English/under construction Nederlands

 

Pagina voor vrienden en familie van

 

Hoe ga je ermee om als je partner, een vriend(in), collega of een familielid een stoma krijgt of heeft? Iedereen beleeft dit weer anders en gaat er anders mee om. Ook speelt mee hoe de stomadrager er zelf mee omgaat. Als degene met de stoma er positief mee omgaat, zal het voor de omgeving vaak ook gemakkelijker zijn.

 

Als iemand in je omgeving een stoma krijgt

Vaak is iemand die een stoma krijgt, erg ziek. Als je in je omgeving met een zieke geconfronteerd wordt, kan dat best verwarrend zijn. Hoe ga je daarmee om? Sommige mensen hebben moeite om de juiste vorm te vinden voor hun medeleven. Ze schieten erin door, of trekken zich juist terug. Als naaste moet je erachter komen wat je het beste kunt doen of zeggen. Dit verschilt per persoon, want ieder mens is uniek en reageert weer anders op verdriet en emoties die bij ziekte om de hoek komen kijken.

Maar er zijn wel een aantal dingen waar je rekening mee kunt houden:

Veel mensen voelen zich vaak ongemakkelijk en weten niet wat ze tegen een ziek persoon moeten zeggen. Je wilt zo iemand gerust stellen en dan worden er soms dingen gezegd als: "het komt wel goed". Dit kan bij de zieke hard aankomen: die voelt zich op dat moment monddood gemaakt, alsof die aan het zeuren is. Zeg liever iets als "ik weet niet wat ik moet zeggen, maar ik denk wel veel aan je" of geef eerlijk toe dat je ook bang en bezorgd bent. Dit geeft ruimte om erover te praten. Vaak is luisteren alleen al heel belangrijk. Laat de ander praten en zijn gevoelens uiten, al ken je het verhaal al. Probeer aan te sluiten op de gevoelens van de zieke. Als hij of zij de situatie erg zwaar inziet, probeer dan niet goedbedoeld optimistisch te zijn en neem de persoon daarin serieus. Wees voorzichtig met geruststellen, je weet nooit hoe het verder zal verlopen. Maar maak de situatie ook niet dramatischer dan hij al is, door bijvoorbeeld bergen cadeaus en aandacht.

 

Blijf ook jezelf. Doe niet ineens opgewekt, druk of overdreven lief in het bijzijn van de zieke.

Sommige zieken stoten in hun verdriet, woede en andere emoties de meest dierbare vrienden of naasten af. Denk niet: "ik zal hem of haar met rust laten". Blijf diegene uitnodigen, opzoeken, maar dring je ook weer niet op. Vraag aan de zieke of hij of zij het prettig vind als je op een afgesproken tijd komt, of dat je spontaan langs mag komen. Laat blijken dat je er bent en zorg dat de persoon niet om hulp hoeft te vragen. Vraag bijvoorbeeld of hij of zij het fijn vindt als je meegaat naar het ziekenhuis. Neem initiatief zonder opdringerig te zijn.

Toming is belangrijk: probeer aan te voelen wanneer het een goed moment is om te praten, of om juist afleiding te zoeken. Als praten te moeilijk is, ga dan samen iets leuks doen. Wat soms ook goed werkt, is praktische hulp aanbieden, natuurlijk afhankelijk van je relatie tot de zieke. Vraag gewoon waar er behoefte aan is en bied concrete hulp aan. Al gaat het soms om iets simpels als de hond uitlaten of een klusje doen in huis, het kan voor de zieke heel veel betekenen. Houdt er wel rekening mee dat een zieke, vooral in het begin, veel moeite kan hebben met hulp vragen doordat hij of zij ineens (tijdelijk) een stuk afhankelijker is geworden. Neem dus niet ongevraagd de regie over; dingen zelf regelen kan ook voor afleiding zorgen en zelfvertrouwen geven. En niets doen kan ook een hele goede vorm van helpen zijn. Soms helpt alleen je aanwezigheid.

Als je moeite hebt om op bezoek te komen, verzin dan geen smoesjes als "ik heb het zo druk", maar geef het eerlijk aan. Smoezen zijn veel pijnlijker dan het eerlijk aangeven. Beloof ook alleen dingen die je na kunt komen. En als je op bezoek gaat, doe dit dan onbevangen. Verzin niet van tevoren in je hoofd allerlei dingen die je wilt zeggen, laat het afhangen van de situatie. Voor een zieke is het heel moeilijk om te merken dat mensen je gaan ontwijken. Als je dit bij jezelf merkt is het heel goed om een mailtje, kaartje of smsje te sturen en daarin te schrijven dat je niet weet wat te zeggen, maar wel aan hem of haar denkt.

