|
The spoon theory is door iemand geschreven met lupus,
een auto-immuunziekte. Dit verhaal kan iedereen die iets
mankeert helpen om aan anderen uit te leggen hoe het nou
voelt om ziek te zijn. Bedankt Bert voor de vertaling!

Mijn beste vriendin en ik zaten te kletsen
in een cafetaria. We aten patat met saus en zoals gewoonlijk
was het al erg laat. We brachten tijdens onze studie
veel tijd door in cafetaria, zoals de meeste meiden van
onze leeftijd. Meestal werd er dan gepraat over jongens,
muziek of gewone dagelijkse dingen die op dat moment
heel belangrijk leken. We waren nooit echt serieus over
wat dan ook en zaten meestal te giechelen.

Toen ik enkele van mijn medicijnen innam, samen met een
snack zoals ik gewoonlijk deed, keek ze me dit keer aan
met een bepaalde blik in haar ogen in plaats van door te
kletsen. Toen vroeg ze me opeens, zonder aanleiding, hoe
het voelde om Lupus te hebben en ziek te zijn. Ik was
geshockeerd. Niet alleen omdat ze zomaar lukraak met die
vraag kwam, maar ook omdat ik altijd had aangenomen dat
ze alles wist wat er te weten viel over Lupus. Ze was
met me mee geweest naar artsen, had me zien lopen met
een wandelstok en zien overgeven in de WC. Ze had me
zien huilen van de pijn: wat was er nog meer om te
weten? Ik begon te
ratelen
over pillen, gevoeligheden en pijn, maar ze bleef volhouden en leek niet tevreden met
mijn antwoorden. Ik was enigszins verrast omdat ze als
mijn kamer– en studiegenoot en na een jarenlange
vriendschap, alles al wist over de medische kant van
Lupus. Toen keek ze me aan met de uitdrukking die elke
zieke goed kent. De uitdrukking van pure
nieuwsgierigheid naar iets dat iemand die gezond is niet
echt kan bevatten. Ze vroeg hoe het
voelde, niet
lichamelijk, maar hoe het voelde om
mij te zijn, om ziek te
zijn. Terwijl ik mijn kalmte weer
probeerde te hervinden keek ik rond op de tafel naar
iets dat me kon helpen, of in ieder geval iets om tijd
te rekken en na te kunnen denken. Ik probeerde de juiste
woorden te vinden.

Hoe beantwoord je een vraag waar je voor jezelf nooit
een antwoord op hebt kunnen vinden? Hoe leg je tot in
detail uit hoe elke dag beïnvloed wordt door je ziekte?
En hoe geef je het duidelijkst de emoties weer waar een
ziek iemand mee worstelt? Ik had het op kunnen geven, er
een grap over kunnen maken zoals ik normaal gesproken
zou doen en van onderwerp veranderen, maar ik herinner
me dat ik dacht: als ik het niet probeer uit te leggen,
hoe kan ik dan ooit van haar verwachten dat ze het
begrijpt? Als ik het niet aan mijn beste vriendin uit
kan leggen, hoe zou ik dan ooit mijn belevingswereld aan
iemand anders kunnen uitleggen? Ik zou het op zijn minst
moeten proberen.

