Onderzoeken
Inhoudsopgave
Onderzoeken
Algemeen onderzoek
Laboratoriumonderzoek
Röntgenonderzoek
Endoscopisch onderzoek
Metingen
Radioactief
Alle pagina's
Pin It

 

Onderzoeken

Op deze pagina's hebben we zoveel mogelijk onderzoeken proberen te verzamelen die te maken hebben met het maag-darmstelsel en de urinewegen. Mis je nog een onderzoek? Laat het ons dan weten!

 

 

 

 


 

Algemeen onderzoek

Vaak volgt er eerst een gesprek met de arts waarin hij probeert het klachtenpatroon zo volledig mogelijk te leren kennen, deze methode wordt de anamnese genoemd. Eén van de eerste onderzoeken die je kunt krijgen is het lichamelijk onderzoek (klinisch onderzoek). Door het kijken, voelen en bekloppen van de buik en het beluisteren met de stethoscoop naar bijvoorbeeld darmgeluiden, kan de arts aanwijzingen krijgen over de aard van de ziekte.

 

Toucheren

Als de klachten daartoe aanleiding geven, voelt de arts ook met een of twee vingers in de anus en het laatste deel van de dikke darm. Dit heet een rectaal onderzoek of toucheren (palpatio per anum). Hierdoor komt hij meer te weten over de toestand van de sluitspier, de aard van de ontlasting en de eventuele aanwezigheid van poliepen (dit zijn paddenstoelachtige vormsels). Ook kan hij op deze manier de prostaat bij de man onderzoeken. Dit onderzoek is natuurlijk niet zo prettig, maar het is gewoonlijk niet pijnlijk.

 

 

 


 

Laboratoriumonderzoek

Vaak kan er veel worden vastgesteld door onderzoek van het bloed, urine, ontlasting en andere afscheidingsproducten van het lichaam. Al deze onderzoeken die de oorzaak en omvang van een ziekte helpen vaststellen, worden laboratoriumonderzoeken genoemd. Deze laboratoriumonderzoeken kunnen worden verdeeld in drie hoofdgroepen: Klinisch chemisch onderzoek, Microbiologisch onderzoek en Pathologisch anatomisch onderzoek.

 

Klinisch onderzoek

Bij klinisch chemisch onderzoek worden bloed en andere lichaamsvloeistoffen en afscheidingsproducten zoals urine, ontlasting, sputum (slijm uit de longen), wondvocht of ruggenmergvloeistof (liquor) onderzocht op de aanwezigheid van bepaalde stoffen. Er wordt onderzocht of de waarden afwijken van de normaalwaarden (dit is uitslag van het onderzoek bij een gezond persoon).

 

Afwijkingen

Afwijkingen van de normaalwaarde (te hoog of te laag) kunnen een aanwijzing geven over welke aandoening daarvan de oorzaak is. Bijvoorbeeld bij ontstekingen in de darm is de 'bloedbezinking' (bezinkingssnelheid van de rode bloedlichaampjes, BSE) in het bloed hoger dan normaal.

 

Microbiologie

Microbiologie is de studie van de micro-organismen, dat zijn minuscule levende organismen die ziekte veroorzaken bij mensen. Je hebt verschillende typen micro-organismen, zoals bacteriën, virussen en schimmels. Bij microbiologische onderzoeken worden lichaamsvloeistoffen en afscheidingsproducten onderzocht op de aanwezigheid daarvan.

 

Pathologisch anatomisch onderzoek

Bij pathologisch anatomisch onderzoek worden cellen (cytologie) en weefsels (histologie) onderzocht op ziekteverschijnselen. Deels gebeurt dit met het blote oog (macroscopisch) maar het grootste gedeelte van dit soort onderzoek wordt met behulp van een microscoop gedaan. Door middel van speciale kleuringen en andere technieken worden de celstructuren zichtbaar gemaakt. Op deze wijze kunnen normale, gezonde cellen worden onderscheiden van afwijkende, zieke cellen.

 

Kanker en andere ziekten

Pathologische anatomie wordt vaak gebruikt bij onderzoek en behandeling van kanker, maar er kunnen ook vele andere ziekten mee worden onderzocht. Het materiaal voor dit onderzoek wordt verkregen door een uitstrijkje, punctie (met behulp van een naald worden cellen of vloeistoffen opgezogen), biopt (hierbij wordt een stukje weefsel weggenomen) of bij een operatie.

 

Urine

Bij veel ziekten bevat de urine stoffen die daar niet in thuishoren. Bij sommige ziekten, zoals chronische nierinsufficiëntie, kan er minder urine worden geproduceerd. Anderzijds kunnen mensen met diabetes grote hoeveelheden urine produceren. Zelfs de registratie van de uiterlijke kenmerken van urine kunnen helpen ziekten te diagnosticeren. Geïnfecteerde urine of urine dat bloed bevat, kan bijvoorbeeld zijn normale helderheid verliezen en troebel worden. Urine kan ook worden onderzocht op urineweginfecties door onder een microscoop te zoeken naar witte bloedcellen en bacteriën en door na te gaan of er zich micro-organismen ontwikkelen wanneer het gedurende 48 tot 72 uur op kweek wordt gezet.

