|
Spijsvertering en urinewegen |
Op deze pagina kun je alles lezen over
de spijsvertering en de
urinewegen zodat de
informatie op de verdere pagina's duidelijker voor je
wordt.
*
spijsvertering *
Urinewegen

Bron afbeelding:
Gezondheidsnieuws
De spijsvertering (tractus digestivus)
De
darmen bepalen in feite wat er wel en niet ons lichaam in mag. Ze hebben een
filterfunctie en beschermen ons op die manier tegen allerlei
infecties en ontstekingen. Maar liefst 80% van het
immuunsysteem wordt beïnvloed door de werking van de darmen. Gaat er iets
fout in de darmen, dan kan dat bijna overal in het lichaam consequenties hebben. De darmen hebben een
directe invloed op de longen, huid, lever, de galblaas, maag, de alvleesklier, de milt, de neusholten en het hart. Als
afvalstoffen niet meer goed door de darmen worden afgevoerd, hopen deze stoffen zich op of zoeken een uitweg
via de huid waardoor pukkels kunnen ontstaan.
Maar liefst 1 op de 7 Nederlanders, zo'n 2 miljoen mensen, heeft regelmatig last van
maag-darmklachten. Bijna de helft daarvan heeft er chronisch last van.
Er kunnen zich wel 200 verschillende
aandoeningen aan het maag-, lever-, darmkanaal
voordoen. Zo hebben zo'n
50.000 Nederlanders last van chronische darmontstekingen, waaronder de ziekte
van Crohn en colitis ulcerosa vallen. De volgende factoren kunnen darmklachten veroorzaken:
ander voedsel, stress, ouder worden, virus/infectie/ziekte,
parasieten, gebruik van antibiotica (doden naast de
slechte ook de goede bacteriën), medicatie/bestraling/operatie,
weinig beweging, alcohol, roken en het klimaat. Iedereen
heeft een eigen patroon qua
stoelgang. De een heeft 3 keer per dag
ontlasting, terwijl de ander 3 keer per week
gaat. Als je niet elke dag naar het toilet gaat voor de
grote boodschap, heb je niet meteen obstipatie.
Hier is pas sprake van als je minder dan 3 keer per week
naar het toilet kunt, waarbij in minstens een kwart van
de pogingen geperst moet worden of je
het gevoel hebt dat er ontlasting
achterblijft.
Bron: oa Zin gezond
Ons maag-darmstelsel
heeft een enterisch zenuwstelsel, wat
betekend dat het zonder de hulp van de hersenen
taken uitvoert. De hersenen controleren alleen wat er
boven en onderaan het
spijsverteringssysteem plaatsvindt. Het totale spijsverteringskanaal
(slokdarm, maag, lever, alvleesklier, de darmen en anus)
heeft een lengte van ongeveer 9 meter. Elke dag stroomt er ongeveer
11 liter voedsel, vloeistoffen en spijsverteringssappen door het
spijsverteringskanaal. Ons spijsverteringssysteem
is uniek: het kan én vlees én groenten
én granen verteren. Normaal doet een maaltijd er ongeveer
24 tot 30 uur over om er helemaal doorheen te komen. De langste tijd brengt het eten door in de
dikke darm en de endeldarm. Bij de meeste
mensen is een stevig ontbijt rond middernacht helemaal
verteerd. Er is 50% meer tijd nodig om
een avondmaaltijd te verteren dan een
ontbijt. Deels omdat de snelheid van de
motorische activiteit van het spijsverteringskanaal
's nachts ongeveer half zo hoog
ligt als overdag.
Uiteindelijk gaat ongeveer 1,5 liter vocht samen met
de onverteerbare voedselresten naar de dikke darm. In de ontlasting is uiteindelijk nog maar
een deciliter (100 ml) vocht over.
Een volwassene heeft gemiddeld 100 tot 150 gram ontlasting per dag. Gedurende een
mensenleven krijgen de darmen gemiddeld 65.000 kilo
eten en drinken te verwerken (het gewicht van 12
olifanten!).
