School, werk & uitkering
Inhoudsopgave
School, werk & uitkering
School en studie
Werk
Re-integreren
Solliciteren
Voordelen werkgever
Aanpassingen werkplek
Uitkering
(Her)keuring
Alle pagina's
Pin It

 

School, Werk & uitkering

Op deze pagina's lees je alles rondom school, werk en inkomen. Wat als het niet lukt om net zoals iedereen naar school te gaan door je ziekte? Hoe ga je daar met je stoma om? Kun je je werk weer hervatten nu je een stoma hebt? Of is er een omscholing nodig? Wat betreft aanpassingen op het werk? En hoe zit het met uitkeringen?

 

 


 

School en studie

Iedereen kan weleens tijdelijk niet naar school door bijvoorbeeld een griepje of de tandarts. Maar wat als je chronisch ziek bent en daardoor langere tijd moet missen of het aantal uren per dag niet volhoudt? Of dat je het tempo van je opleiding niet meer kunt bijhouden, terwijl je er wel slim genoeg voor bent?

 

Hoe vertel je op school dat je een stoma hebt?

Bij kinderen is de ervaring dat ze vanaf een jaar of drie erg gemakkelijk met hun stoma omgaan als hij al op jonge leeftijd is aangelegd. Ze nemen de stoma voor lief, ze weten immers niet beter en het is een onderdeel van hun lichaam geworden. Vaak vinden ze het zelfs apart dat juist hun vriendjes en klasgenoten geen stoma hebben, die zijn in hun ogen anders. Het is in deze fase heel belangrijk hoe de omgeving op het stoma reageert en er normaal met het kind wordt omgegaan.

 

Verschilt per persoon

Met het opgroeien worden kinderen zich steeds bewuster dat ze 'anders' zijn. Met de omgang met vriendjes/vriendinnetjes, de gym en hun eerste verliefdheid. Het verschilt per persoon hoe hij of zij hiermee omgaat. Dit ligt ook heel erg aan de reacties vanuit de omgeving.


Spreekbeurt

Het is aan te raden om op school een spreekbeurt te houden, omdat je klasgenoten hier vragen aan je kunnen stellen. Op deze manier wordt alles bespreekbaar gemaakt. Maar er zijn ook kinderen en jongeren die er juist niet over willen praten, dan kan het goed zijn om er met een leerkracht of vertrouwenspersoon op school over te praten. Als je erover praat, blijkt er vaak meer mogelijk te zijn dan gedacht.

 

Apart toilet

Soms is er de mogelijkheid om gebruik te kunnen maken van een apart toilet om de stoma te verzorgen, of een speciale plek of kamer waar je je stomamateriaal neer kunt leggen. Het kan vaak opluchten om het aan directe mensen in je omgeving te vertellen, vaak reageren ze veel positiever dan je van tevoren dacht. Eerlijk en open zijn over je stoma neemt fantasieën van anderen weg, en roddels worden zo tot een minimum beperkt.

 

Miranda, moeder van Joey:

"Op de kleuterschool gaat het goed. Iedereen in zijn klas weet dat Joey een stoma heeft, dit hebben wij bewust samen met Joey aan de kinderen verteld. Hij heeft zelfs heel trots een rondje gelopen om zijn stoma te laten zien en de kinderen mochten ook vragen stellen. Het is belangrijk om dit op school te vertellen zodat de kinderen het weten, want kinderen zijn erg hard onder elkaar. Het kan gebeuren dat de stoma op school lekt en ruikt en dan is het toch vervelend als de kinderen het niet weten en ze jouw kind uitschelden of negeren. Gelukkig is dat bij Joey nog nooit voorgekomen. We hebben met de juf een afspraak gemaakt dat zij het stomazakje leegt en vervangt als het nodig mocht zijn. Joey heeft geen beperkingen. Hij slaapt zelfs altijd op zijn buik. Hij doet gewoon wat andere kinderen ook doen. Sinds kort zit hij op zwemles, wat hij erg leuk vindt om te doen. Joey heeft zijn stoma meteen vanaf het begin geaccepteerd. Ik heb gemerkt dat ouders er meer problemen mee hebben dan het kind zelf."

 

Het basisonderwijs

Volgens de Wet Ondersteuning Onderwijs aan Zieke leerlingen (WOOZ, deze wet is bedoeld om te voorkomen dat zieke kinderen leerachterstand oplopen) heeft een kind dat ziek is recht op onderwijs. De school is in eerste instantie verantwoordelijk voor het continueren van het onderwijs als hun leerling ziek thuis is of in een ziekenhuis verblijft. Het is dus heel belangrijk met de school te overleggen over de verschillende mogelijkheden. Vaak vinden kinderen die iets mankeren het fijn om zo veel mogelijk met school bezig te blijven zodat ze aan hun toekomst werken en niet te anders zijn dan hun klasgenootjes.