 

Ontlastingsonderzoek

Ontlasting kan worden onderzocht op verscheidene ziekten en infecties. De aanwezigheid van vet in de ontlasting (steatorrhoea) duidt op een aandoening van de lever, de galblaas of de alvleesklier. Wanneer onder een microscoop eitjes of cysten in de ontlasting worden gevonden, helpt dit een worminfectie vast te stellen. Met behulp van in een kweek vastgestelde aanwezigheid van bacteriële organismen kunnen dysenterie en andere bacteriële darminfecties aan de hand daarvan worden aangetoond. De aanwezigheid van een kleine hoeveelheid bloed (occult bloed, hemocult = een test om microscopische hoeveelheid bloed in de ontlasting op te sporen) kan soms op een beginstadium van darmkanker wijzen. Deze occult bloed test is echter wel onbetrouwbaar en dient alleen bij bevolkingsonderzoek (screening bij mensen zonder klachten) gebruikt te worden.

 

Betrekkelijke waarde

Onderzoek van de ontlasting heeft een erg betrekkelijke waarde. Eigenlijk is het alleen betrouwbaar bij infectieziekten. Wel kan een chronische darmontsteking (IBD), zoals de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa, aannemelijk worden gemaakt door bepaling van de hoeveelheid calprotectine in de ontlasting. Calprotectine is een ontstekingsremmend eiwit dat zich in ontstekingscellen bevindt en komt vooral voor in witte bloedcellen (neutrofiele granulocyten). De hoeveelheid calprotectine in de ontlasting komt overeen met het aantal ontstekingscellen in het maag-darmkanaal. Calprotectine kan daardoor niet alleen worden gebruikt om de diagnose van een chronische darmontsteking te stellen, maar ook de ernst van de ziekte bepalen.

 


 

Röntgenonderzoek

Een veel voorkomend onderzoek is het röntgenonderzoek. Bij het maken van röntgenfoto's worden stralen vanuit een stralenbron door het lichaam van een patiënt heen op een fotografische plaat of televisiescherm geprojecteerd. Botten houden de stralen tegen en geven dus schaduwen. De foto's zien eruit als een fotonegatief. Om op een foto de darmen of blaas zichtbaar te krijgen, wordt vaak een contrastmiddel toegepast. Dat is een middel dat net als de botten de stralen niet of veel minder laat doordringen tot op de fotografische plaat of het televisiescherm. De contrastvloeistof verlaat het lichaam weer met de ontlasting of urine.

 

Verschillende soorten

Je hebt verschillende soorten röntgenonderzoeken. Allereerst de buikoverzichtsfoto. Dit is een röntgenfoto van de gehele buik, waarbij geen contrastvloeistof gebruikt wordt. Wanneer er bijvoorbeeld spraken is van ernstige verstopping, is op de foto de stapeling van grote hoeveelheden ontlasting zichtbaar. Een onderzoek waarbij ze de buikoverzichtsfoto gebruiken is de Pellet-passagetest. Je moet dan korreltjes of ringetjes slikken, die op een röntgenfoto zichtbaar zijn, zodat het transport van voedsel door het darmkanaal kan worden gevolgd. Daarna worden er een aantal dagen achter elkaar röntgenfoto's gemaakt, zodat te zien is waar de ringetjes zich in het darmkanaal bevinden. Zijn er bijvoorbeeld na 4 dagen nog steeds ringetjes zichtbaar dan is er sprake van verstopping. Dit onderzoek mag echter nooit worden uitgevoerd als er gedacht wordt aan een vernauwing van de darm.

Dikke-darmfoto

Je hebt ook röntgenonderzoeken waarbij er een specifiek onderdeel wordt gefotografeerd. Bijvoorbeeld bij een dunne-darmfoto. Hierbij moet je dunne darm leeg zijn, dit gebeurt door een te volgen dieet in combinatie met laxerende medicatie. Je krijgt contrastvloeistof toegediend door middel van een slangetje door je neus of mond via de maag waarna je in verschillende posities onder het röntgenapparaat moet gaan liggen. Ook heb je een dikke-darmfoto, waarbij je dikke darm net als bij het onderzoek hierboven leeg moet zijn. Er wordt via de anus eerst contrastvloeistof en daarna lucht ingespoten, dit laatste gebeurt zodat de darm zich ontplooid en dus beter zichtbaar is.

 

Enteroclysis

Enteroclysis, dit is een speciale techniek om dunne-darmfoto’s te maken waarbij het contrastmiddel via een slangetje in de mond of neusgat wordt ingespoten in plaats van ingeslikt. De dunne darm wordt gevuld met een verdunde bariumpap langs een duodenaalsonde (soort maagsonde geplaatst tot in de dunne darm). Zonder slangetje moet de pap worden opgedronken (± 1 liter) en komt eerst in de maag. Het zal 3 tot 6 uur duren voordat het laatste gedeelte van de dunne darm wordt bereikt. Via het slangetje loopt de pap direct in de dunne darm en komt niet eerst in de maag. Via een pompje, dat aangesloten wordt op het slangetje, loopt de pap met een bepaalde snelheid in de dunne darm. Tijdens het inlopen van de pap worden er verschillende foto’s gemaakt. Om sommige gedeelten van de dunne darm beter te kunnen bekijken, worden er foto’s gemaakt, waarbij er voorzichtig op je buik wordt gedrukt.

