Kinderen & baby's met een stoma - Risico's en complicaties
Inhoudsopgave
Kinderen & baby's met een stoma
oorzaken
Soorten stoma´s
Oudere kinderen met een stoma
Stomamateriaal
De verzorging
Risico's en complicaties
Stoma opheffen
Voor kinderen
Alle pagina's

 

 

Meer darmsappen

Baby's produceren in verhouding tot het lichaamsgewicht veel meer darmsap dan een volwassene. Bij een pasgeboren baby van 3 kilo is dat ongeveer 800 ml per dag. Hierdoor kunnen jonge kinderen sneller uitdrogen en een zouttekort ontwikkelen als ze wat meer stoma productie krijgen als normaal bijv als het kind een infectie onder de leden heeft. De stoma productie kan dan erg veel maar ook dunner zijn als normaal, met veel zoutverlies.

 

Uitdroging en zoutekort voorkomen

Het is als ouder belangrijk de stoma-uitput goed in de gaten te houden om uitdroging en zouttekort te voorkomen. Waar moet je dan op letten? Er moet een belletje gaan rinkelen als:

 

  • De baby minder plast en dus de luiers minder nat zijn,
  • Het een droge mond en tong heeft,
  • Een droge wittige huidskleur,
  • Ineens snel minderen in gewicht,
  • Een prikkelbaar en moe kind
  • En de oogjes die iets dieper in het gezichtje liggen.
  • Een ingezakte fontanel.

 

ORS

Bij verdenking van uitdroging en/of zouttekort moet je meteen je arts of kinderstomaverpleegkundige raadplegen. Tot die tijd kun je het kind ORS (oral rehydration salt) voor volwassenen geven (dus niet die voor kinderen, deze bevat te weinig zout). Dit zijn zakjes met een zout-suikeroplossing die je oplost in water, verkrijgbaar bij de apotheek en drogist. Eventueel kan de arts zoutsuppletie voorschrijven in de vorm van een drankje of capsules. De diëtiste kan eventueel ook een goed advies geven om de zoutinname door middel van bepaalde produkten te eten/drinken op peil te houden.

 

Mogelijke complicaties die kunnen ontstaan op later termijn

 

Huidirritaties door lekkages kunnen ontstaan doordat:

 

  • Er steeds te veel of erg dunne ontlasting in het zakje zit.
  • De huid te vet is waardoor het kind erg transpireert, bijvoorbeeld bij temperatuursverhoging.
  • Er een overgevoeligheid is voor de bestanddelen in de plak van het opvangmateriaal.
  • Er een schimmelinfectie is opgetreden.
  • De opening in de plak niet meer de juiste maat is voor de stoma.
  • De stoma op of onder huidniveau ligt.
  • Er huidplooien, littekens e.d vlak bij de stoma liggen, waardoor het stomamateriaal sneller loslaat van de huid.


Hypergranulatieweefsel ofwel kleine bolletjes wild vlees die bijvoorbeeld ontstaan op plaatsen waar de hechtingen hebben gezeten. Als dit problemen geeft met het plakken van stomamateriaal kan dit door de kinderstomaverpleegkundige worden aangestipt met een speciale stift.

Prolaps waarbij een stukje darm naar buiten stulpt. Als de stoma door het prolaberen veel donkerder van kleur wordt is het ook belangrijk contact op te nemen met de behandelend arts.

Parastomale hernia waarbij een bobbel rond de stoma ontstaan. Meldt dit altijd bij de behandelend arts en/of kinderstomaverpleegkundige. Deze bobbel kan ook plakproblemen geven van het stomamateriaal.

Darmstenose waardoor het kind zal gaan braken, buikkrampen heeft en nauwelijks meer ontlasting zal produceren. Je moet dan direct contact opnemen met de behandelend arts.

 

Specifieke problemen bij een urinestoma kunnen zijn:

 

Kristallen op de stoma wat pijnlijk kan zijn. Met speciale behandelingen kan dit probleem worden opgelost.

Lekkage van urine uit een continent stoma wat met behulp van een speciale pleister kan worden opgevangen.

Irritatie van de blaaswand bij een katheteriseerbaar stoma wat bij de urine bloed en slijm bijmenging kan geven.

 

Als een van deze complicaties zich voordoet neem dan zo snel mogelijk contact op met je kinderstomaverpleegkundige om verdere problemen te voorkomen.

Kijk hier voor meer informatie over de verschillende complicaties en hulpmiddelen.

 

Verandering van voeding

Het is ook extra opletten geblazen als je overgaat op nieuwe voeding, bijvoorbeeld een fruithapje of een babymaaltijd uit een potje. Voer de hoeveelheden in veel kleinere stapjes op dan bij andere kinderen. Want als de voeding niet goed valt, kan een kind met een stoma veel eerder dunne ontlasting krijgen dan een baby zonder stoma. Geef de eerste keer daarom niet meer dan een paar hapjes, hooguit een eetlepel, en kijk hoe je kind hierop reageert. Voer de hoeveelheid de dagen daarna telkens met een paar hapjes op en houd in de gaten hoe de darmen hierop reageren.

 

 



Laatst aangepast op donderdag 15 december 2016 14:43
 
Terug naar boven

twitter

Linkedinfacebook

Youtubeemail