Een kaartje, sms of email zijn heel geschikt om contact te hebben en te onderhouden met de zieke. De zieke kan zo zelf beslissen wanneer het hem of haar uitkomt te reageren. Informeer als je belt ook of het gelegen komt en wees niet teleurgesteld als dat inderdaad niet het geval is. Dingen als "als je me nodig hebt, kun je altijd bellen", zijn erg vrijblijvend en nodigt niet uit tot bellen. Mensen die zich ziek voelen zijn vaak niet in staat keuzes te maken, zelfs bij heel eenvoudige dingen.

Om iemand te troosten is het de kunst om in woord en gebaar aan te sluiten op de beleving van degene die verdriet heeft. Op die manier kun je troost geven en de ander het gevoel geven dat hij of zij niet alleen is. Het verdriet gaat hiervan niet over, maar het besef dat er iemand bij je is en die je begrijpt, kan erg goed doen. Troost is samen delen en liefdevolle aandacht, zoals een schouder om op uit te huilen. Troost kan rust brengen in emotionele onrust en kan helpen de realiteit beter te aanvaarden.

Een lach en een traan liggen dicht bij elkaar en mogen er beide zijn. Humor kan iemand die ziek is goed doen, maar gebruik het wel gepast.

Als je ziek bent, kan het een prettige afleiding zijn om over iets anders te praten, of het nu een moeilijk probleem is of iets gezelligs. Een ziekenbezoek hoeft geen eenzijdig contact te zijn. Als je zelf met iets zit, hoe klein ook, probeer het dan niet te verbergen. Veel mensen hebben zoiets van: "ja, maar dat van hem/haar is veel erger". Leed valt niet te vergelijken. Door niet te beginnen over wat jou bezighoudt, denk je voor de ander en dat is in zekere zin respectloos. Als het voor de zieke wel te veel is, vertrouw er dan op dat die het zelf wel aan zal geven. Of vraag er meteen naar. Probeer dus te voorkomen dat je voor een ander gaat denken. Een ziek persoon is al de controle over zijn of haar eigen lichaam kwijt, en dan raakt diegene dat laatste stukje controle ook nog kwijt. Toon medeleven, en geen medelijden. Vermijd dus ook opmerkingen al "ik vind het zo erg voor je" en "waarom moet jóu dit nu overkomen?". Zo geef je het gevoel de persoon zielig te vinden. Laat vooral voelen dat je hem of haar begrijpt.

De vraag "Hoe gaat het met je?", is een lastige. Als je ziek bent, zal dit vaak een negatief antwoord zijn en voor de zieke niet leuk te beantwoorden. Vraag daarom hoe diegene zich vandaag voelt. Zo kan de zieke aangeven hoe het op dat moment gaat en zeggen wat er écht in hem of haar omgaat.

Probeer de klachten van de zieke niet teveel te vergelijken met klachten die jij zelf ook wel eens hebt gehad of herkent van een ander. Als je ziek bent staan die klachten zo centraal in je leven dat als een gezond persoon roept die klachten ook te hebben (gehad), het als een miskenning van het probleem van de zieke voelt. Opmerkingen als "ik weet precies hoe je je voelt", of "ik ken iemand die hetzelfde heeft en daarmee gaat het inmiddels hartstikke goed (of juist niet..)" kun je beter niet doen. Je bent dan niet met de zieke bezig, maar met jezelf. Al kan het soms opbeurend werken om voorbeelden te geven van mensen die je kent en waarbij het goed is afgelopen. Dus positieve voorbeelden en niet de negatieve! Probeer ook geen opmerkingen te maken als "wat ben jij dik geworden" of "wat zie jij er slecht uit". Een zieke voelt zich al anders dan anderen, het is dan niet fijn als je nog meer op de tegenslagen wordt gewezen. Probeer eerder te prijzen wat wel goed gaat: "wat zit je haar mooi" of "wat heb je een mooie trui aan". Maak complimentjes. Maar zeg ook weer geen dingen als "maar je ziet er toch goed uit?!". Een zieke wil graag het gevoel hebben dat hij of zij serieus genomen wordt.

Geef ook geen meningen over een behandeling of behandelend arts en probeer geen oplossingen aan te dragen of adviezen te geven.

Probeer het onderwerp ziekte niet te ontwijken, maar probeer erachter te komen of de ander erover wil praten of niet. Laat aan de zieke weten dat als hij of zij er behoefte aan heeft, diegene altijd bij je terecht kan. Maar probeer je ook niet op te dringen. Een normaal menselijk verschijnsel is dat we mensen in nood willen helpen. Dit houdt meestal in dat we willen handelen. Maar doen kan ook nalaten zijn: iemand met rust laten of niet meteen proberen dingen over te nemen.