 

Intra Veneus Pyelogram

Een röntgenonderzoek waarbij er naar de nieren (renes), urineleiders (ureters) en blaas (vesica urinaria) wordt gekeken, wordt een Intra Veneus Pyelogram (IVP) genoemd. Bij dit onderzoek moeten de darmen schoon zijn, omdat er anders een mogelijkheid bestaat dat een gedeelte van de nieren en/of urineleiders niet goed op de foto te zien zijn. Door middel van een injectie via een bloedvat in de arm, wordt een jodiumhoudend contrastmiddel toegediend waarna er foto's worden gemaakt. Een onderzoek die je 'gratis' bij de IVP krijgt, is de cystogram (cyst=blaas, grafie=afbeelding). Hierbij wordt via een katheter (een slangetje dat via de plasbuis in de blaas wordt gelegd) de blaas met een vloeistof gevuld die op een Röntgenfoto zichtbaar is. Hiermee kunnen grotere tumoren zichtbaar worden en bijvoorbeeld fistels. Na het legen van de blaas kan tevens beoordeeld worden in hoeverre de blaas leeg komt.

 

CT-scan

Naast de röntgentechniek is er nog een andere beeldvormende techniek: de CT-scan (Computertomografie). Op een CT-scan blijven botstructuren als op gewone Röntgenfoto's heel goed te zien, maar daarnaast zijn de omgevende weke delen ook enigszins zichtbaar. Een röntgenfoto is een soort portret waarop men verschijnt in dezelfde houding als waarin men is gefotografeerd, terwijl een CT-scan eigenlijk een doorsnede is van het lichaam die door de computer is getekend. Dat heeft te maken met de manier waarop een CT-scan wordt gemaakt. Je moet daarvoor onbeweeglijk op een soort matras liggen, terwijl het lichaamsdeel waar het om gaat in de opening ligt van de scanner. De CT-scanner is een soort ring waar het te scannen lichaamsdeel "plakje voor plakje" doorgeschoven wordt, waardoor je een dwarsdoorsnede van het lichaam krijgt.

 

Spiraal-CT-scan

Een nieuwe ontwikkeling is de Spiraal-CT-scan. Deze nieuwe techniek is sneller en op de foto's is meer te zien dan bij een gewone CT-scan. Bij de spiraal-CT-scan wordt niet plakje voor plakje gescand maar wordt een zogenaamde volumescan gemaakt in één doorlopende spiraalvormige beweging van de Röntgenbron. Er kunnen in zeer korte tijd heel dunne dwarsdoorsneden worden gemaakt, waarmee driedimensionale afbeeldingen kunnen worden gereconstrueerd.

 

MRI-scan

Bij de MRI-scan (Magnetic Resonance Imaging), ook wel magneetscan genoemd, worden eveneens doorsneden gemaakt door het lichaam heen, in drie dimensies. Je komt in een lange tunnel te liggen die een sterke magneet bevat, waarbij het water in de weefsels gemagnetiseerd wordt. Hierdoor gaan in het weefsel de wateratomen zich als miniatuurmagneetjes gedragen. Ook worden vanuit de scannertunnel radiogolven uitgezonden van een golflengte die de watermagneetjes als het ware doen meetrillen (resoneren) waarbij ze energie uit de radiogolven in zich opnemen. Als de radiogolf wordt gestopt wordt de eerder opgenomen energie uitgezonden als een signaal. Uit deze signalen kan de computer van het apparaat de samenstelling van de verschillende weefsels berekenen en ze uittekenen in de vorm van een doorsnede (de MRI-scan). Gebieden waar geen water is, zoals lucht of bot, geven geen signaal en zijn zwart op de scan.

 

Supermagneet

Omdat dit onderzoek wordt gedaan met een supermagneet, mag er geen metaal in de MRI kamer komen. Een metalen voorwerp zou een levensgevaarlijk projectiel worden onder invloed van deze magneet. Dat houdt ook in dat mensen met metalen voorwerpen (bijvoorbeeld een pacemaker, kunstlens etc.) in hun lichaam meestal geen MRI scan kunnen ondergaan.

 

20 minuten tot een uur

Een MRI-onderzoek duurt 20 minuten tot ongeveer een uur. Vaak kun je er naar muziek luisteren en je eigen CD meenemen. Mensen met een pacemaker kunnen dit onderzoek niet ondergaan, omdat de pacemaker dan ontregeld raakt door het magneetveld. Om bloedvaten of tumoren nog beter te kunnen zien, wordt ook wel gebruik gemaakt van Magnetic Resonance Angiography (MRA). Deze techniek werkt hetzelfde als bij MRI, alleen wordt er vooraf contrastvloeistof (gadolinium) ingespoten.

 

Virtuele coloscopie

Een nieuwe onderzoeksmethode is de virtuele coloscopie. Hierbij kan het weefsel van de dikke darm 3-dimensionaal worden onderzocht, op een computerscherm. Virtuele coloscopie gebeurd op 2 manieren; via MRI en CT-coloscopie (oftewel colografie). MRI wordt (nog) weinig toegepast. Bij colografie wordt gebruik gemaakt van de CT-scanner en een computer die is uitgerust met speciale virtuele reality software. Hoewel de CT-scan horizontale doorsnede-beelden maakt van het menselijk lichaam, kan de software die beelden elektronisch herberekenen, zodat er beelden ontstaan die de indruk geven dat ze de binnenkant van de dikke darm weergeven.