Op dat moment werd de
“lepeltheorie”
geboren. Ik pakte snel alle lepels van de tafel; sterker nog, ik pakte
zelfs lepels van de andere tafels. Ik keek mijn vriendin
recht in de ogen en zei: “Alsjeblieft, je hebt Lupus”.
Ze keek me enigszins verbaasd aan, zoals iedereen zou
doen als je ineens een waaier van lepels overhandigd
krijgt. De koude metalen lepels rinkelden in mijn handen
terwijl ik ze bij elkaar schoof en in haar handen duwde.
Ik legde uit dat het moeten maken van keuzes en het
bewust moeten nadenken bij dingen waar de rest van de
wereld dat niet hoeft, het verschil
is tussen ziek en gezond zijn. Gezonde mensen hebben
de luxe
om te kunnen kiezen, een gift die de meeste mensen als
vanzelfsprekend beschouwen. De meeste mensen beginnen de
dag met een
onbeperkte
hoeveelheid mogelijkheden en energie om te doen waar ze
zin in hebben, met name de jongeren. Over het algemeen
hoeven ze zich geen zorgen te maken over de gevolgen van
wat ze doen. Dus gebruikte ik lepels
om dit punt duidelijk te maken. Ik had gezocht naar iets
dat ze echt kon vasthouden en dat ik dan vervolgens af
kon pakken omdat de meeste mensen die ziek zijn of
worden een gevoel van verlies ervaren met betrekking tot
het leven dat ze tot dan toe kenden. Als ik bij machte
was om de lepels af te pakken zou ze weten hoe het voelt
als iemand of iets, en in dit geval Lupus, die macht
heeft.

Mijn vriendin pakte de lepels enthousiast vast. Ze had
geen idee waar ik mee bezig was, maar was altijd in voor
een geintje en ik vermoed dat ze dacht dat ik weer een
soort grap maakte, zoals ik normaal gesproken zou doen
als we praten over gevoelige onderwerpen. Ze had er nog
geen idee van hoe serieus ik zou worden…

Ik vroeg haar om haar
lepels
te tellen. Toen ze vroeg
waarom zei ik haar dat je, als je gezond bent, er
van uit gaat dat je een oneindige hoeveelheid “lepels”
tot je beschikking hebt. Maar wanneer je ineens je dagen
zorgvuldig moet plannen moet je precies weten hoeveel
“lepels” je hebt om van uit te gaan. Het is geen
garantie dat je niet nog wat lepels onderweg verliest,
maar het helpt in ieder geval om te weten waar je vanuit
kan gaan. Ze telde:
12 lepels. Ze
lachte en zei dat ze er meer wilde. Ik zei nee en wist
meteen toen ze teleurgesteld reageerde dat dit kleine
spel zou werken. En we waren nog niet eens begonnen! Ik
wil al jaren lang meer “lepels” en heb nog steeds geen
manier gevonden om er meer te krijgen, dus waarom zou
zij ze wel krijgen? Ik vertelde haar ook dat ze zich
altijd bewust moest zijn van het aantal lepels dat ze
nog had en dat ze de lepels ook niet mocht laten vallen,
want ze mocht niet vergeten dat ze nu Lupus heeft en dus
spaarzaam
met de lepels om moet gaan.

Ik vroeg haar naar haar
lijst
van activiteiten voor die dag, inclusief de allereenvoudigste. Terwijl ze haar
dagelijkse taken en leuke dingen die ze te doen had
afratelde legde ik uit hoe elk van deze bezigheden haar
een lepel zou kosten. Toen ze meteen over het op weg
gaan naar haar werk begon, onderbrak ik haar en pakte
een lepel af. Ik vloog haar zowat aan. Ik zei: “Nee! Je
staat niet zomaar op! Je moet je ogen openen en tot de
ontdekking komen dat je te laat bent. Je hebt die nacht
niet goed geslapen. Je moet uit bed kruipen en dan moet
je voor jezelf iets te eten maken voordat je iets anders
kan doen, want als je dat niet doet, kun je de
medicijnen niet innemen en als je die medicijnen niet
inneemt kun je net zo goed al je lepels voor die dag, en
voor de volgende, opgeven!” Ik pakte snel een lepel af
en ze realiseerde zich dat ze nog niet eens aangekleed
was. Douchen kostte een lepel, alleen maar voor het
wassen van haar haren en het scheren van haar benen. In
werkelijkheid zou dat wassen en scheren zo vroeg in de
dag wel eens meer kunnen kosten dan die ene lepel, maar
ik liet het maar gaan. Ik wilde haar niet meteen bang
maken. Aankleden kostte weer een lepel.