Door een gebeurtenis als een ziekte kunnen verhoudingen tussen mensen veranderen. Een relatie kan hechter worden, maar ook (tijdelijk) wat meer naar de achtergrond verschuiven. Onthoud ook dat een ziekte vaak vermoeidheid met zich meebrengt, waardoor het voor de zieke moeilijk is actief en attent te zijn. Verwacht dus zeker in het begin geen dankbaarheid voor je hulp of aandacht. Maak plannen voor de toekomst en stel bijvoorbeeld een leuk weekendje weg in het vooruitzicht voor als alle ellende achter de rug is. Hiermee laat je merken dat je er vanuit gaat dat het allemaal weer goed komt en dit geeft moed. Zeg alleen niet: "alles komt goed, ik weet het zeker", want dit weet je helemaal niet. Het kan een erg pijnlijke dooddoener zijn.

Ben je ervan bewust dat tijdens een ziekenhuisperiode een smsje, kaartje, belletje of bezoek vaak bijzonder op prijs wordt gesteld. En vergeet ook vooral niet de partner, familie en vrienden van de zieke aandacht te geven!

* Mede gebruik gemaakt van de folder "Wat zal ik zeggen, hoe kan ik helpen?" van IKCnet

 

 

Als je baby of kind een stoma krijgt

Als je baby of kind een stoma krijgt kan dat even flink schrikken zijn. Je zit nog in de roes van de bevalling en er blijkt iets mis te zijn, of je kindje die jij zo'n gelukkig leven gunt, is al een tijdje ziek. Een baby of kind met een ziekte en/of stoma kan een belasting zijn voor het hele gezin, het kan een enorme impact hebben. Zeker voor de ouders, die met veel extra taken en verantwoordelijkheden te maken krijgen. De gevolgen kunnen flink energie, tijd en aandacht vreten en kunnen daardoor diep ingrijpen in het dagelijkse leven, dat er ineens heel anders uitziet als van een "normaal" gezin. Ouders spannen zich soms enorm in om de kwaliteit van leven zo hoog mogelijk te maken, omdat ze willen dat hun kindje een zo normaal en gelukkig mogelijk bestaan heeft. In een gezin met meerdere kinderen zijn soms de ouders bang dat de rest van het gezin iets tekort komt door de extra aandacht die uitgaat naar het kindje met de ziekte en/of stoma. Het is heel belangrijk daar een balans in te vinden. Kinderen zijn heel loyaal en voelen vaak veel meer aan dan je denkt. Je kunt je andere kind(eren) dus beter betrekken bij alles rondom het kindje dat een ziekte en/of stoma heeft dan dat je ze krampachtig probeert te ontlasten. Natuurlijk hangt dit ook samen met de leeftijd en mogelijkheden van je kinderen. Maar van nature zijn kinderen bereidwillige ondersteuners en geeft praktische betrokkenheid ze een fijn gevoel. Het kan soms voelen alsof je in een spagaat staat om aan alle kanten te voldoen, want ook je partner wil je genoeg aandacht geven. Blijf daarom praten en denk ook aan jezelf. 

* Mede gebruik gemaakt van informatie uit het tijdschrift Top Santé 

 

Als je partner ziek is en een stoma krijgt

Als je net bij elkaar bent, sta je er niet bij stil dat je partner ziek kan worden. Wanneer dat wel gebeurd, wordt het leven van de zieke én van de gezonde partner georganiseerd rondom de ziekte. Vaak wordt er vergeten dat de ziekte (en de gevolgen zoals een stoma) voor jou, de gezonde partner, ook een enorme impact heeft. Er kan veel zorg op de schouders van de gezonde partner komen. Pas op dat dit niet doorslaat en de balans weg is waardoor je meer een verzorger bent en de relatie niet meer gelijkwaardig is. Aan de andere kant kan er ook juist een enorm sterke band ontstaan, en voel je je enorm met elkaar verbonden door de strijd die je samen levert. Deel je gedachten en behoeftes met je partner, zodat er geen misverstanden kunnen ontstaan. Je kunt elkaars gedachten niet lezen, en dus is het belangrijk vragen te stellen en te praten met elkaar. Het verwerkingsproces van jou en je partner zal bijna nooit synchroon lopen, iedereen verwerkt de dingen op zijn eigen manier. Het is ook een wisselwerking tussen beiden. Partners kunnen elkaars gevoelens versterken en dan is het zaak om niet in een negatieve spiraal terecht te komen. Deel dus je gevoelens met elkaar.

Boosheid of angsten kunnen na de operatie een rol spelen, wat erg normaal is omdat je toch vaak een soort rouwproces doormaakt; je neemt afscheid van het ‘ongeschonden’ lichaam en moet wennen aan het nieuwe. Bedenk dat je dit soort gevoelens vaak afreageert op diegenen die het dichtst bij je staan. Sommige mensen die een stoma hebben denken: "het is mijn lijf waar iets aan mankeert, dus ik moet het ook zelf oplossen". Maar zo werkt het natuurlijk niet. Samen moet je wennen aan het stomazakje dat ineens tussen jullie in hangt. Het litteken en het stomazakje, dat is iets waar jij en je partner samen aan zullen moeten wennen. Er hangt ineens iets vreemds tussen jullie in wat niet zomaar even op het nachtkastje gelegd kan worden. Het advies: neem er de tijd voor. Wanneer één van beide partners ziek wordt of een operatie ondergaat, is het altijd nodig om je aan te passen aan de beperkingen of gevolgen die dat met zich meebrengt. En durf ook een professional om hulp te vragen als het je teveel wordt.