 

Achterom of opzij

Dankzij deze projectie kijk je niet door een koker maar kun je ook achterom of opzij kijken in de dikke darm, waardoor je ook tussen de plooien van de darm kan zoeken naar bijvoorbeeld poliepen of zweren. Met een gewone endoscoop kun je niet tussen de darmplooien komen. De virtuele coloscopie heeft alleen geen mogelijkheden voor verder onderzoek (zoals afnemen van weefselstalen) of voor behandeling (wegnemen van poliepen, stelpen van bloedingen, openmaken van vernauwingen), wat de gewone coloscopie wel kan. Voordeel van virtuele coloscopie is dat er geen endoscoop hoeft worden ingebracht in de darmen, maar dat een gang door de CT-scanner volstaat. Het nadeel is dat er lucht ingeblazen wordt, wat erg onaangenaam is. Bovendien geeft het röntgenstraling, waar je zuinig mee moet zijn omdat het op den duur schadelijk zou kunnen zijn voor het lichaam. De computer die deze beelden moet maken is erg duur en voor een radioloog is het bekijken van de foto's tijdrovend.

 

Defaecografie

Dan is er nog een röntgenonderzoek: defaecografie, dit is een onderzoek van de defaecatie (het ontlasten). Hierbij wordt via een slangetje in de anus de endeldarm gevuld met dikke bariumpap (bariumsulfaat suspensie). De bariumpap lijkt wat volume betreft op echte ontlasting. Vervolgens moet je proberen de bariumpap net als gewone ontlasting uit te drukken op een zogenaamde defaecografiestoel. Deze stoel is vergelijkbaar met de normale toiletpot en staat op een röntgentafel. Van het hele proces worden röntgenfoto's gemaakt. De bewegingen van de bekkenbodem, de endeldarm en de anus kunnen zo bij rust, knijpen en persen worden onderzocht. Afwijkingen in de bewegingen van de bekkenbodem en de anus, uitzakken van de endeldarm of uitpuilen van de endeldarm in de vagina kunnen op deze manier worden aangetoond.

 


 

Endoscopisch onderzoek

Endoscopie ('endo' betekent 'van binnen' en 'scoop' betekent 'kijker') is het bekijken van inwendige organen met behulp van een endoscoop die via natuurlijke lichaamsopeningen ingebracht wordt. Een endoscoop is een flexibele (=buigzame) buis en heeft aan de punt een klein cameraatje en een lampje, waardoor het onderzoek op een televisiescherm te volgen is.

 

Biopt

Door de flexibele buis kan de arts instrumenten schuiven, waarmee bijvoorbeeld een klein 'hapje' (biopt) uit het slijmvlies kan worden weggenomen. Het biopt kan vervolgens verder worden onderzocht op afwijkingen. Zo'n biopsie doet geen pijn, omdat de meeste inwendige organen geen pijnvezels hebben. Al naar gelang het orgaan dat van binnen wordt bekeken, wordt een andere naam gebruikt. We bespreken hier alleen de onderzoeken die betrekking hebben op het maag-darmstelsel en de urinewegen.

 

Coloscopie

De colo(no)scopie: hierbij wordt in de dikke darm of "colon" gekeken en eventueel in het laatste deel van de dunne darm of "ileum". Om het onderzoek goed te kunnen uitvoeren, moet je dikke darm helemaal leeg zijn. Hiervoor zijn verschillende methoden, die per ziekenhuis variëren. In veel gevallen moet je het laxeermiddel klean-prep of Colofort drinken met daarbij een dieet. De twee laxeermiddelen zijn PEG-oplossingen (percutane endoscopische gastronomie). Ze bevatten de laxerende stof macrogol, welke niet door de darmwand wordt opgenomen maar wel vocht vasthoudt. Hierdoor ontstaat de diarree en wordt de dikke darm 'schoongespoeld'. Omdat je daarbij snel zouten en mineralen kwijtraakt, zijn deze aan het middel toegevoegd (elektrolyten).

 

 

Alternatieven voor Klean-prep

Een alternatief voor de vele liters Klean-prep is het middel Phosporal (behoort niet tot de PEG maar de fosfaaticonen), waarvan je minder hoeft te drinken (twee doseringen van 45 ml) en ook minder vies is (smaak gember-citroen). Of het middel MoviPrep of Picoprep, waarvan je "maar" 2 liter in plaats van 4 hoeft te drinken. De laatste is ook een PEG, alleen zijn hier twee stoffen aan toegevoegd (ascorbinezuur en natriumascorbaat) die de laxerende werking versterken waardoor je er minder van nodig hebt.

 

Roesje

Indien je dat wilt, kun je een verdoving (slaapmiddel/ pijnstiller) via een infuus in je hand/arm toegediend krijgen (sedatie, ook wel 'roesje' genoemd). Sommige mensen vallen hiervan in slaap, anderen blijven wakker, maar zijn wat meer ontspannen door het roesje. Heel soms krijgen mensen een narcose.

 

Via de anus

Via de anus wordt de colonoscoop van ongeveer 1 cm doorsnee voorzichtig in de endeldarm gebracht. Daarna wordt deze langzaam en geleidelijk steeds verder in de dikke darm geschoven. Er wordt ook wat lucht langs de endoscoop in de darm geblazen, zodat de darmwanden wat van elkaar af gaan staan.

 

Lucht ingeblazen

Tijdens het onderzoek kunnen sommige aandoeningen meteen al worden behandeld, bijvoorbeeld het openmaken van vernauwingen en het wegnemen van poliepen. Het is een niet zo prettig onderzoek en dat heeft voornamelijk te maken met de lucht die wordt ingeblazen, wat krampen kan veroorzaken. De ene persoon is hier gevoeliger voor dan de ander. Medicijnen mag je voorafgaand aan het onderzoek blijven gebruiken, behalve ijzertabletten, omdat deze de darmwand zwart kleuren. Deze moeten een week voor het onderzoek worden gestopt. Soms moet er ook tijdelijk met bloedverdunners worden gestaakt.

