Operatie
Inhoudsopgave
Operatie
Wat neem je mee naar het ziekenhuis?
Aanleg van een stoma: de voorbereidingen
De dag van de operatie
Tijdens de operatie
Het wakker worden
Ziekenhuisopname en stomamateriaal
Laparoscopie
Verwijdering dikke darm/colectomie
Endeldarmverwijdering/rectumamputatie
Operatie breuk/parastomale hernia
Stoma revisie
Stoma opheffen
Complicaties
Alle pagina's

 

Operatie

Iedereen beleeft de operatie weer anders, lastig dus om te omschrijven. Daarom eerst wat feiten. Houd er wel rekening mee dat het er in elk ziekenhuis weer anders aan toe gaat. Vraag daarom aan jouw arts wat de procedures zijn in het ziekenhuis waar je geopereerd wordt. Naast de feiten zullen we proberen zoveel mogelijk persoonlijke verhalen van mensen te verzamelen zodat je een indruk krijgt hoe anderen het beleven.



Voorbereiden

Als je te horen krijgt dat er een stoma bij je zal worden aangelegd, zal dat even schrikken zijn. Er zijn ook mensen die met spoed worden geopereerd en onvoorbereid met een stoma wakker worden uit de narcose. In dat opzicht mag je dus nog van "geluk" spreken als je je op een stoma kunt voorbereiden. Per jaar ondergaan er duizenden andere mensen een operatie om een stoma te creëren en vaak betekent dit voor deze mensen een nieuw begin. Je kunt je overdonderd en machteloos voelen, maar door de regie in eigen hand te nemen, je voor te bereiden en er open voor te staan om nieuwe dingen te leren, zul je je een stuk beter voelen.

 

 


 

Wat neem je mee?

Wat neem je nu eigenlijk allemaal mee als je in het ziekenhuis moet worden opgenomen? Dat verschilt natuurlijk per persoon, maar hier zijn een aantal voorbeelden die mensen op ons forum op deze vraag gaven:

 

  • Je ziekenhuispas
  • Bewijs van je ziektekostenverzekeraar (bijv. je pasje)
  • Toiletspullen
  • Medicijnen (liefst in verpakking), of een lijst van de medicijnen die je gebruikt
  • Eventueel, als je al een stoma hebt, eigen stomamateriaal
  • Pyjama's
  • Pantoffels/slippers en ochtendjas
  • Ondergoed en sokken
  • Kleding voor als je weer naar huis mag (na een stoma-operatie zijn joggingbroeken erg fijn)
  • Vrolijke kussenslopen en eventueel je eigen kussen
  • Een oogmasker en oordopjes voor 's nachts
  • Lees/puzzelboeken en tijdschriften
  • Pen en papier
  • Dagboek waar het bezoek iets in kan schrijven
  • Digitale camera
  • MP3 speler (met koptelefoon die je ook voor de tv kunt gebruiken)
  • Mobiele telefoon/boekje met telefoonnummers
  • Foto's van mensen en dieren die dichtbij je staan
  • Laptop en eventueel dvd's
  • Spelletjes (zoals Nintendo DS)
  • Indien er WIFi aanwezig is: je tablet
  • Etenswaren als zuurtjes/pepermuntjes, kaakjes, drinken etc.
  • Iets waaraan je gehecht bent je op je nachtkastje kunt zetten als steun

 

Aparte set

Sommige mensen vinden het prettig om een speciale set voor het ziekenhuis apart te leggen, zeker als ze vaker worden opgenomen. Ondergoed, pyjama's, allerlei dingen die je er thuis aan kunnen herinneren en die je daardoor misschien wel niet meer draagt. De associatie met het ziekenhuis kan dit beïnvloeden. Een noodtasje die je altijd klaar hebt staan is sowieso handig voor als het eens gebeurd dat je naar de eerste hulp moet.

 

Tegenwoordig is het in steeds meer ziekenhuizen mogelijk om te internetten, vraag hier naar! Steeds vaker is er WIFI aanwezig of een computer aan bed, en ook mag je vaak je mobiele telefoon op de afdeling gebruiken.

 


 

Voorkeuren

Tegenwoordig heb je meer invloed in wanneer je onder het mes gaat en de keuze van het ziekenhuis. Geef het in het ziekenhuis aan als je in verband met een vakantie of je werk een voorkeur hebt voor een bepaalde planning zodat ze hier rekening mee kunnen houden. (Bron afbeelding onder: "Oefenen" Uniek van UMC Utrecht)

 

Poliklinisch vooronderzoek

Meestal vindt er eerst een poliklinisch vooronderzoek plaats: een algemeen lichamelijk onderzoek, een bloedonderzoek en soms een longfoto en een hartfilmpje (ECG). Ook is een gesprek met de anesthesioloog, chirurg en/of stomaverpleegkundige gebruikelijk. Deze gesprekken en het vooronderzoek kunnen op de afdeling worden gedaan, als je een dag voor de operatie wordt opgenomen. Als je op een maandag wordt geopereerd, word je vaak al de vrijdag ervoor opgenomen en vinden ook dan de vooronderzoeken plaats. Het ligt aan je situatie, maar soms mag je daarna weer naar huis en hoef je zondagavond pas weer terug op de afdeling te zijn.

 

Pre-operatief spreekuur

Tegenwoordig wordt er in steeds meer ziekenhuizen gebruik gemaakt van een pre-operatief spreekuur. Indien je voor een operatie gepland staat, ga je langs bij dit spreekuur. Door middel van dit spreekuur kan de anesthesioloog je tijdig voorlichten over de anesthesie, zal hij je medische voorgeschiedenis, medicijngebruik allergieën etc. met je doornemen aan de hand van een door jou ingevulde vragenlijst en eventueel benodigd aanvullend onderzoek verrichten, het operatierisico inschatten en een eventuele consultatie of behandeling door een andere specialist in gang zetten.

 

Plaatsbepaling stoma

Om er zeker van te zijn dat je stomazakje na de operatie prettig zit en goed op zijn plaats blijft terwijl je staat, zit of beweegt, bekijken de chirurg en de stomaverpleegkundige samen met jou zorgvuldig de plaats waar de stoma het meeste ideaal zou zijn. Die plaats hangt af van de vorm en plooien van je buik. Het is namelijk belangrijk dat de stoma op een "recht" stuk geplaatst wordt anders kun je later last krijgen van lekkages. Ze letten op uitstekende botten zoals het heupbeen en darmbeen en ook op de navel, littekens en de contouren van je lichaam wordt gelet.

 

Op de top van een "vetrol"

Vaak wordt de stoma op de top van de "vetrol" ter hoogte van de navel geplaatst, door de rechte buikspieren. Het peesblad bepaald de diameter van de stoma. Bij mensen in een rolstoel moet zittend de plaatsbepaling worden gedaan. Ook houden ze rekening met de kleding die je draagt, het gaat er dan vooral om waar de broekband zit. En ten slotte is het natuurlijk erg belangrijk dat je zelf de stoma kunt zien en er goed mee kunt bewegen en buigen. Het blijft een indicatie want de chirurg is natuurlijk afhankelijk van de situatie in de buik. Bij een spoedoperatie is de plaatsbepaling helemaal lastig.

