Oorzaken maag, darm, urinewegen
Inhoudsopgave
Oorzaken maag, darm, urinewegen
Anusatresie
Diverticulitis
Dikke darmpoliepen
Kanker
Fistel
Endeldarmverzakking
Ontstekingsziekten (de ziekte van Crohn/colitis ulcerosa)
De ziekte van Hirschsprung
Slow Transit Constipatie/Obstipatie
Malrotatie
C.I.I.P
Blaasproblemen
Maagproblemen
Alle pagina's
Pin It

 

Oorzaken van een stoma

Er zijn heel veel verschillende oorzaken waarom er wordt besloten om bij iemand een stoma aan te leggen. Op deze pagina's zetten we de oorzaken rondom de aandoeningen van de maag, darm en urinewegen voor je op een rijtje. Ongeveer 80% van alle stoma's wordt aangelegd bij mensen met een kwaadaardige aandoening.

 

 

Bron afbeelding uit het boek: Anatomy & Pathologie, 4th Edition
Vertaling Copyright © Stichting Stomaatje

 


 

Anusatresie

Het betekent letterlijk: een anus die ontbreekt. Anus is Latijns voor "poepgaatje" en atresie komt uit het Grieks en betekent "het niet aangelegd of later weer dichtgegroeid zijn van natuurlijke openingen of kanalen". De officiële medische term is Congenitale AnoRectale Malformatie (CARM). Jaarlijks worden er ongeveer 40 baby's met deze afwijking geboren, de oorzaak is niet bekend. Als er een kind met een anusatresie geboren wordt, is er voor de ouders waarschijnlijk een herhalingskans van ongeveer 1%. Een erfelijke factor lijkt dus een beperkte rol te spelen.

 

Vaak meer afwijkingen

Bij sommige kinderen is er wel iets van een uitgang te zien, maar op een afwijkende plaats, en zeer nauw. De anus kan in elk geval niet normaal functioneren en hierdoor kan het kind zijn of haar ontlasting niet kwijt. Vaak heeft een kind geboren met anusatresie meer afwijkingen, zoals aan de urinewegen of nieren, de slokdarm, het skelet of de geslachtsorganen.

 

Tijdelijk stoma

Met een operatie wordt er vaak een tijdelijk stoma aangelegd, zodat de ontlasting het lichaam kan verlaten. Later maakt een chirurg een opening op de plaats waar de anus hoort te zitten. Het stoma wordt dan na enige tijd weer gesloten. Een fysiotherapeut kan helpen bij het trainen van spieren om de uitscheiding van de ontlasting te leren beheersen en zo ontlastingsincontinentie te verhelpen of verminderen.

 


 

Divertikels

Divertikels zijn kleine uitstulpingen van de slijmvlieslaag door de spierlaag van de darm. Je kunt ze vergelijken met de binnenband van een fiets die op een zwakke plek door de buitenband naar buiten drukt. Dan krijg je ook een uitstulping. Divertikels kunnen zich op iedere plek in het maag-darmkanaal voordoen, maar ontstaan meestal in de dikke darm (het colon) en vooral in het laatste deel ervan (het colon sigmoïdeum).

 

Oorzaak

Het is niet helemaal zeker wat de oorzaak van divertikels is. Omdat divertikels vooral bij mensen in de westerse wereld voorkomen, neemt men aan dat het iets te maken heeft met verstopping en een vezelarm dieet. In ontwikkelingslanden eet men meestal vezelrijker dan in de westerse wereld. De ontlasting blijft bij een vezelarm dieet langer in de darmen, waardoor er meer druk op de darmwand kan ontstaan. Dit zou de vorming van de uitstulpingen tot gevolg hebben.

 

Diverticulosis

Diverticulosis (het voorkomen van divertikels in de dikke darm) wordt beschouwd als de meest voorkomende afwijking van de dikke darm in de westerse wereld. De kans dat iemand ooit in zijn leven divertikels krijgt wordt op ongeveer 40 tot 50% geschat. Je kunt divertikels hebben zonder dat je dit weet, slechts in zo'n 5 tot 20% van de gevallen geven divertikels aanleiding tot klachten. De klachten ontstaan meestal pas als voedselresten in de divertikels achterblijven, waardoor bacteriën zich gaan vermenigvuldigen.