 

Sigmoïdoscopie

Je hebt ook een sigmoïdoscopie, hierbij wordt alleen het laatste deel van de dikke darm (ongeveer 50 cm) bekeken. En een rectoscopie/proctoscopie, waarbij alleen de binnenkant van de endeldarm en anus wordt bekeken. Doordat bij deze 2 laatste onderzoeken een stuk minder lucht wordt ingeblazen heb je veel minder last van krampen.

 

Scopie door stoma

Als je een stoma hebt, kan er ook een scopie worden gedaan via je stoma in plaats van via de anus. Vaak is het onderzoek zelf, maar zeker de voorbereiding, een stuk minder belastend dan door de anus. En een voordeel bij een ileostoma is dat de weg naar de dunne darm veel korter is dan via de anus, de bochten van de dikke darm kunnen erg vervelend zijn. De voorbereiding hangt af van het type stoma dat je hebt. Bij een ileostoma is het vaak voldoende als je op de dag van het onderzoek geen vast voedsel meer eet. Vaak hoeft er niet gelaxeerd te worden. Mensen met een colostoma mogen ook de dag ervoor niet eten en moeten wel laxeren. Door de vastere ontlasting bij een colostoma is de dikke darm moeilijker schoon te krijgen. Bij een ileostoma is dit makkelijker, en kan er bovendien tijdens het onderzoek gemakkelijk dunne ontlasting worden weggezogen. Voor mensen met een colostoma die hun darmen regelmatig spoelen, kan soms wel een uitzondering qua voorbereiding worden gemaakt. Overleg dit met je arts en stomaverpleegkundige! Vaak komt bij mensen met een stoma de ingeblazen lucht er wat sneller uit. Ook duurt het onderzoek vaak een stuk korter.

 

 

Dubbel ballon-endoscopie

Een redelijk nieuwe variant is de dubbel ballon-endoscopie of 'push and pull endoscopy', wat een grote doorbraak is voor aandoeningen aan de dunne darm. Bij de dubbel ballon-endoscoop wordt gewerkt met een twee meter lange, zeer flexibele endoscoop. Deze is, in tegenstelling tot andere scopen, wél in staat de vele bochten van de dunne darm te passeren. Aan het puntje van de scoop zitten twee ballonnetjes. Ieder ballonnetje is van buitenaf te bedienen. Eerst wordt de scoop via de mond ingebracht, waarna hij zijn weg vervolgt via de slokdarm en maag naar de dunne darm. De ballonnetjes klemmen zich vast en laten weer los doordat ze om en om met een beetje lucht worden gevuld of worden laten leeggelopen.

 

10 tot 15 stappen

Door het gebruik van deze ballonnen kan de dunne darm voor het eerst volledig met een scoop worden bekeken. Een arts kan zo de hele darm in 10 tot 15 stappen bereiken. Deze vorm van endoscopie biedt behandelingsmogelijkheden als: poliepsnaring, injectietherapie en dichtbranden (coagulatiebehandeling). Het onderzoek is wel duurder dan de traditionele endoscopie. Dit komt doordat het medische materiaal slechts 1 keer gebruikt kan worden en door de hogere aanschafprijs van de nieuwe scoop.

 

Endomicroscoop

Ook nieuw is de endomicroscoop, die in Frankrijk de prestigieuze onderscheiding voor 'Beste medische toepassing technologie in 2007' heeft gewonnen. Door een endoscoop en een microscoop met elkaar te combineren kan het beeld van de darmwand 1000 keer worden vergroot, hoeven in de toekomst minder weefselbiopten genomen te worden en kan de arts samen met de patholoog ter plekke een diagnose stellen. Endomicroscopie is een samentrekking van twee woorden: endoscopie (inwendig kijken met behulp van een glasvezelkabel) en microscopie (weefsel in de diepte op celstructuren en details onderzoeken). De gouden standaard op dit moment is dat uit elk verdacht plekje in de darm een biopt wordt genomen en dat de patholoog dit onderzoekt. Met de komst van de nieuwe endomicroscoop zou dit kunnen veranderen. Hiermee kunnen de artsen tijdens het onderzoek, met behulp van een contrastvloeistof en tot een diepte van 0,25 tot 0,50 mm, zien of cellen goedaardig of kwaadaardig zijn. Deze scopen zijn alleen erg duur en hebben hun nut nog niet bewezen.

 

Gastroscopie

De gastroscopie; hierbij bekijkt de arts de binnenkant van je maag, de slokdarm en het eerste deel van de twaalfvingerige darm (duodenum). Je maag moet bij dit onderzoek leeg zijn. Eerst krijg je een drankje dat schuimvorming in de maag tegengaat (dit gebeurt niet op alle scopie afdelingen). Schuimvorming is een normale reactie van de maag op een vreemd voorwerp. Bij dit onderzoek kun je door middel van een spray met een bittere smaak (xylocaine) een verdoving in de keel krijgen om de neiging van kokhalzen tegen te gaan, of eventueel een roesje. Er wordt een ring tussen je kaken geplaatst ter bescherming van je gebit en de gastroscoop en daarna wordt de 8 mm dikke gastroscoop door de slokdarm naar de maag geschoven.