 

Test stomazakje

Verstandig is om voor de operatie als test al een poosje te hebben rondgelopen met een stomazakje op je buik geplakt, zodat je kunt voelen of die plek goed is. In sommige ziekenhuizen krijg je een nepstoma te leen die je op je buik kunt plakken. (Bron afbeelding: links Welland, rechts Convatec)

 

 

 

 Voorkeursplaatsen

Met chirurgische inkt, wat er niet afgaat met het douchen, wordt er op de plaats waar de stoma moet komen een stip gezet. Een stoma kan in principe op iedere plaats op de buik worden aangelegd. Er zijn echter een aantal voorkeursplaatsen;

(dubbelloops) ileostoma ~ op de rechter onderbuik

colostoma ~ op de linker onderbuik

dubbelloops colostoma ~ op de linker onderbuik of bovenbuik

urostoma ~ op de rechter onderbuik

 

 

Uitzonderingen

Hoewel wat minder gebruikelijk kan een ileo- of colostoma ook boven de navel worden geplaatst. Bij een urostoma kan dit meestal niet in verband met de anatomische ligging van de nieren, urineleiders en de blaas. Bijvoorbeeld bij moslims wordt een stoma onder de navel als onrein beschouwd, dat heeft te maken met de culturele achtergrond. Bij een gezet iemand of een rolstoelgebruiker zit een stoma wat hoger op de buik prettiger.

 

 

Nuchter

Op het moment dat je onder narcose gaat, moet je 'nuchter' zijn. Dit betekent dat je maag leeg is op het moment dat je geopereerd wordt. Het verschilt per ziekenhuis hoe lang je voor de operatie niets meer mag eten en drinken. Vroeger moest je soms al een aantal dagen van tevoren beginnen met een dieet van vloeibaar voedsel. Vaak ook mag je vanaf de avond voor de dag van de operatie niet meer mag eten en drinken. In de meeste ziekenhuizen zijn ondertussen deze regels versoepeld. Uit wetenschappelijk onderzoek is namelijk gebleken dat inname van heldere dranken (zoals water, thee en koffie zonder melk of suiker) tot 2 uur voor de operatie, geen kwaad kan. Deze heldere dranken verlaten de maag binnen 2 uur. Steeds vaker wordt nu in ziekenhuizen deze regel aangehouden, en mag je tot 6 uur voor de operatie gewoon blijven eten.

 

Laxeren

Afhankelijk van de situatie, het ziekenhuis, de ingreep en de voorkeur van de chirurg, moeten ook de darmen leeg zijn. Dit kan gebeuren met laxeermiddelen of een spoeling van de darmen. Als er een ernstige verstopping is, of er acuut geopereerd moet worden, kan het leegmaken van de darm niet doorgaan. Het schoonspoelen van de darm, met die vieze liters drank, met daarna diarree en de helder vloeibare voeding, is voor de meeste darmingrepen verlaten omdat het meer nadelen dan voordelen oplevert. Voor een aantal operaties aan het eind van de dikke darm, de endeldarm, wordt de darmspoeling toch nog vaak uitgevoerd, omdat daar de kans op problemen met de darmnaad het hoogste is.

 

Onderzoek

In 13 Nederlandse ziekenhuizen deden 1400 mensen mee aan een onderzoek waarbij er geheel willekeurig werd bepaald of ze wel of niet een laxeermiddel kregen vlak voor de operatie. In de weken na de operatie was het aantal naadlekkages in de twee groepen gelijk. Vaak wordt er de avond en ochtend voor de operatie wel een klysma gegeven, bij lage rectumoperaties wordt er nog wel gelaxeerd. Maar zoals al eerder aangegeven verschillen de procedures per ziekenhuis, dus vraag dit even na bij je arts.

 

Slaappil

Indien je de dag voor de operatie al aanwezig moet zijn, kan het fijn zijn om voor de nacht een slaappil te krijgen. Door de vreemde omgeving en de spanningen zul je misschien minder goed kunnen slapen. Indien je bloeddonor bent is het bij een buikoperatie verstandig vooraf minimaal één maand geen bloed te geven. Het is belangrijk om voor de operatie in een optimale conditie te zijn, wat ook bevorderlijk is voor het herstel.

 


 

Nagellak en sieraden

Tijdens de operatie ziet de anesthesioloog onder andere aan de kleur van je huid hoe het met je is. Zorg er daarom voor dat je al je make-up en nagellak hebt verwijderd. Ook moeten contactlenzen worden verwijderd omdat deze schade aan de ogen kunnen veroorzaken tijdens de algehele narcose. Doe vanwege hygiënische redenen ook je sieraden, horloge en piercings af. Bij algehele narcose dien je ook je kunstgebit uit te doen.

 

Operatiejasje

Vaak hoor je van tevoren wanneer je aan de beurt bent. Je krijgt eerst de kans om te douchen. Soms ben je al snel aan de beurt, maar soms kan het zijn dat je een lange tijd moet wachten. Zeker als er bijvoorbeeld nog een spoedoperatie tussendoor komt. Je kunt aan de afdeling vragen of er iemand bij je mag wachten tot je voor de operatie gaat, als je dit wilt. Een kwartier voordat je naar de operatiekamer gaat word je gevraagd een operatiejasje aan te trekken, vaak is dit een jasje waarbij de achterkant open is. Soms mag je je onderbroek aanhouden.

 

Polsbandje

Je krijgt een polsbandje met daarop je naam en eventuele allergieën (als dit nog niet eerder is gebeurd) en tegenwoordig soms ook een barcode waarmee ze je gegevens kunnen scannen.

 

 

Paracetamol

Soms krijg je ook iets van een spuitje in je bil of een pilletje wat je met een beetje water inneemt, om je wat te kalmeren en je voor te bereiden op de narcose. Ook krijg je soms al een pijnstiller, bijvoorbeeld paracetamol. Hierdoor wordt er alvast een spiegel opgebouwd in je bloed waardoor je na de operatie al een soort buffer hebt. Als het zover is word je met bed en al door de verpleegkundigen naar het operatiecentrum gebracht. Daar wacht je, vaak met andere patiënten, in een zaal tot de operatiekamer gereed is.

 

Safety checks

Tegenwoordig gebeuren er in de meeste ziekenhuizen de dag van de operatie een aantal safety checks. Het begint vaak op de afdeling, in de sluis van de operatiekamer, en bij het begin van de operatie (time out). Patiënten moeten een paar keer aantal dingen herhalen; naam, geboortedatum, of het stoma is aangetekend, of ze allergieën hebben etc... Dit kan een beetje dubbelop overkomen, maar is beter dubbel dan helemaal niet zodat er zo min mogelijk missers kunnen voorkomen.

 

 

 

Operatietafel

In de operatiekamer word je van je eigen bed over getild naar de operatietafel. Voor de operatie begint wordt nog een laatste keer een paar belangrijke dingen gecheckt, de zogenaamde 'time out'. Vaak worden daarbij aan jou een aantal vragen gesteld zoals je geboortedatum. Daarna word je aangesloten op de bewakingsapparatuur. Tijdens een narcose controleert de anesthesioloog voortdurend de belangrijkste lichaamsfuncties, zoals ademhaling, bloeddruk en de hartslag. Daarom worden er stickers op je borst geplakt die tijdens en na de operatie je hartritme bewaken.

