Röntgenonderzoek van de buik en darmen wordt vaak gebruikt om organen zoals de dunne darm, dikke darm, nieren en blaas zichtbaar te maken. Soms gebeurt dit zonder hulpmiddelen, maar vaak wordt een contrastmiddel gebruikt zodat bepaalde delen van het lichaam beter zichtbaar worden op de röntgenfoto.
Op deze pagina leggen we verschillende röntgenonderzoeken uit die je bij darm- of buikklachten kunt tegenkomen. Het onderzoek dat wordt gedaan, hangt af van je klachten en van wat de arts wil onderzoeken.

Buikoverzichtsfoto
Dit is een röntgenfoto van de gehele buik, waarbij geen contrastvloeistof (vloeistof die organen beter zichtbaar maakt op een röntgenfoto) gebruikt wordt. Bij ernstige verstopping is op de foto de stapeling van grote hoeveelheden ontlasting zichtbaar.

Pellet-passagetest
Een onderzoek waarbij ze de buikoverzichtsfoto gebruiken is de Pellet-passagetest. Je moet dan korreltjes of ringetjes slikken, die op een röntgenfoto zichtbaar zijn, zodat het transport van voedsel door het darmkanaal kan worden gevolgd. Daarna worden er een aantal dagen achter elkaar röntgenfoto's gemaakt, zodat te zien is waar de ringetjes zich in het darmkanaal bevinden. Zijn er bijvoorbeeld na 4 dagen nog steeds ringetjes zichtbaar dan is er sprake van verstopping. Aantallen markers en tijdschema verschillen per ziekenhuis.
Dit onderzoek wordt in het algemeen niet gedaan als er een verdenking is op een (ernstige) vernauwing of afsluiting van de darm, omdat de ringetjes dan kunnen vastlopen.
Dunne-darmfoto
Een voorbeeld van een röntgenonderzoek waarbij een specifiek onderdeel van het lichaam wordt gefotografeerd, is een dunne-darmfoto. Hierbij moet je dunne darm leeg zijn, dit gebeurt door een te volgen dieet in combinatie met laxerende medicatie. Je krijgt contrastvloeistof toegediend via een slangetje door je neus of mond dat via de maag naar de dunne darm loopt. Daarna worden in verschillende houdingen röntgenfoto’s gemaakt.

Dikke-darmfoto
Ook bestaat er een dikke-darmfoto, waarbij je dikke darm net als bij de dunne-darmfoto leeg moet zijn. Er wordt via de anus eerst contrastvloeistof en daarna lucht ingespoten, dit laatste gebeurt zodat de darm zich ontplooit en dus beter zichtbaar is.
Tegenwoordig worden deze onderzoeken in veel ziekenhuizen (deels) vervangen door MRI, CT of endoscopie, maar het principe van contrast en lucht in de darm is hetzelfde.

Enteroclysis
Enteroclysis is een speciale techniek om dunne-darmfoto’s te maken waarbij het contrastmiddel via een slangetje in de mond of het neusgat wordt ingespoten in plaats van ingeslikt.
De dunne darm wordt gevuld met een verdunde bariumpap (een wit contrastmiddel dat vooral via de ontlasting het lichaam verlaat) langs een duodenaalsonde (soort maagsonde geplaatst tot in de dunne darm). Zonder slangetje moet de pap worden opgedronken (± 1 liter) en komt eerst in de maag. Het zal 3 tot 6 uur duren voordat het laatste gedeelte van de dunne darm wordt bereikt. Via het slangetje loopt de pap direct in de dunne darm en komt niet eerst in de maag.
Via een pompje, dat aangesloten wordt op het slangetje, loopt de pap met een bepaalde snelheid in de dunne darm. Tijdens het inlopen van de pap worden er verschillende foto’s gemaakt. Om sommige gedeelten van de dunne darm beter te kunnen bekijken, worden er foto’s gemaakt, waarbij er voorzichtig op je buik wordt gedrukt.
Intra Veneus Pyelogram (IVP)
Bij dit röntgenonderzoek wordt er gekeken naar:
- de nieren (renes)
- de urineleiders (ureters)
- de blaas (vesica urinaria)
De darmen moeten schoon zijn, omdat er anders een mogelijkheid bestaat dat een gedeelte van de nieren en/of urineleiders niet goed op de foto te zien zijn. Door middel van een injectie via een bloedvat in de arm, wordt een jodiumhoudend contrastmiddel toegediend waarna er foto's worden gemaakt. Mogelijke bijwerkingen/risico’s zijn een allergie voor jodiumhoudend contrast, extra voorzichtigheid bij verminderde nierfunctie en het belang van goed drinken na afloop. In de praktijk wordt IVP steeds vaker vervangen door een CT-scan van de urinewegen (CT‑IVP of CT‑urogram).

Cystogram
Een onderzoek dat soms tegelijk met een IVP wordt gedaan, is een cystogram (cyst=blaas, grafie=afbeelding). Hierbij wordt via een katheter (een slangetje dat via de plasbuis in de blaas wordt gelegd) de blaas met een vloeistof gevuld die op een röntgenfoto zichtbaar is. Hiermee kunnen grotere tumoren zichtbaar worden en bijvoorbeeld fistels. Na het legen van de blaas kan tevens beoordeeld worden in hoeverre de blaas leeg komt. Een cystogram wordt ook gebruikt om te kijken of urine terugstroomt naar de urineleiders (ureters) en nieren (reflux).





