Ieder jaar krijgen miljoenen Nederlanders te maken met buikgriep (gastro-enteritis). Gezonde mensen zijn meestal binnen een paar dagen van hun klachten af, maar voor mensen met een stoma of andere gezondheidsproblemen kan de impact veel groter zijn.

Was na elk toiletbezoek minimaal 30 seconden tot een minuut je handen met water en zeep. Trek het toilet door met de deksel gesloten en maak wc-bril, spoelknop, kraan, deurklink en lichtschakelaar regelmatig goed schoon, zeker als iemand in huis buikgriep heeft. Gebruik bij voorkeur papieren wegwerpdoekjes. Is er overgegeven, maak de vloer en eventueel textiel direct zo goed mogelijk schoon: virussen zoals het norovirus kunnen langdurig (enkele weken) in vloerbedekking of kleden overleven en later opnieuw klachten geven.
Diarree en overgeven
Diarree en overgeven zijn – zeker als je (bijna) geen dikke darm meer hebt – extra lastig. Je verliest dan in korte tijd veel vocht en zouten. Het is belangrijk om dit snel weer aan te vullen om uitdroging te voorkomen.
- Probeer, indien mogelijk, minimaal 1 liter ORS (oral rehydration solution) per dag te nemen. ORS is een oplossing van zouten en suiker/zetmeel in water en wordt extra goed door de darm opgenomen.
- Daarnaast kun je dranken gebruiken die goed in de darm worden opgenomen, zoals bouillon, tomatensap of groentesap.
- Vul dit aan met andere dranken (water, thee, eventueel sportdrank) tot in totaal ongeveer 2 à 2,5 liter per dag, tenzij je arts iets anders adviseert.
- Eet wat je kunt verdragen. Bij veel mensen kunnen (oplosbare) vezels helpen om de ontlasting wat meer in te dikken.
- Let extra op je zout- en kaliuminname (bijvoorbeeld via bouillon, zoute soep, bananen, aardappelen, ORS), zeker als je veel verliest via je stoma.
- Overleg met je (huis)arts of je een medicijn als loperamide mag gebruiken. Dit vertraagt de darmmotiliteit en kan helpen om de hoeveelheid ontlasting te verminderen.
Meer informatie over ORS (kant-en-klaar en zelfgemaakt) vind je op deze pagina. Tips tegen misselijkheid en buikkrampen vind je hier.

Naar het ziekenhuis bij uitdroging
Let bij diarree en/of overgeven goed op signalen van uitdroging, zoals:
- Veel dorst
- Misselijkheid, soms met (blijven) overgeven
- Sufheid of erg moe zijn
- Donkere, sterk geconcentreerde urine of weinig/geen urine
- Snelle gewichtsafname
- Kramp in je benen
- Ingevallen ogen met donkere kringen
- Een huidplooi op je hand of borst die traag terugveert
Krijg je één of meer van deze klachten, neem dan contact op met je (huis)arts of stomaverpleegkundige. Als je het vochtverlies niet zelf kunt compenseren door te drinken, is vaak een infuus in het ziekenhuis nodig.
Als globale richtlijn kun je voor jezelf aanhouden:
- Alleen diarree en voel je je verder redelijk: neem contact op als de klachten na maximaal 24 uur niet duidelijk afnemen, of eerder als je je zieker voelt.
- Diarree én overgeven: neem binnen 12 uur contact op met je arts, zeker als drinken niet goed lukt of weer uitkomt.
- Heb je thuis een bloeddrukmeter, dan kun je die extra gebruiken: is je bloeddruk duidelijk lager dan je normaal gewend bent en is je hartslag tegelijk veel hoger, bel dan direct je huisarts of huisartsenpost. Wacht niet te lang, want uitdroging kan bij een stoma snel verergeren.
Wacht niet te lang, want je droogt snel uit en dat kan gevaarlijke situaties opleveren!
High output
High output is een groot vochtverlies via je stoma, meestal meer dan ongeveer 1,5 liter dunne ontlasting per 24 uur. Dit komt vooral voor bij een ileostoma, en dan met name als een deel van de dunne darm is verwijderd (short bowel syndroom). Door de hoge productie via het stoma verlies je veel vocht en zouten, met risico op snelle uitdroging en tekorten aan onder andere natrium en kalium. Ook kunnen allerlei andere klachten ontstaan doordat voedingsstoffen minder goed worden opgenomen.
Bij high output is het extra belangrijk om niet alleen water te drinken, maar juist ook isotone dranken of ORS te gebruiken, zodat vocht en zouten beter worden opgenomen. Doe dit altijd in overleg met je arts of stomaverpleegkundige.
Adaptie
Het resterende deel van de dunne darm heeft vaak het vermogen om (een deel van) de functie van het verwijderde deel over te nemen. Dit proces heet adaptatie. Het kan ongeveer een jaar duren voordat duidelijk is hoeveel je darm uiteindelijk kan compenseren. Daarbij speelt mee welk deel van de dunne darm is weggenomen en hoeveel. Voor mensen met high output is het extra belangrijk om onder goede controle van arts en stomaverpleegkundige te blijven, zodat zij je bloed- en urinewaarden regelmatig kunnen controleren. Zo kunnen ze tijdig adviseren over (sonde)voeding of totale parenterale voeding (TPV) en helpen om tekorten te voorkomen.





