Geschiedenis van een stoma
Inhoudsopgave
Geschiedenis van een stoma
De geschiedenis van de colostoma
De geschiedenis van de ileostoma
De geschiedenis van de urinestoma
De geschiedenis van de pouch en continent stoma
De geschiedenis van de stoma in Nederland
De eerste zelfhulpgroepen en patiëntenverenigingen
De geschiedenis van het stomamateriaal
Alle pagina's

 

 

De geschiedenis van de stoma

Het pionierswerk in de stoma-chirurgie heeft een aanvang genomen in Frankrijk. Langzaam drongen de ontwikkelingen door naar landen als Duitsland en Oostenrijk, Engeland en Nederland, waarbij vooral Engeland een voorsprong kreeg. In de periode tussen de twee wereldoorlogen vonden grote ontwikkelingen plaats in de Verenigde Staten en na de tweede wereldoorlog namen de Amerikanen de leiding op het gebied van stomazorg en stoma-nazorg.

 


De geschiedenis:

Het oudst vastgelegde geschreven fragment waarbij er een opening in de buikwand werd gemaakt, vinden we terug in het oude testament van de Bijbel. Om precies te zijn: Rechters 3:21-22.

Toen greep Ehud met zijn linkerhand (Ehud stamt uit een linkshandige familie) het zwaard van zijn rechterheup en stak de koning in zijn buik. Het zwaard drong met lemmet (het handvat) en al in zijn lichaam. Het vet sloot zich om het lemmet zodat de koning het zwaard niet uit zijn buik kon trekken, en het vuil kwam eruit.

 

Verre verleden

Van oorsprong is de hedendaagse darmchirurgie gebaseerd op de wijsheden opgedaan uit het verre verleden van de vroegste chirurgie in militaire hospitaals. Dit is niet zo verwonderlijk als je bedenkt dat de mensheid door de eeuwen heen veel oorlogen en geweld heeft moeten doorstaan. Uit literatuur blijkt dat al in het jaar 350 voor Christus Praxagoras van Kos een soort stoma heeft aangelegd bij darmverwondingen.

 

Hippocrates en Celsus

In de vroege Griekse tijden wisten sommige artsen, zoals de beroemde Hippocrates (460-377 voor Christus, links), en later de arts Aurelis Cornelius Celsus (53 voor Christus tot 7 na Christus, rechts) dat verwondingen aan de dikke darm en dunne darm vaak dodelijk zijn; maar ze wisten niet waarom en hadden ook niet de mogelijkheid om de sterfgevallen te voorkomen. Celsus gaf uitgebreide uiteenzettingen over de handelwijze bij darmverwondingen.

Galen

Nog een belangrijk medicus was de Griekse Claudius Galen, die leefde van 131 tot 201 na Christus, die de ideeën van Hippocrates en andere Griekse filosofen deed herleven. Hij was een belangrijke chirurg van Keizer Aurelius en op een school voor Romeinse gladiatoren. Hij heeft veel ervaring opgedaan met de verwondingen aan de romp/buik. In zijn proefschrift bespreekt Galen de vele mogelijke operatietechnieken bij een geperforeerde darm, de verschillende methoden om darmverwondingen te hechten. Maar hij is van mening dat er nog weinig gedaan kan worden aan verwondingen van de dunne darm.

Militaire hospitaals

In de militaire hospitaals hebben artsen door de eeuwen heen voor vele uitdagingen gestaan om ernstige verwondingen te behandelen. Vanaf de 14de eeuw kwamen daar schotwonden bij omdat ze toen artillerie begonnen te gebruiken (wat waarschijnlijk begon met een soort donderbus, een zwaar geweer). Zij die ernstige verwondingen aan de buik overleefden, hadden dit vooral te danken aan hun overlevingsdrang/ doorzettingsvermogen, en niet aan de vakbekwaamheid van de arts.

Natuurlijk gevormd stoma

Er zijn in de geschiedenis gevallen bekend waarbij er een stuk darm werd afgekneld en afstierf door de stagnerende bloedtoevoer, waardoor er een opening in de darmwand ontstond. De darm zocht zich een uitweg naar het huidoppervlak waardoor er een natuurlijk gevormde stoma ontstond. Ook is er bekend dat er door sommige verwondingen een natuurlijke ontstane stoma werd gecreëerd.

 

Voorstander

De Zwitserse geneesheer en alchemist Theophrastus Bombastus von Honenheim (Paracelsus, 1493 tot 1541) was een voorstander van een kunstmatige uitgang bij darmverwondingen doordat hij een spontane genezing had waargenomen na het ontstaan van een darmfistel.

 

Fistel

Soldaat George Deppe die in 1706 op 23 mei gewond raakte aan zijn onderrug bij de slag om Ramillies (De hertog van Marlborough verslaat de Fransen). Door deze wond aan zijn onderrug ontwikkelde hij iets wat tegenwoordig bekend staat als een fistel van de dikke darm. Hiermee heeft hij nog 14 jaar geleefd.

 

Niet alleen op het slagveld

Problemen met de darmen kwamen echter niet alleen voor op het slagveld, ook in Koninklijke kringen kreeg men ermee te maken.