 

Diverticulitis

Een divertikel kan dan gaan ontsteken: dit noem je diverticulitis. Een enkele keer is de ontsteking zo ernstig dat de divertikel knapt en de darminhoud de buikholte instroomt (perforatie). Dit veroorzaakt buikvliesontsteking. Dit is een levensbedreigende situatie die vrijwel altijd leidt tot een operatie.

 

Geen poliepen

Divertikels moeten niet verward worden met darmpoliepen. Poliepen groeien op het slijmvlies van de darm naar binnen en kunnen darmkanker veroorzaken, terwijl divertikels door de darmwand heen de buikholte in groeien en nooit kwaadaardig worden. Ze zijn meestal onschuldig, maar als ze ontstoken raken kunnen ze complicaties geven.

 

 

 


 

Dikke darmpoliepen

Een dikke darmpoliep is een woekering van het slijmvlies van de dikke darm en groeit vanaf de buitenkant van de darm naar binnen. Een poliep kan verschillende vormen hebben; hij kan eruit zien als een bolletje, een paddenstoel of zo plat als een knoop. Dikke darmpoliepen kunnen heel klein zijn (zo klein als een speldenknop) maar ook kunnen ze tot wel enkele centimeters in doorsnede voorkomen. Sommige mensen hebben slechts één poliepje in hun dikke darm, maar meestal zijn het er meer en een enkele maal is het slijmvlies van de dikke darm bezaaid met poliepen. (Voorbeeld rechts van een platte en een steel-poliep.


 

Goedaardige gezwellen

Veel mensen worden ongerust als ze te horen krijgen dat ze dikke darmpoliepen hebben. Gelukkig zijn de meeste dikke darmpoliepen goedaardige gezwellen (niet-neoplastische poliepen). Slechts in een klein percentage poliepen kunnen ‘onrustige cellen’ voorkomen, adenomen genoemd. Deze adenomen kunnen na verloop van tijd veranderen in kwaadaardige gezwellen (neoplastische poliepen) en zo dikke darmkanker veroorzaken.

 

Onderzoek

Aan de ‘buitenkant’ is niet te zien of een poliep goed- of kwaadaardig is. Dit blijkt pas na onderzoek. Daarom moet elke poliep verwijderd en onderzocht worden. Ook is het zo dat 1 op de 20 goedaardige dikke darmpoliepen later toch kwaadaardig worden, waardoor het verstandig is alle poliepen te verwijderen. Zo wordt ook voorkomen dat een poliep groter groeit en ze de doorgang van de darm belemmert.

 

Soms een erfelijke rol

Voor het ontstaan van poliepen en darmkanker speelt in sommige gevallen erfelijkheid een rol. Bijvoorbeeld bij het ‘Heriditair Non-Polyposis Colorectaal Carcinoom’, kortweg HNPCC, ‘familiaire (erfelijke) dikke darmkanker’ of ‘Lynch syndroom’ genoemd. Er zijn niet extreem veel poliepen, maar de eenmaal ontstane poliepen kunnen zich bij deze mensen sneller ontwikkelen tot kanker. Ongeveer 1-5% van alle mensen met dikke darmkanker heeft de ziekte gekregen door erfelijke aanleg voor HNPCC.

 

FAP

Ook bestaat er de ziekte ‘familiaire adenomateuze polyposis’, kortweg FAP genoemd. FAP is een erfelijke aandoening waarbij talrijke goedaardige gezwellen (poliepen) in de darmen ontstaan. Dat begint meestal vanaf een leeftijd van 10-30 jaar. Als niets tegen die poliepen wordt gedaan, ontstaat op den duur dikke darmkanker. Vanwege het zeer grote risico op kwaadaardig worden van één of meer poliepen wordt vaak bij personen met FAP uit voorzorg de gehele dikke darm chirurgisch weggenomen. Mensen met FAP bij wie niets wordt gedaan, hebben rond hun 45e jaar vrijwel 100% kans op dikke darmkanker. Ongeveer 1% van alle mensen met dikke darmkanker heeft de ziekte gekregen vanwege FAP. Daarnaast bestaat er ook MUTYH associated polyposis (MAP), dit zit op een ander gen dan FAP en lijkt langzamer te groeien en is minder erfelijk.