Het begint in de mond (cavum oris), daar wordt het voedsel fijngekauwd en
vermengd met speeksel. In het speeksel zitten enzymen,
die het voedsel helpen verteren. Speekselklieren
produceren niet alleen speeksel als
voedsel in de mond komt, maar ook als je voedsel ruikt
of ziet, en zelfs als je eraan denkt. Per dag produceer
je ongeveer 1200 ml speeksel. De
samenstelling hangt af van het soort
voedsel. Voor een goede spijsvertering zou je elke hap zo'n
40 keer moeten kauwen. Onze kaken
oefenen bij het kauwen een druk uit op
onze tanden van maar liefst 23 kilogram per
vierkante centimeter. Gemiddeld kauwen we
dagelijks een uur. Na het slikken,
waarbij de neusholte wordt afgesloten
door de huig en de luchtpijp
door het strotklepje, komt het voedsel
door de keelholte (farynx) in de
slokdarm (oesophagus), dat is een 25 cm lange elastische buis met een
doorsnee van 2,5 cm. Vanaf hier regelt
het lichaam de spijsvertering zelf: je
hoeft je er niet bewust mee bezig te houden. Het voedsel
gaat razend snel door de slokdarm heen, op
weg naar de maag (ventriculus, gaster). Door de peristaltische
bewegingen van de slokdarm, kun je ook nog eten
en drinken als je ligt, of zelfs als je op je hoofd
staat.

Bron afbeelding:
natuurinformatie
Bij de overgang tussen de slokdarm en de maag zorgt een ronde
kringspier (cardia sphincter) ervoor dat er geen voedsel en
zuur maagsap terug de slokdarm instromen. Zodra er
voedsel in de mond is,
krijgt de maag via de hersenen een seintje
dat er eten in aantocht is en begint zich meteen
voor te bereiden door het aanmaken van
maagsap. De maag is een gespierde zak met
vouwen (rugea) die als
voedselreservoir dient en kan 3 tot 4 liter
vocht en voedsel bevatten. Zonder eten is de maag
helemaal plat, met eten een soort
omgekeerde peer. De maag bestaat uit 2 delen: in het bovenste gedeelte
(het cardia gedeelte) vindt de
zuur- en pepsineproductie plaats (pepsine is een eiwitsplitsend enzym,
het breekt de eiwitten in het voedsel af).
En in het
onderste gedeelte (antrum) van de maag vormen bepaalde cellen het hormoon
gastrine, dat het aanmaken van maagsappen stimuleert.
De maag breekt het voedsel af door het voortdurend te kneden en te vermengen met
maagsappen, totdat het een dikke spijsbrij (chymus) is. De maag doet er ongeveer
3 tot 4 uur (ligt eraan hoe vet het eten is) over om een maaltijd volledig te
verteren. Het maagzuur vernietigt ook de
ziektekiemen: zelfs een stalen plaat brandt weg
als je er maagzuur op zou gieten. Het zuur bestaat
voornamelijk uit water met
zoutzuur en enzymen. De aanmaak van
maagsap is 's morgens het laagst en tussen 10
uur 's avond en half 2 's nachts het hoogst. Ruiken of
proeven van eten, of zelfs eraan denken,
stimuleert cellen in de maagwand al om
zoutzuur af te scheiden. De maag zelf bevat
slijm en carbonaten die hem beschermd
tegen de bijtende sappen. Onder in de maag zit een portier (pylorus), die telkens kleine
hoeveelheden van die brij doorlaat naar de 25 cm
lange twaalfvingerige darm (zo
wordt het eerste deel van de dunne darm (interstinum
tenue) genoemd, ook wel duodenum).
Het voedsel is dan al fijngemalen tot deeltjes van
ongeveer 1 millimeter. In de twaalfvingerige darm komen ook de
afvoerkanalen van de alvleesklier
en de galblaas uit. Dat gebeurd via 1
gemeenschappelijke opening: de Papil van Vater.
