jubileum logo stomaatje alles over stomas

    Vraag het ChatGPT 

StomaSupport

De geschiedenis van de urinestoma

De aanleg van een urinestoma is tegenwoordig een veelvoorkomende en veilige ingreep. Maar dat is niet altijd zo geweest. Al sinds het midden van de 19e eeuw zoeken artsen naar manieren om urine om te leiden bij aandoeningen aan de blaas of urinewegen. Op deze pagina lees je hoe medische pioniers, nieuwe technieken en ervaringen van patiënten samen hebben geleid tot de methodes van nu.

 

Begin jaren 1850

Het eerste verslag van een urinestoma (ook wel urostoma genoemd) waarbij gebruik wordt gemaakt van de darmen is uit begin jaren 1850, door Simon bij een kind met een aangeboren afwijking. Helaas overleed het kind later. Eind 19de eeuw en begin 20ste eeuw waren operaties met het gebruik van darmen door het gebrek aan antibiotica zeer riskant in verband met buikvliesontsteking. Na deze vroege experimenten ontstonden meerdere stromingen in de operatietechnieken, met wisselend succes.

 

1909: Appendicostoma, de eerste omleiding

Verhoogen en de Grauwe ontwierpen in 1909 een vervangende blaas van de blindedarm en creëerden zo een appendicostoma. Dit is een continent urinestoma waarbij gebruik wordt gemaakt van de blindedarm (appendix). Een appendicostoma is te vergelijken met de continent urinestoma’s uit de jaren ’80.

 

1911: De Coffey-stoma

In 1911 bedacht de Amerikaan Robert Coffey (1869-1933) een techniek waarbij de urineleiders in de endeldarm werden gebracht. Dit was een vorm van ureterosigmoïdostomie (urineleiders in de endeldarm/sigmoïd). Hierdoor werden de urine en ontlasting samen afgevoerd. Een nadeel hiervan was dat de ontlasting dun bleef en mensen vaak diarree‑achtige ontlasting hadden. Toch was dit een vaak gebruikte techniek in die tijd. In Nederland paste professor Dr. J.A. Korteweg deze techniek in een wat gewijzigde vorm voor het eerst toe. Het verschil was dat hij de ureters in het sigmoïd net boven het rectum plaatste, in plaats van in het rectum zelf zoals Coffey deed.

1911: Voorloper van de Bricker

In de tijd erna beschreven Zaayer en Schoemaker voor het eerst een techniek waarbij er een reservoir werd gemaakt van de dunne darm en zo een urinestoma creëerde. De operatietechniek die deze chirurgen toepasten, zou pas populair worden in 1950, nadat Bricker dezelfde methode in de Verenigde Staten toepaste.

Schoemaker legde in 1909 voor het eerst in de geschiedenis een urinestoma aan bij een 18-jarige vrouw met een schrompelblaas wegens tuberculose. Professor Zaayer maakte in 1910–1911 melding van twee door hem uitgevoerde operaties, waarbij hij een urinestoma had aangelegd. Zaayer wordt in de literatuur vaak genoemd als degene die in 1911 een ileum‑conduit (voorloper van de Bricker) beschreef, hiermee legde hij de basis voor het latere ileum‑conduit. (Bron afbeelding: het boek 'Een kwart eeuw stomazorg in Nederland')

 

Zuurvergiftiging bij Coffey-stoma

Rond dezelfde tijd ontdekten Ferris en Oedel dat bij 80% van de patiënten met een ureterosigmoïdostomie/Coffey-stoma er hyperchloremische metabole acidose (zuurvergiftiging) optrad doordat de urine weer in het lichaam werd opgenomen. Hierdoor verkozen ze toen de urinestoma boven de Coffey-stoma.

 

1950: De Bricker‑procedure

In 1950 ontwikkelde een Amerikaanse uroloog, Eugene Bricker, de urinestoma die we nu kennen onder de naam 'Bricker procedure'. Van een klein stukje (10 tot 15 cm) van de dunne darm wordt een reservoir gemaakt om de urine vanuit de urineleiders in op te vangen. Van dat stukje darm wordt ook de daadwerkelijke stoma-uitgang gemaakt waarbij een uiteinde door de buikwand naar buiten wordt gebracht om als stoma te functioneren. Sinds de jaren ’50 is de Bricker-procedure de “gouden standaard” geworden voor een incontinent urinestoma/ileum‑conduit. Dit is een incontinent urinestoma met een uitwendig opvangzakje.

 

Continent urinestoma’s

De eerste pogingen om een continent urinestoma te creëren werden gedaan door Tizzoni en Foggi in 1888. In 1895 gebruikte Mauclaire het rectum als een reservoir voor urine. Deze twee vindingen waren essentieel voor de ontwikkeling van de moderne continent stoma: Kock stelde het principe vast van het gebruik van een stuk darm om zo een lage-druk reservoir te creëren, en Lapides maakte het katheteriseren populair. Door gebruik te maken van deze twee technieken, werd een verscheidenheid aan continent urinestoma’s geïntroduceerd.

 

1987: Indiana pouch

Een relatief nieuwe variant van de continent urinestoma is de Indiana pouch. Deze operatietechniek is ontwikkeld door de heer Rowland en werd voor het eerst toegepast in 1987 in de Amerikaanse staat Indiana. Voor het inwendige reservoir wordt gebruik gemaakt van het laatste stukje van de dunne en het eerste stukje van de dikke darm. Op de overgang tussen deze twee bevindt zich een natuurlijke klep die lekkage vanuit het reservoir voorkomt.

 

Lees de ervaringsverhalen over geschiedenis met een stoma

 

Er is mede gebruik gemaakt van de bron: Ostomy Association en het boek 'Een kwart eeuw stomazorg in Nederland'.

 

×