 

 

 


 

Kanker

Je kunt door verschillende vormen van kanker een stoma krijgen. Te denken valt hierbij aan kanker in de darm, blaas, slokdarm of maag. Maar ook door kanker aan de eierstokken of baarmoeder (hals) kan het nodig zijn dat er een stoma moet worden aangelegd (gynaecologische kanker). Een gemeenschappelijk kenmerk van alle vormen van kanker is een ongeremde celdeling. Miljarden cellen vormen de bouwstenen van ons lichaam. Veel cellen hebben het vermogen tot celdeling: uit 1 cel ontstaan 2 nieuwe cellen, die zich op hun beurt ook weer delen, enzovoort. Celdeling is noodzakelijk om te groeien en om beschadigde en oude cellen te vervangen.
 

Onherstelbaar beschadigd

Lichaamscellen kunnen door allerlei invloeden beschadigd raken. Vaak kan de schade weer worden hersteld, maar een cel kan ook onherstelbaar beschadigd raken. De beschadiging kan leiden tot een aantal veranderingen in de genen. Hierdoor raken de groei, de deling en de ontwikkeling van de cel ontregelt. Er ontstaat een ongeremde celdeling die leidt tot een gezwel of tumor. Er zijn goedaardige en kwaadaardige tumoren en alleen bij kwaadaardige tumoren is er sprake van kanker.

 

Dikkedarmkanker

Darmkanker is de tweede meest voorkomende vorm van kanker. Maar als het in een vroeg stadium wordt opgespoord, is het heel goed te behandelen. Het komt vooral voor bij mensen die ouder zijn dan 55 jaar, maar kan ook voorkomen op jongere leeftijd. Meer dan de helft van de tumoren ontstaat in de dikke darm of endeldarm, vandaar dat met darmkanker meestal "dikkedarmkanker" (colorectale kanker) wordt bedoeld. Alle darmkanker begint met poliepvorming.

 

Endeldarm en anale kanker

Behavle dikkedarmkanker kom ook endeldarmkanker vaak voor, men noemt dit ook wel in de medische wereld "rectumcarcinoom". Ook bestaat er anale kanker (kanker van de anus/anuskanker/anuscarcinoom). Kanker van de anus komt slechts sporadisch voor. Zo ook dunnedarmkanker, deze diagnose wordt zo'n 150 keer per jaar gesteld.

 

 

 


 

Fistel

Een fistel is een niet natuurlijke buisvormige verbinding ("gangetje") tussen een lichaamsholte of een klier en de huid. Een fistel ontstaat meestal na een ontsteking. Als de ontsteking zich heeft uitgebreid tot de huid kan deze spontaan openbreken, of na insnijding worden doorgebroken. Als de ontsteking zelf is genezen, kan er toch een fistel overblijven, waar af en toe wat vuil of vocht uit naar buiten kan komen (of zelfs stoelgang als het een verbinding met de darm betreft, of urine bij een opening met de blaas).

 

Dichtgroeien

Meestal groeit de fistel vanzelf weer dicht als de ontsteking is genezen, soms moet dit operatief worden verholpen. Maar ook is er soms geen aanwijsbare reden voor het ontstaan van een fistel. Bij mensen met de ziekte van Crohn, diverticulitis en kanker komen fistels vaker voor. Bij de ziekte van Crohn is het zelfs zo dat je na 10 jaar 33% kans hebt dat je een fistel hebt of hebt gehad. Na 20 jaar is dat zelfs gestegen naar 50%.

 

Peri-anale fistel

Je hebt verschillende soorten fistels. Een peri-anale fistel (fistula ani, ook wel pijpzweer genoemd) is een verbinding vanaf de endeldarm die via de sluitspier naar het huidgebied rond de anus leidt. De fistelgang kan een rechtstreeks verloop hebben naar de endeldarm, maar kan ook heel gecompliceerd verlopen (bijvoorbeeld kronkelig en eventueel met vertakkingen, of hogerop door de sluitspier heen). Het kan dus zijn, dat bijvoorbeeld een fistelopening bij de rechter bil een inwendige verbinding heeft met de linkerkant van de endeldarm. Met de plaats van de uitwendige opening is dus niet altijd de plaats van de inwendige opening direct te vinden. Een peri-anale fistel kan operatief worden opengelegd en geneest dan vaak met de tijd.