 

 

 Lucht

Ook bij dit onderzoek wordt er wat lucht ingeblazen om de maagwand beter te kunnen bekijken. Je kunt tijdens het onderzoek net zo makkelijk ademen als anders. Tijdens het onderzoek kunnen door de endoscoop heen instrumenten ingebracht worden om kleine stukjes weefsel weg te nemen voor verder onderzoek (biopt), om bloedingen te stelpen, om poliepen te verwijderen of om vernauwingen op te rekken.

 

Endo-echografie

Met endo-echografie is het mogelijk de slokdarm, de maag, de alvleesklier, de twaalfvingerige darm, endeldarm en de anale kringspier gedetailleerd in kaart te brengen. Bij endo-echografie zijn de beelden veel scherper dan bijvoorbeeld die van een CT-scan. Bij dit onderzoek wordt een endoscoop met daaraan een echografie-apparaatje ingebracht. Er wordt gebruik gemaakt van geluidsgolven, die door verschillende weefsels in en rond de buik op een andere manier worden weerkaatst. Van deze teruggekaatste golven kan op een monitor een beeld gevormd worden.

 

Twee soorten

Er bestaan twee soorten echo-endoscopieën. Er is de echo-endoscopie die via de mond wordt uitgevoerd. Deze manier gebruikt de arts om slokdarm, maag of alvleesklier te onderzoeken. Daarnaast bestaat er een echo-endoscopie die via de anus plaatsvindt. De arts kan dan de anus, endeldarm en/of dikke darm inspecteren op beschadigingen van de kringspier, het lokaliseren van fistels rond de anus en endeldarmkanker.

 

Camerapil

Je merkt dat er veel ontwikkeling is op dit gebied. Zo zijn onderzoekers aan de TU Delft bezig met een robotslak, wat zelfstandig door het darmkanaal glijdt. Iets wat al in gebruik is, is de camerapil. De Israëlische geheime dienst ontwikkelde hem voor spionagedoeleinden, maar nu wordt de pil vooral in ziekenhuizen gebruikt. Deze pil is net iets groter dan een antibioticapil (weegt 4 gram en is 11 bij 26 millimeter) en in de pil zit een piepklein cameraatje dat 360 graden in beeld kan brengen (in de nieuwste zitten er zelfs 2). Ook bevat het een lichtbron, 2 batterijtjes en een zendertje. Hieronder zie je hoe de camerapil eruit ziet; de gele wordt gebruikt voor dunne darmonderzoek en de witte is specifiek ontworpen om de binnenvoering van de slokdarm te bekijken. De camerapil is een uitkomst bij dunne darmonderzoek want om de hele dunne darm te bekijken, was voorheen een kijkoperatie nodig waarbij je helemaal onder narcose ging. Wel kan met endoscopisch onderzoek het onderste stuk (door de anus) of bovenste stuk (door de mond) van de dunne darm worden bekeken. (Bron afbeelding: Given Imaging (producent van de camerapil)

 

Datarecorder

Je krijgt 3 sensoren (plakkertjes) op je borst geplakt die weer zijn verbonden met een datarecorder die aan een riem wordt gedragen, deze datarecorder registreert de hele reis. Als de pil doorgeslikt is beweegt hij dankzij de natuurlijke samentrekkingen (peristaltiek) van de darmen vooruit. De pil maakt 2 foto's per seconde, uiteindelijk 60.000 opnamen (8 uur, zo lang werken de batterijtjes ongeveer). Je voelt niks van het voortbewegen van de camera en hij verlaat het lichaam via de ontlasting.

 

Gezien als aanvullend onderzoek

De camerapil moet je (nog) wel zien als een aanvullend onderzoek. Bij dit onderzoek kunnen bijvoorbeeld geen hapjes worden genomen van het darmweefsel, de beeldkwaliteit van de camerapil is minder dan die van een gastroscoop, de camerapil is erg duur (circa 550 euro per stuk) en voor onderzoek van de maag is de belichting van de pil onvoldoende. De dikke darm kan niet worden onderzocht, omdat de batterijtjes zijn uitgewerkt als de pil daar aankomt. Bij verdenking op darmvernauwingen is het doen van dit onderzoek niet verstandig omdat de camerapil dan kan vastlopen, wat een operatieve verwijdering noodzakelijk maakt. Uit een studie blijkt dat 40 tot 50% van de afwijkingen die deze camerapil "ziet", niet zouden zijn gevonden via de oudere methoden als een coloscopie. Het onderzoek wordt steeds regelmatiger in verschillende ziekenhuizen uitgevoerd. (Bron afbeelding: GPD)

 

 

 

Cystoscopie

Cystoscopie: dit is een inwendig onderzoek van de plasbuis en blaas (cyst=blaas). Met behulp van een cystoscoop (smalle buis voorzien van een sterke lichtbron) kan de uroloog de blaas en plasbuis (en eventueel de prostaat bij de man) van binnen bekijken. Ook kunnen met dit instrument kleine steentjes of poliepen uit de blaas worden verwijderd. De uroloog brengt de scoop via de plasbuis in de blaas. In de plasbuis wordt wat gelei gespoten. Dit dient als glijmiddel en als verdovingsmiddel van het slijmvlies. Via een slangetje aan de scoop wordt vervolgens een steriele zoutoplossing in de blaas gebracht. Hierdoor ontplooit de blaas zich, waardoor je aandrang tot plassen kunt krijgen. Na het onderzoek kun je zelf de zoutoplossing weer uitplassen.

