelijk arbeidsgeschikt en wordt ziek binnen vijf jaar nadat je bent aangenomen. Je werkgever hoeft dan niet je loon door te betalen, maar je ontvangt een Ziektewetuitkering (no-risk-polis).

 En dan een uitkering als je een eigen bedrijf hebt. Alleen zelfstandige ondernemers die voor 1 augustus 2004 arbeidsongeschikt zijn geworden kunnen nog een WAZ-uitkering (Wet arbeid en zorg) krijgen. Als je nu arbeidsongeschikt wordt, moet je zelf voor een vervangend inkomen zorgen. Je kunt dit doen door: een ‘gewone’ particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten, een 'individuele arbeidsongeschiktheidsverzekering tegen collectieve voorwaarden' af te sluiten. Dit is mogelijk via diverse branche- en beroepsorganisaties. Ook organisaties voor zelfstandigen, zoals de Vereniging Platform Zelfstandige Ondernemers (PZO), CNV Zelfstandigen en FNV Zelfstandigen bieden hun leden deze mogelijkheid, een vrijwillige Ziektewetverzekering en/of WIA-verzekering bij UWV af te sluiten. Deze verzekering geldt als je als werknemer of vanuit een uitkering de start maakt naar zelfstandig ondernemerschap. Ook is er een vangnetregeling. De alternatieve verzekering is een arbeidsongeschiktheidsverzekering die bedoeld is voor moeilijk verzekerbare risico’s. Ondernemers die eerder voor een reguliere verzekering door een verzekeraar geweigerd werden of alleen met premieopslag en/of uitsluitingen geaccepteerd werden, kunnen een beroep doen op de vangnetverzekering. Voor de alternatieve verzekering kunt je in aanmerking komen als je: als startende ondernemer moeilijk verzekerbaar blijkt door bijvoorbeeld een hoog risico op arbeidsongeschiktheid, en je zich binnen drie maanden na de start van het bedrijf meldt voor de alternatieve verzekering bij een particuliere verzekeraar; je als zelfstandige na herkeuring weer volledig aan het werk kunt en daarmee je WAZ-uitkering verliest.

Bij dit onderwerp gebruik gemaakt van de bron: Ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid

Veel mensen zitten toch wel tegen de (her)keuring van het UWV op. De één wil graag (weer) aan het werk en is bang dat de keuringsarts/arbeidsdeskundige hierover een ander oordeel heeft, terwijl de ander voelt dat hij of zij (nog) niet aan het werk kan, en juist bang is dat de arts/deskundige dit wel vind. Belangrijk is het dan ook om je goed voor te bereiden. Allereerst kan het heel prettig zijn om iemand mee te nemen. Je partner, familielied of iemand van een belangengroep. Twee weten en horen vaak meer dan één. Vraag je arts(en) om je medische situatie te beschrijven. Neem de brief of aantekeningen van je arts mee naar het gesprek. Zet op een rijtje tegen welke problemen je in het dagelijks leven aanloopt door je ziekte en/of stoma. Welke dingen kun je wel en welke niet? Geef duidelijke voorbeelden. Bedenk hoe een doorsnee dag eruit ziet. Maar beschrijf ook een goede dag en een slechte dag en geef aan hoe vaak die voorkomen. Zet alles op papier, ook je vragen en neem deze mee naar het gesprek. Neem ook je medicijnen mee. Patiëntenorganisaties en belangengroepen kunnen je helpen bij de voorbereiding. Door zelf actief mee te denken, houd je zelf ook de regie in handen. Je plan is gericht op jouw eigen toekomst. Het is dus belangrijk dat je daar actief bij betrokken bent.

 

De keuring bestaat meestal uit twee delen: een onderzoek door één of twee verzekeringsartsen (gesprek en soms ook een lichamelijk onderzoek) en een onderzoek door één of twee arbeidsdeskundigen. De verzekeringsarts brengt je medische situatie in kaart: welke klachten en beperkingen heb je? Hij stelt je 'belastbaarheid' voor werk vast. Als de verzekeringsarts genoeg informatie heeft, vult hij je beperkingen in op een lijst: de functionele mogelijkheden lijst (FML). De lijst bestaat uit zes categorieën: persoonlijk functioneren en sociaal functioneren (bijvoorbeeld concentratie, flexibiliteit, werktempo en omgang met collega's), de werkplek, bewegen, statische houdingen (zoals zitten en staan) en werktijden (aantal uren en tijdstippen). De verzekeringsarts kijkt niét welk werk je eventueel nog kunt doen: dat doet de arbeidsdeskundige. De arbeidsdeskundige komt er niet aan te pas als de verzekeringsarts vindt dat u helemaal niet meer kunt werken. De arbeidsdeskundige bekijkt wat voor werk je nog kunt doen en wat je daarmee kunt verdienen. Al het werk dat 'algemeen geaccepteerd' is, komt in aanmerking. Dit kan van alles zijn: je eigen werk bij je oude werkgever of een andere werkgever, of ander werk. De arbeidsdeskundige houdt geen rekening met je beroep en opleidingsniveau. Hij kijkt dus ook naar werk dat onder je niveau ligt. Maar hij mag geen beroepen selecteren waarvoor je de opleiding of capaciteiten mist. Tenzij het gaat om eenvoudige vaardigheden die je binnen enkele maanden kunt leren. De arbeidsdeskundige selecteert een aantal beroepen die je nog kunt uitoefenen. Hij maakt daarbij gebruik van een computersysteem: het CBBS. In dit systeem zijn beschrijvingen opgenomen van allerlei beroepen (functies) die in Nederland voorkomen. Per functie is aangegeven wat voor werk je moet doen, hoe zwaar het werk is, welke opleiding je ervoor nodig hebt en welk loon je ermee kunt verdienen. Ook staat erbij hoe vaak de functie minimaal voorkomt in Nederland.
Dat is het aantal arbeidsplaatsen. Arbeidsplaatsen zijn dus geen vacatures, maar bestaande werkplekken. Als er ten minste drie geschikte functies met voldoende arbeidsplaatsen zijn, kan de arbeidsdeskundige
je arbeidsongeschiktheidspercentage berekenen. Dit bepaalt de hoogte van je uitkering. Kan de arbeidsdeskundige geen drie functies vinden? Of hebben de functies te weinig arbeidsplaatsen? Dan ben
je volledig arbeidsongeschikt.

Je hebt recht op een verslag van de gesprekken. Ook mag je jouw dossier inzien. Dat moet je wel schriftelijk aanvragen bij jouw UWV-kantoor.

Bij dit onderwerp gebruik gemaakt van de bron: Kennisring

 

 

Voor links over de onderwerpen op deze pagina: Stomalinks

 

 

Disclaimer                                    - Gemaakt door Suusdesign.nl