 

Koning Stephen

Zo is koning Stephen van Engeland in 1154 overleden aan, wat ook wel wordt genoemd: 'iliac passion'. Dit is een Saksische term beschreven in 923 na Christus als een ziekte met kenmerken als: buikkrampen, een opgezette buik, braken en niet naar het toilet kunnen. Tegenwoordig zouden we dit een ileus (een acute verstopping van de darm omdat door wat voor reden dan ook de doorgang belemmerd wordt).

 

Eerste 'Koninklijke stoma'

De eerste beschreven 'Koninklijke stoma' is die van koningin Caroline of Ansbach, de vrouw van George ll. Ze overleed in 1737 aan de complicaties van een breuk veroorzaakt door een verdraaide darm. De darm scheurde na 7 zware dagen open en ledigde zich. Helaas mocht dit niet baten want ze overleed 3 dagen later, op 20 november.

 

Margareth White

De Britse chirurg William Cheselden (1688-1752), is één van de meest prestigieuze chirurgen van de vroege 18de eeuw (links). Hij had in 1750 een 73 jaar oude patiënt, 'Margareth White' (rechts).

Ingeklemde navelbreuk

De indicatie voor de operatie was een ingeklemde navelbreuk waardoor 55 centimeter van haar darm afgestorven was. Haar darmwand was gescheurd en ze gaf veel over. Cheselden verwijderde het darmdeel dat was afgestorven en liet een klein stukje darm uit de buikwand hangen. Of het nu een colostoma of een ileostoma was kunnen we helaas niet meer achterhalen.

 

Nog geen nazorg

Ondanks de slechte hygiëne in het ziekenhuis heeft zij de operatie overleefd en er vele jaren mee rondgelopen. Helaas bestond er toen geen nazorg en is er daardoor niet bekend hoe zij met haar stoma omging en wat voor stomahulpmiddelen zij gebruikte. Waarschijnlijk moest zij zichzelf behelpen met lappen en doeken.

 

Artsen aarzelden

Chirurgen uit die tijd aarzelden om operaties aan de darmen uit te voeren uit angst voor buikvliesontsteking met vaak de dood als gevolg. Jean Amussat (1796-1856), een Franse chirurg, geloofde dat deze aarzeling van zijn collega’s te maken had met de angst in opspraak te komen, wat slecht voor hun reputatie zou zijn. Amussat bracht een verslag uit over al de gepubliceerde stoma-operaties uit het verleden. Hij kwam erachter dat tussen 1716 en 1839 er 27 operaties waren uitgevoerd waarvan maar 6 mensen het hadden overleefd.

 

Bizarre experimenten

Het aanleggen van een stoma was niet favoriet, tot ongeveer het einde van de eerste wereldoorlog. Deze aarzeling was niet alleen schadelijk voor de reputatie van de chirurg, maar ook een stimulans voor wat wij nu bestempelen als: bizarre experimenten.

 

De behandelingen

De behandelingen die werden gedaan waren onder andere: overdreven zuiveren met laxeermiddelen en klysma’s, manueel verwijderen van ontlasting via de anus (met de hand), aderlating en het toedienen van grote hoeveelheden kwik (vaak rond een kilo) in de hoop dat het zware gewicht van de substantie de ontlasting naar beneden zou duwen. Deze behandelingen hadden vaak de dood tot gevolg, niet in de laatste plaats door kwikvergiftiging.

 

Thomas Sydenham

Thomas Sydenham is een bekende Londense arts die leefde rond 1850. Hij adviseerde om te gaan paardrijden om zo de passage van de stoelgang te bevorderen bij een verstopte darm. En bij een luie darm adviseerde hij om een kitten op de opgezette buik te zetten, waarschijnlijk voor de warmte en de massage van het beestje. Deze behandelingen behaalden gek genoeg niet het beoogde resultaat...

 

Mede gebruik gemaakt van de bron: Ostomy Association en het boek 'Een kwart eeuw stomazorg in Nederland'.

 


 

De geschiedenis van de colostoma

De eerste verslagen van bewuste chirurgische vorming van een colostoma dateren uit 1710, toen doctor in de medicijnen en anatomicus Mr. A. de Littré een colostoma als behandeling noemde bij anustresie (een aangeboren afwijking waarbij de anus onvoldoende is ontwikkeld). Volgens zijn methode werd de kunstmatige uitgang in de linkerzijde (lateraal) van de buik aangelegd, in de liesstreek (de flexura sigmoidea).

 

Historische verslagen

Als je kijkt naar de historische verslagen staan er maar een paar chirurgen geregistreerd die moedig genoeg waren om een poging te wagen en een kunstmatige anus te creëren als andere behandelingen faalden. Eén van die chirurgen was de Fransman M. Pillore, die in 1776 het eerste succesvolle colostoma aanlegde bij een zekere mevrouw M. Morel. Zij had een kwaadaardig gezwel in de endeldarm en als gevolg daarvan een totale darmafsluiting.

