Onderzoeken - Röntgenonderzoek
Inhoudsopgave
Onderzoeken
Algemeen onderzoek
Laboratoriumonderzoek
Röntgenonderzoek
Endoscopisch onderzoek
Metingen
Radioactief
Alle pagina's

 

Röntgenonderzoek

Een veel voorkomend onderzoek is het röntgenonderzoek. Bij het maken van röntgenfoto's worden stralen vanuit een stralenbron door het lichaam van een patiënt heen op een fotografische plaat of televisiescherm geprojecteerd. Botten houden de stralen tegen en geven dus schaduwen. De foto's zien eruit als een fotonegatief. Om op een foto de darmen of blaas zichtbaar te krijgen, wordt vaak een contrastmiddel toegepast. Dat is een middel dat net als de botten de stralen niet of veel minder laat doordringen tot op de fotografische plaat of het televisiescherm. De contrastvloeistof verlaat het lichaam weer met de ontlasting of urine.

 

Verschillende soorten

Je hebt verschillende soorten röntgenonderzoeken. Allereerst de buikoverzichtsfoto. Dit is een röntgenfoto van de gehele buik, waarbij geen contrastvloeistof gebruikt wordt. Wanneer er bijvoorbeeld spraken is van ernstige verstopping, is op de foto de stapeling van grote hoeveelheden ontlasting zichtbaar. Een onderzoek waarbij ze de buikoverzichtsfoto gebruiken is de Pellet-passagetest. Je moet dan korreltjes of ringetjes slikken, die op een röntgenfoto zichtbaar zijn, zodat het transport van voedsel door het darmkanaal kan worden gevolgd. Daarna worden er een aantal dagen achter elkaar röntgenfoto's gemaakt, zodat te zien is waar de ringetjes zich in het darmkanaal bevinden. Zijn er bijvoorbeeld na 4 dagen nog steeds ringetjes zichtbaar dan is er sprake van verstopping. Dit onderzoek mag echter nooit worden uitgevoerd als er gedacht wordt aan een vernauwing van de darm.

Dikke-darmfoto

Je hebt ook röntgenonderzoeken waarbij er een specifiek onderdeel wordt gefotografeerd. Bijvoorbeeld bij een dunne-darmfoto. Hierbij moet je dunne darm leeg zijn, dit gebeurt door een te volgen dieet in combinatie met laxerende medicatie. Je krijgt contrastvloeistof toegediend door middel van een slangetje door je neus of mond via de maag waarna je in verschillende posities onder het röntgenapparaat moet gaan liggen. Ook heb je een dikke-darmfoto, waarbij je dikke darm net als bij het onderzoek hierboven leeg moet zijn. Er wordt via de anus eerst contrastvloeistof en daarna lucht ingespoten, dit laatste gebeurt zodat de darm zich ontplooid en dus beter zichtbaar is.

 

Enteroclysis

Enteroclysis, dit is een speciale techniek om dunne-darmfoto’s te maken waarbij het contrastmiddel via een slangetje in de mond of neusgat wordt ingespoten in plaats van ingeslikt. De dunne darm wordt gevuld met een verdunde bariumpap langs een duodenaalsonde (soort maagsonde geplaatst tot in de dunne darm). Zonder slangetje moet de pap worden opgedronken (± 1 liter) en komt eerst in de maag. Het zal 3 tot 6 uur duren voordat het laatste gedeelte van de dunne darm wordt bereikt. Via het slangetje loopt de pap direct in de dunne darm en komt niet eerst in de maag. Via een pompje, dat aangesloten wordt op het slangetje, loopt de pap met een bepaalde snelheid in de dunne darm. Tijdens het inlopen van de pap worden er verschillende foto’s gemaakt. Om sommige gedeelten van de dunne darm beter te kunnen bekijken, worden er foto’s gemaakt, waarbij er voorzichtig op je buik wordt gedrukt.

 

Intra Veneus Pyelogram

Een röntgenonderzoek waarbij er naar de nieren (renes), urineleiders (ureters) en blaas (vesica urinaria) wordt gekeken, wordt een Intra Veneus Pyelogram (IVP) genoemd. Bij dit onderzoek moeten de darmen schoon zijn, omdat er anders een mogelijkheid bestaat dat een gedeelte van de nieren en/of urineleiders niet goed op de foto te zien zijn. Door middel van een injectie via een bloedvat in de arm, wordt een jodiumhoudend contrastmiddel toegediend waarna er foto's worden gemaakt. Een onderzoek die je 'gratis' bij de IVP krijgt, is de cystogram (cyst=blaas, grafie=afbeelding). Hierbij wordt via een katheter (een slangetje dat via de plasbuis in de blaas wordt gelegd) de blaas met een vloeistof gevuld die op een Röntgenfoto zichtbaar is. Hiermee kunnen grotere tumoren zichtbaar worden en bijvoorbeeld fistels. Na het legen van de blaas kan tevens beoordeeld worden in hoeverre de blaas leeg komt.

 

CT-scan

Naast de röntgentechniek is er nog een andere beeldvormende techniek: de CT-scan (Computertomografie). Op een CT-scan blijven botstructuren als op gewone Röntgenfoto's heel goed te zien, maar daarnaast zijn de omgevende weke delen ook enigszins zichtbaar. Een röntgenfoto is een soort portret waarop men verschijnt in dezelfde houding als waarin men is gefotografeerd, terwijl een CT-scan eigenlijk een doorsnede is van het lichaam die door de computer is getekend. Dat heeft te maken met de manier waarop een CT-scan wordt gemaakt. Je moet daarvoor onbeweeglijk op een soort matras liggen, terwijl het lichaamsdeel waar het om gaat in de opening ligt van de scanner. De CT-scanner is een soort ring waar het te scannen lichaamsdeel "plakje voor plakje" doorgeschoven wordt, waardoor je een dwarsdoorsnede van het lichaam krijgt.