 

 

 

 

Zuurstofgehalte

Ook krijg je een klemmetje op je vinger om het zuurstofgehalte in je bloed te controleren en krijg je een bloeddrukmeter om je arm. (Bron afbeelding links: EJK.de)

 

 

 

Infuus

In de rug van je hand wordt een infuus ingebracht. Dit is een dun slangetje dat in een bloedvat wordt geschoven en waarmee onder andere medicijnen en vocht kunnen worden toegediend voor, tijdens en na de operatie. Soms wordt het infuus ook op aan andere plek aangebracht, bijvoorbeeld in de zijkant van je pols of bij je elleboogplooi, als daar je aderen beter zichtbaar (en dus prikbaar) zijn.

 

 

Ruggeprik

Bij een operatie aan het maag-darmkanaal wordt ook vaak gebruik gemaakt van een ruggeprik om de pijn tijdens en na de operatie te reguleren. Je hoort van tevoren of dit bij jou het geval zal zijn. Een ruggeprik is lokale of regionale anesthetica. Bij een ruggeprik (Thoracale Epidurale-Anesthesie, TEA), wordt een heel klein dun kathetertje (slangetje) net buiten het harde ruggemerg ingebracht, tussen twee wervels door. Epiduraal wil zeggen ‘de ruimte net buiten het harde ruggenmergvlies’. De prik gaat dus niet in het ruggemerg. De medicatie komt direct op de goede plek waardoor er minder pijnstillende medicatie nodig is. Door middel van een pompje wordt er voortdurend pijnstilling via het slangetje toegediend.

 

Gunstig effect

Een epiduraal katheter heeft ook een gunstig effect op de zuurstofbehoefte van het hart en de kransslagaders die de bloedvoorziening naar het hart regelen. Als je wakker bent adem je beter waardoor je herstel sneller gaat.

 

Inbrengen van de epiduraal katheter

Voor het inbrengen moet je op de rand van de operatietafel gaan zitten in een houding die ze ook wel 'kattenhouding' noemen; kin op de borst, neus naar de knieën, schouders laten zakken/ontspannen en de voeten komen op een bankje voor de steun. Maar het kan ook gebeuren liggend in foetushouding. Indien nodig, wordt de plaats van de ruggeprik eerst met een klein prikje voorverdoofd. Het geven van de ruggeprik en het plaatsen van de katheter duurt ongeveer 5 tot 15 minuten. Een ruggeprik kan een lage bloeddruk veroorzaken. Bij de ruggeprik kunnen je benen anders aanvoelen; warm, tintelend en zwaar. Soms kun je ze ook niet meer bewegen. (Bron afbeelding links: Kies Beter)

 

Algehele narcose

Een operatie aan het maag-darmkanaal wordt over het algemeen onder algehele narcose uitgevoerd. Dit wordt ook wel algehele anesthesie genoemd. Anesthesie betekent letterlijk gevoelloosheid. Het doel van een narcose is om je te beschermen tijdens de operatie. Dankzij de narcose blijft je lichaam in een zo goed mogelijke conditie, ook tijdens een zware operatie. Tijdens een narcose is je hele lichaam verdoofd en ben je buiten bewustzijn. Soms krijg je voordat je in slaap gebracht wordt een masker met 100% zuurstof op je mond en neus. Hiermee worden je bloedcellen en daarmee je lichaam voorzien van een extra ‘stoot’ zuivere zuurstof. Dit komt je herstel ten goede.

 

Warme gloed

Hierna spuit de anesthesioloog via het infuus de narcosemiddelen in. Je valt binnen een halve minuut in een diepe slaap. Dit kan voelen als een soort warme gloed die over je heen komt. Het gaat zo snel dat je het amper in de gaten hebt. Vaak spreken de chirurgen je nog wat bemoedigende woorden toe. We hebben ons laten vertellen dat als je op dat moment aan iets leuks denkt, je ook met een fijn gevoel weer wakker wordt. Soms krijgen mensen bij een laparoscopische aanleg van bijvoorbeeld en tijdelijk stoma, alleen een ruggenprik waardoor ze de operatie mee kunnen kijken op een tv-scherm.

 


 

Tube

Nadat je onder narcose gebracht bent, brengt de anesthesioloog een plastic buisje (de endo tracheaal tube) in je keel, wat tijdens de operatie zorgt voor een goede vrije ademweg en waardoor de beademingsmachine de functie van je ademhalingsspieren kan overnemen. Je merkt daar niets van, want je bent dan al onder narcose. Wel kun je, als je wakker wordt, wat last hebben van keelpijn. Je krijgt steeds slaapmiddel toegediend, via het infuus of de beademingsmachine.

 

Maagsonde

De darmwerking wordt tijdens de operatie spontaan onderbroken, maar de productie van maagvocht gaat gewoon verder. Om te voorkomen dat het maagvocht zich opstapelt in de maag en misselijkheid veroorzaakt, wordt er tijdens de operatie een maagsonde via de neus tot in de maag gebracht. Deze sonde wordt verwijderd als de darmwerking weer spontaan hersteld is. Dit kan al gebeuren net na de operatie, zodat je wakker wordt zonder maagsonde. Maar het kan ook zijn dat de maagsonde wat langer moet blijven zitten.

 

Steriel

Het is erg belangrijk dat alles steriel is om ontstekingen te voorkomen, daarom wordt alles goed gedesinfecteerd en het hele operatiegebied afgedekt met steriele lakens. Tijdens de operatie worden al je lichamelijke functies goed in de gaten gehouden en zo nodig kan er worden bijgestuurd en bijvoorbeeld extra vocht of bloed worden toegediend.

 

Aanleg stoma

Hoe lang de operatie duurt, is sterk afhankelijk van welk soort stoma er wordt aangelegd, de situatie in de buik, de oorzaak van de operatie etc. Tijdens de aanleg van de stoma wordt het darmdeel dat de stoma moet gaan vormen door een opening in de buikwand ter grootte van een euro naar buiten gebracht. De darm wordt omgestulpt en vastgehecht aan de huid. Wat je van de stoma ziet is dus eigenlijk de binnenzijde (het darmslijmvlies) van de darm.

 

 

Kunststof brug

Bij de aanleg van een (vaak tijdelijk) dubbelloops stoma wordt er soms gebruik gemaakt van een kunststof bruggetje. De darm wordt uit de buik gehaald en tussen de darm en de huid wordt een zogenaamde brug gelegd. Hierdoor kan de darm niet terugzakken in de huid (retractie). Wanneer de stoma voldoende aan de huid is gehecht en niet meer terug kan, kan de brug worden verwijderd. Er zijn inmiddels onderzoeken geweest waaruit blijkt dat bij dubbelloops stoma's waarbij geen brug wordt aangelegd, een retractie niet vaker voorkomt dan waar het wel wordt gebruikt.


 


 

Uitslaapkamer

Na de operatie word je naar de uitslaapkamer of verkoeverkamer (recovery) gebracht. Dit is een aparte ruimte vlakbij de operatiekamer. Hier wordt goed gekeken naar de pijnbestrijding en worden je bloeddruk, ademhaling en allerlei andere functies goed in de gaten gehouden. Als de verpleging van jouw afdeling hoort dat je op de uitslaapkamer bent aangekomen, zoeken ze contact met een persoon die dicht bij je staat, zodat die weet dat de operatie achter de rug is en eventueel op de kamer op je kan wachten.