 

 

 

Als iemand in je omgeving een stoma heeft gekregen

Het is heel begrijpelijk dat je bang bent om iemand te kwetsen en daardoor niet snel vragen durft te stellen over de stoma. Maar je kwetst iemand juist meer als je diegene ontwijkt. Als je net een stoma hebt gekregen voel je je over veel dingen onzeker, en als mensen je dan ook nog beginnen te ontwijken, wordt dat alleen maar erger. Als je de stomadrager wilt helpen om de stoma te kunnen accepteren, kun je hem of haar het beste net zo behandelen als voor de operatie. Vraag diegene niet meteen het hemd van het lijf, maar wees wel geïnteresseerd en luister. Geef diegene de ruimte om zijn of haar draai in het leven weer te vinden. Blijf belangstelling tonen, ook nu de operatie voorbij is.

 

Hieronder kun je een aantal persoonlijke verhalen lezen van mensen
die in hun omgeving met een stoma te maken kregen:


Persoonlijk verhaal van Miek, haar zus kreeg een stoma
Persoonlijk verhaal van Margo, haar moeder kreeg een stoma
Persoonlijk verhaal van Linda, haar partner kreeg een stoma

 

 

Het verhaal van Miek, haar zus kreeg een stoma:

"Ik, Miek 31 jaar, ben het jongere zusje van Lynda, die op 13 januari 2006 een ileostoma heeft gekregen. Ze is mijn alles, mijn vriendin, mijn maatje. In 1997 onderging mijn zus een operatie als gevolg van endometriose. Sinds deze operatie kampte ze met darmproblemen. Ze kon niet meer naar het toilet, met als gevolg enorme obstipatie. Medicijnen, gewone klysma's, hoogklysma’s en het spoelen van de darmen passeerden de afgelopen 8 en een half jaar de revue. Op een gegeven ogenblik ging het écht niet meer. Ze kon niet meer eten, en viel enorm af. Uiteindelijk is ze met spoed opgenomen en twee dagen later kreeg ze haar stoma. Iets wat de doktoren altijd tegen hielden, omdat ze "alleen maar" obstipatie had.

In het begin wist ik eigenlijk niet beter dat mijn zus slecht kon poepen, medicijnen hoorden eigenlijk "gewoon" bij mijn zus. Windjes laten, ach zij kon het ongegeneerd doen. Maar als je op een gegeven ogenblik ziet dat ze enorm afvalt, zich ziek voelt en zichzelf als het ware aan het vergiftigen is, dan ga je je toch wel zorgen maken. Ik was bang dat ik mijn zus kwijt zou raken, het werd allemaal behoorlijk beangstigend. Zeker als je merkt dat de heren doktoren er ook een beetje te gemakkelijk over dachten. De laatste controle die Lynda had voordat ze met spoed werd opgenomen, was ik met haar mee. De dokter was heel aardig, en stond er ietsje meer voor open om Lynda een stoma te geven. Al vond hij haar nog zo jong voor een stoma. Eerlijk gezegd wilde ik die man over zijn bureau trekken en zeggen; "Kijk dan naar haar! Het mag dan wel een jonge mooie vrouw zijn, maar ze is broodmager en gaat op deze manier dood als jullie niet snel ingrijpen!" Toen Lynda een week later vroeg of ik haar naar de huisartsenpost wilde brengen, was ik wel een beetje opgelucht; eindelijk zou mijn zus geholpen worden. Maar toen zij naar de EHBO werd gestuurd en die haar, na haar een klysma te hebben gegeven, doodleuk weer naar huis toestuurde, was ik helemaal ontdaan; dit kan toch niet?? Gelukkig heeft zij de volgende dag de chirurg gebeld en werd ze meteen opgenomen.