Met een scherpe knik gaat de twaalfvingerige darm over in het tweede gedeelte van de
dunne darm: de zogenaamde
nuchtere darm (jejunum), die circa 2
meter lang is. De nuchtere darm gaat tenslotte
over in het laatste gedeelte van de dunne darm: de
kronkeldarm (ileum), die ongeveer 3
meter beslaat. De meeste
voedingsstoffen worden in de nuchtere
darm opgenomen. Vitamine B12
kan alleen in de kronkeldarm worden
opgenomen. Indien er een stuk darm wordt weggenomen, is
de opname van voedingstoffen na een paar weken vaak weer
hersteld, en anders moet dit worden
aangevuld.
Bron afbeelding:
Gezondgids Consumentenbond
In de dunne darm worden de voedingsstoffen
opgenomen. Deze 2,5 cm smalle darm ligt
opgerold in de
buikholte. Doordat de darm knedende bewegingen maakt, kunnen al deze
voedingsstoffen door de darmwand heen in het bloed worden
opgenomen (resorptie). Deze peristaltische bewegingen duwen de spijsbrij
(chyme) met een snelheid van meer dan een
centimeter per seconde in ongeveer 4,5 uur door de dunne darm.
Maar het kan ook een stuk korter duren,
dat ligt aan het soort voedsel, maar
ook dingen als stress (snellere
passage) en lichamelijke inspanning
(langzamere passage) hebben hier invloed op. Aan het einde
van de dunne darm heeft de voeding zo'n 6 of 7 meter afgelegd en
zijn vrijwel alle nuttige voedingsstoffen er wel uit.
Bron afbeelding:
Convatec
De binnenkant van de dunne darm is bekleed met darmvlokken (ook wel
villi, borstelzoom), een soort uitstulpingen. De darmvlokken zorgen ervoor dat de
oppervlakte waarmee de voedingsstoffen kunnen worden opgenomen sterk wordt
vergroot. Ze zijn met het blote oog
net zichtbaar; ze zijn ongeveer 1 mm
lang.
Bron afbeelding: uit het boek "Atlas van de anatomie".
De restproducten van het voedsel komen dan terecht in de 1,5 meter lange
dikke darm (karteldarm, interstinum crassum ofwel
colon), die als een soort omgekeerde “U” in de
buikholte ligt. De dikke darm onderscheidt
zich van de dunne darm uitwendig
doordat hij veel wijder is, op
regelmatige afstanden uitzakkingen (haustra)
met daartussen inzinkingen (plicae
semilunares; embryonaal ontstaan door plooivorming in de
wand) te zien geeft en drie overlangse
spierbanden vertoont. De dikke darm loopt vanaf de blindedarm (caecum) rechtsonder in de buik, eerst
recht omhoog (colon ascendens/ opstijgende darm) tot aan de lever. Daarna buigt de dikke darm scherp
naar links en steekt dwars over (colon transversum/ dwarse darm). Onder de milt
buigt hij weer naar beneden (colon descendens/ afdalende darm). Vervolgens maakt de
dikke darm een s bocht naar voren (colon
sigmoideum of kortweg het sigmoïd) waarna
hij overgaat in de endeldarm (rectum).
In de blinde darm bevinden zich
2 grote slijmvliesplooien (klep van Bauhini), die moeten voorkomen
dat voedselresten terugvloeien naar de dunne
darm. Onder aan de blinde darm bevind zich een
wormvormig aanhangsel: de
appendix vermiformis. Wanneer met spreekt van een
'blindedarmontsteking', is eigenlijk deze
appendix ontstoken.
Bron afbeelding: uit het boek "Atlas van
de anatomie".
De wand van de dikke darm bestaat, evenals
de wand van de dunne darm, uit 3 lagen. Van buiten naar binnen: de
dubbele spierlaag (een circulaire spierlaag, met
daarbuiten in de lengterichting van de darm lopende
spiervezels die zijn gerangschikt in drie evenwijdige
longitudinale stroken van ongeveer 1 cm breed (taeniae
coli). Buiten het spierweefsel bevindt zich een laag
cellen (serosa) die tot het buikvlies worden gerekend. De wand van de dikke
darm bevat klierweefsel en
lymfatisch weefsel. Daarna komt de bindweefsellaag
(submucosa) en de slijmvlieslaag (mucosa). Het
slijmvlies van de dikke darm is wel geplooid, maar heeft geen vlokken. Het totale oppervlak van het
dikke darmslijmvlies is dan ook veel kleiner (4m²) dan van de dunne darm (150-200m²).