Ik hield haar even tegen en bracht elke kleine stap in het proces ter
sprake om haar te laten zien hoe elk klein detail
doordacht moet worden. Je trekt niet zomaar wat kleren
aan als je ziek bent. Ik legde uit dat ik moet bekijken
wat voor kleren ik daadwerkelijk kan dragen: Als mijn
handen zeer doen zijn knopen uit den boze. Als ik blauwe
plekken heb moet ik iets met lange mouwen dragen, als ik
koorts heb moet ik een warme trui aan en ga zo maar
door. Als mijn haar uitvalt heb ik meer tijd nodig om er
presentabel uit te zien. En dan moet je er ook nog 5
minuten bij tellen die je nodig hebt om je boos of
verdrietig te voelen omdat dit alles 2 uur heeft moeten
duren.

Ik denk dat ze het door begon te krijgen toen ze
theoretisch nog niet eens onderweg naar haar werk was en
nog maar 6 lepels over had. Op dat moment legde ik haar
uit dat ze de rest van haar dag zeer zorgvuldig moest
kiezen, want als je lepels weg zijn, zijn ze ook echt
weg. Soms kun je een paar lepels van de volgende dag
lenen, maar besef dan hoeveel moeilijker morgen zal zijn
als je al begint met minder lepels! Ik moest ook
uitleggen dat iemand die ziek is altijd leeft met de
dreigende gedachte dat morgen de dag kan zijn waarop je
een kou vat, een ontsteking oploopt of wat dan ook dat
voor jou heel gevaarlijk kan zijn. Dus je wilt de lepels
niet zo verbruiken dat ze schaars worden, omdat je nooit
zeker weet wanneer je ze echt nodig hebt. Ik wilde haar
niet ontmoedigen, maar ik moest realistisch zijn en
jammer genoeg is voorbereid zijn op het ergste een
onderdeel van een normale dag voor mij. We namen de rest
van de dag door en langzaam aan leerde ze dat het
overslaan van een lunch haar een lepel zou kosten, net
als een staanplaats in de trein, of zelfs te lang
doorwerken op haar computer. Ze was gedwongen om
keuzes
te maken en op een andere manier over dingen na te
denken. Theoretisch moest ze zelfs de keuze maken om
maar geen boodschappen te doen, zodat ze die avond in
ieder geval nog kon eten.

Toen we aan het einde kwamen van haar
doe-alsof-je-Lupus-hebt-dag, zei ze dat ze honger had.
Ik hield haar voor dat ze moest eten, maar nog slechts 1
lepel had. Als ze zelf zou koken zou ze niet meer
voldoende energie hebben om de vaat te doen. Als ze uit
eten zou gaan zou ze te vermoeid kunnen zijn om veilig
naar huis te rijden. Toen legde ik ook nog uit dat ik
niet de moeite had genomen om in dit spel te verwerken
dat ze zo misselijk zou zijn dat koken waarschijnlijk
toch uit den boze was. Dus besloot ze soep te maken; dat
was gemakkelijk. Toen zei ik dat het pas 7 uur was. Je
hebt de hele avond misschien nog maar 1 lepel over. Je
kunt daarmee iets leuks gaan doen, je kamer schoonmaken
of wat andere dagelijkse dingen, maar je kunt het niet
allemaal doen.

Ik heb haar zelden
emotioneel
zien worden, dus toen ik zag dat ze aangeslagen en
ontdaan was wist ik dat ik waarschijnlijk tot haar door
was gedrongen. Ik wilde natuurlijk niet dat ze ontdaan
zou zijn, maar tegelijkertijd deed het me goed dat
eindelijk iemand me een klein beetje begreep. Ze had
tranen in haar ogen en vroeg zachtjes: “Christine, hoe
doe je het? Moet je dit werkelijk elke dag zo doen?” Ik
legde haar uit dat de ene dag de andere niet was en dat
sommige dagen erger waren dan andere: op sommige dagen
heb ik ook meer “lepels” dan op andere. Maar ik kan het
nooit achter me laten en nooit vergeten, ik moet er
altijd bij nadenken. Ik gaf haar een lepel die ik
stiekem achter de hand had gehouden. Ik zei
eenvoudigweg: “Ik heb leren leven met een extra lepel op
zak, als
reserve. Je
moet altijd voorbereid zijn.”