 

Laatste redmiddel

Chirurgie werd gezien als een laatste redmiddel wanneer andere agressieve niet-chirurgische behandelingen hadden gefaald. De opening van de stoma werd toen nog gemaakt in de blindedarm. Een spons, die met een elastische band op zijn plaats werd gehouden, ving de ontlasting op dat tussen de regelmatige klysma’s uit de colostoma kwam. Alles ging goed met deze vrouw, tot ze na 18 dagen plotseling overleed door buikvliesontsteking. Uit de autopsie bleek dat de doodsoorzaak niet het gevolg was van de operatie, maar door een versmalling in de darm waar ze ook de 1 kilo kwik terugvonden die ze voor de operatie tegen de verstopping hadden toegediend.

 

Methode van Littré

De methode van Littré werd door Dubois in 1783 toegepast bij een pasgeboren baby. Helaas overleed deze een week na de operatie. De Franse chirurg Duret had in 1793 met dezelfde operatie bij een paar dagen oude baby geboren zonder anus een beter resultaat. Hij legde de stoma alleen aan in de rechter liesstreek. Hoewel de baby er voor de operatie erg slecht aan toe was, is hij goed hersteld en heeft nog 43 jaar met de stoma geleefd.

 

De eerste dubbelloops colostoma

Een Andere Europese chirurg die zijn naam op de lijst van pioniers zette was: Professor Fine uit Geneva, die in 1797 de eerste dubbelloops colostoma aanlegde bij een 63 jarige vrouw, al was het door een fout. Fine had geprobeerd een ileostoma aan te leggen bij een patiënte met een kwaadaardig gezwel in haar endeldarm. Na 5 maanden overleed ze en pas bij de autopsie leerde hij van zijn fout. De eerste poging tot het aanleggen van een ileostoma was echter gedaan.

Hendrik Callisen

De Deense chirurg, Hendrik Callisen (1740-1824) beschreef in 1798 in zijn chirurgische handboek een bepaalde chirurgische aanpak voor de aanleg van een colostoma. Volgens hem was het mogelijk een colostoma in de lendestreek aan te leggen zonder dat het buikvlies geopend werd. Hij claimde dat deze aanpak het risico van schade aan het buikvlies verminderde, en dus ook de kans op buikvliesontsteking.

 

Methode van Amussat

De Fransman Amussat (1796-1855) legde, voortgaande op de studies van Callisen, in 1839 het eerste colostoma aan links in de lendestreek. Lange tijd voerde men de methode van Amussat uit, ondanks de nadelen dat de operatie erg lastig was, en de stoma door de persoon zelf moeilijk te verzorgen was door de hoge plaatsing. Naast deze methode werd die van Littré ook nog steeds gebruikt. In 1856 in de zitting van de Académie de médicine in Parijs, werd besloten dat de methode volgens Littré de voorkeur verdiende. (Onder een stoma aangelegd in de lendestreek volgens de methode Amussat. Bron: het boek 'Een kwart eeuw stomazorg in Nederland')

 

De eerste Britse chirurg

De eerste Britse chirurg die een stoma aanlegde was George Freer die in 1815 een pasgeboren baby met een onvolmaakte anus opereerde. En in 1817 een 47 jarige boer met een rectale obstructie. Beide patiënten leefden maar een paar weken. De boer is overleden doordat ze na de operatie te ijverig waren met laxeermiddelen en klysma’s door de stoma, wat uiteindelijk resulteerde in een kapotte blindedarm.

 

Mrs. White

De tweede Britse chirurg die een colostoma aanlegde was Daniël Pring, die in 1820 een zekere Mrs. White opereerde. Hij beschreef in detail de aanleg van de stoma en Mrs. White’s gecompliceerde herstel. Het is misschien wel het eerste verslag van postoperatieve stoma complicaties zoals huidzweren, een prolaps en besprekingen van stomahulpmiddelen. Het blijkt dat Mrs. White vond dat wat schijnt te zijn geweest een soort van gordel met daaraan een bakje, niet zo efficiënt vond als een kussentje met een soort riem voor de opvang van haar ontlasting dat twee keer per dag kwam.

 

Stomazorg belangrijk

De opmerkingen van Pring benadrukken de noodzaak dat al in 1820 het verstrekken van gespecialiseerde stomazorg en het kiezen van het fijnste stomamateriaal erg belangrijk was. Pring vond dat de colostoma bij Mrs. White een groot voordeel was. Hij geloofde dat de colostoma:

“haar een moraal verleende, net als een lichamelijk voordeel omdat de stoma het darmprobleem heeft opgelost. En dat de stoma haar tegelijkertijd een nieuwe levensinvulling gaf”.

Spoelen colostoma

Pillore en Fine hadden in de negentiende eeuw de methode bedacht om te spoelen bij een colostoma. Deze methode raakte in de vergetelheid en werd opnieuw ontdekt in 1917 door Lockhart Mummery (Engeland), die in datzelfde jaar de ervaringen publiceerde van mensen met een colostoma die spoelden. De spoelmethode was vooral in trek in de Verenigde Staten, en kwam later naar Nederland.

 

Mede gebruik gemaakt van de bron: Ostomy Association en het boek 'Een kwart eeuw stomazorg in Nederland'.