Mijn allereerste gedachte toen ik hoorde dat mijn zus een stoma zou krijgen was: GELUKKIG! Ze wordt eindelijk geholpen en ze zal beter en oud worden. Toen ze "hem" eindelijk had, reed ik met knikkende knieën naar het ziekenhuis, denkend wat ik zou aantreffen. Maar toen ik daar aankwam, lag ze met een lach op haar gezicht te slapen, het was gewoon prachtig om te zien. Elke dag ging ze met sprongen vooruit, en binnen een aantal dagen mocht ze alweer naar huis. Het was eigenlijk helemaal niet vervelend om naar het ziekenhuis te gaan, want elke dag belde ze me, en klonk ze steeds opgewekter. Mijn eerste indruk toen ik de stoma zag was wel; “Ja Lynda, nu moet je voortaan in een zakje poepen, nooit meer via de normale weg”. En dat besef maakte mij wel een beetje raar. Ik geloof dat ik de stoma als eerste heb gezien, in het ziekenhuis. Lynda liet hem bijna trots aan mij zien. Kort daarop moest ze verschoond worden, omdat ze direct al lekkage had, en toen mocht ik meekijken. Ik vond het wel een heel raar ding. Ik heb toen ik 17 jaar was tijdens mijn stage in een verzorgingshuis wel een urostoma gezien en verzorgd, maar dat zag er heel anders uit in mijn herinnering. Daar stak geen rood "dingetje" uit. Ik dacht bij Lynda eerst dat dat later zou verdwijnen en dat het door de operatie kwam, maar dat was dus niet het geval.

Ik ben een prater, ik houd het dus niet voor mij dat mijn zus een stoma heeft. In het begin hield ik het voor mensen die ons vaag kenden wel voor mezelf (bijv. voor de mensen van het Hazeskoor), zeker omdat ik Lynda niet in verlegenheid wilde brengen. Maar later werd Lynda er zelf ook steeds meer open over, dus hoefde
ik mij niet meer in te houden. Iedereen die mij kent, weet dat mijn zus een stoma heeft, En dat vind ik fijn, want op die manier kan ik er ook open over praten.

Volgens mij heeft ze zelden meer last van haar darmen. Het is fijn voor haar dat ze op deze manier een plezierig leven kan hebben. Vervelend is wel, dat ze nu heel vaak misselijk is, maar of dit door de stoma komt, dat weet ik eigenlijk niet. Ze moet nu wel opletten dat ze niet teveel in de zon zit, want ze verliest natuurlijk veel vocht en zout. Ze kan dus niet meer even spontaan mee naar het strand. Ze moet altijd water bij zich hebben, vochtige doekjes en verschoningsmateriaal, maar ik denk niet dat ze daar veel moeite mee heeft. Ik denk dat de psychische verwerking bij Lynda nog het grootste struikelblok is, het besef is pas na een half jaar écht gekomen. Voor de rest zie ik persoonlijk mijn zus gewoon als Lynda, en niet als Lynda met stoma.

Mijn tip voor mensen die in hun omgeving te maken krijgen met een stomadrager:
sta ervoor open. Het is geen schande om een stoma te hebben. Ik heb soms nog wel het idee dat er een taboe op rust. Ik kan er als niet-stomadrager natuurlijk niet veel over zeggen, maar ik denk dat een stoma voor de meeste mensen een verademing is. Als je ziet hoe mensen er van opknappen, dan kan je eigenlijk maar één ding denken; Het is goed dat een stoma bestaat! Anders zou het nog heel vaak fout kunnen aflopen.

Ik wil eigenlijk één ding kwijt. Ik ben het trotse zusje van een dappere, stoere
meid, die dankzij haar stoma haar leven weer probeert op te pakken."

 

Het verhaal van Margo, haar moeder kreeg een stoma:

"Mijn moeder kreeg op 20 mei 2004 haar stoma, ik was toen 13 jaar. De reden van haar stoma was een ileus (afsluiting van de darm) die ze kreeg ten gevolgen van de operatie op 30 januari 2004 en kortdurende bestraling vooraf gaande aan de operatie. Die bestraling en operaties waren nodig omdat mijn moeder endeldarmkanker had.

Ik herinner me nog heel goed dat het me opviel dat mijn moeder veel vaker moe was vergeleken met voorheen. Ze had al wat langer bloed in haar ontlasting alleen is dat niet echt tot ons doorgedrongen. Toen mijn moeder naar de dokter was geweest werd ze doorgestuurd voor onderzoek naar het ziekenhuis (internist). De dag voor het onderzoek, een week later, werd het mama wat te veel en kwamen haar gevoelens eruit dat het wel eens niet goed uit zou kunnen vallen (het woord kanker is toen niet gevallen). De dag erna duurde het allemaal erg lang voor dat ze thuis kwam. Ik kan me nog goed herinneren dat wij thuis voor de tv zaten en ons afvroegen waar ze bleef. Mijn vader stond op het punt om haar tegemoet te fietsen maar toen hij naar buiten liep kwam ze net aan. Toen papa en mama samen binnen kwamen zag ik aan hun gezicht dat er iets aan de hand was, mijn moeder had gehuild. Ze legden me alles rustig uit en vertelden dat er verder nog veel niet bekend was, alleen dat een operatie noodzakelijk was. Ik koppelde de kanker wel meteen aan de dood.