Helemaal uitgevouwen zou de gehele darmwand het oppervlakte hebben van een
tennisveld.
Bron afbeelding:
Academie voor Mesologie
De belangrijkste taak van de dikke darm
is om vocht (per dag zo'n 1,5 liter) en zouten uit de ontlasting te halen en weer op te nemen in het lichaam.
Hierdoor wordt de ontlasting ingedikt en wordt het omgezet in een vorm die het lichaam gemakkelijk
kan kwijtraken. Ook worden hier restanten van agressieve spijsverteringssappen
geneutraliseerd. De dikke darm produceert slijm dat fungeert als smeermiddel.
In de dikke darm komen grote hoeveelheden darmbacteriën voor, wel
ongeveer 100 biljoen (een 1 met 14 nullen) en meer dan 400 soorten.
100 miljoen per vierkante millimeter.
Als tegenstelling: in de dunne darm
100 miljoen per vierkante millimeter. Als we alle bacteriën in één lijn
leggen, kunnen ze 2 keer de wereld rond! We
hebben 10 keer meer darmbacteriën dan cellen
in ons lichaam. Deze bacteriën worden de
darmflora genoemd (zie afbeelding hieronder). Bij elkaar wegen ze rond de 1,5 kilo. De darmflora
bestaat uit nuttige en schadelijke bacteriën. Bij een gezonde darmflora zijn deze bacteriën
met elkaar in evenwicht. De darmflora zorgt voor gisting en rotting van de
darminhoud, waarbij stoffen vrijkomen die de bewegingen van de dikke darm
stimuleren. Ook beschermt een gezonde darmflora ons tegen
infecties. Samen met onder andere de maag en de huid,
vormen de darmbacteriën een soort schild
tegen schadelijke invloeden van buitenaf. Als de schadelijke bacteriën de overhand
krijgen, kunnen we ziek worden. Iedereen
ontwikkeld zijn eigen, unieke flora,
als een soort vingerafdruk.

Bron afbeelding:
Quarks & Co
De dikke darm (colon) is
gekenmerkt door zijn haustraties. Dit
zijn plooien die de darm langs de
buitenzijde om de paar centimeter lijkt in te
snoeren. De haustrale contracties zijn
langzame bewegingen en duren 1 minuut,
en gebeuren om de 30 minuten. Op de afbeeldingen hieronder zie je hoe de ontlasting (Latijns:
faeces) in de dikke darm wordt gevormd. Menging
van de dikke-darminhoud vindt plaats door lokale
samentrekkingen van de circulaire spierlaag
(peristaltiek). Op het eerste plaatje zie je segmentatiebewegingen. De ontlasting wordt
ongeveer elk half uur gekneed door deze bewegingen
(massale coloncontracties, veroorzaakt door
samentrekking van de longitudinale taeniae coli). Hierbij wordt de
ontlasting niet verder naar de anus gestuwd. Op het middelste plaatje zie je
voortstuwende samentrekkingen. Door golfwijzende samentrekkingen en
segmentatiebewegingen wordt de ontlasting naar de endeldarm gestuwd
(propulsie). Op
het laatste plaatje zie je massabewegingen. Deze vinden plaats na de
maaltijd in de dikke darm. Hierbij wordt een deel van de ontlasting naar het
onderste deel van de S-vormige dikke darm en de endeldarm geduwd.
Haustrale contracties zorgen dat de darminhoud
heen en weer beweegt, zodat niet alleen de
buitenkant van de ontlasting ontwatert,
maar ook de binnenkant.