 

Verschillende mogelijkheden

Er zijn verschillende mogelijkheden. Zo kun je als ouders samen met de school een consulent Onderwijsondersteuning Zieke Leerlingen (COZL) van een Educatieve Voorziening of Onderwijsbegeleidingsdienst inschakelen. Deze consulent kan helpen met het opstellen en uitvoeren van een handelingsplan, hierin staat welke zorg de school van plan is te geven en op welke wijze. De COZL kan contact leggen tussen ouders en leerling, school en ziekenhuis.

 

Wat kan de COZL voor je doen?

  •  Leerkrachten adviseren over onderwijs aan zieke leerlingen en informeren over het omgaan met de zieke leerling, de ouders en de groep.
  •  Het onderwijs en de begeleiding organiseren van de zieke leerling thuis, in het ziekenhuis en op school.
  •  Onderwijs geven als de leerkrachten het onderwijs niet kunnen verzorgen, bijvoorbeeld als de school te ver weg is van het ziekenhuis of de leerkrachten geen tijd hebben.
  •  Informatie geven over ziektebeelden en de mogelijke gevolgen van ziekten en behandelmethoden (bijvoorbeeld medicijnen).
  •  Schoolprestaties en communicatiemiddelen inzetten, zoals een computer.
  • Ook leerlingen op het Voortgezet Onderwijs kunnen een beroep doen op de COZL.

 

 

Het rugzakje

Daarnaast is er ook 'de rugzak'. Dit is een leerling-gebonden financiering (LGF) die je als het ware meeneemt in een rugzakje. Hiermee kan de school speciale voorzieningen regelen die nodig zijn voor ondersteuning en begeleiding van een ziek kind in regulier onderwijs. In de rugzak zit extra begeleiding, maar ook een budget waaruit extra leermiddelen, en aanpassingen binnen de klas of school uit betaald kunnen worden. Je krijgt een rugzak alleen door middel van een indicatie door de Commissie voor Indicatiestelling Zorg (CIZ). Ook de rugzak is beschikbaar voor het voortgezet onderwijs. Kijk hier voor meer informatie over deze rugzak. Dit is ook een interessante website over school en ziekte.

 

Wajong

Maar wat nou als je naar het Middelbaar Beroepsonderwijs (MBO) gaat en je studie volgen niet meer lukt vanwege een ziekte? Allereerst is het dan belangrijk om een WAJONG aan te vragen, dit is een uitkering voor mensen die op jonge leeftijd al ziek of gehandicapt zijn. Lees over dit onderwerp meer bij uitkering.

 

Hoger beroepsonderwijs

Geeft vroegtijdig aan, liefst nog voor je je opleiding start, welke problemen er samenhangen met je ziekte en stoma. Bespreek welke voorzieningen voor jou handig of noodzakelijk zijn. Bij veel MBO's, hogescholen en universiteiten kun je hiervoor terecht bij één van je studentendecanen. Soms is er een gespecialiseerde studentendecaan. Zij kunnen je vertellen welke voorzieningen er mogelijk zijn en op welke manier je deze aan kunt vragen. Bij veel opleidingen is het mogelijk om onderwijs-, materiële-, en financiële voorzieningen aan te vragen. Denk bijvoorbeeld aan extra begeleiding, gebruik van rustruimtes en afstudeersteun via de onderwijsinstelling. (Bron: CCUVN Jong)

 

REA College

Als je graag door wilt leren, maar je kunt het tempo van een reguliere opleiding niet volhouden, zijn er alternatieven. Bijvoorbeeld opleidingen als het REA College. Een praktijkgerichte opleiding met veel begeleiding en aandacht voor je persoonlijke ontwikkeling. Bij deze opleiding is het uiteindelijke doel een baan: tijdens je opleiding loop je stage om werkervaring op te doen. Als je je diploma hebt behaald helpt een arbeidsbemiddelaar van het REA College met het vinden van een passende baan.

 

Eminus

En als zelfs dat niet lukt een opleiding op afstand via internet: Eminus. Je wordt opgeleid voor werk dat je vanuit huis kunt doen. Ook kun je via de Open Universiteit door middel van zelfstudie diploma's halen. Je hoeft geen bepaalde vooropleiding te hebben en ze houden rekening met chronisch ziek of andere beperkingen. Je kunt zo bij zeven faculteiten een bachelor- of masteropleiding volgen, maar ook losse modules voor specifiek werk. Natuurlijk zijn thuisstudies van de LOI, NHA etc. ook een optie. Zo kun je in je eigen ritme diploma's halen. Dit is ook een interessante website over handicap en studie.

 

 

 


 

Werk

Jaarlijks zijn er in Nederland ruim 300.000 werknemers langdurig (langer dan 13 weken) ziek. Zoals eerder was te lezen, krijgt een deel van de mensen hun stoma tijdens de schooltijd. Er is ook een groot deel dat een stoma krijgt tijdens hun werkende leven. Of je (weer) kunt werken nadat je een stoma hebt gekregen, ligt helemaal aan de onderliggende oorzaak waarvoor deze is aangelegd. Er zijn mensen die gewoon weer verder kunnen met het werk dat ze ervoor deden, anderen moeten toch voor een ander beroep kiezen. Weer anderen blijven klachten houden door de achterliggende oorzaak van hun stoma, en gaan parttime aan het werk. En er is ook een deel wat nooit meer aan het werk kan, of wil.