In een week tijd moesten er heel veel onderzoeken gebeuren om precies te weten hoe we ervoor stonden, en wat er zou gaan gebeuren. Voor de familie hebben we het toen stilgehouden tot we meer zekerheid hadden om geen paniek te zaaien. Toen was het wachten op de bestralingen en operaties. Ik ben ook een keer mee geweest naar een bestraling. Je kunt er niks van zien maar voor jezelf is het heel fijn om er een voorstelling van te hebben, ook een soort verwerking van alles. 30 januari 2004 is ze geopereerd. De dag voor de operatie was ik met mijn vader nog op bezoek geweest. Het afscheid viel me heel zwaar, het was de eerste keer
dat er iemand die dicht bij me staat geopereerd werd. Ik was bang voor wat er ging komen en hoe alles zou verlopen. De dag van de operatie ben ik gewoon naar school gegaan, ik weet nog goed dat ik heel de tijd op de klok keek van “nu moeten ze toch bijna klaar zijn”. Het herstel verliep best goed, er was wel even een terug slag (koorts). Ze heeft 15 dagen in het ziekenhuis gelegen, iedere dag ging er wat apparatuur af. Toen ze weer thuis was gingen er enkele maanden overheen. Ik dacht toen: het is over, de kanker is weg en er kan niets meer misgaan nu. Binnen 6 weken na de operatie begon de chemo, (6x1 week).

Doordat mijn moeder nooit klaagde hadden we niet in de gaten dat het weer mis ging. Ze lag in bed en was erg ziek; ze had een buik alsof ze 9 maanden zwanger was en had heel veel pijn. Na een paar keer contact met de huisarts kwam hij langs en stuurde haar meteen door naar het ziekenhuis. 14 mei 2004 werd ze opgenomen. Ik weet nog dat ik ‘s avonds met papa op bezoek ben geweest en dat mama toen een maagslang had, dat is me nog goed bijgebleven. Toen zijn er weer tig onderzoeken geweest en ook 1 noodoperatie om de ontlasting proberen eruit te laten lopen/drukken, maar dat lukte niet. Uiteindelijk 20 mei (Hemelvaartsdag)
was de operatie voor de stoma. Toen ik hoorde dat mama een stoma zou krijgen, wist ik helemaal niet wat het was. Mama heeft het toen uitgelegd en een beetje getekend om mij een beeld te geven. Ik was er niet echt van geschrokken, ik denk omdat het zo onverwachts kwam en omdat mama toen al heel veel pijn had, dan is alles beter dan pijn. Toen we hoorden dat mama kanker had kwam de klap véél harder aan dan toen we te horen kregen dat mama een stoma kreeg. Alleen dachten we toen dat het een tijdelijk stoma zou zijn, inmiddels is het een blijvende dubbelloops stoma geworden.

De ziekenhuis periode heb ik niet gezien als enge periode, omdat je mijn moeder zag opknappen met de dag. Wij gingen dagelijks langs in het ziekenhuis. Het op en neer rijden vond ik eigenlijk helemaal niet zo erg, al was het wel haasten: uit school, gauw eten en dan meteen door naar het ziekenhuis. Maar daar denk je op dat
moment niet bij na, je went eraan. Ik vond de stoma helemaal niet eng, je kon hem goed zien doordat er een doorzichtig zakje overheen zat. Ik denk ook dat het scheelde dat ik in januari ook gezien had hoe ons mam erbij lag met alle toeters en bellen. De eerste dagen hoorde/werkte de stoma nog niet, daarna was het wel
eens lachen, vooral toen ik hem voor de eerste keer scheten hoorde laten!!

De stoma heb ik inmiddels al vaak gezien. Meteen de dag van de operatie heb ik hem al gezien, alleen toen zag hij er nog best raar uit doordat alles toen net aangelegd en opgezwollen was. Ik vond en vind de stoma niet eng. Het is normaal geworden en we weten niet beter. Nu ook als mama de stoma verzorgd en ik ben ook in de badkamer dan kijk ik soms gewoon mee of mama vraagt het wel eens.

In het begin toen mama de stoma net had wisten eigenlijk alleen de mensen het dichtst bij mij staan, dus alleen m’n beste vriendin en mijn klassenmentor. Als mensen aan mij vragen wat mijn moeder heeft, dan leg ik het wel uit, maar ik zal het niet snel uit mezelf zeggen. Ik schaam me er verder niet voor maar je roept minder
snel zoiets tegen andere mensen. De positieve dingen zijn eigenlijk dat de afsluiting is opgelost door de komst van de stoma, zonder de stoma had mama geen leven. De negatieve dingen zijn er eigenlijk voor mij niet, want met een stoma kun je nog heel goed leven en leuke dingen doen. Voor degene die de stoma heeft is het wel altijd op letten dat je spullen bij hebt.