 

Terug op zaal

Afhankelijk van hoe snel je bijkomt en wanneer je toestand zich stabiliseert, word je teruggebracht naar de afdeling. De meeste mensen kunnen binnen 2 uur de uitslaapkamer weer verlaten. In sommige gevallen ga je eerst naar de intensive care of medium care. Vaak wordt dit voor de operatie al besproken, uitzonderingen natuurlijk daargelaten. (Bron afbeelding rechts: Antonius Nieuwegein)

 

 

 

 

Nawerking narcose

Door de nawerking van de narcose kun je je nog een tijd slaperig voelen, waardoor het mogelijk is dat veel van de periode in de uitslaapkamer aan je voorbij gaat.

 

Wat kun je verwachten tijdens het wakker worden?

Ten eerst heb je meteen al een stomazakje op je buik, alhoewel, zeg maar eerder "zak". Vaak is het een hele grote doorzichtige PostOp zak (post-operatief), zodat de artsen en (stoma) verpleegkundigen je stoma en de output (de hoeveelheid ontlasting of urine wat uit je stoma komt) goed in de gaten kunnen houden.

 

 

 

 

Opgezwollen stoma

Schrik niet van de grootte van de stoma, hij zal in het begin nog wat gezwollen zijn (oedemateus). In de weken na de operatie neemt de zwelling geleidelijk af. Vaak heeft een stoma na 6-8 weken, in principe, zijn definitieve vorm en grootte. Uiteraard kan dit per persoon verschillen. Linksonder een (dubbelloops) stoma net na de operatie en rechts hetzelfde stoma zo'n 3 maanden later. Onderste foto is een stoma twee dagen na de operatie, met dank aan Wieke.

 

 

Klassiek versus laparoscopisch

Je kunt op verschillende manieren worden geopereerd: laparoscopisch door middel van een paar kleine sneetjes, of via de klassieke "open" operatie waarbij je een verticale snede krijgt van schaambeen tot navel of hoger. Dit ligt aan de situatie in je buik en de soort operatie. De wond kan op verschillende manieren worden gehecht, zoals onderhuidse hechtingen, oplosbare en nietjes of krammen. (op de foto onder zie je links nietjes (met dank aan Miranda) en rechts onderhuids gehecht)

 

 

Infuus

Het infuus in je hand of arm is erg belangrijk. Ten eerst krijg je door dat infuus de dagen na de operatie een vocht/zoutoplossing. Het zout- en mineraalgehalte in deze oplossing is afgestemd op onze lichaamscellen, waardoor snel de watervoorraad in het lichaam aangevuld kan worden. Soms geven ze je in plaats van een water/zout infuus een suiker/water infuus.

 

Misselijkheid

Ook als je last hebt van misselijkheid, kunnen ze hiertegen medicatie in je infuus geven. Een tip wat bij misselijkheid nog wel eens wil helpen, is een speciaal polsbandje met aan de binnenkant een plastic knoopje. Zeg maar op de plaats van de sluiting van een horlogebandje. Dit knoopje drukt op een acupressuur punt (p6 of Neiguan), geeft ontspanning en kan misselijkheid wegnemen is uit vele studies gebleken. Voor zo'n 70% van de mensen werkt het. Bij mannen bij voorkeur het bandje dragen aan de linker pols, vrouwen de rechter. Te koop bij reiswinkels en de drogist. Je kunt deze plek ook zelf masseren. Gember is ook een goede remedie bij misselijkheid.

 

Pijnmedicatie

Tegen de pijn kan er pijnstillende medicatie in je infuus worden gespoten (indien je geen ruggenprik hebt). Het kan ook zijn dat je een pijnpomp hebt gekregen die je zelf kunt bedienen. Dit is pijnmedicatie via een PCA pomp (Patient-Controlled-Analgesia). In het laatste geval moet je, als je pijn hebt, op de knop van de pijnpomp drukken, waarbij er een kleine dosis morfine in je bloed terecht komt. Het pompje is dusdanig veilig dat je jezelf nooit teveel kunt toedienen. Houd er alleen rekening mee dat morfine zorgt voor verminderde werking van de darmen.

 

Pijn

Pijn wordt veroorzaakt doordat cellen in het beschadigde weefsel hormoonachtige stoffen aanmaken die de zenuwuiteinden (pijnreceptoren/ nociceptoren) prikkelen. Door deze prikkels ontstaat een elektrisch signaal dat via de zenuwen en het ruggenmerg naar onze hersenen wordt gestuurd en wordt vertaald naar pijn.

 

Pijnmeting met de VAS score

De verpleegkundige komt regelmatig langs om te vragen hoe hoog de pijn is (pijnmeting), dit kun je dan aangeven op een schaal van 0 (laag) tot 10 (hoog). Dit is de VAS score, wat Visueel Analoge Schaal betekent. Wees eerlijk, want de pijn kan op verschillende manieren worden bestreden. Vaak met een combinatie aan middelen.

 

Injectie

Bij erge pijn kan er ook een injectie worden gegeven intramusculair (in de spier). Dit is even onprettig, maar helpt al snel tegen de pijn. In het verleden was het de gewoonte om alleen de pijn te stillen als het ondraaglijk werd. Inmiddels heeft onderzoek uitgewezen dat je bij langdurige pijn beter een tijdje continu pijnstillers kunt gebruiken om te voorkomen dat het erger wordt. Een goede pijnbestrijding leidt tot een sneller herstel.

 

Neemt geleidelijk af

Meestal is de pijn direct na de operatie het hevigst en neemt geleidelijk af. Het streven van de artsen en verpleegkundige is dat je 72 uur na de operatie een pijncijfer hebt van minder dan 4. Nu is het lastige natuurlijk van pijn wel, dat het een subjectief begrip is, pijn is een persoonlijke ervaring. De hoogte van de pijndrempel is voor iedereen verschillend en ieder mens ervaart pijn dan ook op een andere manier.

 

Zuurstof en maagsonde

Naast je infuus of de pijnpomp kan er als je wakker wordt een slangetje in je neus zitten voor de zuurstof. Zoals al eerder besproken kun je ook wakker worden met een slangetje dat via de neus en de slokdarm naar de maag gaat (maagsonde). De maagsonde zorgt ervoor dat de maagsappen via het slangetje naar een opvangzak kunnen lopen. Vooral in het begin kan dit prettig zijn omdat de darmen dan nog stil liggen en je anders kans hebt om over te moeten geven. Het is even wennen zo'n slangetje van neus naar maag, en soms ook onprettig, maar gelukkig mag de maagsonde doorgaans snel weer worden verwijdert. Wanneer na een tijdje afklemmen van de maagsonde er nog maar weinig vocht uitkomt, kan deze verwijderd worden. Bij de meeste niet gecompliceerde darmoperaties wordt tegenwoordig de maagsonde verwijderd vlak voor je wakker wordt uit de narcose. Soms, bij een forse ondervoeding, of wanneer patienten moeilijk zelf kunnen eten, wordt via een klein slangetje door je neus sondevoeding gegeven. Lees hier meer over dat onderwerp.

 

Blaaskatheter

Als er een darmstoma bij je is aangelegd kun je wakker worden met een blaaskatheter (verblijfskatheter). Dit is een soepel buisje dat langs de natuurlijke urineweg tot in de blaas wordt geschoven. De urine kan zo vanzelf weglopen en wordt opgevangen in een zak die aan je bed hangt. Als gevolg van de narcose kan het namelijk nogal eens zijn dat je een korte tijd niet uit jezelf kunt plassen. Ook kunnen ze zo je vochthuishouding na de operatie in de gaten houden en hoef je niet meteen op die koude po te gaan zitten. Je voelt zo'n katheter overigens niet zitten. Bij sommige kleine operaties kan deze al onmiddellijk verwijderd worden, en bij de wat grotere operaties na een paar dagen.