 

Herstellen

Na de aanleg van een stoma hervat meer dan de helft van de mensen het werk volledig, ongeveer 25% gaat parttime werken en de laatste 25% keert niet terug in het arbeidsproces (bron: het boekje 'Een stoma en dan...' van BBraun). Na de operatie is het eerst zaak om voldoende te herstellen. Neem hier de tijd voor, want het is niet alleen lichamelijk, maar ook emotioneel een behoorlijke stap om een stoma te krijgen.

 

3 maanden tot een jaar

Vaak hebben mensen er toch wel 3 maanden tot een jaar voor nodig om voldoende te herstellen en te wennen aan de nieuwe dingen in hun leven. En iedereen is hierin weer anders; sommigen zullen sneller de draad van hun leven weer oppakken, terwijl anderen een stuk langer bezig zijn om weer lekker in hun vel te zitten.

 

Ouderwetse gedachte

Sommige bedrijfsartsen hebben nog de ouderwetse gedachte dat mensen met een stoma nooit meer kunnen werken. In het 'Handboek Arbeid en belastbaarheid' (Karsdorp, 1999) staat geschreven dat stomadragers, eventueel met aanpassingen, na de aanleg van een stoma weer aan het werk kunnen. Natuurlijk moet de gehele situatie worden meegenomen en het per persoon worden bekeken.

 

Vrijwilligerswerk

Kun je de druk of verantwoordelijkheid van een betaalde baan (nog) niet aan omdat je bijvoorbeeld nog teveel klachten hebt, dan kan het fijn zijn om mee te kunnen blijven doen in de maatschappij. Een optie is dan bijvoorbeeld vrijwilligerswerk. Als vrijwilliger sta je minder onder druk. Je kunt afbellen als je je niet goed voelt en je hebt minder verantwoordelijkheden. Vrijwilligerswerk kan ook weer een opstap zijn naar een baan in het arbeidscircuit, je doet zo werkervaring op en je bouwt zelf weer arbeidsritme op. Werkgevers kijken namelijk vaak naar wat iemand naast werk nog meer heeft gedaan. Wat heb je bijgedragen aan de samenleving?

 

 


 

Re-integratie

Samen met je werkgever ga je bekijken of het werk wat je eerst deed, nu nog geschikt voor je is. Vooral zwaar lichamelijk werk is af te raden met een stoma. Bouwvakker, werken op een crèche, verpleegster; het kunnen beroepen zijn die met een stoma niet verstandig meer zijn doordat er zwaar getild moet worden. Met de nadruk op 'kunnen', want voor veel dingen zijn oplossingen te vinden en iedere situatie is weer anders. Dit hele proces noem je re-integratie.

 

Wat kun je nog wel i.p.v. niet

Bij de re-integratie staat centraal wat jij -de werknemer- gegeven je medische beperkingen, nog wel kunt in plaats van wat je niet kunt. Kijken naar de mogelijkheden, in plaats van de onmogelijkheden; dat is het motto van veel re-integratiebedrijven anno nu. Dat betekent dat je bijvoorbeeld in het bedrijf waar je werkt eventueel ander passend werk moet accepteren en dat de werkgever dat zo nodig ook moet aanbieden.

 

Poortwachter

Om je zo snel mogelijk weer aan het werk te krijgen, bestaan er normen/rechten/plichten voor wat werkgever, Arbodienst/ bedrijfsarts en werknemer minimaal moeten doen aan re-integratie. Dit wordt de Wet verbetering Poortwachter genoemd. Samen met je werkgever doorloop je een aantal stappen totdat je uiteindelijk weer aan het werk kunt, dat is het uiteindelijke doel.

 

Arbo- bedrijfsarts

Als je 6 weken ziek bent wordt er een probleemanalyse gemaakt door de Arbo- bedrijfsarts. De arts zet op een rijtje wat de aard van je ziekte is en wat je wel en niet kunt. Na 8 weken wordt er een plan van aanpak geschreven samen met je werkgever, waarbij er rekening wordt gehouden met de probleemanalyse. Hierin kunnen dingen staan als: aanpassingen op het werk. Of, wanneer en onder welke voorwaarden je weer kunt beginnen met werken. En activiteiten die begeleiden naar ander werk. Zo kun je bijvoorbeeld beginnen op therapeutische basis, waarbij je gezondheid centraal staat en niet je werkprestatie en je daardoor rustig kunt wennen aan het werkritme. Of met halve dagen en dan langzaam iets meer opbouwen.