 

Verschillende soorten

Er kan ook een fistel ontstaan tussen tussen baarmoederhals en blaas (cervicovesicale fistel), tussen baarmoeder en vagina (ureterovaginale fistel), tussen urineleider en huid, vagina of darm (ureterfistel), tussen baarmoeder en blaas (ureterovesicale fistel), tussen vagina en dunne of dikke darm, tussen rectum en vagina (rectovaginale fistel, tussen baarmoeder en dunne darm, tussen darm (rectum) en blaas (entero(recto)-vesicale fistel), tussen endeldarm en plasbuis bij mannen (uretrorectale fistel), tussen darm en huid (enterocutane fistel) en een fistel tussen vagina en perineum.

 

 

 


 

 

 

Endeldarmverzakking

Een oorzaak van een stoma kan een endeldarmverzakking zijn. De oorzaak van een dergelijke verzakking is vaak zwakte van de bekkenbodemspieren. Dit komt in 90% bij vrouwen voor, de belangrijkste oorzaken zijn zwangerschap en bevalling. Vaak verzakken tegelijk ook de plasbuis en baarmoeder, die lopen ook door de bekkenbodem heen. Als de verzakking doorzet, kan de endeldarm zelfs naar buiten komen (rectumprolaps). Het gevolg van een darmverzakking is verstopping (obstipatie).

 

 

 

 

 


 

Ontstekingsziekten

Chronische darmontstekingen, ook wel Inflammatoire (=ontstekingsachtige) darmziekten genoemd, worden gekenmerkt door een ontsteking van het darmslijmvlies (mucosa). Waarvoor overigens tot nu toe geen duidelijke oorzaak is gevonden. In het Engels wordt de term IBD, Inflammatory Bowel Disease, gebruikt. Je kunt hierin de volgende twee ziekten onderscheiden: De ziekte van Crohn (enteritis regionalis, granulomateuse enteritis), en colitis ulcerosa (idiopathische proctocolitis). Daarnaast bestaan er nog vormen van idiopatische proctitis en collageen colitis, die echter zeldzaam voorkomen.

 

1 op de 300 Nederlanders

1 op de 300 Nederlanders heeft last van chronische ontstekingen. Naar schatting hebben in Nederland ongeveer 20.000 mensen de ziekte van Crohn en komen er daar jaarlijks ongeveer 1000 mensen bij. Tussen de 17.000 en 35.000 mensen hebben colitis ulcerosa, waarvan er jaarlijks ongeveer 1500 mensen bijkomen. Ongeveer 20% van mensen die lijden aan 1 van deze 2 deze ziekten heeft een familielid dat ook lijdt aan inflammatoire darmziekten. De ziekte van Crohn komt vaker voor bij vrouwen en colitis ulcerosa bij mannen. Het verloop bij beide ziekten is heel onvoorspelbaar: sommige mensen hebben dagelijks klachten, terwijl anderen jaren klachtenvrij blijven.

 

Duidelijk verschil tussen Crohn en cu

Hoewel de ziekten onder één verzamelnaam worden genoemd, is er toch een duidelijk verschil tussen beiden. Colitis ulcerosa (CU) is een ontstekingsziekte (-itis) van de dikke darm die met zweervorming (ulcerosa) gepaard gaat. Colitis ulcerosa tast alleen de dikke darm en/of de endeldarm aan en de acute ontsteking is beperkt tot de mucosa (het darmslijmvlies). Colitis ulcerosa begint altijd in de endeldarm en kan zich langzaam over de hele dikke darm uitbreiden. Als alleen de endeldarm is aangedaan spreekt men van proctitis, als ook het sigmoïd (het darmgedeelte voor de endeldarm) is aangedaan van procto-sigmoïditis. Bij 75% van de mensen beperkt de ontsteking zich tot het linkerdeel van de dikke darm (het dalende deel). Van pancolitis is sprake als de hele dikke darm ontstoken is.

 

 

De ziekte van Crohn

De ziekte van Crohn, genoemd naar de Amerikaanse arts Burrill Crohn (1884 - 1983) die de ziekte voor het eerst in 1932 beschreef is veel uitgebreider en kan zich manifesteren van mond tot anus. Het is een auto-immuunziekte: het afweersysteem valt eigen lichaamscellen aan, in dit geval de darmen. Bij de meeste mensen steekt de ziekte van Crohn tussen het 15de en 30ste jaar voor het eerst de kop op (bij colitis ulcerosa is dit tussen het  15de en 40ste jaar). Meestal komt de ontsteking voor in het onderste gedeelte van de dunne darm (terminaal ileum), de dikke darm (vaak vooral het rechter colon), of een combinatie van beide. In de helft van de gevallen is de endeldarm aangetast.