 

Spiraal-CT-scan

Een nieuwe ontwikkeling is de Spiraal-CT-scan. Deze nieuwe techniek is sneller en op de foto's is meer te zien dan bij een gewone CT-scan. Bij de spiraal-CT-scan wordt niet plakje voor plakje gescand maar wordt een zogenaamde volumescan gemaakt in één doorlopende spiraalvormige beweging van de Röntgenbron. Er kunnen in zeer korte tijd heel dunne dwarsdoorsneden worden gemaakt, waarmee driedimensionale afbeeldingen kunnen worden gereconstrueerd.

 

MRI-scan

Bij de MRI-scan (Magnetic Resonance Imaging), ook wel magneetscan genoemd, worden eveneens doorsneden gemaakt door het lichaam heen, in drie dimensies. Je komt in een lange tunnel te liggen die een sterke magneet bevat, waarbij het water in de weefsels gemagnetiseerd wordt. Hierdoor gaan in het weefsel de wateratomen zich als miniatuurmagneetjes gedragen. Ook worden vanuit de scannertunnel radiogolven uitgezonden van een golflengte die de watermagneetjes als het ware doen meetrillen (resoneren) waarbij ze energie uit de radiogolven in zich opnemen. Als de radiogolf wordt gestopt wordt de eerder opgenomen energie uitgezonden als een signaal. Uit deze signalen kan de computer van het apparaat de samenstelling van de verschillende weefsels berekenen en ze uittekenen in de vorm van een doorsnede (de MRI-scan). Gebieden waar geen water is, zoals lucht of bot, geven geen signaal en zijn zwart op de scan.

 

Supermagneet

Omdat dit onderzoek wordt gedaan met een supermagneet, mag er geen metaal in de MRI kamer komen. Een metalen voorwerp zou een levensgevaarlijk projectiel worden onder invloed van deze magneet. Dat houdt ook in dat mensen met metalen voorwerpen (bijvoorbeeld een pacemaker, kunstlens etc.) in hun lichaam meestal geen MRI scan kunnen ondergaan.

 

20 minuten tot een uur

Een MRI-onderzoek duurt 20 minuten tot ongeveer een uur. Vaak kun je er naar muziek luisteren en je eigen CD meenemen. Mensen met een pacemaker kunnen dit onderzoek niet ondergaan, omdat de pacemaker dan ontregeld raakt door het magneetveld. Om bloedvaten of tumoren nog beter te kunnen zien, wordt ook wel gebruik gemaakt van Magnetic Resonance Angiography (MRA). Deze techniek werkt hetzelfde als bij MRI, alleen wordt er vooraf contrastvloeistof (gadolinium) ingespoten.

 

Virtuele coloscopie

Een nieuwe onderzoeksmethode is de virtuele coloscopie. Hierbij kan het weefsel van de dikke darm 3-dimensionaal worden onderzocht, op een computerscherm. Virtuele coloscopie gebeurd op 2 manieren; via MRI en CT-coloscopie (oftewel colografie). MRI wordt (nog) weinig toegepast. Bij colografie wordt gebruik gemaakt van de CT-scanner en een computer die is uitgerust met speciale virtuele reality software. Hoewel de CT-scan horizontale doorsnede-beelden maakt van het menselijk lichaam, kan de software die beelden elektronisch herberekenen, zodat er beelden ontstaan die de indruk geven dat ze de binnenkant van de dikke darm weergeven.

 

Achterom of opzij

Dankzij deze projectie kijk je niet door een koker maar kun je ook achterom of opzij kijken in de dikke darm, waardoor je ook tussen de plooien van de darm kan zoeken naar bijvoorbeeld poliepen of zweren. Met een gewone endoscoop kun je niet tussen de darmplooien komen. De virtuele coloscopie heeft alleen geen mogelijkheden voor verder onderzoek (zoals afnemen van weefselstalen) of voor behandeling (wegnemen van poliepen, stelpen van bloedingen, openmaken van vernauwingen), wat de gewone coloscopie wel kan. Voordeel van virtuele coloscopie is dat er geen endoscoop hoeft worden ingebracht in de darmen, maar dat een gang door de CT-scanner volstaat. Het nadeel is dat er lucht ingeblazen wordt, wat erg onaangenaam is. Bovendien geeft het röntgenstraling, waar je zuinig mee moet zijn omdat het op den duur schadelijk zou kunnen zijn voor het lichaam. De computer die deze beelden moet maken is erg duur en voor een radioloog is het bekijken van de foto's tijdrovend.

 

Defaecografie

Dan is er nog een röntgenonderzoek: defaecografie, dit is een onderzoek van de defaecatie (het ontlasten). Hierbij wordt via een slangetje in de anus de endeldarm gevuld met dikke bariumpap (bariumsulfaat suspensie). De bariumpap lijkt wat volume betreft op echte ontlasting. Vervolgens moet je proberen de bariumpap net als gewone ontlasting uit te drukken op een zogenaamde defaecografiestoel. Deze stoel is vergelijkbaar met de normale toiletpot en staat op een röntgentafel. Van het hele proces worden röntgenfoto's gemaakt. De bewegingen van de bekkenbodem, de endeldarm en de anus kunnen zo bij rust, knijpen en persen worden onderzocht. Afwijkingen in de bewegingen van de bekkenbodem en de anus, uitzakken van de endeldarm of uitpuilen van de endeldarm in de vagina kunnen op deze manier worden aangetoond.

 



Laatst aangepast op donderdag 11 juni 2015 20:53
 
Terug naar boven

twitter

Linkedinfacebook

Youtubeemail