 

Evalueren

Regelmatig heb je contact met de arbodienst/bedrijfsarts en werkgever om te evalueren of het doel in de plan van aanpak nog haalbaar is, en zo niet, dan kan het worden aangepast. Na ongeveer een jaar moeten jij en je werkgever de stand van zaken doornemen, wat een 'eerstejaarsevaluatie' wordt genoemd. Gedurende het tweede jaar wordt het zogenaamde 2e spoor traject opgestart, vaak met behulp van een re-integratiebedrijf. Tijdens dit tweede jaar worden naast de interne mogelijkheden ook naar externe passende mogelijkheden gekeken. Dit gebeurt vaak onder begeleiding van een re-integratiecoach/mobiliteitscoach. Lukt het niet om na bijna twee jaar weer aan het werk te zijn? Dan stelt je werkgever samen met jou en de arbodienst/bedrijfsarts een re-integratieverslag op. Dit verslag is een bundeling van documenten, zoals het plan van aanpak en de probleemanalyse. Hieruit blijkt wat jij en je werkgever hebben gedaan om weer aan het werk te gaan.

 

WIA-uitkering

Dit verslag heb je nodig voor de volgende stap: een WIA-uitkering aanvragen (Wet werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen). Dit is de opvolger van de WAO. Als er al eerder duidelijk is dat je door je ziekte niet meer kunt werken, kun je een WIA-uitkering met verkorte wachttijd aanvragen. Je werkgever betaalt maximaal 2 jaar je loon door (minstens 70%). Als je contract afloopt in de ziekteperiode kun je een ziektewet-uitkering aanvragen.

 

(Weer) aan het werk vanuit een uitkering

En wat als je in een uitkering zit en (weer) aan het werk wilt? Of tijdens je schoolperiode een stoma hebt gekregen en voor het eerst een baan zoekt? Indien je in een uitkering zit, is het UWV verantwoordelijk voor de re-integratie. Je kunt hierbij bijvoorbeeld hulp krijgen van een arbeidsdeskundige of een werkcoach. Ook kun je via het UWV ondersteuning krijgen van een re-integratiebedrijf. Hiervoor kun je, als je een WW- of arbeidsongeschiktheidsuitkering hebt, een IRO aanvragen (Individuele Re-integratieovereenkomst: je kiest dan zelf een re-integratiebedrijf en stelt samen met dat bedrijf een plan op om weer aan het werk te gaan en het UWV betaalt de kosten).

 

PRB

Of, als je het werk niet meer kunt doen vanwege een ziekte of handicap, een PRB (Persoonsgebonden Re-integratiebudget om zelf je re-integratietraject te regelen). Een eigen bedrijf starten kan een interessante mogelijkheid zijn om (weer) aan het werk te gaan. Neem ook hiervoor contact op met het UWV.

 

 

 

Bij het onderwerp mede gebruik gemaakt van de bronnen: Arbo.nl, Leren.nl en UWV.nl.

 


 

Solliciteren

Wat vertel je wel en wat niet? En hoe leg je het zwarte gat in je CV uit? Als je een tijdje uit de roulatie bent geweest, of er zelfs nog niet in hebt gezeten door ziekte, kan dit je onzeker maken. Het kan zijn dat je een tijd bezig was met 'patiënt' zijn, en daar moet nu een ommekeer in komen. Zelfvertrouwen, geloof in je eigen kunnen en een goed verhaal: drie onmisbare ingrediënten bij het solliciteren.

 

Wat wil een werkgever horen?

Een werkgever wil horen wat iemand meebrengt aan kennis en ervaring voor de functie. Het gaat om je kwaliteiten en competenties. Wat kun jij zijn bedrijf bieden? Het is belangrijk bij het solliciteren vanuit het werkgeversoogpunt te kijken; denk positief en oplossingsgericht. Een werkgever kijkt vooral naar waar je nu staat, en niet naar je verleden. Met je sollicitatie zeg je dan ook: ik ben er klaar voor! Recente werkervaring is niet het enige wat telt, het gaat werkgevers om de kwaliteiten, motivatie en ambities die je meebrengt.

 

Je CV

Sommige dingen in je CV die jij niet van belang acht, kunnen juist voor een werkgever heel belangrijk zijn. Misschien heb je tijdens vrijwilligerswerk bewezen dat je stressbestendig bent, of een goede organisator, of heb je een hobby die erg veel over bepaalde eigenschappen van jou zegt. Of heb je ondanks het ziek zijn thuis opleidingen gevolgd, waardoor je een doorzetter kunt zijn, en leergierig. Vermeld dit soort dingen dus ook allemaal in je CV. Werkgevers willen weten wat jij te bieden hebt: zelfkennis is dus erg belangrijk.

'Gat'

Bereid je ook voor op vragen over dat beroemde gat in je CV, dan wordt je er niet door overvallen. Wees open en sterk in het gesprek. Je hoeft je zwakke punten niet uitgebreid toe te lichten, maar geef wel eerlijk antwoord als ernaar wordt gevraagd. Maar houd het positief, aan elke vervelende ervaring kun je een positieve draai geven. Het gaat om vertrouwen, beide partijen willen niet voor verrassingen komen te staan. Je CV is overigens je visitekaartje. Laat je daarin van je beste kant zien, dat maakt een eventueel "gat" vanzelf al wat kleiner.