 


 

 

De geschiedenis van de ileostoma

De ileostoma is een veel recentere techniek, die vooral voortkwam uit de realisatie dat chirurgie een effectieve behandeling bij heftige colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn kon zijn. Deze ingreep vereist een verwijdering van een deel, of de gehele dikke darm, wat een colectomie wordt genoemd.

 

Onzeker

Nog in 1940 waren chirurgen onzeker over de haalbaarheid van een colectomie wegens technische moeilijkheden van de ingreep en de problemen van de postoperatieve zorg. Rond 1950 echter, was de anesthesie (verdoving) en postoperatieve zorg verbeterd, en werd colectomie in combinatie met een ileostoma vanzelfsprekender.

 

Eerste ileostoma

De eerste geregistreerde aanleg van een ileostoma was in 1879 door Baum, een Duitse chirurg uit Danzig. Een tijdelijk ileostoma werd aangelegd bij een patiënt met een kwaadaardige tumor. De patiënt overleed 9 weken later aan buikvliesontsteking door een lekkende darmnaad. Een succesvol herstel na de aanleg van een ileostoma werd gemeld door Maydi uit Wenen in 1883.


 

 

 Uit-stekende ileostoma

Lauenstein (1894) legde de eerste uit-stekende ileostoma aan, dat afklembaar was. Dit idee kwam oorspronkelijk van Partsch (1883). In deze tijd zijn ileostoma’s minimaal 15 centimeter lang zodat de ontlasting in het opvangmateriaal (een soort bakje) kan lopen zonder dat de huid helemaal kapot gaat.

 

 

 

 

Dubbelloops stoma

Carl Maydl ontwikkelde in 1883 een methode waarbij een darmlis naar buiten werd gehaald en tijdelijk werd vastgezet met een staafje dat onder de darm werd gebracht. Bij een tweede operatie werd de darmlis doorgesneden, waardoor er twee openingen ontstonden, en het staafje weer verwijderd. Hierdoor ontstond er een dubbelloops stoma, wat vooral bij tijdelijke stoma's werd gebruikt.

 

 

Regelmatig oprekken

Een ileostoma moest regelmatig worden opgerekt om te voorkomen dat de opening te nauw werd en dichtgroeide. Sommige artsen probeerden deze problemen te overwinnen door huidtransplantaties op de stoma toe te passen, maar dit had slechts beperkt succes. In 1952 toonde Bryan Brooke aan dat huidtransplantaties niet echt nuttig zijn, maar dat als je het einde van de dunne darm binnenstebuiten keerde en aan de huid vasthechtte, dit het dichtgroeien voorkwam. Het lijkt nu zo’n simpele en logische oplossing, maar het was toen een briljant idee. Deze techniek gebruiken we vandaag de dag nog steeds.

 

 

"Most lay persons, as well as all too many physicians and surgeons, have a horror image of the constantly discharging intestinal stoma and frequently think, out of ignorance, that death is preferable to ileostomy”

(Dr. Albery Lyons, 1952)

Gedachten toen

Dit was de gedachte van veel medici en patiënten met een stoma tot de jaren ’50. Tot die tijd droeg deze ingreep ook een onacceptabel hoog aantal ziekte en sterfte gevallen met zich mee, wat vooral het gevolg was van de kritieke toestand van de patiënt door acute of langdurige perioden van colitis ulcerosa of de ziekte van Crohn. Deze gedachte zou vandaag de dag nog steeds rondgaan als de mensen niet de voordelen van een stoma hadden ingezien.

 

Gedachten nu

Gelukkig is de veiligheid van chirurgie en onze capaciteit om te zorgen voor de mensen die net zijn geopereerd de laatste 50 jaar sterk verbetert. Terwijl de aanleg van een stoma nu gezien wordt als routine en een relatief laag-risico procedure, is het voor veel mensen toch nog een moeilijke keus. De aanleg van een stoma kan een grote verandering in je dagelijkse leven zijn en psychisch hebben sommigen het er ook moeilijk mee. Maar laten we maar blij zijn dat we in deze tijd leven, want vroeger hadden mensen met darmziekten niet veel overlevingskans.

 

Mede gebruik gemaakt van de bron: Ostomy Association en het boek 'Een kwart eeuw stomazorg in Nederland'.

 


 

 

De geschiedenis van de urostoma

Het eerste verslag van het omleiden van de urine waarbij gebruik wordt gemaakt van de darmen is uit 1851, door Simon bij een kind met een aangeboren afwijking. Helaas overleed het kind later. Eind 19de eeuw en begin 20ste eeuw waren operaties met het gebruik van darmen door het gebrek aan antibiotica zeer riskant in verband met buikvliesontsteking.

 

Appendicostoma

Verhoogen en de Grauwe ontwierpen in 1909 een vervangende blaas van de blindedarm en creëerden zo een appendicostoma wat te vergelijken was met de urostoma uit de jaren ’80.

 

 

 

Coffey

In 1911 bedacht de Amerikaan Robert Coffey (1869-1933) een techniek waarbij de urineleiders in de endeldarm werden gebracht. Hierdoor werden de urine en ontlasting samen afgevoerd. Een nadeel hiervan was dat je constant aan de diarree was. Toch was dit een vaak gebruikte techniek in die tijd. In Nederland paste professor Dr. J.A. Korteweg deze techniek in een wat gewijzigde vorm voor het eerst toe. Het verschil was dat hij de ureters in het sigmoïd net boven het rectum plaatste, in plaats van in het rectum zelf zoals Coffey deed.