 

Grillig verloop

De ontsteking gaat dieper in de wand, dus voorbij de mucosa, waardoor bij deze ziekte ook fistels en abcessen kunnen voorkomen. Ook kunnen de ontstekingen littekenweefsel veroorzaken waardoor de darm nauwer wordt. De ontsteking van de darm bij de ziekte van Crohn heeft een uiterst grillig verloop. Het kan variëren van een snelle uitbreiding naar andere darmgedeeltes (acute fase, opvlamming) tot een relatief rustig beeld dat door de jaren heen weinig klachten geeft en nauwelijks behandeling nodig heeft (chronische fase). Naast darmklachten kunnen bij de ziekte van Crohn evenals colitis ulcerosa ook andere klachten voorkomen zoals oog- en huidaandoeningen, galstenen en gewrichtsaandoeningen.

 

De verschillen tussen de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa: (bron: Leerwiki)

  • Bij colitis ulcerosa blijft de ontsteking beperkt tot de dikke darm en de endeldarm, bij Crohn kan de ziekte aanwezig zijn over het gehele lijf, van mond tot anus.
  • Bij Crohn is in de helft van de gevallen de endeldarm aangetast, terwijl dit bij colitis ulcerosa altijd het geval is.
  • Vernauwingen komen alleen voor bij Crohn. Bij Crohn heb je veel last van littekenweefsel in de darm en dat littekenweefsel maakt dat de darm zich vernauwt.
  • Fistels komt alleen voor bij Crohn. Een fistel is een verbinding tussen het stuk darm dat aangetast is en een ander orgaan. Deze fistels ontstaan doordat de ontsteking steeds dieper in de darmwand dringt.
  • Granulomen komen alleen voor bij Crohn. In de darm zitten cellen en die gaan samensmelten tot grotere cellen. Andere cellen gaan daar weer in een kring omheen zitten en die kring wordt dan een granuloom genoemd.
  • Bij colitis ulcerosa is de ontsteking altijd in een aaneengesloten stuk darm, terwijl dit bij Crohn niet het geval is.
  • Bij colitis ulcerosa zijn de zweren oppervlakkig en beperken zich dan ook tot het slijmvlies. Bij Crohn is het aangetaste stuk veel dieper en hierbij raakt zelfs de buitenkant van de darm ontstoken. Ook zitten er bij Colitis geen gezonde plekken tussen de ontstekingen, bij Crohn is dit wel het geval en zijn het kleine op zichzelf staande ontstoken plekjes in de darmwand.
  • Bij colitis ulcerosa is de kans op operatief ingrijpen veel kleiner dan bij de ziekte van Crohn.

 

 

 


 

Ziekte van Hirschsprung

De ziekte van Hirschsprung is een aangeboren chronische darmafwijking en ontstaat in de vierde of vijfde week, wanneer het zenuwstelsel wordt aangelegd. Kenmerkend voor de ziekte van Hirschsprung is dat, in een korter of langer gedeelte van de wand van de darm en in de inwendige kringspier van de anus, noodzakelijke zenuwcellen (parasympatische ganglioncellen) ontbreken. Vaak betreft het alleen de endeldarm, soms ook het laatste stukje dikke darm. In sommige gevallen de gehele dikke darm (3%) en in zeldzame gevallen ook de dunne darm. Bij de aanleg van de zenuwen 'reist' dit proces vanaf de dunne darm richting de anus, hoe eerder dit proces stopt, hoe ernstiger de aandoening. De darm kan de beweging (peristaltiek) niet maken om de ontlasting richting endeldarm en anus te stuwen. De ontlasting hoopt zich op (obstipatie), de darm gaat uitzetten (megacolon congenitum) en het slijmvlies van de darmwand kan ontstoken raken.