 

Wet medische keuringen

Een medische keuring is volgens de Wet Medische Keuringen ook niet toegestaan, tenzij de functie bijzondere lichamelijke eisen aan jou stelt als werknemer. Er mag tijdens een sollicitatiegesprek niet gevraagd worden naar je gezondheid of ziekteverleden. Dit is vastgelegd in de Wet Medische Keuringen. De werkgever mag geen vragen stellen die niet van belang zijn voor de uitoefening van de functie. Maar de andere kant van de medaille is dat je als sollicitant verplicht bent om de werkgever alle informatie te geven die wél van belang is. Zo kom je soms voor het dilemma te staan: vertellen of verzwijgen?

 

Niet verzwijgen

Je stoma of onderliggende ziekte kunnen wel aan bod komen, maar alleen in hoeverre het je functioneren belemmerd. Je mag het bijvoorbeeld niet verzwijgen als je binnen een half jaar nog een operatie voor de boeg hebt, of sommige taken niet kunt uitvoeren of minder productief bent. Stel dat je in een dierenwinkel wilt gaan werken, en je kunt de zware zakken kattengrit niet tillen, dan moet je dit bij je sollicitatiegesprek(ken) eerlijk aangeven.

Rechtszaak

Als sollicitant ben je niet verplicht je hele medische dossier ter inzage te geven. Maar je mag kwalen die je ongeschikt maken voor de functie waarnaar je solliciteert, niet verzwijgen. Dit heeft het Gerechtshof in Arnhem bepaald in de zaak van een verkoper in een bloemenzaak. Deze had bij zijn sollicitatie verzwegen dat hij rugklachten had. Toen hij later met rugklachten in de ziektewet belandde, weigerde zijn werkgever het loon door te betalen. Dat was terecht, oordeelde het Hof (9 november 2004, JAR 2005/81). Bron: Nieuwsbrief KvK Amsterdam, augustus 2005.

 

Je stoma: vertellen of niet?

Indien je stoma of onderliggende ziekte op geen enkele manier een belemmering is voor je toekomstige baan, ligt het helemaal aan jezelf of je vertelt dat je een stoma hebt of niet. Iedereen is weer anders. De een zal het liever verzwijgen uit schaamte of omdat dit gewoon prettiger voelt, terwijl de ander het fijn vindt om het aan de werkgever en/of de collega's te vertellen.

 

Openheid

Maar als je ermee zit dat je iets achterhoudt, vertel het dan, anders gaat het je in de weg zitten. Openheid is toch vaak het beste. Vertel het eerlijk, maar onderbouw goed waarvoor jij zo geschikt bent voor deze functie. Als je tijdens de sollicitatie niets over je stoma wilt vertellen, is het wel goed om van tevoren na te denken over onverwachte vragen, zodat je niet voor verrassingen komt te staan.

 

Bij het onderwerp mede gebruik gemaakt van de bronnen: Crohniek van de Crohn en Colitus Ulcerosa vereniging Nederland en UWV perspectief.

 


 

Voordelen werkgever

Belangrijk is ook om de werkgever op de voordelen te wijzen als je een uitkering hebt. Open kaart spelen kan hierdoor voordelen hebben.

 

  • Zo kan de werkgever in het geval van het in dienst nemen/houden van een 'arbeidsgehandicapte' in aanmerking komen voor premiekorting.
  • Ook hoeft de werkgever, wanneer je ziek uitvalt, niet het (volledige) loon door te betalen maar heb je recht op een Ziektewetuitkering op grond van de zogeheten no-risk-polis. Deze polis is in het leven geroepen om de angst bij werkgevers weg te nemen dat iemand met een arbeidshandicap vaker en sneller ziek zal zijn dan andere werknemers (uit onderzoek blijkt overigens dat dit niet zo is).
  • Indien je in de WAJONG zit en niet in staat bent hetzelfde te presteren dan je collega's zonder beperking, kan je werkgever loondispensatie krijgen. Loondispensatie ontheft de werkgever van de verplichting om tenminste het wettelijke minimumloon te betalen. Het UWV vult het loon van de Wajonger aan als het onder het minimumloon komt.
  • Ook is bij Wajongers een proefplaatsing mogelijk voor maximaal 3 maanden, waarbij je de uitkering behoud en je werkgever (nog) geen loon hoeft te betalen. Je kunt dan je werkgever laten zien wat jouw capaciteiten zijn en hem ervan overtuigen dat je een goede werknemer bent!

Doorzetters

Voor werkgevers is het ook belangrijk te onthouden dat veel mensen die iets mankeren enorme doorzetters zijn, juist omdat ze niet als patiënt gezien willen worden. Iemand die nu gezond is, kan ooit ziek worden. Mensen die hun grens al een keer hebben overschreden, letten daar veel beter op.

 


 

Aanpassingen op het werk

Je hebt recht op eventuele aanpassingen op je werkplek. De werkgever is verplicht om te zorgen voor een toegankelijke werkplek, en onder bepaalde voorwaarden worden de aanpassingen ook vergoedt door het UWV. De ene stomadrager heeft hier geen behoefte aan, terwijl de andere graag aanpassingen ziet om zich bijvoorbeeld veiliger te voelen op de werkplek en meer op zijn of haar gemak.