Bron afbeelding: Reader's digest/ Goede
spijsvertering
Aan het einde van de dikke darm bevindt zich een 12 cm
lange tijdelijke opslagplaats (endeldarm of rectum) waar de
ontlasting wordt verzameld en doorgevoerd naar de anus. De 4 cm lange anus is
de afsluiting van de endeldarm. De huid van en rond de anus is evenals de lippen zeer dicht
bezet met gevoelszenuwen. Deze opening wordt afgesloten door niet
één, maar twee krachtige kringspieren: de binnenste (interne sfincter)
en de buitenste sluitspier (externe sfincter).
De binnenste sluitspier is een onwillekeurige
kringspier, hij bestaat uit spiercellen die niet onder invloed van de bewuste
wil samentrekken. De buitenste
sluitspier is een willekeurige kringspier en bestaat dus uit spiercellen die wel onder invloed van de bewuste wil
samentrekken. Samen vormen ze een zeer krachtige poort
die de endeldarm kan openen
en afsluiten.
Bron afbeelding:
AAFP
Naarmate de endeldarm gevuld
raakt, drukt de ontlasting steeds meer tegen de binnenste sluitspier van de anus. Als gevolg van
de prikkeling begint deze sluitspier zich te ontspannen.
Tegelijkertijd spant de buitenste sluitspier zich juist
strak aan. Dit ontspannen en aanspannen gebeurt automatisch en wordt dan ook
de 'onvrijwillige reflex' van de anus genoemd. Deze reflex
veroorzaakt een gevoel van aandrang om naar het toilet
te gaan: het lichaam vindt het tijd om de ontlasting uit te scheiden. De anus is echter nog steeds
gesloten: de onvrijwillige reflex leidt er niet toe dat de anus zich
automatisch opent, zelfs niet bij zeer sterke aandrang. We kunnen de buitenste sluitspier onder
eigen invloed ontspannen. De reflex voor het legen van de endeldarm is
dus onder invloed van jouw wil.

Bron afbeelding:
Medline plus
De ontlasting die bij de defecatie
(fecaliën is Latijns voor drek) uit
het lichaam worden verwijderd (poepen) bestaan uit de
volgende bestanddelen: als
hoofdbestanddeel voedselresten (onverteerbare
vezels, o.a. cellulose, afkomstig van plantaardig
voedsel),
water, slijm, flinke hoeveelheid bacteriën
die hun grip op de dikke darm zijn kwijtgeraakt, afgestoten darmwandcellen,
enige vetten, gassen, galkleurstoffen, zouten (o.a. calciumzouten,
fosfaten en ijzer) en zo'n 1200 verschillende
soorten virussen. Ontlasting heeft een bruine
kleur door de gal wat er nog
in zit, als dat gal ontbreekt krijgt je ontlasting een
witte stopverf kleur. De stank
komt van skatole, een bijproduct bij
afbraak van het aminozuur tryptofaan.
Bij een dieet met weinig vezels
produceer je ongeveer 100 gram poep per dag,
bij een dieet rijk aan fruit, groente en granen ongeveer
350 gram. Als gevolg van het spijsverteringsproces
produceren de darmen gassen (flatus). Dagelijks
produceren we ongeveer 0,5 tot 1,2 gas welke voor
80% via het bloed en longen worden uitgeademd.
De rest verlaat het lichaam via de anus al dan niet met geluid, dit komt neer op
ongeveer 15 windjes (flatulentie) per dag,
gemiddeld eens per uur. Deze wind bestaat uit
kooldioxyde, waterstof, stikstof en methaan.
Bron afbeelding: Alles over je lichaam/Mieke de Haan
Zoals je hebt kunnen lezen is ons
spijsverteringsstelsel een
complex gebeuren. Het is
dus geen wonder dat er weleens iets misgaat. Er zijn
zo'n 200 aandoeningen die alles in de
war kunnen schoppen, van onschuldige kwalen als een
aambei, tot ernstigere dingen als ontstekingen en
kanker.
* Bij dit stuk over spijsvertering is mede gebruik
gemaakt van de Gezondgids special van de
Consumentenbond en van de website
Infonu.nl
Naar boven
De urinewegen
Zoals je hierboven
hebt kunnen lezen zorgen de darmen voor de vertering van je voedsel. De
urinewegen zorgen voor het transport van je
vocht. Niet alleen door te drinken krijg je vocht binnen, maar ook door te
eten. Een deel van het vocht blijft in het lichaam, het overschot aan vocht wordt gebruikt om
afvalstoffen te verwijderen en om de temperatuur van het lichaam te regelen (transpireren).