 

 

 


 

Metingen

Een 24 uurs ambulante drukmeting is een drukmeting van je maag en het eerste deel van je dunne darm (ambulante antroduodenale manometrie). Hierbij wordt er een dun slangetje (katheter) via de neus tot in de maag gebracht. Als het puntje van de katheter zich in de maag bevindt wordt met behulp van röntgenstralen de katheter tot in de dunne darm gebracht. Hierna wordt de katheter gekoppeld aan een draagbaar registratiekastje die je om je hals krijgt. Zoals de naam al zegt blijft de katheter 24 uur zitten. Je hoeft niet in het ziekenhuis te verblijven maar kunt dit onderzoek thuis verder ondergaan. Je mag eten en drinken tijdens de meting en moet een soort dagboek bijhouden.

 

Anale manometrie

Een anale manometrie. Dit is een methode om de werking van de kringspieren en de endeldarm te onderzoeken. Dit onderzoek bestaat uit twee delen. Allereerst het onderzoek van de kringspieren. Hierbij wordt een dun meetslangetje met daaraan een ballonnetje ongeveer 10 centimeter in de anus gebracht. Vervolgens wordt u gevraagd de kringspier aan te spannen (knijpen). De kracht van de kringspier wordt door het meetslangetje geregistreerd. Tenslotte wordt de reactie van de kringspier gemeten door het ballonnetje op te blazen met water of lucht.

 

Endeldarm

Het tweede gedeelte: het onderzoek van de endeldarm. Dit onderzoek is gericht op de gevoeligheid van de endeldarm en op de spanning van de wand van de endeldarm (is de wand heel slap of juist heel stug?). Ook hierbij wordt via de anus een slangetje met een meetballonnetje naar binnen geschoven. Het slangetje wordt verbonden met een computer. Deze computer is in staat allerlei aspecten van de wand van de endeldarm te meten door lucht in het ballonnetje te blazen en er weer uit te zuigen.

 

 

Elektromyografie

Anale manometrie wordt soms gedaan in combinatie met elektromyografie (EMG, meten van spieractiviteit). Dat is een meting om de gevoeligheid van de anus en het laatste stukje van de dikke darm te onderzoeken. Weer wordt een dun slangetje via de anus ingebracht. Met behulp van heel kleine beetjes stroom wordt de activiteit gemeten van de sluitspieren van de anus bij persen en ontspannen. Je moet aangeven wanneer je iets voelt, vaak wordt dat ervaren als kleine "prikjes". (Bron afbeelding: MSTwente)

 

Myofeedback

Een onderzoek om de activiteit van de bekkenbodemspieren te meten is myofeedback. Hierbij wordt er een probe (zie afbeelding) in de anus of vagina gebracht. Je zult oefeningen moeten doen om de bekkenbodemspieren aan te spannen. Op een computerscherm worden de metingen aangegeven. (Bron afbeelding: MSTwente)

 

Slokdarmdrukmeting

Je hebt ook een manometrie van de slokdarm (slokdarmdrukmeting). Het doel van dit onderzoek is om een indruk te krijgen van de spierbewegingen in de slokdarm en de werking van de kringspier op de overgang van slokdarm naar maag. Er wordt via de neus een dun slangetje (=sonde) tot in de maag gebracht. Eventueel kan de neus worden verdoofd met een spray. Als het slangetje in de maag ligt, wordt het centimeter voor centimeter teruggetrokken. Tijdens het gehele onderzoek wordt de spierdruk gemeten. Het onderzoek duurt 30 à 40 minuten.

 

Zuurgraadmeting

In combinatie met een slokdarmdrukmeting wordt vaak een zuurgraadmeting (24 uurs PH-meting) van de maag gedaan. Er wordt een dun slangetje via de neus tot in de slokdarm gebracht. Het slangetje komt vijf centimeter boven de maagingang te liggen. Nadat het slangetje is ingebracht, wordt het gekoppeld aan een draagbaar registratiekastje. Je draagt dit kastje in een tasje om je hals of schouder en kunt hier gewoon mee naar huis en normaal eten en drinken.

 

Maagbarostat

Een onderzoek naar de beweging van de maag is de maagbarostat. De maagwand zet uit na de inname van voedsel. Normaal past de maag zich aan na een maaltijd door te ontspannen. Hierdoor komt er meer ruimte in de maag voor voedsel zonder dat er klachten optreden. Met een maagbarostat wordt onderzocht of de maagwand wel voldoende kan uitzetten zonder overgevoeligheid en of de maag zich wel voldoende ontspant bij de inname van voedsel. Hierbij wordt een dun slangetje met daaraan een lege ballon via de mond in de maag gebracht. Je keel wordt verdoofd met een spray om het kokhalzen tegen te gaan. Eerst wordt de ballon stapsgewijs opgeblazen. Tijdens het opblazen moet je aangeven wat je voelt aan de hand van een scorelijst. Daarna krijg je een vloeibare maaltijd waarna gedurende 1 uur gemeten wordt in welke mate de maag zich ontspant als reactie op deze maaltijd.

 

Capsule

Een zuurgraadmeting van de maag. Dit onderzoek wordt uitgevoerd om te bepalen of maagzuur van de maag naar de slokdarm terugstroomt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een capsule zo groot als de dop van een pen, die de zuurgraad kan meten en registreren in een apparaat. Die capsule wordt met behulp van een katheter in de maag gebracht. Nadat je keel verdoofd is, moet je het slangetje met daaraan de capsule doorslikken. De capsule wordt in de slokdarm aan de wand vastgemaakt, dit doet geen pijn. Je krijgt een klein kastje dat de informatie van de capsule opslaat, het kastje is zo groot als een walkman en draag je tijdens de gehele meting bij je (48 uur). Enkele dagen na het inbrengen van de capsule raakt hij vanzelf los van de slokdarmwand. Via het darmstelsel en de ontlasting verlaat de capsule je lichaam.