 

Operatie noodzakelijk

De aandoening is genoemd naar de Deense kinderarts Harald Hirschsprung (1830 - 1916), die de ziekte in 1886 voor het eerst beschrijft op een congres. Vaak wordt deze aandoening in de eerste levensweek ontdekt. Bij pasgeborenen kan het lozen van de eerste ontlasting vertraagd zijn; de buik gaat hierdoor opzetten en de baby kan gaan braken. Het verstoorde ontlastingspatroon kan ook pas na enkele weken of na jaren zo ernstig worden dat aan de ziekte van Hirschsprung wordt gedacht. Bij de ziekte van Hirschsprung is een operatie noodzakelijk.

 

1 op de 5000 pasgeborenen

In Nederland komt deze ziekte voor bij 1 op de 5000 pasgeborenen. Jaarlijks worden ongeveer 40 kinderen geboren met deze aandoening. Bij het blanke ras komt de aandoening vaker voor dan bij het zwarte ras. Er is sinds 1996 in ieder geval van vijf genen aangetoond dat het betrokken is bij de ziekte van Hirschsprung. Het is echter nog niet bekend waardoor de afwijking ontstaat. In 4-8% van de gevallen komt het familiair voor. In 10% van de gevallen maakt deze aandoening onderdeel uit van het Down Syndroom.

 

 


 

Slow Transit Constipatie/Obstipatie

5-15% van de bevolking heeft last van obstipatie (ook wel constipatie of verstopping genoemd). Dit kan uiteenlopende oorzaken hebben zoals MS, een spierziekte, dwarsleasie, bindweefselziekte, of een onbekende oorzaak. Zo'n 20% van de mensen met chronische obstipatie heeft Slow Transit Constipatie/Obstipatie (STC/STO). Mensen met deze aandoening lijden aan ernstige verstopping en hebben een trage colonpassage, soms wel drie keer zo langzaam als normaal. De ontlasting blijft te lang in de dikke darm zitten en hoopt zich op. Het kan gaan verstenen doordat de dikke darm vocht onttrekt. Ook kun je last hebben van overloopdiarree; dunne ontlasting lekt dan langs de harde ontlasting (ook wel 'paradoxale diarree' genoemd). Vaak werken laxeermiddelen niet of onvoldoende.

 

Gevoeliger voor prikkels

Ook zijn deze mensen veelal gevoeliger voor prikkels in het maag-darmkanaal. Meestal beperkt deze aandoening zich alleen tot de dikke darm, maar vaak werkt de rest van het maag-darmkanaal ook traag. Of de klachten in de rest van het maag-darmkanaal een gevolg is van de verstopping in de dikke darm (filevorming) is (nog) niet duidelijk. Ze zijn in Nederland en het buitenland bezig met onderzoek, maar er wordt vermoedt dat stoornissen in de zenuwbanen een rol spelen. Al wordt er helaas ook nog door veel artsen gezegd dat de oorzaak psychisch zou zijn, waardoor het soms een hele strijd is om serieus te worden genomen.

 

Dolichocolon

Obstipatie kan vele oorzaken hebben, welke soms niet eens wordt gevonden. Een wel te vinden oorzaak van obstipatie kan een dolichocolon zijn. Hierbij is de dikke darm abnormaal lang en bochtig, vaak vooral het gedeelte dat vlak voor de endeldarm ligt (het sigmoïd). De darm is niet verwijd. Je kunt je voorstellen dat de weg die de ontlasting moet gaan door de dikke darm langer is dan normaal, waardoor er verstopping kan ontstaan.

 

 

 


 

Malrotatie

Bij een malrotatie, een aangeboren afwijking, is de ligging en fixatie van de darm in de buikholte verkeerd. Tijdens de embryonale fase ondergaan de darmen een reeks draaiingen waarna ze hun uiteindelijke positie in de buik innemen. Bij een malrotatie heeft tijdens deze fase de draaiing van de darmen niet volledig plaatsgevonden. Letterlijk betekent malrotatie dan ook "verkeerde draaiing".

 

Onderdeel van andere aangeboren afwijking

Deze afwijking kan een onderdeel zijn van andere afwijkingen van het spijsverteringskanaal, zoals een hernia diafragmatica (breuk in het middenrif), aangeboren aandoeningen als omphalocèle (waarbij de buik niet goed gesloten is) of gastroschisis (opening in de buikwand vaak rechts naast de navel) of de ziekte van Hirschsprung. Soms komt het voor bij aandoeningen zoals de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa.

