Op onze teksten rust Copyright!! Lees onze disclaimer onderaan de website voor meer informatie.

logo stomaatje alles over stomas

    Vraag het ChatGPT 

StomaSupport

Maagkanker is kanker die in de maag ontstaat. Meestal begint de ziekte in de kliercellen van het slijmvlies aan de binnenkant van de maag. Deze vorm heet een adenocarcinoom. De medische naam voor maagkanker is maagcarcinoom.

In het begin geeft maagkanker vaak weinig of onduidelijke klachten. De klachten kunnen bovendien lijken op die van andere maagaandoeningen. Daardoor wordt de ziekte vaak pas ontdekt als de tumor groter is geworden.

 

Hoe ontstaat maagkanker?

Je lichaam bestaat uit cellen die zich delen om te groeien en om oude of beschadigde cellen te vervangen. Bij kanker raakt de regeling van die celdeling verstoord. Afwijkende cellen blijven zich delen en kunnen een kwaadaardige tumor vormen.

Een tumor in de maag kan in de maagwand en omliggende weefsels groeien. Ook kunnen kankercellen zich verspreiden naar andere plekken in het lichaam. Daar kunnen nieuwe tumoren ontstaan: uitzaaiingen. Bij maagkanker kunnen die bijvoorbeeld voorkomen in de lymfeklieren, de lever, het buikvlies of de longen.

 

Welke soorten tumoren kunnen in de maag ontstaan?

De meest voorkomende vorm van maagkanker is het adenocarcinoom. Deze tumor ontstaat uit kliercellen in het maagslijmvlies. Er bestaan verschillende vormen, waaronder het diffuse type. Daarbij kunnen de kankercellen verspreid in de maagwand groeien, zonder dat er altijd een duidelijk begrensde tumor zichtbaar is.

Maagkanker kan ook ontstaan bij de overgang van de slokdarm naar de maag. Dit wordt kanker van de maagingang of cardiakanker genoemd. De precieze plaats van de tumor is belangrijk voor de keuze van de behandeling.

Daarnaast kunnen andere tumoren in de maag ontstaan, zoals:

  • Een maaglymfoom, bijvoorbeeld een MALT-lymfoom. Dit ontstaat uit cellen van het afweersysteem.
  • Een gastro-intestinale stromale tumor (GIST).
  • Een neuro-endocriene tumor (NET). Deze ontstaat uit neuro-endocriene cellen.

Deze tumoren verschillen van het gebruikelijke maagcarcinoom. De onderzoeken, behandeling en vooruitzichten kunnen daarom anders zijn. De informatie op deze pagina gaat vooral over het adenocarcinoom van de maag.

 

Risicofactoren

Er is meestal niet één duidelijke oorzaak aan te wijzen. Wel zijn er factoren die de kans op maagkanker vergroten. De kans neemt toe met de leeftijd en maagkanker komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen.

Andere risicofactoren zijn onder meer:

  • Een langdurige infectie met de bacterie Helicobacter pylori. Deze kan een chronische ontsteking van het maagslijmvlies veroorzaken.
  • Roken.
  • Veel alcohol drinken. Er zijn aanwijzingen dat dit de kans op maagkanker kan verhogen.
  • Veel sterk gezouten voedsel eten, zoals gezouten vis of groenten die in zout zijn ingelegd.
  • Regelmatig bewerkt vlees eten, zoals ham, salami, bacon of worst. Er zijn aanwijzingen dat dit de kans op maagkanker kan verhogen.
  • Overgewicht, vooral bij kanker rond de overgang van de slokdarm naar de maag.
  • Bepaalde langdurige veranderingen van het maagslijmvlies, zoals chronische atrofische gastritis. Hierbij wordt het maagslijmvlies dunner en verdwijnen maagklieren.
  • Een erfelijke aanleg.

Een risicofactor betekent niet dat je zeker maagkanker krijgt. Ook mensen zonder duidelijke risicofactoren kunnen de ziekte krijgen. Het ontstaan van maagkanker is dus niet eenvoudig aan één oorzaak of aan iemands leefstijl toe te schrijven.

 

Is maagkanker erfelijk?

Maagkanker is meestal niet erfelijk. Bij ongeveer 3 tot 5% van de mensen met maagkanker is er een erfelijke aanleg. Je kunt die aanleg erven, maar niet de kanker zelf.

Een voorbeeld is erfelijke diffuse maagkanker. Deze kan samenhangen met een verandering in het CDH1-gen of het CTNNA1-gen. Ook bij andere erfelijke aandoeningen, zoals het Lynch-syndroom, het Peutz-Jeghers-syndroom en familiaire adenomateuze polyposis (FAP), kan de kans op maagkanker verhoogd zijn.

Maagkanker op jonge leeftijd of maagkanker bij meerdere familieleden kan aanleiding zijn om een erfelijke aanleg te onderzoeken. Je huisarts of specialist kan beoordelen of verwijzing naar een klinisch geneticus zinvol is. Dit is een arts die gespecialiseerd is in erfelijke aandoeningen.

 

Welke klachten kun je krijgen?

Maagkanker kan verschillende klachten veroorzaken, zoals:

  • Minder eetlust.
  • Snel een vol gevoel hebben, ook na een kleine maaltijd.
  • Afvallen zonder duidelijke reden.
  • Pijn boven in je buik.
  • Misselijkheid of overgeven.
  • Brandend maagzuur en oprispingen.
  • Het gevoel dat eten blijft steken of niet goed zakt.
  • Vermoeidheid of sneller buiten adem zijn, bijvoorbeeld door bloedarmoede.
  • Bloed overgeven.
  • Zwarte, teerachtige of plakkerige ontlasting door bloedverlies uit de maag.