Het is moeilijk. Het aller moeilijkste dat ik ooit heb
moeten leren is het langzamer aan moeten doen en niet
alles
te willen doen. Hier vecht ik tegen, elke dag
weer. Ik haat het gevoel buitengesloten te zijn, de
keuze te moeten maken tussen thuis blijven of niet de
dingen te doen die ik had willen doen. Ik wilde dat ook
zij die frustratie zou voelen. Ik wilde dat ze het zou
begrijpen. Dat alles wat iedereen doet zo vanzelf lijkt
te gaan, maar voor mij zijn het 100 kleine taken in één.
Ik moet stilstaan bij het weer, mijn temperatuur die dag
en alle plannen voor die dag, voor ik ook maar iets kan
gaan doen. Terwijl andere mensen gewoonweg dingen kunnen
doen, moet ik erbij stilstaan en plannen alsof ik een
strategie ontwikkel voor een oorlog. Het verschil tussen
ziek of gezond zijn zit hem in de levenshouding. Het is
de wonderbaarlijke vrijheid om niet na te hoeven denken,
maar gewoon te
doen. Ik
mis die vrijheid.
Ik mis de vrijheid om nooit meer “lepels” te hoeven
tellen…

Hierna waren we even emotioneel en praatten er nog even
over door. Ik voelde dat ze verdrietig was. Misschien
had ze het eindelijk door. Misschien realiseerde zij
zich ook dat ze nooit echt en eerlijk zou kunnen zeggen
dat ze het begrijpt. Maar nu zou ze tenminste niet meer
zo klagen wanneer ik weer eens een avond niet mee uit
eten kan, of wanneer ik nooit eens bij haar langs lijk
te komen en zij altijd bij mij langs moet komen. Ik gaf
haar een knuffel toen we het cafetaria uitliepen. Ik had
de ene lepel nog in mijn hand en zei: “Maak je geen
zorgen. Ik zie het als een zegening. Ik ben verplicht om
over alles wat ik doe na te denken. Weet je hoeveel
lepels mensen dagelijks
verspillen? Voor mij geen
verspilde tijd, of verspilde “lepels”, ik kies er voor
om mijn tijd met jou door te brengen.”

Elke keer sinds die avond heb ik de
lepeltheorie
gebruikt om mijn leven uit te leggen aan andere mensen.
Mijn familie en vrienden refereren zelfs vaak aan de
“lepels”. Het is een codewoord geworden voor wat ik wel
en niet kan. Als mensen de lepeltheorie begrijpen lijkt
het of ze mij
beter begrijpen, maar ik stel me
voor dat ze ook hun eigen leven ook een beetje anders
beleven. Ik denk dat het niet alleen bruikbaar is om
Lupus te begrijpen, maar voor iedereen met een beperking
of een ziekte. Hopelijk zien ze nu niet meer zo veel van
hun normale leven als vanzelfsprekend.

Ik geef zowel letterlijk als figuurlijk een stukje van
mezelf als ik iets doe. Het is een onderons
grapje
geworden. Ik sta er bekend om dat ik grappend tegen
mensen zeg dat ze zich speciaal mogen voelen als ik tijd
met ze doorbreng, omdat ze één van mijn lepels bezitten.

© 2003 by Christine Miserandino
www.Butyoudontlooksick.com
© 2005
vertaling: Bert Steur.
©
www.stomaatje.nl
©
|