 

Volvolus

Door een malrotatie kunnen de darmen zijn ingesnoerd of afgesloten door de ophangbanden. De afwijking kan op verschillende plaatsen in de darm zitten, meestal zit het ter hoogte van de blinde darm. Ook kan de gehele dunne darm zodanig om zijn gehele as gedraaid zijn (steeldraai) dat de bloedtoevoer afgekneld raakt. Dit wordt een volvolus genoemd. Hierbij is een spoedoperatie noodzakelijk.

 

1 op de 500 baby's

Een malrotatie komt voor bij één op de 500 pasgeboren baby's. Meestal beginnen de kenmerken van een malrotatie kort na de geboorte. Niet altijd zijn er duidelijke klachten aanwezig. Soms wordt het toevallig ontdekt of zijn er vage klachten. Bij een volvolus zijn de klachten vaak acuut en heftig. De diagnose wordt vrijwel altijd voor de eerste verjaardag gesteld. In sommige gevallen wordt de diagnose op kinderleeftijd gesteld en in zeer zeldzame gevallen pas op volwassen leeftijd, waarbij er vaak al wel een lange voorgeschiedenis is van buikkrampen en verstopping. De behandeling van een malrotatie bestaat uit een operatieve ingreep.

 


 

C.I.I.P.

C.I.I.P. betekent voluit: Chronische Idiopathische Intestinale Pseudo-obstructie. Het is een bewegingsstoornis van het maag-darmkanaal door een onbekende oorzaak (idiopathisch betekent onbekend). Indien de oorzaak van deze klachten wel bekend is spreekt met van C.I.P. Je zou C.I.I.P. de ernstige vorm van STC kunnen noemen. Het kan in het gehele spijsverteringskanaal voorkomen, vanaf de slokdarm tot en met de endeldarm (van mond tot kont). Bij C.I.I.P. vallen langzaam het spierweefsel of de zenuwcellen van het maag-darmkanaal uit. Door deze beschadigingen maakt de darm steeds minder peristaltisch bewegingen en hoopt de ontlasting zich op. Hetzelfde probleem geldt voor de maag, slokdarm etc.

 

Redelijk onbekend

Het is een redelijke onbekende en niet veel voorkomende aandoening en kan op elke leeftijd voorkomen. Het komt in bepaalde families iets vaker voor dan normaal, waardoor het vermoeden bestaat dat erfelijkheid hierin een rol speelt. In 1995 kwam deze aandoening ongeveer twaalf keer in Nederland voor, en zo'n duizend keer in de gehele wereld.

 

Niet te genezen

Omdat deze ziekte tegenwoordig steeds vaker wordt herkend, zal dit cijfer in de toekomst stijgen. Doordat de verschijnselen die je in het begin hebt erg lijken op andere darmziekten, wordt er regelmatig de diagnose prikkelbare darm opgeplakt. Deze ziekte begint vaak met klachten als erge buikpijn, misselijk en overgeven. Helaas worden de klachten uiteindelijk erger dan bij het prikkelbare darmsyndroom. C.I.I.P. is een ziekte die niet te genezen valt. Er bestaan medicijnen (pro-kinetica), die de voortgang van deze ziekte vertraagt. Soms kan er parenterale voeding nodig zijn. In uiterste gevallen wordt er wel eens een dunne darmtransplantatie gedaan, maar dat is een zeer zware en niet altijd succesvolle operatie. Op dit moment behartigt het UMC Utrecht de belangen van de meeste mensen met C.I.I.P.

 

 

Kijk ook een op onze website Gastro-maatjes.

 

 


 

Blaasproblemen

Door verschillende problemen met de blaas kan het nodig zijn dat er een urostoma/urinestoma moet worden aangelegd. Die problemen kunnen bijvoorbeeld zijn: het afsluiten van de ureters (urineleiders) door bijvoorbeeld een gezwel of een vernauwing (stenose). Ook het slecht functioneren van de blaas kan een stoma tot gevolg hebben, bijvoorbeeld bij een verstoorde bezenuwing door multiple sclerose of een andere oorzaak waardoor men incontinent is geworden. Ook wanneer de blaas zich niet meer kan vullen tot haar normale capaciteit ten gevolge van bestralingen kan een stoma nodig zijn.