 

Andere toeters en bellen

Zoals we al eerder beschreven ligt het helemaal aan het soort operatie, het ziekenhuis, je conditie etc. met welke toeters en bellen je wakker wordt. Je kunt bijvoorbeeld een slang (drain) in de buikwand hebben die zorgt voor het aflopen van wondvocht en bloed. Bespreek dit dus met je arts, op deze website staan slechts voorbeelden! Op de operatiedag zelf en de eerste dagen erna worden regelmatig al je lichamelijke functies gecontroleerd, de "controles" door de verpleging. Je temperatuur, hartslag, bloeddruk en zuurstof in het bloed. Zodra het beter met je gaat, wordt dit langzaam minder.

 

 


 

Ziekenhuisopname en stomamateriaal

Indien je na de stoma-aanleg ooit wordt opgenomen in het ziekenhuis, houd er dan rekening mee dat als je je eigen vertrouwde stomazakjes wilt blijven gebruiken, je deze dan zelf meeneemt. Het kan zijn dat ze in het ziekenhuis weer met een ander merk werken. Wel kun je in het ziekenhuis gebruik maken van de gaasjes, wegwerpzakjes etc. Vaak maakt de stomaverpleegkundige een box voor je waar alles in wordt verzameld. Houd er wel rekening mee dat je na een operatie tijdelijk ander opvangmateriaal gebruikt, wat er in de operatiekamer op wordt geplakt en doorzichtig is (PostOp zak).

 

 


 

Laparoscopie

Een techniek die steeds vaker wordt gebruikt bij de aanleg van een stoma, is laparoscopie. Dit is een kijkoperatie (ook wel sleutelgatchirurgie, minimaal invasieve operatie of incisionless surgeon) waarbij er slechts enkele kleine sneetjes (incisies) in de huid worden gemaakt, in plaats van één grote. Het woord "kijkoperatie" is eigenlijk misleidend, want er wordt niet alleen gekeken maar ook daadwerkelijk geopereerd. Laparoscopie is veel minder belastend doordat je minder littekens hebt, daardoor minder pijn en dus ook sneller herstelt.

 

Minder verklevingen

Ook hoeft de buik niet helemaal open, waardoor de darmen lekker warm kunnen blijven liggen, zodat je op de langere termijn minder kans hebt op verklevingen van de darm. Je hebt minder bloedverlies en de kans op latere complicaties is kleiner. Wel kost een laparoscopische operatie meer tijd dan een traditionele operatie. Ondanks dat er tijdens een laparoscopische operatie slechts kleine sneetjes worden gemaakt, blijft het toch een grote operatie.

 

Vergeet niet: ook al wordt er gestart met een laparoscopische operatie, je arts kan besluiten verder te opereren via een grotere snede door wat hij van binnen aantreft. Ook komt niet iedereen voor laparoscopie in aanmerking; als je al vaker geopereerd bent in de buik (gevolg: verklevingen) kiezen ze toch liever voor de "klassieke manier".

 

Werkwijze

Als eerste wordt er een sneetje gemaakt in of vlakbij de navel, waardoorheen het eerste buisje (canule) wordt ingebracht. Hier wordt lucht (CO2-gas, kooldioxide) doorgeblazen (geïnsuffleerd) om binnen in de buik wat 'werkruimte' te creëren (pneumoperitoneum). Door deze lucht kun je na de operatie wat last van kramp in de buik hebben, maar ook bijvoorbeeld spierpijn in de rug of bij de schouder. Daarna worden er nog een aantal sneetjes (ongeveer 5 bij 12 mm), meestal 2 of 3, gemaakt, waardoor de precisie-instrumenten naar binnen gebracht kunnen worden.

Minimaal twee openingen

Er zijn minimaal twee openingen nodig: één voor de camera zodat de chirurg alles kan volgen op een monitor en tenminste één voor een werkinstrument waarmee de operatie kan worden uitgevoerd. Tijdens de laparoscopische operatie bedient de chirurg de chirurgische instrumenten via de monitor. Door de uitstekende kwaliteit van de camera's en de vergrotende werking tot wel 20 keer, kan de chirurg de anatomie tot in de kleinste details goed zien.

 

Eventueel grotere snede

Eventueel wordt een grotere snede gemaakt (vaak bij de bikinilijn) om een gedeelte van de dikke darm te kunnen verwijderen, al kan dit tegenwoordig ook al via een klein sneetje.

Dank Wieke voor de onderstaande twee foto's!

 

  • Bekijk hier een stap-voor-stap stoma aanleg in foto's. Let op, kan schokkend zijn! (eerst inloggen gewenst, je krijgt ze dus niet meteen te zien)

 


 

Resectie van het colon

Als er een stoma wordt aangelegd, is het meestal ook nodig om (een deel van) de dikke darm te verwijderen (resectie van het colon). Indien deze in zijn geheel wordt verwijderd spreek je van een totale colectomie, hierbij blijft de endeldarm over als stomp. Indien ook de endeldarm en anus worden verwijderd spreek je van een proctocolectomie. Bij een subtotale colectomie wordt er een groot deel van de dikke darm verwijderd. Bij een partiële colectomie wordt er een stukje dikke darm verwijderd. En ten slotte spreek je bij het verwijderen van de halve dikke darm van een hemicolectomie (en deze kan dus links of rechts zijn). Dit zijn de geneeskundige namen van deze technieken.

 

Klassiek of laparoscopisch

Het verwijderen van de dikke darm kan gebeuren op de klassieke wijze waarbij de buik open wordt gemaakt, of via laparoscopie. Op welke wijze dit bij jou gebeurd ligt geheel aan de situatie in je buik, of je bijvoorbeeld al eerder bent geopereerd, de hoeveelheid verklevingen, de oorzaak van de operatie etc.

 

Dunne darm

Het kan ook zijn dat er een stuk dunne darm verwijderd moet worden (partiële ileum resectie). Ook hiervan kun je een groot deel missen. Het lichaam blijkt zich aan te passen aan de nieuwe situatie, waardoor de rest van de darmen de werking van het ontbrekende deel overneemt en de spijsvertering door kan gaan. Als je minder dan 1/3 van de normale lengte van de dunne darm over hebt (de dunne darm is gemiddeld 6 meter), wordt het voor de dunne darm moeilijker om de benodigde voedingsstoffen op te nemen, en bij minder dan 1 meter dunne darm lukt het eigenlijk niet meer (short bowel syndrome).

 

Vitamine B12

Je kunt dus een groot deel missen, alleen bij voorkeur niet het laatste stukje van de dunne darm. Als je de laatste 20 centimeter van de dunne darm verwijdert, kun je een tekort krijgen aan vitamine B12. In dit stukje wordt deze specifieke vitamine namelijk opgenomen. Indien dit stuk dunne darm bij jou verwijdert dient te worden, is het verstandig om na de operatie je bloedwaarden te controleren en eventueel regelmatig vitamine B12 te (laten) injecteren zodat je hier geen tekort van krijgt.