Mijn tip voor mensen die in hun omgeving met een stoma te maken krijgen is: gewoon jezelf blijven en zeker je humor niet verliezen, een stoma is niet het einde van de wereld. Open erin zijn en niet bang zijn om dingen te vragen aan stoma patiënten."

 

 

Het verhaal van Linda, haar partner kreeg een stoma:

"Mijn partner met wie ik al 15 jaar samen ben, kreeg in augustus 2004 een stoma.
Ik was toen 28 jaar. We wonen samen met onze 2 kinderen, 2 katten en een aquarium vol vissen. De reden voor de aanleg van de stoma was dat er in zijn dikke darm en endeldarm honderden poliepen zaten, die niet uit de darm konden worden gehaald. Ook zat er een goed gezwel zo groot als een sinaasappel in het
waaiergedeelte van zijn dunne darm. Hierdoor moest er ook een flink stuk dunne darm weggehaald worden.

Hij heeft geen lange ziekteperiode gehad, behalve klachten die leken op prikkelbaar darmsyndroom. Toen hij opeens begon af te vallen (5 kilo in vrij korte tijd) en ook grauwig begon te zien in zijn gezicht, ging hij naar de huisarts. Toen we uiteindelijk te horen kregen dat hij een ziekte had, is het vooral erg snel gegaan, waardoor ik weinig tijd had ergens bij stil te staan of te verwerken. In februari hoorden we dat hij fap (polypolis coli) had, en in augustus werd hij al geopereerd. Die maanden waren erg moeilijk en heftig, omdat we steeds te horen kregen dat er meer weggehaald zou moeten worden. Eerst bij de huisarts zou het om een stuk dikke darm gaan. Bij de internist hoorden we dat heel de dikke darm eruit moest, maar dat de endeldarm zou blijven zitten. En bij de chirurg hoorden we dat de endeldarm er ook uit moest. Ook de vooronderzoeken waren allemaal erg ingrijpend en vervelend, als partner kun je zo weinig doen voor de ander dan er voor hem te zijn. Ik voelde me vaak erg machteloos en verdrietig.

Waar ik heel veel moeite mee had, was dat onze dochter pas 5 maanden was toen de ziekte werd ontdekt. De eerste 2 maanden na haar geboorte ging het niet zo goed met mij, daarna hebben we 3 maanden eindelijk op de roze wolk gezeten, om na de diagnose weer helemaal in een gat te vallen. Die 2 gevoelens vond ik heel erg moeilijk; zo blij en gelukkig met ons meisje, en zo bang en verdrietig om wat er allemaal gebeurde en ging gebeuren met mijn partner. Ik heb in die maanden vooral op de automatische piloot geleefd, en heb mezelf een beetje weggecijferd om er voor mijn partner en mijn kind te kunnen zijn.

De bedoeling was dat hij een pouch zou krijgen. Misschien alleen een tijdelijk stoma om de pouch te ontlasten, maar er is nooit sprake geweest van een blijvend stoma. Maar tijdens de operatie zagen ze dat grote gezwel in zijn dunne darm, zodat er ter plekke besloten moest worden dat hij een blijvend ileostoma zou krijgen. We hebben dus geen enkele voorlichting gehad, er niets over gelezen, we werden helemaal niet voorbereid op een eventuele stoma. Dus voor de operatie ben ik helemaal niet met een stoma bezig geweest.

Ik vond de opnamedag in het ziekenhuis één van de moeilijkste dagen. Mijn schoonouders gingen met ons mee om hem weg te brengen naar Amsterdam, dat is voor ons zo’n anderhalf uur rijden. Ik was zo zenuwachtig die dag, en ook heel bang en verdrietig, want ergens was ik toch bang dat hij niet meer wakker zou worden, en ik alleen achter zou blijven met onze kleine meid.  Het afscheid was ronduit hartverscheurend. Zijn ouders waren alvast naar beneden gegaan, wij namen bij de liften afscheid. Ik zal nooit meer vergeten hoe hij daar alleen stond toen ik de lift instapte, de blik in zijn ogen, en toen sloten de liftdeuren. Zo machteloos ben je dan, dat je niet bij hem kunt blijven die dag en tijdens de operatie, daar heb ik heel veel om gehuild. Ik bleef met mijn dochter (onze zoon was er toen nog niet) bij mijn ouders slapen, en ben de dag van de operatie weer naar huis gegaan.