 

Reservoir

In de tijd erna beschreven Zaayer en Schoemaker voor het eerst een techniek waarbij er een reservoir werd gemaakt van de dunne darm en zo een urostoma creëerde. De operatietechniek die deze chirurgen toepasten, zou pas populair worden in 1950, nadat Bricker dezelfde methode in de Verenigde Staten toepaste. In 1909 legde Schoemaker voor het eerst in de geschiedenis een urostoma aan bij een 18-jarige vrouw met een schrompelblaas wegens tuberculose. Professor Zaayer maakte in 1910 melding van twee door hem uitgevoerde operaties, waarbij hij een urostoma had aangelegd. (Bron afbeelding: het boek 'Een kwart eeuw stomazorg in Nederland')

 

Zuurvergiftiging

Daarna rond dezelfde tijd ontdekten Ferris en Oedel dat bij 80% van de patiënten met een Coffey-stoma er een zuurvergiftiging optrad doordat de urine weer in het lichaam werd opgenomen. Hierdoor verkozen ze toen de urostoma boven de Coffey-stoma.

 

Bricker

In 1950 ontwikkelde een Amerikaanse uroloog, Eugene Bricker, de urostoma die we nu kennen onder de naam 'Bricker procedure'. Van een klein stukje (10 tot 15 cm) van de dunne darm wordt een reservoir gemaakt om de urine vanuit de urineleiders in op te vangen. Van dat stukje darm wordt ook de daadwerkelijke stoma uitgang gemaakt door het door de buikwand iets naar buiten te brengen. Sinds de jaren ’50 is de Bricker procedure de meest gebruikte techniek voor een urostoma.

 

Continent urostoma

De eerste pogingen om een continent urostoma te creëren werden gedaan door Tizzoni en Foggi in 1888. In 1895 gebruikte Mauclaire het rectum als een reservoir voor urine. Deze twee vindingen waren essentieel voor de ontwikkeling van de moderne continent stoma: Kock stelde het principe vast van het gebruik van een stuk darm om zo een lage-druk reservoir te creëren, en Lapides maakte het katheteriseren populair. Door gebruik te maken van deze twee technieken, werd een verscheidenheid aan continent urostoma’s geïntroduceerd.

 

 

Indiana pouch

Een betrekkelijk nieuwe variant op de continent urostoma is de Indiana pouch. Deze operatietechniek is ontwikkeld door de heer Rowland en werd voor het eerst toegepast in 1987 in de Amerikaanse staat Indiana. Voor het inwendige reservoir wordt gebruik gemaakt van het laatste stukje van de dunne, en het eerste stukje van de dikke darm. Op de overgang tussen deze twee bevindt zich een natuurlijke klep die lekkage vanuit het reservoir voorkomt.

 

 

 

 

 

Mede gebruik gemaakt van de bron: Ostomy Association en het boek 'Een kwart eeuw stomazorg in Nederland'.

 


 

 

De geschiedenis van de pouch en continent stoma

In een poging om het dragen van stomahulpmiddelen overbodig te maken, ontwikkelde de Zweedse chirurg Nils Cock uit Göteborg na jaren lang dier-experimenteel onderzoek in de jaren ’70 een continent stoma. Een inwendig reservoir werd in de buikholte gemaakt van aan elkaar gehechte stroken dunne darm. De patiënt moest het reservoir legen met een katheter door een opening in de buikwand.

 

Lekkage

Lekkage bleef een probleem. In 1972 loste hij dat probleem op door een soort klepje bij de stoma-uitgang te ontwerpen, wat een lekkage-proof mechanisme bleek. In 1976 kwam professor Kock naar Nederland om tijdens het tienjarig jubileum van de 'Harry Bacon Club' zijn techniek en ervaringen met de operatie uiteen te zetten.

 

Dunne darm op anus

De Kock’s pouch zorgde ervoor dat sommige mensen een andere keus hadden, maar het was nog steeds een groot verschil met het normaal naar het toilet gaan. De Berlijner Rudolph Nissen had in 1933 een patiënt waar bij hij de dikke darm moest verwijderen. Hij hechte daarna de dunne darm op de anus waardoor de patiënt geen stoma nodig had. Helaas zorgde diarree ervoor dat veel mensen niet tevreden waren met deze techniek.

 

Peck

In een poging de diarree te verminderen creëerde Peck in 1971 een reservoir (pouch) van het laatste stukje van de dunne darm. Hiermee werd de opslagfunctie van de endeldarm nagebootst waardoor het probleem met de diarree werd opgelost. In Nederland leerde Dr. Lens in de jaren 1979 en 1981 de techniek van professor Kock. Medio 1991 heeft hij inmiddels 100 continent ileostoma's en 25 continent urostoma's aangelegd. In 10% van de gevallen traden complicaties op.