 

 


 

Endeldarm

Soms is het niet genoeg om alleen (een deel van) de dikke darm te verwijderen, maar moet ook de endeldarm worden geamputeerd. Dit kan bijvoorbeeld bij kanker in het rectum of indien de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa op die plek erg heftig aanwezig is. Soms wordt een endeldarm ook ter preventie van een dergelijke ziekte verwijderd. Indien iemand een ileostoma heeft waarbij de endeldarm nog aanwezig is, kan dit jarenlang goed gaan, maar na tientallen jaren neemt de kans op kanker in de endeldarm toe.

 

Anastomose

Ten slotte kan ook alleen de endeldarm aangetast zijn waardoor deze moet worden verwijderd. Soms is het dan mogelijk de uiteinden van de darm weer met elkaar te verbinden (anastomose) zodat er geen stoma hoeft worden aangelegd, of alleen tijdelijk. Indien ook de anus/ kringspier wordt weggenomen spreekt men van een abdomino-perineale rectum-extirpatie. Vaak is er bij dit laatste geen anastomose mogelijk.

 

Technieken

Bij de verwijdering van de endeldarm kan er gebruik worden gemaakt van open chirurgie via de buik, een laparoscopische rectumamputatie of een operatie via de endeldarm, van onderaf (transanale pull through). Doordat er bij een open operatie in het kleine bekken wordt geopereerd, waar zich veel zenuwen bevinden van geslachtsorganen en blaas, kan de functie hiervan tijdelijk of zelfs blijven verminderen. Daarom is het van belang dat de chirurg hier aandacht voor heeft, en technieken gebruikt die de kans op beschadiging zo klein mogelijk maken.

 

Operatie via de anus (intersphincterische resectie)

Bij deze operatie wordt er geopereerd tussen de twee sluitspieren. De kans op zenuwbeschadiging in het kleine bekken is een stuk kleiner doordat de chirurg dicht op de wand van de endeldarm blijft, en de bekkenbodem en uitwendige kringspier blijft intact. Dit heeft weer voordelen voor de wondgenezing en vermindert de kans op zitpijn na de operatie. Helaas is het niet verstandig om deze techniek te gebruiken bij mensen met kanker, omdat er dan ruimer in de endeldarm geopereerd moet worden. Hierbij moet er via de buik worden ingegrepen.

 

Ondersteuning

Je endeldarm en anus ondersteunen je organen in de bekkenbodem. Je kunt je dus voorstellen dat indien deze worden verwijderd, er verzakkingen kunnen ontstaan. De chirurg kan dit gat wat is ontstaan op verschillende manieren dichten. Dit kan bijvoorbeeld door het vetschort dat aan de dikke darm hangt als een soort sjaal naar beneden in het kleine bekken te hangen. Doordat de dunne darm er bovenop valt kan deze niet wegzakken. Ook kan er gebruik worden gemaakt van de techniek rectus-abdominus-plastiek, waarbij de rechte buikspieren worden gebruikt voor het opvullen van de holte.

 

Zitpijn

Indien je van onder wordt "dichtgenaaid", de anus wordt gesloten, houd je een anale wond over. Een anale wond heeft tijd nodig om te genezen, en deze kunnen makkelijk ontsteken, waardoor de wonde geopend moet worden. Het helingsproces kan hierdoor variëren van enkele weken tot soms wel een jaar. In het begin kun je last hebben van zitpijn. Het kan dan fijn zijn om een speciaal kussen aan te schaffen of te lenen bij bijvoorbeeld de thuiszorg. Ook kan een gelzadel fijn zijn als het fietsen niet goed gaat.

 

Fantoomgevoel

Mensen die een amputatie moeten ondergaan, zijn er vaak niet op voorbereid dat zij, na de operatie, het geamputeerde lichaamsdeel voelen alsof het er nog zit. Dit is een normaal verschijnsel wat bij meer dan de helft van de mensen voorkomt. Dit heet fantoomgevoel/pijn. Je kunt bij een amputatie in het betreffende lichaamsdeel dat niet meer bestaat nog steeds gevoel ervaren. Dit komt omdat de delen van de hersenen die verantwoordelijk zijn voor het 'voelen' nog steeds aanwezig zijn. Als je een gevoel van aandrang krijgt, kan het helpen om gewoon op het toilet te gaan zitten.

 

 


 

Breuk

Een breuk kan zich voordoen bij een operatielitteken (wondbreuk) of bij de stoma (ook wel parastomale hernia genoemd, stomabreuk/ buikbreuk). Dit komt doordat het een zwakke plek is rondom de stoma in de buikwand of bij een litteken. De buikwand is omgeven door een sterke spierlaag en bekleed met buikvlies dat alles goed op zijn plaats houdt. Door de aanleg van een stoma ontstaat er een zwakke plek in de buikwand, er is dan sprake van een te grote opening in de spierlagen van de buik. Door deze te grote opening kan er buikinhoud naast de stoma uitpuilen, een deel van de darmen komt dan voor in plaats van achter de buikspieren. Het gevolg is een grotere of kleinere zwelling of welving van de buikwand.

 

Op je hand blazen

Je buik bevat een dunne plaat van spieren (peesblad) die normaal een stevige structuur heeft, maar bij het doorsnijden wordt de structuur verzwakt. Een eventuele breuk is te herkennen als een zwelling welke duidelijk zichtbaar wordt als de druk in de buik verhoogd wordt, bijvoorbeeld door op de rug van je hand te blazen of te persen.

 

Bijna een derde

Bijna een derde van alle stomadragers ontwikkelt een breuk (bij het overgrote deel gebeurd dit binnen het eerste jaar na de aanleg). Naarmate je ouder bent, neemt de kans op een breuk toe. Ook mensen met een BMI (body mass index) hoger dan 30 hebben 2,5 keer zoveel kans op een breuk dan iemand met een BMI lager dan 25. Soms zie je de breuk alleen bij inspanning, anderen lopen voortdurend met een enorme bult op de buik (soms wel formaat cup D!).

 

Ontstaan

Zo'n breuk ontstaat meestal na buikwandwondgenezingsproblemen, en maar zelden door een grote druk op de buikwand, zoals bij zwaar tillen of veel hoesten. Bij 20 tot 50% van de breuken ontstaat deze doordat het gat in de spieren wat gemaakt is om de darm doorheen te halen, te groot is geworden. In sommige gevallen besluit de arts de breuk operatief te verhelpen, bijvoorbeeld bij veel klachten als lekkages, of als de darm beknelt raakt. Omdat er complicaties kunnen ontstaat na de operatie wordt deze operatie alleen gedaan indien je veel klachten hebt. Het blijkt dat 1 op de 3 mensen na drie jaar de breuk weer terug krijgen.

 

 

Operatie

Vaak zal bij een dergelijke breuk de stoma worden verplaatst naar de andere zijde van de buik. De oude stomaplaats wordt dicht gehecht en er wordt een nieuwe plek gekozen voor de stoma. Het verplaatsen van een stoma is technisch niet altijd mogelijk. Ook blijkt uit onderzoek dat het bij 25 tot 30% van de gevallen waarbij een stoma wordt verplaatst bij het litteken leidt tot een breuk. Een andere goede mogelijkheid is de buikwand te verstevigen met een kunststof matje rondom de stoma, welke wordt gehecht aan de binnenkant van de buik. Dit kan ook laparoscopisch waardoor je minder littekens hebt.