Het afvoeren van afvalstoffen gebeurd door zweetklieren in de huid en door de urineproductie
in de nieren. De nieren spelen een grote rol bij
de juiste water-,zout- en zuurbalans, de
bloeddruk, de
rode bloedlichaampjes en de 'klaring'.
Dat laatste is in de geneeskunde en de farmacologie de snelheid waarmee een bepaalde stof door het lichaam uit het bloed wordt
verwijderd. We hebben twee nieren (zie
de afbeelding hieronder). Dit zijn boonvormige
organen die zich links en rechts ongeveer ter hoogte van
de taille in het lichaam bevinden. Een
nier is ongeveer 12 cm groot en ligt in
een beschermend vetkussentje aan de
binnenkant van de rug. Deze nieren
filtreren als ze goed hun werk doen dagelijks
180 tot 200 bloed, elke minuut 120 ml, slechts 1 ml
per minuut hiervan wordt urine. Dat is precies de minimum hoeveelheid die nodig is om
afvalproducten op te lossen en uit het lichaam te verwijderen.
Elke nier bevat aan de binnenkant een nierbekken
(pyelum), een klein reservoir voor de
opvang van de urine die de nier heeft geproduceerd.

Bron afbeelding:
UMC St Radbout
De urine wordt via de urineleiders (urethra) naar de
blaas getransporteerd. Zoals je op de afbeelding hieronder kunt zien heeft
iedere nier 1 urineleider tot zijn beschikking.
Bron afbeelding:
Convatec
De urineleiders zijn 25 tot 35 cm lange
holle buisjes die elk uitmonden in de achterste bovenhoeken van de
blaas, ze lopen schuin door de blaaswand heen. Bij de openingen zitten kleppen die naar 1 kant
open kunnen, om te voorkomen dat de urine terugvloeit naar de
nieren, wanneer de blaas te vol is. In de blaas wordt de urine
verzameld, het is een soort tijdelijke opslagruimte. Een
lege blaas is rond de 7 cm lang, een
volle blaas kan wel 12 cm worden en kan
gemiddeld zo'n 400 ml urine bevatten. De wand
is opgebouwd uit een drietal lagen gladde
spiervezels, waardoor de blaas zich gemakkelijk aan een wisselende inhoud kan
aanpassen. De blaas ligt onderin de buik achter
het schaambeen.

Bron afbeelding: Women's health matters
Het gevoelige plekje in de blaas is
het driehoekje tussen de plasbuis en de beide urineleiders: het
trigonum. De urine druppelt continue in de
blaas en op een gegeven moment wordt de blaas zo vol
dat ook dit gebiedje iets wordt uitgerekt en krijg je, via de
gevoelszenuwen in dit driehoekje, een seintje dat de blaas vol begint te worden.
De seintjes worden steeds heftiger. Als je hier niets
mee doet, dan komt er een moment dat het regelcentrum in
het ruggenmerg dit overneemt en het
plasmechanisme in gang zet.

Op de overgang van blaas naar urinebuis (ook wel plasbuis of urethra genoemd)
bevindt zich een kringspier (sfincter). Als die zich
ontspant komt de urine via de plasbuis naar buiten. De plasbuis is bij de vrouw korter
(ongeveer 4 cm) dan bij de man (ongeveer 20 cm). De vrouwelijke plasbuis
loopt bijna recht en mondt uit in de voorhof van de schede.
De mannelijke plasbuis is dubbel gebogen en mondt uit in de
eikelpunt van de penis. Hij dient behalve voor het lozen van
urine ook voor het transport van zaadcellen.
De prostaat bevindt zich om het begin
van de plasbuis onderaan de blaas en heeft ongeveer de
grootte van een kastanje.
Per dag plassen we gemiddeld 4
tot 8 keer.

Bron afbeelding:
Strong Health
|