 

Pouch alfabet

In 1978 beschreven Parks en Nicholls uit Engeland de aanleg van een pouch, als de eerste keus bij colitis ulcerosa, waardoor een ileostoma overbodig werd. De pouch die Parks beschreef heeft inmiddels plaatsgemaakt voor de J-pouch en de W-pouch. Deze zijn makkelijker aan te leggen en ze hebben een grotere opslagcapaciteit. Vele chirurgen ontwikkelden een eigen techniek welke bekend staan onder het 'pouch alfabet' zoals de J, S, W en H. Bron afbeelding: het boek 'Een kwart eeuw stomazorg in Nederland')

Andere technieken

Inmiddels zijn er nog veel meer technieken ontwikkeld om de mensen met darmziekten zo goed mogelijk te kunnen helpen; zoals de INRA, een soort darmslijmvlies transplantatie van de endeldarm. En de dynamische gracilis plastiek, waarbij er een nieuwe kringspier wordt gemaakt van een spier uit het dijbeen. Wie weet wat de artsen in de toekomst verder nog allemaal zullen uitvinden!

 

Mede gebruik gemaakt van de bron: Ostomy Association en het boek 'Een kwart eeuw stomazorg in Nederland'.

 


 

 

De geschiedenis van de stoma in Nederland

In zijn boek 'Hondert Seltsame Aanmerkingen, zo in de Genees- als Heel- en Snij-konst', dat in 1682 te Amsterdam verscheen, verteld de Nederlandse doctor Cornelis Stalpart van der Wiel op welke wijze hij een kunstmatige uitgang maakte door bij een zware darmverwonding een buis in de darm te brengen.

 

Johannes Palfijn

Om te voorkomen dat de darm zou terugglijden in de buik, hechtte de Zuid-Nederlander Johannes Palfijn de darm aan de buikwand vast. In zijn werk 'Nauwkeurige Verhandelingen van de voornaemste Handwerken der Heelkonst' (1710) raadt hij aan om grote darmverwondingen niet te sluiten, omdat de wondranden zich niet aan elkaar hechten maar zich ergens in de buik zouden vasthechten. Het naaien van grote wonden zou veel gevaar kunnen opleveren volgens hem en het was zeker mogelijk dat wonden konden genezen.

 

Soldaat

In 1698 observeerde hij in Parijs een soldaat met een darmverwonding. De gewonde dikke darm scheidde spontaan ontlasting door de buikwand uit, waardoor de soldaat genoodzaakt was zijn verdere leven een instrument van blik te dragen. (Bron afbeelding: het boek 'Een kwart eeuw stomazorg in Nederland')

 

Eerste meldingen aanleg stoma in Nederland

Melding van het aanleggen van een stoma maakte Polano in het Nederlandse tijdschrift voor geneeskunde in 1858, zij het met enige terughoudendheid. Wat niet vreemd was, aangezien de eerste gelukte darmresectie (het verwijderen van een stuk darm) bij de behandeling van een kwaadaardig gezwel pas in 1878 werd uitgevoerd door Gussenbuaer en Martini in Hamburg. In het begin van de twintigste eeuw werd er door professor Rotgans ook melding gemaakt van een stoma, in zijn boek Chirurgie der buikorganen (1904).

 

Nederlandse Vereeniging voor Heelkunde

Ook Oidtmann sprak er tijdens vergaderingen van de Nederlandse Vereeniging voor Heelkunde over, waarvan de verslagen werden opgenomen in het Nederlandse Tijdschrift voor Geneeskunde (1908 en 1909). Hij riep de mensen op een poging te wagen om de techniek van deze operatie te verbeteren. Er bestond verschil van mening over de methode die moest worden gebruikt bij het aanleggen van een stoma.

 

Methode aanleg stoma

Welcker maakte tijdens een vergadering van de Nederlandse Vereeniging voor Heelkunde in 1933 melding van de aanleg van een 'goede continente anus preater naturalis definitivus'. Bij deze methode werd een tunnel gevormd onder het uiteinde van het s-vormige gedeelte van de darm dat gelegen is tussen de dikke darm en endeldarm (sigmoïd). Daaroverheen werd de huid gesloten en in de ontstane huidtunnel werd een rubberen buis achtergelaten. Een soort klem, speciaal hiervoor ontwikkeld, werd door de buis geleid. De druk werd door de persoon zelf geregeld door een op maat geknipt kussentje van celstof tussen huid en klem te leggen. Zie de afbeelding hieronder (Bron: het boek 'Een kwart eeuw stomazorg in Nederland')

 

Een lange weg

Professor dr. I. Boerema was een voorstander van het weghalen van een deel van de darm of het rectum, zodat er geen stoma hoefde te worden aangelegd. Er waren artsen die de resectie krachtig verdedigden, zelfs al was het sterftecijfer hoger in vergelijking tot het aanleggen van een stoma. Nu moet je natuurlijk wel bedenken dat de opvangapparatuur in die tijd te wensen overliet. De ontwikkeling van de techniek die nu wordt gebruikt, was een lange weg. Pas in de jaren '70 worden de moderne chirurgische stomatechnieken in ons land toegepast.

