Op onze teksten rust Copyright!! Lees onze disclaimer onderaan de website voor meer informatie.

jubileum logo stomaatje alles over stomas

    Vraag het ChatGPT 

StomaSupport

 

De geschiedenis van de stoma in Nederland

In zijn boek 'Hondert Seltsame Aanmerkingen, zo in de Genees- als Heel- en Snij-konst', dat in 1682 te Amsterdam verscheen, verteld de Nederlandse doctor Cornelis Stalpart van der Wiel op welke wijze hij een kunstmatige uitgang maakte door bij een zware darmverwonding een buis in de darm te brengen.

 

Johannes Palfijn

Om te voorkomen dat de darm zou terugglijden in de buik, hechtte de Zuid-Nederlander Johannes Palfijn de darm aan de buikwand vast. In zijn werk 'Nauwkeurige Verhandelingen van de voornaemste Handwerken der Heelkonst' (1710) raadt hij aan om grote darmverwondingen niet te sluiten, omdat de wondranden zich niet aan elkaar hechten maar zich ergens in de buik zouden vasthechten. Het naaien van grote wonden zou veel gevaar kunnen opleveren volgens hem en het was zeker mogelijk dat wonden konden genezen.

 

Soldaat

In 1698 observeerde hij in Parijs een soldaat met een darmverwonding. De gewonde dikke darm scheidde spontaan ontlasting door de buikwand uit, waardoor de soldaat genoodzaakt was zijn verdere leven een instrument van blik te dragen. (Bron afbeelding: het boek 'Een kwart eeuw stomazorg in Nederland')

 

Eerste meldingen aanleg stoma in Nederland

Melding van het aanleggen van een stoma maakte Polano in het Nederlandse tijdschrift voor geneeskunde in 1858, zij het met enige terughoudendheid. Wat niet vreemd was, aangezien de eerste gelukte darmresectie (het verwijderen van een stuk darm) bij de behandeling van een kwaadaardig gezwel pas in 1878 werd uitgevoerd door Gussenbuaer en Martini in Hamburg. In het begin van de twintigste eeuw werd er door professor Rotgans ook melding gemaakt van een stoma, in zijn boek Chirurgie der buikorganen (1904).

 

Nederlandse Vereniging voor Heelkunde

Ook Oidtmann sprak er tijdens vergaderingen van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde over, waarvan de verslagen werden opgenomen in het Nederlandse Tijdschrift voor Geneeskunde (1908 en 1909). Hij riep de mensen op een poging te wagen om de techniek van deze operatie te verbeteren. Er bestond verschil van mening over de methode die moest worden gebruikt bij het aanleggen van een stoma.

 

Methode aanleg stoma

Welcker maakte tijdens een vergadering van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde in 1933 melding van de aanleg van een 'goede continente anus preater naturalis definitivus'. Bij deze methode werd een tunnel gevormd onder het uiteinde van het s-vormige gedeelte van de darm dat gelegen is tussen de dikke darm en endeldarm (sigmoïd). Daaroverheen werd de huid gesloten en in de ontstane huidtunnel werd een rubberen buis achtergelaten. Een soort klem, speciaal hiervoor ontwikkeld, werd door de buis geleid. De druk werd door de persoon zelf geregeld door een op maat geknipt kussentje van celstof tussen huid en klem te leggen. Zie de afbeelding hieronder (Bron: het boek 'Een kwart eeuw stomazorg in Nederland')

 

Een lange weg

Professor dr. I. Boerema was een voorstander van het weghalen van een deel van de darm of het rectum, zodat er geen stoma hoefde te worden aangelegd. Er waren artsen die de resectie krachtig verdedigden, zelfs al was het sterftecijfer hoger in vergelijking tot het aanleggen van een stoma. Nu moet je natuurlijk wel bedenken dat de opvangapparatuur in die tijd te wensen overliet. De ontwikkeling van de techniek die nu wordt gebruikt, was een lange weg. Pas in de jaren '70 worden de moderne chirurgische stomatechnieken in ons land toegepast.

 

Hoeveel mensen hadden vroeger een stoma?

Hoeveel mensen in Nederland vroeger precies met een stoma leefden, is niet bekend. Er bestaat geen landelijke centrale registratie waarin alle stomadragers worden bijgehouden. Cijfers uit verschillende jaren zijn bovendien niet altijd goed met elkaar te vergelijken, omdat bronnen en telmethoden kunnen verschillen. Zo worden tijdelijke stoma’s niet altijd op dezelfde manier meegeteld.

Rond 2012 werd het aantal stomadragers in Nederland geschat op ongeveer 32.000 (bron: Nivel). Tegenwoordig wordt vaak gesproken over ongeveer 38.000 tot 40.000 mensen met een colo-, ileo- of urinestoma. Het lijkt er dus op dat het aantal stomadragers is toegenomen, maar hoe groot die toename precies is, kunnen we niet met zekerheid zeggen.

 

Hoe zichtbaar was een stoma?

Wat in ieder geval sterk is veranderd, is de zichtbaarheid van een stoma. Waar er vroeger veel minder openlijk over werd gesproken, kunnen stomadragers tegenwoordig via websites, sociale media en online lotgenotengroepen veel gemakkelijker informatie en ervaringen vinden en delen. Daardoor kan het ook lijken alsof er tegenwoordig veel meer mensen met een stoma zijn.

Ook Stichting Stomaatje heeft aan die toenemende zichtbaarheid bijgedragen. Vanaf de beginjaren werden via internet persoonlijke ervaringen en informatie over het leven met een stoma gedeeld. In 2008 vertelde oprichter Eliene in het BNN-programma Je Zal Het Maar Hebben openlijk over haar leven met een stoma en liet zij niet alleen haar stomazakje, maar ook haar stoma zien. In die tijd was dat op televisie nog veel minder vanzelfsprekend dan tegenwoordig.

 

Lees de ervaringsverhalen over geschiedenis met een stoma

Mede gebruik gemaakt van de bron: Ostomy Association en het boek 'Een kwart eeuw stomazorg in Nederland'.

 

×