Deze klachten betekenen niet automatisch dat je maagkanker hebt. Ze kunnen ook andere oorzaken hebben.

 

Wanneer neem je contact op met de huisarts?

Maak een afspraak met je huisarts als maagklachten aanhouden of steeds terugkomen. Neem ook contact op als je zonder duidelijke reden afvalt of als eten niet goed zakt. Wacht bij zulke klachten niet af tot ze ernstiger worden.

Bel direct je huisarts of de huisartsen-spoedpost als je bloed overgeeft of zwarte, plakkerige ontlasting hebt. Bel ook direct bij aanhoudend overgeven, zeer hevige buikpijn of als je suf wordt of bijna flauwvalt. Deze klachten kunnen onder andere wijzen op een bloeding in het maag-darmkanaal.

 

Hoe wordt maagkanker vastgesteld?

Bij een vermoeden van maagkanker krijg je meestal een gastroscopie: een kijkonderzoek van de slokdarm en maag. De arts brengt via je mond een dunne, flexibele slang met een camera in. Daarmee kan de binnenkant van de maag worden bekeken.

Tijdens dit onderzoek kan de arts kleine stukjes weefsel wegnemen. Dit zijn biopten. Het laboratorium onderzoekt of er kankercellen in het weefsel zitten en om welk type tumor het gaat.

Soms wordt het tumorweefsel ook onderzocht op bepaalde kenmerken, zoals veranderingen in eiwitten of genen. Deze informatie kan helpen om te bepalen of bijvoorbeeld doelgerichte therapie of immunotherapie een geschikte behandeling is.

Als maagkanker is vastgesteld, volgen vaak aanvullende onderzoeken. Een CT-scan kan helpen om de uitbreiding van de ziekte en mogelijke uitzaaiingen in beeld te brengen. Soms is ook een kijkoperatie van de buik nodig. De arts bepaalt welke onderzoeken in jouw situatie zinvol zijn.

Met deze onderzoeken wordt het stadium van de ziekte bepaald: hoe ver de kanker zich heeft uitgebreid. Dat is belangrijk voor de keuze van de behandeling.

 

Hoe wordt maagkanker behandeld?

De behandeling hangt onder meer af van het soort tumor, de plaats in de maag, het stadium van de ziekte en je lichamelijke conditie. Ook je eigen wensen spelen een rol in het gesprek over de behandeling.

Bij een tumor die heel vroeg wordt ontdekt, kan verwijdering tijdens een kijkonderzoek soms voldoende zijn. In andere situaties is een operatie nodig. De chirurg verwijdert dan een deel van de maag of de hele maag, samen met de bijbehorende lymfeklieren. Afhankelijk van het stadium en de kenmerken van de tumor kan een operatie worden gecombineerd met chemotherapie vóór en na de ingreep.

Als genezing niet mogelijk is, kan behandeling de ziekte afremmen en klachten verminderen. Afhankelijk van de situatie kunnen bijvoorbeeld chemotherapie, doelgerichte therapie, immunotherapie of bestraling worden ingezet. Soms is een stent of een operatie nodig om ervoor te zorgen dat voedsel beter kan passeren.

 

Leven met een kleinere maag of zonder maag

Je kunt leven zonder maag. Als de hele maag wordt verwijderd, verbindt de chirurg de slokdarm met de dunne darm. Voedsel gaat dan rechtstreeks vanuit de slokdarm naar de dunne darm.

Na verwijdering van een deel van de maag of de hele maag moet je vaak anders eten en drinken. Kleine maaltijden verspreid over de dag, rustig eten en goed kauwen kunnen helpen. Een diëtist begeleidt je bij het binnenkrijgen van voldoende energie en voedingsstoffen.

Mogelijke gevolgen van een maagoperatie zijn:

  • Snel een vol gevoel hebben.
  • Minder hongergevoel.
  • Gewichtsverlies.
  • Diarree.
  • Terugstromen van maag- of darminhoud naar de slokdarm.
  • Dumpingklachten, doordat voedsel te snel in de dunne darm terechtkomt.
  • Een tekort aan vitamine B12 of andere voedingsstoffen.

Het herstel na een maagoperatie kan veel tijd kosten. Sommige mensen blijven moeite houden met voldoende eten, op gewicht blijven of hun conditie terugkrijgen. Hoe het herstel verloopt en welke klachten blijven bestaan, verschilt per persoon.

Na verwijdering van de hele maag heb je blijvend aandacht nodig voor de aanvulling van vitamine B12. Je behandelteam bespreekt welke behandeling en controles nodig zijn.

 

Sondevoeding en een voedingsstoma

Rond een maagoperatie kan tijdelijk sondevoeding nodig zijn als je onvoldoende kunt eten. Soms wordt daarvoor tijdens de operatie een voedingsslangetje via de buikwand in de dunne darm geplaatst. Dit heet een jejunostomie, een vorm van een voedingsstoma. Via het slangetje wordt vloeibare voeding rechtstreeks in de dunne darm toegediend.

Een voedingsstoma is bedoeld om voeding toe te dienen, niet om ontlasting op te vangen.

 

Ondersteuning en lotgenotencontact

Maagkanker en de behandeling kunnen lichamelijk en emotioneel veel gevolgen hebben. Je kunt ondersteuning krijgen van je behandelteam, een diëtist of een psychosociale hulpverlener. Ook contact met mensen die iets vergelijkbaars meemaken kan helpen. Patiëntenorganisatie SPKS richt zich op mensen met maag- of slokdarmkanker en hun naasten.

×