 

Mede gebruik gemaakt van de bron: Ostomy Association en het boek 'Een kwart eeuw stomazorg in Nederland'.

 


 

 

De eerste zelfhulpgroepen en patiëntenverenigingen

De eerste zelfhulpgroepen voor stomapatiënten ontstonden in 1949. In het Valley Forge General Hospital in Phoenixville, Pennsylvania vergaderden vijf mensen met een stoma. De pionier in het oprichten van verenigingen van stomapatiënten was Archie Vinitsky. In 1954 werd de eerste groep van stomadragers opgezet in de Verenigde Staten, St. Paul (Massachusetts). Uit deze en andere initiatieven in de VS groeide een nationale beweging.

 

Verdere ontwikkelingen

Uiteindelijk werd in 1962 de Amerikaanse Vereniging van Stomapatiënten opgericht: de United Ostomy Association. Al in 1951 was in Denemarken een patiëntenvereniging opgericht: Copa Danish Ostomy Association. In 1956 volgde de oprichting van de National Ilostomy Association in Engeland. In nederland kwamen op 16 april 1966 vijf stomadragers, een chirurg, een uroloog en een districtsverpleegkundige bijeen die besloten een vereniging voor stomapatiënten op te richten: de Harry Bacon Club, tegenwoordig de Nederlandse Stomavereniging genoemd.

 

Mede gebruik gemaakt van de bron: Ostomy Association en het boek 'Een kwart eeuw stomazorg in Nederland'.

 

 


 

 

De geschiedenis van het stomamateriaal

In het verleden werd veel aan de inventiviteit van de stomadrager overgelaten, vaak werden ze na een operatie zonder enige vorm van opvangapparatuur naar huis gestuurd. De geschiedenis van stomamateriaal is nog niet zo heel oud. In de jaren '70 kwamen pas de moderne opvangmaterialen. Voor die tijd liet de kwaliteit van het opvangmateriaal soms te wensen over.

 

Rubber

Naast opvangmateriaal van rubber, dat al in 1935 in Duitsland werd geïntroduceerd... (Bron afbeelding: het boek 'Baas op eigen buik')

 

 

Metaal, glas en porselein

...moesten de mensen het toen doen met metalen-, glazen of porseleinen bakjes. (Bron afbeeldingen: boven het boek 'Baas op eigen buik', onder Eurotec en Combicare)

 

 

Opvangbakjes

Hoewel opvangbakjes van glas wel goed schoon te maken waren, moet je er niet aan denken wat de gevolgen zijn als het glas brak. De opvangbakjes werden soms met een opblaasbare rubberen rand passend op de buik gemaakt. De rubberen opvangzakjes werden met hun elastische kraag om een ring op de buik bevestigd of met huidcement hermetisch op de buik gekleefd. (Bron afbeeldingen: het boek 'Een kwart eeuw stomazorg in Nederland')

 

Stank en lekkages

Dit opvangmateriaal werd erg vuil, stonk en was goed zichtbaar onder de kleding. Ze sloten niet goed af, waardoor de mensen in die tijd veel last hadden van lekkages. Ook veroorzaakten de materialen allergieën en huidirritaties. Toen net voor de tweede wereldoorlog de eerste kunststoffen werden ontdekt, werd het gemakkelijker om lichtere materialen te gebruiken die na eenmalig gebruik konden worden weggegooid in plaats van elke keer te worden schoongewassen. (Bron afbeeldingen: het boek 'Een kwart eeuw stomazorg in Nederland')

 

 

Jaren '60

In de jaren '60 waren er maar een paar fabrikanten die opvangzakjes maakten. Dit waren vaak zelf stomadragers. Omdat zij wisten waar zich de problemen bevonden, besloten ze zelf stomamateriaal te gaan ontwikkelen. Zo ontstonden de eerste stomamerken, zoals Nu-Hope en Marlen. (Bron afbeeldingen: Ostomates.org en het boek 'Een kwart eeuw stomazorg in Nederland')

 

 

Plastic boterhamzakjes

Hoewel de kwaliteit nog te wensen overliet (het waren doorgestikte plastic boterhamzakjes van de Hema en Vroom & Dreesman die tussen een plastic bol of ring aan een riem werden bevestigd, zoals je hieronder kunt zien), was het toch al een enorme verbetering ten opzichte van het opvangmateriaal van daarvoor. (Bron afbeelding: het boek 'Baas op eigen buik')

 

 

Eerste wegwerpzakje

Het was de producent Coloplast uit Denemarken die de eerste plastic wegwerpzakjes ontwikkelde, dit was al in 1954. Door een stoma-aanleg bij haar zuster zocht de Deense verpleegkundige Elise Sørensen naar beter opvangmateriaal. In 1954 kwam zij op het idee om een eendelig stoma-wegwerpzakje te gebruiken. Met behulp van ingenieur Aage Louis Hansen van Coloplast is dit idee uitgewerkt. Elise stond met hem in contact doordat zijn vrouw een collega-verpleegkundige van haar was. Het waren hele simpele zakjes met een zinkoxide kleeflaag, eigenlijk dezelfde witte kleeflaag die vroeger onder elke gewone pleister zat. Hoewel veel mensen er niet tegen konden (de huid ging verhoornen), was het toch een hele vooruitgang. Het was niet meer zichtbaar onder de kleding, en luchtdicht. Wel was het zakje doorzichtig, had geen filter en ritselde erg.