 

Ademtest

De ademtest, hiervan bestaan verschillende soorten. Het principe is dat er een bepaalde stof wordt ingenomen en naar gelang een goede of foute werking van het maag-darmstelsel wordt de stof ofwel opgenomen in het lichaam, ofwel via de longen weer uitgeademd. Door het meten van de stof in de uitgeademde lucht kan duidelijk worden of er bijvoorbeeld sprake is van een versnelde darmpassage, bacteriële overgroei in de dunne darm of lactose-intolerantie. Voordat je de stof inneemt moet je blazen in een buisje. Na het eerste ademmonster krijg je de stof te drinken/eten. Vervolgens wordt er maximaal 4 uur met regelmaat een ademmonster genomen.

 

 

Urodynamisch onderzoek

Een onderzoek van de blaas is een blaasdrukmeting of urodynamisch onderzoek (UDO). Hierbij wordt de druk gemeten in de blaas, de plasbuis en de buik. Vaak bij ongewenst urineverlies. Bij dit onderzoek wordt een dun slangetje (katheter) door de urinebuis in de blaas gebracht. Aan het einde van de katheter zit een kleine drukmeter. Deze meet de druk in de blaas en urinebuis. In veel ziekenhuizen brengt de arts ook een katheter met een drukmeter in het einde van de dikke darm (rectum) in. Op de huid in de buurt van de anus worden elektroden geplakt. Deze meten hoe sterk de bekkenbodemspieren zijn.

 

Computer

Alle gegevens worden in een computer vastgelegd en berekend. Zo krijgt de arts informatie over de blaasinhoud, de blaasdruk, de afsluitdruk van de urinebuis, de stroomsnelheid door de urinebuis en de kracht van de bekkenbodemspieren. Ook wordt zichtbaar of je urine verliest en wat de oorzaak ervan is. Het onderzoek duurt een half uur tot een uur.

 

 Uroflowmetrie

Dan als laatste meting: de uroflowmetrie, die vaak in combinatie met het onderzoek hierboven wordt gedaan. Dit is het meten van de urinestroom. De urinestroom wordt gemeten door te plassen in een speciaal toilet (uroflow) dat voorzien is van meetapparatuur. Deze apparatuur meet de kracht van de urinestraal en de hoeveelheid geplaste urine.

 

Pijnloos

Het is een eenvoudig en pijnloos onderzoek en je merkt niets van de meting, dit gebeurt automatisch als je in de uroflow plast. Het is belangrijk dat je met een volle blaas naar het ziekenhuis komt en de uren voor het onderzoek niet geplast hebt. Bij dit onderzoek wordt er gekeken of je blaas goed werkt, of je een vernauwing in je plasbuis hebt en kan meer duidelijkheid geven bij klachten aan de prostaat. Aansluitend wordt met een echo-apparaat gekeken of de blaas leeg is.

 

 

 


 

Radioactief

Een isotopen onderzoek. Isotopen zijn stoffen die gedurende een beperkte tijd radioactieve stralen uitzenden. Deze stralen kunnen ze met een camera opvangen en in het lichaam lokaliseren. Bij chronische darmziekten gebruiken ze vooral de witte bloedcellen scan als isotopenonderzoek. Er wordt eerst een kleine hoeveelheid bloed afgenomen. Daarna wordt er buiten het lichaam aan de witte bloedcellen een licht radioactieve stof (isotoop) vastgehecht. Dan wordt het afgenomen bloed via een infuus weer terug in het lichaam gebracht. De witte bloedcellen die met een isotoop zijn gemarkeerd gaan bij voorkeur naar plaatsen in het lichaam waar zich ontstekingen bevinden. Dit wordt door middel van een camera geregistreerd zodat ze bijvoorbeeld bij colitis ulcerosa kunnen zien hoeveel dikke darm er ontstoken is en hoe ernstig de ontsteking is. Het onderzoek duurt ruim een halve dag en is niet pijnlijk.

 

Maagledigingsonderzoek

Maagledigingsonderzoek (Scintigrafie). Bij dit onderzoek wordt de snelheid gemeten waarmee voedsel in de maag wordt verwerkt en daarna uitgescheiden naar de darmen. Je krijgt een proefmaaltijd te eten (bijvoorbeeld gebakken ei of pannenkoek) en die maaltijd bevat een kleine hoeveelheid radioactieve deeltjes. Daarna wordt de maaltijd door een gammacamera, die tegen de buik wordt gehouden, op een beeldscherm gevolgd en worden er continu foto’s gemaakt. Dit gebeurt in een half liggende houding waarbij het erg belangrijk is dat je zo stil mogelijk ligt. Dit onderzoek duurt ongeveer 2 uur. In sommige ziekenhuizen wordt het maagontledigingsonderzoek ook met een ademtest gedaan. De proefmaaltijd bevat dan geen radioactieve stof maar gelabeld koolstof.

 

Pin It
Laatst aangepast op donderdag 11 juni 2015 20:53
 
Terug naar boven

twitter

Linkedinfacebook

Youtubeemail