 

 

 

  • Bekijk hier een stap-voor-stap herstellen van een breuk, een operatie in foto's. Let op, kan schokkend zijn! (eerst inloggen gewenst, je krijgt ze dus niet meteen te zien)

 

 


 

Revisie van het stoma

Om een aantal redenen (klachten) kan het zijn dat een stoma moet worden gecorrigeerd (revisie). Bijvoorbeeld door een vernauwing van de stoma, een retractie of een prolaps. De stoma blijft dan op dezelfde plaats, maar wordt hersteld. Vaak kan dit laparoscopisch; ze maken 1 of meerdere incisies rondom de stoma, halen de stoma los van het omliggende weefsel, lossen het probleem op en hechten hem (vaak na verwijdering van een klein stukje darm) weer opnieuw aan de huid.

 

 

 


 

Het opheffen van een stoma

Naast dat een stoma kan worden aangelegd, kan hij natuurlijk ook weer worden opgeheven. Of er een hersteloperatie plaats kan vinden hangt af van een aantal factoren. Zo moeten er bijvoorbeeld de endeldarm en kringspier goed aan toe zijn, is het belangrijk dat je een goede conditie hebt en kan een stoma soms niet worden teruggelegd door de situatie in je buik, zoals bijvoorbeeld verklevingen. Bij en dubbelloopsstoma kan de operatie vaak uitgevoerd worden via de stoma-opening. Bij een enkelloopsstoma moet dit meestal met een grotere buikoperatie.

 

 

 

 

 Deels open

De wond waar je stoma heeft gezeten groeit vanzelf dicht. Vaak laten ze dit (deels) open zodat er nog troep uit kan komen. Het ligt aan de situatie of het opheffen van een stoma laparoscopisch kan gebeuren of dat je buik open moet. Vaak gebeurt de operatie onder algehele narcose, soms door middel van een ruggenprik.

 

Complicaties

Hoewel het opheffen van een stoma in de regel een kleinere operatie is dan het plaatsen ervan, zijn er toch complicaties mogelijk. De belangrijkste is het lekken van de naad waar de twee stukken darm aan elkaar zijn gehecht (naadlekkage, bij het onderwerp complicaties meer hierover). Een andere complicatie is dat de darmen na de operatie erg moeten wennen en het kan zijn dat je in het begin vaker naar het toilet moet en de ontlasting ook nog dun is. Dit heeft tijd nodig, de één blijft hier erg last van hebben terwijl het bij de ander weer als vanouds hersteld. Er bestaat ook een speciale therapie om de kringspier te trainen.

 

 

 


 

 

Complicaties

Niet het leukste onderwerp, maar toch wel een belangrijke. Bij elke operatie kunnen er complicaties ontstaan, hoe klein deze operatie ook is. Een complicatie is niet per definitie een fout van de arts, maar is een 'ongewenste, onverwachte uitkomst van zorg die leidt tot aanpassing van het medisch handelen'. De complicaties kunnen ontstaan ondanks juiste behandeling, en het is 1 van de doelen van de arts om deze te voorkomen of te verminderen.

 

Necrose stoma

Als het stukje darm waarvan de stoma is gemaakt niet goed doorbloed is, kan deze zwart worden en afsterven. Dit kan diverse oorzaken hebben. Als alleen het slijmvlies (de bovenste laag van de darm) niet goed is doorbloed valt uiteindelijk (dit moet vanzelf gaan) het dode weefsel eraf en blijft er een gezond stoma over. Als de darm ook dieper gelegen niet goed doorbloed is, sterft het bovendeel af en komt er een diepliggend stoma tevoorschijn. Soms moet er dan een nieuw stoma worden aangelegd. Ook kunnen de hechtingen losraken indien de necrose zich net na de operatie openbaart. Het rottingsproces kan erg stinken.

Hieronder de foto's van Stephanie, met links een dikke darmstoma een week na de operatie, en rechts 2 weken na de OK.

 

Postoperatieve infecties

Een gevolg van bacteriën kan een ziekenhuisinfectie zijn (nosocomiale infectie). Deze infectie kan zich openbaren aan operatiewonden (postoperatieve wondinfectie), lucht- en urinewegen of in de bloedbaan (sepsis) en komt voor bij 1 op de 15 ziekenhuispatiënten. Dit is een gemiddelde; een wondinfectie komt bijvoorbeeld bij bepaalde operaties heel weinig voor (neem een kijkoperatie voor de knie), terwijl bij de verwijdering van (een deel van) de dikke darm de kans een stuk groter is omdat de darmen vol zitten met micro-organismen. Het gevolg van een infectie is dat je vaak wat langer in het ziekenhuis dient te blijven en medicijnen krijgt toegediend, maar soms ook een heroperatie en ernstige complicaties. Dit ligt geheel aan het soort infectie, zo is een urineweginfectie (bijvoorbeeld door de katheter) snel voorbij.

 

Moeizaam op gang komen van het maag-darmstelsel

De darmwerking wordt tijdens de operatie spontaan onderbroken, en soms kan het (zeker bij een buikoperatie) weleens gebeuren dat de maag en darmen moeite hebben weer op gang te komen. Het ritme van de darmen is na een operatie tijdelijk verstoord. De darmen komen na een operatie weer in delen op gang; de maag heeft het meeste last van een operatie en komt pas tussen de 1 en 5 dagen weer op gang, de dunne darm al 4 tot 8 uur na de operatie en de dikke darm ook na 1 tot 5 dagen.

 

Postoperatieve ileus

Indien men, zoals het gaat bij de vernieuwde regels, weer snel wat gaat eten, komt de dikke darm sneller op gang. Hiervoor worden ook vaak medicijnen gegeven. Het stilvallen van de darmen na een operatie wordt ook wel een postoperatieve ileus genoemd. Het kan zowel bij een laparoscopische als een conventionele operatie voorkomen, al is bij een laparoscopische operatie de kans minder groot.

 

Oorzaak van postoperatieve ileus

Uit onderzoek blijkt dat het een combinatie is van zenuwen en het immuunsysteem. Tijdens een buikoperatie worden de darmen aangeraakt (chirurgisch gemanipuleerd) waardoor er weefseltrauma ontstaat. De geprikkelde zenuwen in de darmwand maken eiwitten aan die bepaalde witte bloedcellen activeren, namelijk meststoffen. Deze meststoffen veroorzaken een ontstekingsreactie in de darmwand; er ontstaan microscopisch kleine ontstekingen in de spierlaag van het gemanipuleerde stuk darm.

 

Andere oorzaken stilliggen maag en darmen

De chirurg is vooral bezorgd dat dit kan wijzen op een onsteking of infectie in de buik. Hij zal vaak een CT-scan willen maken om te kijken of er sprake is van een abces of een naadlekkage. Ook een oorzaak van het stilliggen van de darmen kunnen zijn medicijnen als morfine, die de bewegingen van de darm doen afnemen. Gevolgen van een postoperatieve ileus zijn buikpijn, misselijkheid, kans op braken, niet op gang komen van het stoma (ontlasting) en een vergroot risico op complicaties. Men is bezig met onderzoek naar medicatie die een postoperatieve ileus kan verminderen of zelfs voorkomen. Daarnaast is snel beginnen met (aangepaste) voeding belangrijk, de vorm van pijnmedicatie en de snelheid van het mobiliseren wat ook een goede darmwerking bevordert.