 

Karaya-gom

Hollister ( Verenigde Staten) kwam in 1960 met opvangzakjes met Karaya-gom. Dit is een natuurlijk product dat wordt gewonnen uit de bast van een boomsoort en heeft sterk klevende en huidbeschermende eigenschappen. Aanvankelijk smolt het snel onder invloed van vocht en warmte, maar dat probleem is later opgelost. Dit product is ongekend populair geweest, en wordt nog steeds gebruikt in de stomazorg.

 

Jaren '70

Pas in de jaren '70 werden zakjes en huidplaten uitgevonden die een duidelijke verbetering betekenden voor de stomadrager. Al zou het nog wel tot het eind van de 70-er jaren duren voordat er een goed tweedelig systeem beschikbaar kwam. De samenstelling van de zakjes werd verbeterd, waardoor er geen ongewenste geurtjes meer doorheen kwamen. (Bron afbeeldingen: Ostomates.org en het boek 'Baas op eigen buik' en onderaan 2 maal Eurotec)

Tot de knie

De zakken waren nog lange tijd enorm groot, tot de knie. (bron afbeelding: Stoma-Actief)

 

1970: keerpunt per toeval!

Per toeval kwam er in 1970 een keerpunt in stomazorg. De firma Squibb in Australië introduceerde in dat jaar de hydrocolloïdplak (ook wel kaasplak), waardoor de stomadrager geen last meer had van allergische reacties van de huid. Hydrocolloïd kwam oorspronkelijk op de markt als kleine pleister bedoeld voor tandartsen en kaakchirurgen om toe te passen als klevend verband op tandvlees. Pas later ontdekte men per toeval dat dit materiaal ook goed dienst kon doen op de huid rondom een stoma.

 

Lumineuze idee

Dr. E.S.R. Hughes, een Australische chirurg, had dit klevende verband bij zijn tandarts gezien en kwam op het lumineuze idee om de huid rond de stoma daarmee te beleggen, en met succes! Deze ontdekking betekende een ommekeer in stomazorg, maar ook voor de firma Squibb. Het product voor tandartsen en kaakchirurgen was namelijk al bijna in andere handen overgegaan, alleen het contract moest nog worden getekend. Tot Dr. Hughes hen belde...

 

Stomahesive

De plakken werden 'Stomahesive' genoemd en in de handel gebracht met het formaat van 10 bij 10 centimeter (toen nog zonder flens). In die tijd kostte een plak 10 gulden per stuk, en daar moest het stomazakje dan nog bij worden opgeteld. Uit de firma Squibb werd een aparte organisatie opgezet die zich ging bezighouden met de ontwikkeling van producten waaraan in de stomazorg behoefte was: ConvaTec.

 

Met flens

In 1977 kwam ConvaTec met System II, in 1978 omgedoopt tot Combihesive systeem. De Stomahesive plak werd uitgerust met een soort tupperware ring, waarop een stomazakje kon worden bevestigd. Dit systeem is een groot succes geworden.

 

 

Perfectioneren

Er werd steeds meer aandacht besteed aan het perfectioneren van het product: de soepelheid, de kleefkracht en het vochtopnemende vermogen van de huidplaat. Ook de opvangzakjes werden verbeterd: geen gekraak meer, betere filters voor ontluchting en voor de ileostoma een opening onderaan. Eind jaren '60 komen ook de stomahulpmiddelen in het ziekenfondspakket terecht. (Bron afbeeldingen: Ostomates.org)

Non-woven

Dansac, een fabrikant die ontstond door onvrede over het niet willen inspelen op de behoefte van de gebruikers waardoor er een medewerker van één van de grootste leveranciers van stomamateriaal ter wereld in 1971 voor zichzelf begon, bracht als eerste de huidkleurige folie en de non-woven achterzijde (eind jaren '70) op de markt.

 

Ontwikkelingen gaan door

Natuurlijk stoppen de ontwikkelingen niet. Zo zijn er nu zakjes in allerlei soorten maten, is er inmiddels ook een convex huidplak voor de dieper liggende stoma (waarvan Marlen de eerste fabrikant was), toilet doorspoelbare stomazakjes, tweedelige systemen met plaksysteem in plaats van kliksysteem, systemen voor mensen met een moeilijke handfunctie of gezichtsstoornissen, zakjes met dubbel filter, een non-woven laagje om het gehele stomazakje waarvan soms met kijkvenster, allerlei verschillende vormen klittenbandsluitingen van een ileo-opening in plaats van een clip, en een kneedbare huidplak. Voor de colostoma wordt er veel ontwikkeld. Zo kwam Coloplast met de Conseal plug, en ConvaTec met de Vitala.

Bronnen gebruikt voor dit onderwerp: Combicare nieuws en het boek 'Baas op eigen buik'.

 

Laatst aangepast op vrijdag 19 juni 2015 15:15
 
Terug naar boven

twitter insta

Linkedin facebook

Youtube email