En dan begint het grote wachten. De operatie duurde veel langer dan gepland, dus moesten we ook veel langer wachten op het verlossende telefoontje van de chirurg.  Dan weet je wel dat er iets goed mis is. Ik vond het ook heel moeilijk om hem aan al die slangen en apparaten te zien, en zo vermoeid. De complicaties erna vond ik ook heel zwaar om te zien. Hij bleef in die 10 dagen erna maar ziek en veel pijn houden, maar hij werd toch na 10 dagen naar huis gestuurd (achteraf hoorden we dat toen al zijn ontstekingswaarde in zijn bloed veel te hoog waren). In de 10 dagen dat hij thuis was, werd hij alleen maar zieker en viel in totaal 20 kilo af. Bleek dat hij een lekkage van binnen had gekregen. Hij werd weer voor 10 dagen opgenomen, en er werd 1.5 liter vocht, bloed en viezigheid via een drain uitgehaald. Ik ben 3 nachtjes bij hem blijven slapen in het ziekenhuis omdat hij er lichamelijk en mentaal helemaal doorheen zat. Toen moest ik weer naar huis naar mijn dochter, en moest ik hem weer achterlaten. Dat vond ik ook heel heftig. Gelukkig knapte hij in die 10 dagen wel op, zodat hij toen hij weer thuis was, eindelijk kon herstellen.

Eigenlijk had ik zijn stoma gelijk geaccepteerd. We zijn al 15 jaar samen, en dan doen uiterlijkheden en niet meer zo toe. Wat ook meespeelde, was dat ik me meer zorgen maakte over alle complicaties die hij had. Dat hij zo ziek was, en emotioneel ging het niet goed met hem, omdat hij heel erg zat met dingen die op zijn werk
speelden in de maanden voor zijn operatie. Het enige wat goed herstelde en goed werkte was zijn stoma, dus dat heeft zeker geholpen bij de acceptatie. De moeilijke dingen van de stoma waren de lekkagemomenten, en de periodes dat alles wat hij dronk zo naar zijn stomazak ging in plaats van naar zijn blaas, waardoor hij een paar keer uitdrogingsverschijnselen kreeg, en weer aan het infuus moest.

Dat hij een stoma had gekregen was een grote schok, en ik moest het hem vertellen de dag na de operatie, omdat de artsen geen tijd hadden om langs te gaan. Dat was wel een zware opgave. Ik wilde het niet huilend vertellen omdat hij anders nog meer zou schrikken, dus dat was vechten tegen de tranen. Maar we hadden wel allebei zoiets van: oké, het is gewoon zo, en we gaan proberen er zo goed mogelijk mee om te gaan.

Ik heb de stoma al een aantal keren gezien. In het begin was het wel even wennen, zo’n stukje darm uit zijn buik. Ik mocht in het ziekenhuis meekijken hoe de plak en zak werd verschoond, zodat ik hem eventueel zou kunnen helpen. Ik heb hem thuis een paar keer geholpen, en zo raakte ik er ook langzaam vertrouwd mee. Nu hoort het gewoon bij hem, en verzorgt hij de stoma helemaal zelf.

Ik ben er altijd erg open over als mensen erom vragen of iets willen weten, maar uit mezelf zal ik het er met vreemden niet over hebben. Niet voor mezelf maar voor mijn partner. Ik vind dat hij dat zelf moet beslissen of ze dat mogen weten of niet. Maar naar onze familie, vrienden en collega’s ben ik er wel open over, ze mogen van alles vragen en ze krijgen een eerlijk antwoord.

De positieve dingen van zijn stoma zijn toch vooral het niet meer ziek zijn na het eten van bepaald voedsel. In het begin werd hij ziek van te gekruid of te vet voedsel, maar na verloop van tijd werd hij ook ziek van ander, dagelijks voedsel. Hij kan nu in principe bijna alles weer eten zonder last te krijgen. Negatieve veranderingen zijn de lekkages af en toe (vooral in het openbaar) en hij heeft wel eens flinke verstopping, of juist 2 dagen alleen maar water in zijn stomazak als hij iets verkeerds heeft gegeten. Dan krijg je wel weer zorgen erbij, want van beide is hij flink ziek.

Mijn tips voor mensen die in hun omgeving te maken krijgen met een stomadrager zijn: probeer mensen met een stoma niet anders te gaan zien als toen ze nog geen stoma hadden. Of als je iemand met een stoma ontmoet, probeer eerst eens wat informatie in te winnen wat dat nu precies inhoud, bij diegene zelf of via internet. Een stoma is niet vies of eng, daarom hoop ik dat stomadragers zelf proberen er een beetje open over te zijn, om het uit de taboesfeer te halen. Kijk in ieder geval verder dan de stoma alleen, anders laat je misschien wel een hele fijne vriendschap of liefde lopen. En vraag er gewoon naar, de meeste mensen vinden het fijner als je er gewoon naar vraagt, dan wanneer je erover zwijgt en er een vervelende spanning voelbaar is. En humor is vaak de sleutel om deuren te openen!

Ik zou een boek kunnen schrijven over wat we allemaal nog meer mee hebben gemaakt, dit is een beetje globaal verteld wat we en ik allemaal mee hebben gemaakt."

 

 

 

 

 

Disclaimer                                    - Gemaakt door Suusdesign.nl