 

Spitsvoeten

Indien je wat langer (en dan bedoelen we echt een langere tijd) op bed ligt kunnen er ook bepaalde klachten ontstaan. Je kunt last krijgen van spitsvoeten (pes equinus). De stand van je voet ligt dan in het verlengde van je onderbeen en maakt lopen pijnlijk. Dit is te voorkomen door een kussen of opgerolde handdoek achter je voeten te leggen zodat je tenen bij het liggen omhoog wijzen. En ook is het goed om zelf of met hulp voetoefeningen te doen.

 

Doorliggen

Ook kun je last krijgen van doorliggen (decubitus). Dit zijn beschadigingen van de huid, drukplekken als gevolg van permanente druk en daardoor een verminderde bloedtoevoer. Het is dus heel belangrijk om voldoende te bewegen en, indien je niet uit bed kunt, je af en toe om te draaien. Voorkom dat je te lang in dezelfde houding blijft liggen. Het eerste stadium is te herkennen aan een rode vlek op de huid. Bekende plekken zijn de stuit en de hielen. Indien hier niets aan gedaan wordt en het te lang aanhoudt, kan het weefsel afsterven (necrose). Lukt het niet om te draaien, dan kan een bed met anti-decubitus matras uitkomst bieden. Dit is een matras met daarin lucht dat door middel van een machine van plek verandert en zo de drukpunten wisselt. Indien je door ziekte langere tijd bedlegerig bent kun je de verpleging hierom vragen. Let hierbij ook op plooien in de kleding of het bed, welke ook mee kunnen werken aan decubitus.

 

Naadlekkage

Tenslotte een ernstige complicatie maar helaas wel reëel bij een darmoperatie indien er gewerkt wordt met een hechting van 2 darmgedeeltes: naadlekkage/ darmperforatie. De wetenschappelijke literatuur meldt dat bij gemiddeld 5% van de geopereerde patiënten naadlekkage ontstaat, uit een ander onderzoek blijkt dit 10% te zijn. Naadlekkage kan ontstaan indien de darmuiteinden weer aan elkaar worden genaaid of geniet. Een darmnaad heeft gemiddeld 3 dagen nodig om te herstellen. Deze naad kan gaan lekken, waardoor er darmbacteriën en prikkelende sappen vrij in de buikholte terechtkomen. Meestal moet er meteen een heroperatie plaatsvinden. Indien men snel genoeg ingrijpt, kan buikvliesontsteking (peritonitis) worden voorkomen of de schade worden beperkt.

 

Buikvliesontsteking

Buikvliesontsteking is een ernstige bacteriële ontsteking van het buikvlies (peritoneum); een dun, transparant vlies van ongeveer 2 vierkante meter (bij een volwassene) dat de binnenkant van de buikholte en de buitenkant van de daarin gelegen organen bekleedt. Het belangrijkste verschijnsel is hierbij hevige buikpijn en opzwellen van de buik. Misselijkheid, braken en koorts horen ook in het rijtje klachten thuis. Bewegingen van de darmen worden door een buikvliesontsteking meestal helemaal verstoord en maagdarmsappen- en gassen hopen zich op, waardoor een maagsonde wordt ingebracht. Er wordt antibiotica toegediend (vaak een bepaalde cocktail gebaseerd op de aard van de bacteriën/ontsteking die in je bloed wordt bepaald) om de ontsteking te lijf te gaan.

 

 

Spoelen en open houden van de buik

Vaak moet de buikholte door middel van een operatie worden gespoeld, naast dat de oorzaak van de lekkage wordt opgelost. Indien men snel genoeg ingrijpt, is goed herstel zonder complicaties mogelijk. Doet men dit niet en krijgen de bacteriën de kans om zich verder te verspreiden, wordt de situatie levensbedreigend en kunnen er meerdere operaties nodig zijn waarbij je vaak op de intensive care terecht komt (soms in slaap gehouden). Hierbij kan het soms nodig zijn de buik open te laten waarbij ze een oplosbaar matje inbrengen zodat alles op zijn plek blijft liggen. Dit doen ze doordat je buik te opgezet is om weer dicht te maken, maar ook kunnen zo de bacteriën (bijvoorbeeld met een vacuümpomp) hun weg naar buiten vinden. Maar dit kan dus allemaal voorkomen worden als de artsen snel genoeg ingrijpen en adequaat reageren!

 

 

 

 

  • Bekijk hier hoe een open buikwond zou kunnen herstellen, dit is de buik van Franka. (eerst inloggen gewenst, je krijgt ze dus niet meteen te zien)
  • Bekijk hier het verloop van een buik bij een buikvliesontsteking. Wederom eerst inloggen gewenst. Pas op, kunnen heftige foto's zijn!

 

Platzbauch

Een complicatie van een gestoorde wondgenezing is wonddehiscentie. Door spanning op de operatiewond, bijvoorbeeld door een infectie, veel hoesten of een andere oorzaak, kunnen de wondranden gaan wijken. 1 of meerdere lagen van de operatiewond scheurt open. Wanneer alle lagen van de wond wijken spreek je van wonddisruptie of evisceratie, ook wel "Platzbauch" of "Burst abdomen" genoemd. In dit geval kan er buikinhoud naar buiten komen. Dit dient dringend met een operatie hersteld te worden. Gelukkig komt deze complicatie niet vaak voor (2-4%).

 

Ziekenhuisbacterie

Als eerste een hele algemene: de ziekenhuisbacterie. Dit is een verzamelnaam voor bacteriën die resistent (ongevoelig, immuun) zijn voor de meeste, gangbare antibiotica, waardoor ze moeilijk te bestrijden zijn. Gezonde mensen dragen sommige bacteriën zelfs bij zich en worden er niet ziek van, maar in een ziekenhuisomgeving gedijen ze goed door de het gebruik van vele soorten antibiotica en mensen met een ernstig verminderde weerstand. Elk jaar raakt 7% van de Nederlandse patiënten ermee besmet.

 

MRSA

De bekendste is waarschijnlijk wel de MRSA bacterie, wat staat voor meticilline-resistente Staphylococcus aureus. De Staphylococcus aureus wordt door ongeveer 1 op de 3 (gezonde) mensen bij zich gedragen. MRSA is een bijzondere variant op de gewone Staphylococcus aureus, omdat deze ongevoelig is voor veel antibiotica. Minder dan 1% van de mensen in ons land draagt MRSA bij zich, en meestal raak je deze vanzelf weer kwijt. Pas voor mensen die erg ziek of pas geopereerd zijn vormen ze een bedreiging. Indien je in het ziekenhuis besmet wordt met dit virus, word je geïsoleerd behandeld om te voorkomen dat je andere mensen besmet. Dit kan onprettig zijn omdat iedereen die bij je in de kamer komt, beschermd moet zijn met een mondkapje, handschoenen etc. en zich daarna moet ontsmetten.

 

Streng beleid

Dankzij een streng beleid raakt in Nederland ‘slechts’ 0,5% - 1% van de ziekenhuispatiënten met deze bacterie besmet. In het buitenland, waar een minder streng antibioticabeleid wordt gevoerd, loopt 20 tot 50% van de ziekenhuispatiënten een MRSA-besmetting op. Mensen met een stoma behoren tot de groep met een verhoogd risico op het krijgen van MRSA (MRSA-dragerschap).

 

 

 

Laatst aangepast op dinsdag 22 september 2015 16:24
 
Terug naar boven

twitter insta

Linkedin facebook

Youtube email