 

Aanpassingen kunnen zijn:

  • een ergonomische stoel of een speciaal kussen na een endeldarmverwijdering/ anusamputatie,
  • een afvalbak (met deksel) op het toilet (vaak is deze bij de vrouwen al aanwezig, maar bij de mannen niet),
  • bij het toilet een wasbakje met fonteintje;
  • een spiegel op het toilet om je stoma goed te kunnen verzorgen,
  • iets wat lucht afzuigt,
  • goed licht,
  • en een plek om je stomaspullen en eventuele schone kleding neer te kunnen leggen.
  • een verhoogd toilet is soms ook gewild, bijvoorbeeld bij een erg slechte buik.
  • het kan ook zijn dat er tijdelijk iets geregeld moet worden, zoals een plek om even te rusten.

 


 

Uitkering

Naast inkomen uit een betaalde baan, kun je bij ziekte ook inkomen krijgen door een uitkering. Op de pagina's hiervoor werd er al over een aantal gesproken.

 

Als eerste de WAJONG:

      Dit is een afkorting van de Wet Arbeidsongeschiktheidsvoorziening Jonggehandicapten. Op 1 januari 1998 is de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) in werking getreden. De wet biedt jonggehandicapten en studenten die arbeidsongeschikt zijn een uitkering op minimumniveau. Het betreft de groep arbeidsongeschikten die zich niet kunnen beroepen op de WAO/WIA omdat ze geen arbeidsverleden hebben. Je hebt recht op de Wajong als je in je jeugd geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt raakt. Arbeidsongeschikt ben je als je door ziekte of handicap minder kan verdienen dan iemand met dezelfde leeftijd en opleiding.

       

      Je hebt er recht op als:

      • Je arbeidsongeschikt bent voor je 17de verjaardag,
      • Je een student bent,
      • Jonger dan 30 jaar,
      • En tijdens je studie arbeidsongeschikt wordt waarvoor (volledig) werken na je studie onmogelijk is.

       

      Je moet ook aan een aantal voorwaarden voldoen:

      • Voor minstens 25% arbeidsongeschikt,
      • Langer dan 52 weken aaneengesloten ziek,
      • Niet jonger dan 18 jaar,
      • En niet ouder dan 65 jaar.

       

      Wajong aanvragen

      Zoals alle uitkeringen vraag je de Wajong aan bij het UWV, waarna de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige bepalen of en voor hoeveel procent je arbeidsongeschikt bent. Vraag je uitkering aan binnen 9 maanden na je 17e verjaardag, of, als je arbeidsongeschikt bent geworden tijdens of kort na je studie, binnen 9 maanden nadat je ziek bent geworden. Je hebt recht op een Wajong-uitkering wanneer je 52 weken onafgebroken voor minstens 25 procent arbeidsongeschikt bent geweest. Er geldt dus een wachttijd van een jaar.

       

      Ingrijpende veranderingen

      De Wajong is ingrijpend veranderd. Per 1 januari 2010 gelden er andere regels voor de nieuwe instroom. Bij de nieuwe Wajong staat werken naar vermogen centraal. Als je nog (gedeeltelijk) kunt werken dan wordt samen met het UWV een participatieplan opgesteld. In dat plan staat welke ondersteuning je nodig heeft en wat voor jou de beste manier is om werk te vinden. Voor 1 januari 2010 werd eerst de Wajong-uitkering toegekend en daarna werd hulp bij het vinden van werk aangeboden. Bij de nieuwe Wajong krijg je niet meteen een eindbeoordeling. Er wordt tussen je 18e en 27e jaar door middel van tussentijdse herkeuringen en evaluaties gekeken of je meer of minder kunt werken. Pas als je minstens 27 jaar bent en 7 jaar een Wajong-uitkering ontvangt volgt een eindbeoordeling.

       

      WWNV

      Vanaf (waarschijnlijk) 2014 worden de Wajong, bijstand en WSW samengevoegd tot één regeling: de Wet werken naar vermogen (WWNV). De Wajong is dan alleen nog toegankelijk voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten. Wie kan, doet mee. Er wordt gekeken naar de mogelijkheden, in plaats van naar de beperkingen. De mensen die voor 1 januari 2010 een Wajonguitkering hebben aangevraagd, vallen onder de "oude Wajong". De nieuwe Wajong is vanaf 1 januari 2010 tot 31 december 2011. Voor deze mensen geldt dat er geen partnertoets en middelentoets geldt in de nieuwe WWNV. Wajongers die kunnen werken, komen in de WWNV terecht.

       

      Wat verandert er nog meer?

      Alle Wajongers worden herkeurd, ongeacht het arbeidsongeschiktheidspercentage. Nu kunnen Wajongers die werken, loonaanvulling krijgen tot maximaal het minimumloon. Dat zal straks op bijstandniveau zijn (70% van het minimumloon). Gedeeltelijk arbeidsongeschikten worden zoveel mogelijk aan de slag geholpen bij reguliere werkgevers, via loondispensatie. Maar de groep die begeleiding krijgt, wordt beperkt tot de meest kwetsbare groepen. De anderen moeten zelf aan werk zien te komen.