Blaaspijnsyndroom

Het blaaspijnsyndroom (Interstitiële Cystitis) kan een oorzaak zijn, zeker als er in een later stadium een fibrotische schrompelblaas (littekenblaas) ontstaat. Het kan ook gebeuren dat de blaasspier zelf niet meer samentrekt waardoor spontaan urineren onmogelijk wordt, bijvoorbeeld ten gevolge van een prostaatvergroting of bezenuwingsproblemen. Een aangeboren afwijking als een open blaas kan een reden tot een stoma zijn. Ten slotte kan er ook een stoma moeten worden aangelegd als de nieren niet goed werken.

 


 

Maagproblemen

Door allerlei oorzaken kan het gebeuren dat de maag zijn werkt niet meer (goed) doet. Bijvoorbeeld door het dumpingsyndroom, waardoor je een te snelle maaglediging hebt en de bolus (voedselmassa) onvoldoende bewerkt in de dunne darm terecht komt ("dumpen"). Er zijn twee soorten dumpingklachten:

 

Vroege dumpingklachten

Vroege dumpingklachten, deze klachten ontwikkelen zich in het eerste uur na voedsel- en vochtinname. Ze ontstaan doordat voedsel in te grote brokken in de dunne darm terechtkomt, doordat de maag het voedsel niet goed fijnmaalt. Ook een slecht werkende sluitspier van de maag (sfincter/portier) kan de oorzaak zijn van deze klachten. 

 

Late dumpingklachten

Late dumpingklachten ontwikkelen zich zo’n anderhalf tot twee uur na voedsel- en vochtinname. Ze ontstaan doordat de dunne darm nog niet klaar is voor de voedselbrij die vanuit de maag komt. De voedselbrokken zijn te groot en komen niet goed voorbereid in de darm dan normaal. De benodigde spijsverteringssappen zijn dan nog niet voldoende in de dunne darm aangekomen. De suikers in de voeding worden te snel opgenomen en stimuleren de productie van insuline. Sommige mensen hebben last van beide klachtenpatronen, maar ze kunnen ook los van elkaar voorkomen. Vroege dumping of een combinatie van vroege en late dumping komt het meest voor. Late dumping alleen komt niet vaak voor.

 

Oorzaken

De klachten ontstaan in een aanval na de maaltijd van vaak een half uur tot een uur. Het dumpingsyndroom kan het gevolg zijn van een operatie waarbij de maag geheel of gedeeltelijk is verwijderd (maagresectie). Soms ontstaan de klachten als gevolg van een beschadiging van een zenuw die de maag aanstuurt (nervus vagus). Ongeveer 1% van de mensen met het dumpingsyndroom heeft geen maagoperatie ondergaan. Dumpingklachten zijn bij deze groep mensen dus heel erg zeldzaam en de oorzaak van de klachten is bij hen vaak onduidelijk.

 

Maagverlamming

Een ander probleem van de maag is een maagverlamming (gastroparese/maagatonie). Dit is een ernstig vertraagde maaglediging waarbij de maag vast voedsel niet of vertraagd doorgeeft aan de dunne darm, zonder dat er sprake is van mechanische obstructie. Deze aandoening treedt op als de kringspier van de maag is beschadigd of de spieren van de maag en darmen niet goed werken. Het eten beweegt zich niet of heel langzaam door het spijsverteringskanaal. Klachten hierbij kunnen zijn: een vol gevoel, maagzuur, overgeven (zelfs nog uren na de maaltijd) en snel vol zitten.

 

Diabetes

De meest voorkomende oorzaak van deze aandoening is diabetes. Ook kan een operatie aan de maag, een virusinfectie en ziekten aan het zenuwstelsel een oorzaak zijn. Veel mensen hebben "ideopatische gastroparese", wat betekend dat de oorzaak na onderzoek niet kan worden gevonden.

 

Voedingsstoma

In deze gevallen kan het uiteindelijk gebeuren dat er een stoma moet worden aangelegd: een zogenaamde voedingsstoma. Hierdoor komt er vloeibare voeding (sondevoeding) direct in de maag of dunne darm terecht. Ook kan er soms TPV voeding nodig zijn. Kijk hiervoor op deze pagina en op onze website Gastro-maatjes.

 

Pin It
Laatst aangepast op donderdag 24 januari 2019 17:50
 
Terug naar boven

twitter

Linkedinfacebook

Youtubeemail