De urinewegen

 

De urinewegen

Zoals je bij de spijsvertering hebt kunnen lezen zorgen de darmen voor de vertering van je voedsel. De urinewegen zorgen voor het transport van je vocht. Niet alleen door te drinken krijg je vocht binnen, maar ook door te eten.

Een deel van het vocht blijft in het lichaam, het overschot aan vocht wordt gebruikt om afvalstoffen te verwijderen en om de temperatuur van het lichaam te regelen (transpireren).

 

Afvalstoffen

Het afvoeren van afvalstoffen gebeurd door zweetklieren in de huid en door de urineproductie in de nieren. De nieren spelen een grote rol bij de juiste water-,zout- en zuurbalans, de bloeddruk, de rode bloedlichaampjes en de 'klaring'. Dat laatste is in de geneeskunde en de farmacologie de snelheid waarmee een bepaalde stof door het lichaam uit het bloed wordt verwijderd.

 

Nieren

We hebben twee nieren. Dit zijn boonvormige organen die zich links en rechts ongeveer ter hoogte van de taille in het lichaam bevinden. Een nier is ongeveer 12 cm groot en ligt in een beschermend vetkussentje aan de binnenkant van de rug. Deze nieren filtreren als ze goed hun werk doen dagelijks 180 tot 200 bloed, elke minuut 120 ml, slechts 1 ml per minuut hiervan wordt urine. Dat is precies de minimum hoeveelheid die nodig is om afvalproducten op te lossen en uit het lichaam te verwijderen. Elke nier bevat aan de binnenkant een nierbekken (pyelum), een klein reservoir voor de opvang van de urine die de nier heeft geproduceerd.

 

Urineleiders

De urine wordt via de urineleiders (urethra) naar de blaas getransporteerd. Zoals je op de afbeeldingen kunt zien heeft iedere nier 1 urineleider tot zijn beschikking. De urineleiders zijn 25 tot 35 cm lange holle buisjes die elk uitmonden in de achterste bovenhoeken van de blaas, ze lopen schuin door de blaaswand heen. Bij de openingen zitten kleppen die naar 1 kant open kunnen, om te voorkomen dat de urine terugvloeit naar de nieren, wanneer de blaas te vol is. In de blaas wordt de urine verzameld, het is een soort tijdelijke opslagruimte. Een lege blaas is rond de 7 cm lang, een volle blaas kan wel 12 cm worden en kan gemiddeld zo'n 400 ml urine bevatten. De wand is opgebouwd uit een drietal lagen gladde spiervezels, waardoor de blaas zich gemakkelijk aan een wisselende inhoud kan aanpassen. De blaas ligt onderin de buik achter het schaambeen.

 

Trigonum

Het gevoelige plekje in de blaas is het driehoekje tussen de plasbuis en de beide urineleiders: het trigonum. De urine druppelt continue in de blaas en op een gegeven moment wordt de blaas zo vol dat ook dit gebiedje iets wordt uitgerekt en krijg je, via de gevoelszenuwen in dit driehoekje, een seintje dat de blaas vol begint te worden. De seintjes worden steeds heftiger. Als je hier niets mee doet, dan komt er een moment dat het regelcentrum in het ruggenmerg dit overneemt en het plasmechanisme in gang zet.

 

Kringspier

Op de overgang van blaas naar urinebuis (ook wel plasbuis of urethra genoemd) bevindt zich een kringspier (sfincter). Als die zich ontspant komt de urine via de plasbuis naar buiten. Per dag plassen we gemiddeld 4 tot 8 keer.

Vrouw versus man

De plasbuis is bij de vrouw korter (ongeveer 4 cm) dan bij de man (ongeveer 20 cm). De vrouwelijke plasbuis loopt bijna recht en mondt uit in de voorhof van de schede. De mannelijke plasbuis is dubbel gebogen en mondt uit in de eikelpunt van de penis. Hij dient behalve voor het lozen van urine ook voor het transport van zaadcellen. De prostaat bevindt zich om het begin van de plasbuis onderaan de blaas en heeft ongeveer de grootte van een kastanje.

Laatst aangepast op donderdag 07 november 2013 12:39
 
Terug naar boven

twitter

Linkedinfacebook

Youtubeemail