       

      Bij dit onderwerp gebruik gemaakt van de bron: Wajongmagazine

       

      WAO/WIA:

        De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) werd op 29 december 2005 vervangen door de WIA; de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. De WAO blijft bestaan voor mensen die in de WAO zitten. Wel kun je worden herkeurd volgens nieuwe strengere criteria, al dan niet met gevolgen voor de uitkering.

        • Als je na twee jaar ziekte voor een deel of helemaal niet meer kunt werken, kun je in aanmerking komen voor een uitkering volgens de WIA.

         

        Werken staat voorop

        In deze uitkering staat werk voorop. Het accent in de wet ligt op wat mensen nog wel kunnen. Door middel van financiële prikkels worden werkgevers en werknemers gestimuleerd er alles aan te doen om gedeeltelijk arbeidsgeschikten aan het werk te helpen of te houden. Tegelijkertijd is er inkomensbescherming voor mensen die echt niet meer aan de slag kunnen komen.

         

        Twee delen

        De WIA bestaat uit twee delen: de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en de Regeling inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten (IVA). Als je volledig arbeidsongeschikt bent en de kans dat je weer herstelt erg klein is, dan krijg je een IVA-uitkering. Iedereen die gedeeltelijk arbeidsgeschikt is, kan in aanmerking komen voor een uitkering op grond van de WGA. Door de invoering van de WIA is de Wet re-integratie arbeidsgehandicapten (Wet REA) vervallen. De Wet REA is deels opgenomen in de WIA en deels in de Wajong.

         

        Ziektewet:

          Als je ziek wordt en geen werkgever (meer) hebt, kun je ‘ziekengeld’ ontvangen. De Ziektewet voorziet hierin. Een ziektewetuitkering vraag je ook aan bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). Het UWV is ook verantwoordelijk voor de verzuimbegeleiding en re-integratie. Je kunt bijvoorbeeld voor de ziektewet in aanmerking komen als:

          • Je tijdelijke arbeidscontract afloopt tijdens je ziekte,
          • Je een Werkloosheidswetuitkering (WW) ontvangt en ziek wordt,
          • Je ziek wordt als gevolg van zwangerschap en bevalling.

           

          Loondienst

          Wanneer je in loondienst werkt, heb je tijdens je zwangerschapsverlof recht op een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg. Maar als je door je zwangerschap vóór of na de bevalling ziek wordt, ontvang je een Ziektewetuitkering of je bent gedeeltelijk arbeidsgeschikt en wordt ziek binnen vijf jaar nadat je bent aangenomen. Je werkgever hoeft dan niet je loon door te betalen, maar je ontvangt een Ziektewetuitkering (no-risk-polis).

           

          Zelfstandig ondernemerschap:

            En dan een uitkering als je een eigen bedrijf hebt. Alleen zelfstandige ondernemers die voor 1 augustus 2004 arbeidsongeschikt zijn geworden kunnen nog een WAZ-uitkering (Wet arbeid en zorg) krijgen. Als je nu arbeidsongeschikt wordt, moet je zelf voor een vervangend inkomen zorgen. Je kunt dit doen door:

            • Een ‘gewone’ particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten,
            • of een 'individuele arbeidsongeschiktheidsverzekering tegen collectieve voorwaarden' af te sluiten.

            Dit is mogelijk via diverse branche- en beroepsorganisaties.

             

            Vrijwillige Ziektewetverzekering

            Ook organisaties voor zelfstandigen, zoals de Vereniging Platform Zelfstandige Ondernemers (PZO), CNV Zelfstandigen en FNV Zelfstandigen bieden hun leden deze mogelijkheid, een vrijwillige Ziektewetverzekering en/of WIA-verzekering bij UWV af te sluiten. Deze verzekering geldt als je als werknemer of vanuit een uitkering de start maakt naar zelfstandig ondernemerschap.

             

            Vangnetregeling

            Ook is er een vangnetregeling. De alternatieve verzekering is een arbeidsongeschiktheidsverzekering die bedoeld is voor moeilijk verzekerbare risico’s. Ondernemers die eerder voor een reguliere verzekering door een verzekeraar geweigerd werden of alleen met premieopslag en/of uitsluitingen geaccepteerd werden, kunnen een beroep doen op de vangnetverzekering. Voor de alternatieve verzekering kunt je in aanmerking komen als je:

            • Als startende ondernemer moeilijk verzekerbaar blijkt door bijvoorbeeld een hoog risico op arbeidsongeschiktheid,
            • En je binnen drie maanden na de start van het bedrijf meldt voor de alternatieve verzekering bij een particuliere verzekeraar,
            • Je als zelfstandige na herkeuring weer volledig aan het werk kunt en daarmee je WAZ-uitkering verliest.

             

             

            Bij dit onderwerp gebruik gemaakt van de bron: Ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid

             



            (Her)keuring

              Veel mensen zien toch wel tegen de (her)keuring van het UWV op. De één wil graag (weer) aan het werk en is bang dat de keuringsarts/ arbeidsdeskundige hierover een ander oordeel heeft, terwijl de ander voelt dat hij of zij (nog) niet aan het werk kan, en juist bang is dat de arts/deskundige dit wel vindt. Belangrijk is het dan ook om je goed voor te bereiden.

              Voorbereiden

              • Allereerst kan het heel prettig zijn om iemand mee te nemen. Je partner, familielied of iemand van een belangengroep. Twee weten en horen vaak meer dan één.
              • Vraag je arts(en) om je medische situatie te beschrijven. Neem de brief of aantekeningen van je arts mee naar het gesprek.
              • Zet op een rijtje tegen welke problemen je in het dagelijks leven aanloopt door je ziekte en/of stoma. Welke dingen kun je wel en welke niet? Geef duidelijke voorbeelden.
              • Bedenk hoe een doorsnee dag eruit ziet. Maar beschrijf ook een goede dag en een slechte dag en geef aan hoe vaak die voorkomen.
              • Zet alles op papier, ook je vragen en neem deze mee naar het gesprek.
              • Neem ook je medicijnen mee.

              Patiëntenorganisaties en belangengroepen kunnen je helpen bij de voorbereiding. Door zelf actief mee te denken, houd je zelf ook de regie in handen. Je plan is gericht op jouw eigen toekomst. Het is dus belangrijk dat je daar actief bij betrokken bent.

               

              Twee delen

              De keuring bestaat meestal uit twee delen: een onderzoek door één of twee verzekeringsartsen (gesprek en soms ook een lichamelijk onderzoek) en een onderzoek door één of twee arbeidsdeskundigen. De verzekeringsarts brengt je medische situatie in kaart: welke klachten en beperkingen heb je? Hij stelt je 'belastbaarheid' voor werk vast. Als de verzekeringsarts genoeg informatie heeft, vult hij je beperkingen in op een lijst: de functionele mogelijkheden lijst (FML).

               

              De lijst bestaat uit zes categorieën:

              • Persoonlijk functioneren en sociaal functioneren (bijvoorbeeld concentratie, flexibiliteit, werktempo en omgang met collega's)
              • De werkplek
              • Bewegen
              • Statische houdingen (zoals zitten en staan)
              • En werktijden (aantal uren en tijdstippen)

               

              Arbeidsdeskundige

              De verzekeringsarts kijkt niét welk werk je eventueel nog kunt doen: dat doet de arbeidsdeskundige. De arbeidsdeskundige komt er niet aan te pas als de verzekeringsarts vindt dat je helemaal niet meer kunt werken. De arbeidsdeskundige bekijkt wat voor werk je nog kunt doen en wat je daarmee kunt verdienen. Al het werk dat 'algemeen geaccepteerd' is, komt in aanmerking. Dit kan van alles zijn: je eigen werk bij je oude werkgever of een andere werkgever, of ander werk.

               

              Welke beroepen?

              De arbeidsdeskundige houdt geen rekening met je beroep en opleidingsniveau. Hij kijkt dus ook naar werk dat onder je niveau ligt. Maar hij mag geen beroepen selecteren waarvoor je de opleiding of capaciteiten mist. Tenzij het gaat om eenvoudige vaardigheden die je binnen enkele maanden kunt leren. De arbeidsdeskundige selecteert een aantal beroepen die je nog kunt uitoefenen. Hij maakt daarbij gebruik van een computersysteem: het CBBS.

               

              CBBS

              In dit systeem zijn beschrijvingen opgenomen van allerlei beroepen (functies) die in Nederland voorkomen. Per functie is aangegeven wat voor werk je moet doen, hoe zwaar het werk is, welke opleiding je ervoor nodig hebt en welk loon je ermee kunt verdienen. Ook staat erbij hoe vaak de functie minimaal voorkomt in Nederland. Dat is het aantal arbeidsplaatsen. Arbeidsplaatsen zijn dus geen vacatures, maar bestaande werkplekken. Als er ten minste drie geschikte functies met voldoende arbeidsplaatsen zijn, kan de arbeidsdeskundige je arbeidsongeschiktheidspercentage berekenen. Dit bepaalt de hoogte van je uitkering.

               

              Dossier inzien

              Kan de arbeidsdeskundige geen drie functies vinden? Of hebben de functies te weinig arbeidsplaatsen? Dan ben je volledig arbeidsongeschikt. Je hebt recht op een verslag van de gesprekken. Ook mag je jouw dossier inzien. Dat moet je wel schriftelijk aanvragen bij jouw UWV-kantoor.

               

              Bij dit onderwerp gebruik gemaakt van de bron: Kennisring

               

              é

              Pin It
              Laatst aangepast op donderdag 07 augustus 2014 16:21
               
              Terug naar boven

              twitter

              Linkedinfacebook

              Youtubeemail